Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 3 april 2017, nr. WJZ/17034490, houdende regels ten aanzien van de interventie van agrarische producten (Regeling interventie 2017)
- BWB-id
- BWBR0039438
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-06-03
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039438
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-interventie-2017
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-interventie-2017/2021-06-03
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039438&g=2021-06-03
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039438&z=2026-06-06&g=2021-06-03
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039438/2021-06-03
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-interventie-2017
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. contractant: degene die met de minister in het kader van deze regeling een contract sluit; c. marktinterventie: samenstel van openbare interventie en steun voor particuliere opslag; d. openbare interventie: Verordening 1308/2013 aankoop en opslag door de minister van de in artikel 11 vangenoemde producten tegen een op grond van uitvoeringshandelingen van de Commissie vastgestelde gegarandeerde prijs totdat deze worden afgezet; e. particuliere opslag: Verordening 1308/2013 tegen ontvangen van steun tijdelijk door de contractant opslaan van in artikel 17 vangenoemde producten; f. NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; g. COKZ: Stichting Controle Orgaan Kwaliteits Zaken; h. WFSR: Wageningen Food Safety Research; i. Verordening 1308/2013: Verordeningen (EEG) nr. 922/72 (EEG) nr. 234/79 (EG) nr. 1037/2001 (EG) nr. 1234/2007 Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de,,envan de Raad (PbEU 2013, L 347); j. Verordening 907/2014: Gedelegeerde Verordening (EU) Nr. 907/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PbEU 2014, L 255); k. Verordening 2016/1238: Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PbEU 2016, L 206); l. Verordening 2016/1240: Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie van 18 mei 2016 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PbEU 2016, L 206). 2021 27828 02-06-2021 28-05-2021 WJZ/21094095 2021 27828 02-06-2021 28-05-2021 WJZ/21094095 03-06-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1 Als bevoegde autoriteit of bevoegde instantie als bedoeld in de ingenoemde verordeningen wordt aangewezen de minister. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het indienen van een offerte of inschrijving bij openbare interventie geschiedt met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel. 2 Het indienen van inschrijving of aanvraag bij particuliere opslag geschiedt met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel. 3 Verordening 907/2014 Bij het indienen van een inschrijving, offerte of aanvraag kan bij de minister een zekerheid worden gesteld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV van. 4 Verordening 2016/1238 Indien het bedrag van de te verbeuren zekerheid, bedoeld in artikel 5 van€ 100 of minder bedraagt, dan geeft de minister de hele zekerheid vrij. 5 De aanvraag om de betaling van steun geschiedt met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1 Verordening 2016/1238 Indien uit een van de ingenoemde verordeningen voortvloeit dat een met marktinterventie verband houdende handeling met boter, mageremelkpoeder respectievelijk kaas slechts mag plaatsvinden door een erkend bedrijf, verleent de minister deze erkenning nadat de belanghebbende daartoe een aanvraag heeft ingediend en heeft aangetoond dat aan de in bijlage IV, deel III, punt 1, respectievelijk bijlage V, deel III, punt 1, vangestelde voorwaarden is voldaan. 2 Een erkenning is geldig vanaf de datum van afgifte. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als laboratorium voor keuring en voor herkeuring worden WFSR en COKZ aangewezen. 2 De minister wijst op verzoek van het laboratorium voor herkeuring een ander laboratorium voor herkeuring aan indien het eerste laboratorium voor herkeuring niet tot het verrichten van de benodigde analyses is uitgerust. 