Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2016, nr. VO/1045757, betreffende subsidie voor lente- en zomerscholen in het voortgezet onderwijs in 2017 (Regeling lente- en zomerscholen vo 2017)
- BWB-id
- BWBR0038987
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2020-01-07 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038987
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-lente-en-zomerscholen-vo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-lente-en-zomerscholen-vo/2020-01-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038987&g=2020-01-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038987&z=2026-06-06&g=2020-01-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038987/2020-01-07
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-lente-en-zomerscholen-vo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: deelnemende school: elke school die deelneemt aan een lente- of zomerschool, waaronder de uitvoerende school; DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; lente- of zomerschool: door een school voor voortgezet onderwijs geboden voorziening om leerlingen, die anders zouden blijven zitten, in de voor de subsidieontvanger geldende mei- of zomervakantie in de gelegenheid te stellen om extra onderwijs te volgen, met uitsluitend als doel alsnog over te gaan naar het volgende leerjaar; mei- of zomervakantie: Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022 in decentraal vastgestelde mei- of zomervakantie in 2020, met inbegrip van de week die direct aan de centraal vastgestelde meivakantie voorafgaat en de week die direct op de centraal vastgestelde meivakantie aansluit; Minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media; school: artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 3°, van de Wet educatie en beroepsonderwijs uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in,dan wel een instelling als bedoeld in; subsidieontvanger: uitvoerende school; uitvoerende school: school die eindverantwoordelijk is voor het verzorgen of doen verzorgen van een lente- of zomerschool en die de subsidie aanvraagt en verantwoordt. 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 07-01-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Minister verstrekt voor het kalenderjaar 2020 subsidie aan uitvoerende scholen voor het door de uitvoerende school begrote aantal leerlingen dat in de mei- of zomervakantie deelneemt aan een lente- of zomerschool, met als doel het aantal zittenblijvers te verminderen. 2 De activiteiten worden aangemerkt als zijnde volledig verricht indien ten minste 85 procent van het door de school begrote aantal leerlingen aan de lente- of zomerschool heeft deelgenomen. Indien de activiteiten niet volledig zijn verricht, kan de Minister de subsidie lager vaststellen. 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 07-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 3 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Deis van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt. 2016 69142 20-12-2016 09-12-2016 VO/1045757 2016 69142 20-12-2016 09-12-2016 VO/1045757 01-01-2017
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond en verdeling#
Artikel 4 Subsidieplafond en verdeling 1 Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in 2020 een bedrag van maximaal € 8.750.000 beschikbaar. 2 Bij de beoordeling van de subsidie wordt voorrang verleend aan subsidieaanvragen van scholen die in 2019 subsidie hebben ontvangen op grond van de Regeling lente- en zomerscholen vo, zoals die luidde op 31 december 2019. Indien het subsidieplafond wordt overschreden door deze subsidieaanvragen met voorrang, vindt loting plaats binnen deze groep van subsidieaanvragen. Indien het subsidieplafond niet wordt overschreden door de subsidieaanvragen met voorrang, worden ook de subsidieaanvragen zonder voorrang in behandeling genomen. Indien het subsidieplafond vervolgens wordt overschreden door de subsidieaanvragen zonder voorrang, vindt loting plaats binnen deze groep van subsidieaanvragen. 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 07-01-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieaanvraag#
Artikel 5 Subsidieaanvraag 1 De uitvoerende school dient uiterlijk op 6 maart 2020 een door alle deelnemende scholen ondertekende subsidieaanvraag in bij DUS-I met gebruikmaking van het daarvoor bestemde formulier, dat een prognosetool bevat en beschikbaar is via de website van DUS-I. 2 De uitvoerende school dient met behulp van de in het vorige lid genoemde prognosetool de aanvraag in op basis van een reële begroting van het aantal leerlingen dat zal deelnemen aan de lente- of zomerschool. 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 07-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidiebedrag#
Artikel 6 Subsidiebedrag 1 Het subsidiebedrag wordt per subsidieontvanger berekend door het begrote aantal leerlingen dat in 2020 aan de lente- of zomerschool deelneemt, met € 450 te vermenigvuldigen. 2 Het subsidiebedrag per subsidieontvanger op Bonaire, Sint-Eustatius of Saba wordt berekend door het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, om te rekenen in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers. 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 07-01-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieverstrekking en betaling#
Artikel 7 Subsidieverstrekking en betaling 1 De subsidie wordt uiterlijk op 10 april 2020 direct vastgesteld. De minister betaalt het subsidiebedrag uiterlijk in juli 2020 in één keer. 2 In afwijking van het eerste lid, wordt de subsidie, indien de aanvraag mede betrekking heeft op een lenteschool en uiterlijk op 1 maart 2020 is ingediend, uiterlijk op 3 april 2020 vastgesteld en verstrekt. 3 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 4 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES Voor zover het subsidie tot € 25.000 betreft, geschiedt de verantwoording overeenkomstig deofin de jaarverslaggeving, en toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. 5 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES Voor zover het subsidie van € 25.000 of meer betreft, geschiedt de verantwoording overeenkomstig deofin de jaarverslaggeving met model G1. 6 De uitvoerende school maakt er bij de minister melding van, indien het aantal daadwerkelijk aan een lente- of zomerschool deelnemende leerlingen minder is dan 85 procent van het geprognosticeerde aantal leerlingen. In dat geval stelt de minister de subsidie lager vast. 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 07-01-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 8 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2019. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022. 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 2020 1055 06-01-2020 12-12-2019 VO/131553 07-01-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Citeertitel#
Artikel 9 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling lente- en zomerscholen vo. 2018 47657 24-08-2018 15-08-2018 VO/1336454 2018 47657 24-08-2018 15-08-2018 VO/1336454 25-08-2018 01-08-2018