3 Verordening 2016/1238 Indien producten niet voldoen aan de voorwaarden van openbare interventie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van, betaalt de aanbieder aan de minister de analysekosten van de eerste keuring, de eventuele kosten van herkeuring en een forfait voor de transportkosten van de herkeuring. Indien het product niet in aanmerking komt voor overname in openbare interventie, neemt de aanbieder het betreffende product binnen 14 kalenderdagen na de datum van het afwijzingsbericht terug of slaat dit voor eigen rekening en risico separaat van de interventievoorraad op. 4 Verordening 2016/1238 Indien producten niet voldoen aan de voorwaarden voor particuliere opslag, bedoeld in artikel 3, derde lid, van, dan betaalt de aanbieder bij herkeuring de kosten van de herkeuring en een forfait voor de transportkosten van de herkeuring. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Verordening 2016/1238 De minister kan technische normen voor opslagplaatsen vaststellen alsmede andere eisen stellen om te waarborgen dat ingeslagen producten naar behoren worden bewaard, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van. 2 De aanbieder kan een vooraanmelding voor partijen boter doen met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Pallets voldoen aan de volgende voorwaarden: a. per partij uniform van soort en van gewicht, tenzij elke pallet van een TARRA-etiket is voorzien dan wel het gewicht erin is gegraveerd; b. stapelbaar; c. geschikt voor langdurige opslag; en d. gangbaar in de handel. 2 De minister stelt voor pallets voor boter en mageremelkpoeder een emballagesysteem vast. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Verordening 2016/1238 Wanneer boter respectievelijk mageremelkpoeder, geproduceerd in een andere lidstaat, voor openbare interventie wordt aangeboden, verstrekt de aanbieder aan de minister een certificaat als bedoeld in bijlage IV, deel I, onder 5, respectievelijk bijlage V, deel I, onder 5, van. 2 Verordening 2016/1238 Wanneer boter respectievelijk mageremelkpoeder, geproduceerd in Nederland, voor openbare interventie in een andere lidstaat wordt aangeboden, verstrekt de minister op aanvraag een certificaat als bedoeld in bijlage IV, deel I, onder 5, respectievelijk bijlage V, deel I, onder 5, van. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Gegadigden kunnen op eigen kosten monsters van de voor openbare interventie aangeboden boter en mageremelkpoeder onderzoeken voordat zij een inschrijving indienen. Hiertoe dient de gegadigde tenminste 48 uur van tevoren een aanvraag in bij de minister met een door de minister ter beschikking gesteld middel. 2 De gegadigde voldoet de bij het vrieshuis of het opslagpand door de monstername ontstane kosten rechtstreeks aan het vrieshuis of het opslagpand. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De koper van mageremelkpoeder of boter informeert de minister, met een door de minister ter beschikking gesteld middel, ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, over de door hem met het vrieshuis of opslagpand overeengekomen datum en tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het opslagpand of vrieshuis. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Verordening 1308/2013 Verordening 2016/1238 Verordening 2016/1240 Zodra de Commissie van de Europese Gemeenschappen daartoe specifieke uitvoeringsregels heeft vastgesteld, kan de minister op aanvraag steun verlenen voor de particuliere opslag. De minister doet dit in overeenstemming met de op de particuliere opslag van toepassing zijnde artikelen in Deel II, Titel I, Hoofdstuk I, Afdelingen 1, 3 en 4, van, met inachtneming vanenen met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde specifieke uitvoeringsregels. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Indien in de specifieke uitvoeringsregels die zijn vastgesteld door de Europese Commissie een maximum opslaghoeveelheid voor kaas per lidstaat is vastgesteld: a. verdeelt de minister de steun op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Op de dag dat de maximum opslaghoeveelheid, zoals vastgesteld in de specifieke uitvoeringsregel, wordt overschreden stelt de minister een toewijzingscoëfficiënt vast waarbij de resterende steun evenredig wordt verdeeld over de ingediende aanvragen die op die dag zijn aangevraagd; b. kan een aanvrager zijn inschrijving intrekken binnen 10 werkdagen na de datum van de vaststelling van een toewijzingscoëfficiënt; c. wordt een zekerheid vrijgegeven wanneer de inschrijving door een aanvrager wordt ingetrokken vanwege de vaststelling van een toewijzingscoëfficiënt. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Verordening 2016/1240 De in artikel 46 vanbedoelde gegevens moeten uiterlijk de tweede werkdag voorafgaand aan de inslag om 10.00 uur worden verstrekt. 2 Verordening 2016/1240 De minister staat, overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van, voor boter en mageremelkpoeder de uitslag van een kleinere hoeveelheid dan de volledige partij toe, waarbij tenminste 1.000 kg wordt uitgeslagen. 3 Verordening 2016/1240 De minister staat, overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van, voor kaas de uitslag van een kleinere hoeveelheid dan de volledige partij toe, waarbij tenminste 500 kg wordt uitgeslagen. 4 Verordening 2016/1240 De in artikel 53, derde lid, vanbedoelde gegevens moeten uiterlijk de tweede werkdag voorafgaand aan de uitslag om 10.00 uur worden verstrekt. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Bij opslag wordt op de pallets of boxpallets, per partij en per pallet of boxpallet, op een duidelijk zichtbare plaats een label aangebracht waarop het opslagpartijnummer, het aantal verpakkingen op de pallet of boxpallet en de datum van fysieke inslag worden vermeld. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Het opslagpand beschikt over: a. een van een geldig ijkmerk voorziene weegschaal die aan de volgende voorwaarden voldoet: – voor boter een gewichtsaanduiding tot op de tien gram nauwkeurig waarop een doos met een inhoud van 25 kilogram gewogen kan worden; – voor kaas een gewichtsaanduiding tot op de tien gram nauwkeurig waarop een eenheid met een inhoud van 25 kilogram gewogen kan worden; – voor mageremelkpoeder een gewichtsaanduiding tot op de tien gram nauwkeurig waarop een zak met een inhoud van 25 kilogram gewogen kan worden; – voor mageremelkpoeder in big bags een gewichtsaanduiding tot op de 200 gram nauwkeurig waarop een big bag met een maximaal gewicht van 1.500 kilogram gewogen kan worden; – artikel 19, tweede lid voor varkens-, rund-, schapen- en geitenvlees een afleeseenheid op 1 kilogram nauwkeurig waarop een opslageenheid als bedoeld in, in zijn geheel gewogen kan worden, en b. een bemonsteringsruimte. 2 Bijlage 1 De houder van het opslagpand kan de minister verzoeken om boter, kaas, mageremelkpoeder, varkens-, rund-, schapen- of geitenvlees in stellingen te mogen opslaan onder de invermelde voorwaarden die na de inslagcontrole door de minister worden verzegeld. 3 De in het tweede lid bedoelde aanvraag wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a In afwijking van artikel 1, onderdeel e, is ter uitvoering van Verordening (EU) 2020/591 van de Commissie van 30 april 2020 tot opening van een tijdelijke buitengewone steunregeling voor de particuliere opslag van bepaalde soorten kaas en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag, deze regeling mede van toepassing op particuliere opslag van kaas als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die verordening. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Boter, mageremelkpoeder en kaas komen voor particuliere opslag in aanmerking indien alle partijen, waarvoor het contract is gesloten, in hetzelfde bedrijf zijn geproduceerd. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Verordening 2016/1238 Wanneer boter respectievelijk mageremelkpoeder, geproduceerd in een andere lidstaat, voor particuliere opslag wordt aangeboden, verstrekt de aanbieder aan de minister adequate bewijsstukken als bedoeld in bijlage VI, deel IV respectievelijk deel VI, vanom de oorsprong aan te tonen. 2 Verordening 2016/1238 Wanneer boter respectievelijk mageremelkpoeder, geproduceerd in Nederland, voor particuliere opslag in een andere lidstaat wordt aangeboden, verleent de minister op aanvraag bijstand om de oorsprong te bewijzen als bedoeld in bijlage VI, deel IV respectievelijk deel VI, van. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a Verordening 2016/1238 Steun voor particuliere opslag voor kaas waarvoor in het productdossier als bedoeld in bijlage VI, onderdeel V, vangeen rijpingsperiode is opgenomen, wordt verleend indien de rijpingsperiode minimaal 28 dagen is. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De inslag vindt onder toezicht van de NVWA plaats op werkdagen tussen 07.00 uur en 18.00 uur. 2 Op verzoek van de contractant kan de minister in uitzonderlijke situaties besluiten dat van het eerste lid mag worden afgeweken. De contractant voert hiertoe al het nodige aan waaruit de bijzonderheid van de situatie blijkt. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Iedere voor de particuliere opslag aangeboden partij rundvlees gaat vergezeld van een door of namens de contractant opgesteld overzicht met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel. 2 Ingeval de voor particuliere opslag aangeboden partij rundvlees betrekking heeft op buitenlandse runderen, beschikt de contractant over een overzicht uit de slachthuisadministratie waarop is vermeld: – de naam, het adres en het EU-nummer van het slachthuis; – de slachtnummers en de bijbehorende identificatienummers; – de slachtdatum; – de naam en de handtekening van de vertegenwoordiger van het slachthuis. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Op iedere invrieseenheid van varkens-, rund-, schapen- en geitenvlees wordt een label aangebracht waarop in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld: a. de naam van de contractant; b. het contractnummer; c. de benaming van het product; d. het partijnummer; e. het nettogewicht van het product; f. het brutogewicht van het product, en g. de tarra van de productverpakking. 2 Op iedere opslageenheid van varkens-, rund-, schapen- en geitenvlees wordt een label aangebracht waarop in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld: a. het contractnummer; b. de benaming van het product; c. de tarra van de opslageenheid; d. het nummer van de opslageenheid, en e. het partijnummer of de partijnummers en per partijnummer: – de inslagdatum; – in voorkomend geval, het aantal dozen; – het nettogewicht van het product per opslageenheid, en – de tarra van de productverpakking. 3 Indien op enig moment gebruik wordt gemaakt van dozen voor de verpakking van varkens-, schapen- of geitenvlees, dan worden op iedere doos op een etiket in ieder geval de volgende gegevens vermeld: a. het contractnummer; b. de benaming van het product; c. het partijnummer; d. de tarra, en e. het nettogewicht. 4 Indien op enig moment gebruik wordt gemaakt van dozen voor de verpakking van rundvlees, dan worden op iedere doos naast de in het derde lid bedoelde gegevens tevens vermeld: a. het erkenningsnummer van de uitsnijderij; b. het aantal delen per doos, en c. het volgnummer. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bijlage 2 Varkens-, rund-, schapen- of geitenvlees kan onder de invermelde voorwaarden op een andere plaats worden ingevroren dan waar het wordt opgeslagen. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Indien in het kader van de particuliere opslag van rundvlees uitbening of versnijding plaatsvindt, worden de volgende voorschriften in acht genomen: a. Verordening (EG) Nr. 853/2004 het uitbenen, versnijden en verpakken van het rundvlees vindt plaats in een uitsnijderij die is erkend op grond vanvan het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 226); b. de uitsnijderij beschikt over een weegschaal met een afdrukeenheid en afleeseenheid van ten hoogste 100 gram ten behoeve van de afzonderlijke weging van voorvoeten en achtervoeten en dozen met uitgebeend rundvlees; c. per uit te benen of te versnijden partij rundvlees worden door de uitsnijderij dagelijks bijgewerkte paklijsten opgemaakt volgens een door de minister ter beschikking gesteld middel; d. de werkzaamheden van het uitbenen en verpakken vinden plaats op werkdagen tussen 07.00 uur en 17.00 uur; e. de ruimte waar wordt uitgebeend en uitgesneden is afsluitbaar; f. het bedrijf waar de uitsnijderij zich bevindt, beschikt over een deugdelijke kantoorruimte voor de ambtenaar van de NVWA; g. tijdens het uitbenen en verpakken van het betrokken vlees mag in de uitsnijruimte waar wordt uitgebeend geen ander rundvlees aanwezig zijn dan het rundvlees waarop deze regeling van toepassing is. 2 Het vrieshuis legt in zijn administratie het gewicht van de van de uitsnijderij afkomstige uitgebeende of versneden producten rundvlees vast zoals die in de controlelijst/verzendlijst door de NVWA in de uitsnijderij zijn opgenomen. 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 2020 27266 19-05-2020 18-05-2020 WJZ/20133000 20-05-2020 07-05-2020
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Er is een Commissie officiële Nederlandse zuivelnoteringen 2 Deze commissie heeft tot taak éénmaal per week en voorts zo dikwijls als haar voorzitter zulks in verband met de marktontwikkeling nodig oordeelt, van de prijzen, waartegen melk- en zuivelproducten bij levering af fabriek worden verhandeld, een notering op te stellen en deze bekend te doen maken. 3 De voorzitter van de commissie draagt er zorg voor dat de in het tweede lid bedoelde bekendmaking onverwijld plaatsvindt. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De commissie bestaat uit ten hoogste 12 leden, die door de minister worden benoemd voor een tijdsduur van 2 jaren. Zij zijn terstond weer benoembaar. 2 De minister wijst uit de leden een voorzitter aan die geen belanghebbende is bij de voortbrenging van of de handel in melk en zuivelproducten. 3 De minister voegt een secretaris aan deze commissie toe. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De leden en de secretaris van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van de zaken en bedrijfsgeheimen, die hun als zodanig ter kennis zijn gekomen, en van alle aangelegenheden, waarvan zij het vertrouwelijk karakter moeten begrijpen. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 28 Ter vaststelling van de notering van de ingenoemde producten baseert de commissie zich zoveel mogelijk op de prijzen die op de dag van de notering voor de desbetreffende Nederlandse producten gangbaar zijn en zij houdt tevens rekening met de voor de komende week in redelijkheid te verwachten ontwikkeling. Ingeval voor een bepaald product van Nederlandse origine voor langere tijd niet of nauwelijks een gangbare prijs voorhanden is, kan een product van E.U.-origine worden genoteerd. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De voorzitter vraagt de commissie naar haar mening omtrent de prijzen van de producten en de te verwachten ontwikkeling. 2 Vervolgens worden in overleg de noteringen opgesteld. 3 Voor zover in overleg omtrent de noteringen geen overeenstemming kan worden bereikt, worden deze bij meerderheid van stemmen vastgesteld, waarbij ieder lid van de commissie gerechtigd is één stem uit te brengen. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De noteringen worden schriftelijk vastgesteld en onmiddellijk daarna bekend gemaakt. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De noteringen hebben betrekking op de prijzen van de navolgende producten, in de soort, de hoedanigheid en de verpakking, als achter elk product aangegeven: a. verse boter uit zure of zoete room, voorzien van het erkenningsnummer van de fabriek, verpakt in een karton met een inhoud van 25 kilogram; b. vol melkpoeder dat volgens het verstuivingsprocedé is bereid; c. mageremelkpoeder dat volgens het verstuivingsprocedé is bereid en voldoet aan de in de internationale handel erkende kwaliteitsstandaard Codex Alimentarius extra grade; d. mageremelkpoeder voor veevoederdoeleinden dat volgens het verstuivingsprocedé is bereid en voldoet aan de voor de kalvermelkindustrie geldende bepalingen, in bulk; e. weipoeder dat volgens het verstuivingsprocedé is bereid, van gebruikelijke handelskwaliteit, in bulk. 2 De noteringen worden uitgedrukt in euro’s per 100 kilogram netto, af fabriek, exclusief BTW. Indien de notering wordt vastgesteld voor een product van E.U.-origine dan wordt deze uitgedrukt in euro’s per 100 kilogram netto, franco, exclusief BTW. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling interventie 2017. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Regeling interventie Dewordt ingetrokken. 2 Regeling interventie Voor contracten die met de minister zijn gesloten in het kader van deen die op de dag voor inwerkingtreding van deze regeling van kracht zijn, blijft de Regeling interventie van toepassing. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 2017 20916 10-04-2017 03-04-2017 WJZ/17034490 11-04-2017
Artikel 14#
artikel 14
Artikel 20#
artikel 20
Artikel 19#
artikel 19, tweede lid