Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 15 maart 2017, MinBuZa 2017.68222, houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2017)
- BWB-id
- BWBR0039367
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- 2020-01-01 t/m 2020-12-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039367
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-mandaat-volmacht-en-machtiging-bz-2017
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-mandaat-volmacht-en-machtiging-bz-2017/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039367&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039367&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039367/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-mandaat-volmacht-en-machtiging-bz-2017
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. bewindspersoon: de minister van Buitenlandse Zaken en in voorkomend geval de minister zonder portefeuille of de staatssecretaris die belast is met de behartiging van een of meer tot het werkgebied van het ministerie behorende beleidsterreinen; b. mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen; c. volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon de Staat te vertegenwoordigen bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen; d. machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn; e. directeuren-generaal: – de directeur-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB), – de directeur-generaal Europese Samenwerking (DGES), – de directeur-generaal Internationale Samenwerking (DGIS), – de directeur-generaal Politieke Zaken (DGPZ), – andere bij het ministerie van Buitenlandse Zaken (tijdelijk) benoemde project-directeuren-generaal; f. directeuren: – de directeuren, hoofddirecteuren en projectdirecteuren, – de ambassadeurs in algemene dienst en de ambassadeurs in algemene dienst met bijzondere taken; g. hoofden: de hoofden van afdelingen van directies; h. chefs de poste: artikel 7 van het RDBZ de hoofden van vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, bedoeld in; i. RDBZ: Reglement Dienst Buitenlandse Zaken het. 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 24-03-2017 01-10-2015 Artikel 12 van Stcrt. 2017/16339 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2 Algemeen mandaat, volmacht en machtiging secretaris-generaal#
Artikel 2 Algemeen mandaat, volmacht en machtiging secretaris-generaal Aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor al hetgeen het ministerie van Buitenlandse Zaken betreft. 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 24-03-2017 01-10-2015 Artikel 12 van Stcrt. 2017/16339 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3 Algemeen mandaat (plv) directeuren-generaal, (plv) directeuren, (plv) chefs de poste, hoofden van de regionale service organisaties en hoofd van de consulaire service organisatie#
Artikel 3 Algemeen mandaat (plv) directeuren-generaal, (plv) directeuren, (plv) chefs de poste, hoofden van de regionale service organisaties en hoofd van de consulaire service organisatie 1 De secretaris-generaal verleent aan de directeuren-generaal, de plaatsvervangend directeuren-generaal, de directeuren, de plaatsvervangend directeuren, de chefs de poste, de plaatsvervangend chefs de poste, de hoofden van de regionale service organisaties en het hoofd van de consulaire service organisatie mandaat voor het nemen van besluiten inzake aangelegenheden die verband houden met de taken, de verantwoordelijkheden en het werkterrein van de desbetreffende functionarissen. 2 Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval: a. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met betrekking tot subsidies; b. de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid. 3 Voor zover het gaat om het vaststellen van beleidsregels, wordt het mandaat, bedoeld in het eerste lid, slechts verleend aan de directeuren-generaal en de plaatsvervangend directeuren-generaal. 4 De directeuren-generaal, de directeuren, de chefs de poste, de hoofden van de regionale service organisaties en het hoofd van de consulaire service organisatie kunnen ondermandaat verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen. Dit ondermandaat geschiedt schriftelijk. 5 Van ondermandaten als bedoeld in het vierde lid wordt een afschrift gezonden naar de directie Juridische Zaken, afdeling Nederlands recht. 2018 213 05-01-2018 21-12-2017 MinBuZa.2017.1318632 2018 213 05-01-2018 21-12-2017 MinBuZa.2017.1318632 06-01-2018
Artikel 4 — Artikel 4 Algemene volmacht en machtiging directeuren-generaal, directeuren, chefs de poste, hoofden van de regionale service organisaties en hoofd van de consulaire service organisatie#
Artikel 4 Algemene volmacht en machtiging directeuren-generaal, directeuren, chefs de poste, hoofden van de regionale service organisaties en hoofd van de consulaire service organisatie 1 De secretaris-generaal verleent aan de directeuren-generaal, de directeuren, de chefs de poste, de hoofden van de regionale service organisaties en het hoofd van de consulaire service organisatie, volmacht en machtiging tot het verrichten van rechtshandelingen, respectievelijk tot het verrichten van handelingen die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, op het aan de desbetreffende functionarissen toegewezen werkterrein en conform hun goedgekeurde jaarplan en budget. 2 artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht De machtiging, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de behandeling van klachten als bedoeld inover gedragingen van onder hen ressorterende medewerkers. 3 De functionarissen, genoemd in het eerste lid, leggen in de competentietabel die onderdeel uitmaakt van de administratieve organisatie, vast welke functionarissen bevoegd zijn tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en tot welk bedrag, alsmede welke functionarissen bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2018 213 05-01-2018 21-12-2017 MinBuZa.2017.1318632 2018 213 05-01-2018 21-12-2017 MinBuZa.2017.1318632 06-01-2018
Artikel 5 — Artikel 5 Absolute uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging#
Artikel 5 Absolute uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging 1 Mandaat, volmacht en machtiging hebben geen betrekking op: a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet; b. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet; c. het afdoen van stukken bestemd voor: 1°. de Koning of het Kabinet van de Koning; 2°. de raad van ministers, de raad van ministers van het Koninkrijk, of een daaruit gevormde onderraad of commissie; 3°. de Voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit één van die kamers gevormde commissie; 4°. een minister of een staatssecretaris; 5°. de Raad van State of de Raad van State van het Koninkrijk; 6°. het Presidium van de Algemene Rekenkamer; 7°. de Nationale ombudsman; 8°. Kaderwet adviescolleges een adviescollege in de zin van de; 9°. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of een staatssecretaris. 2 Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval: a. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van een bewindspersoon; b. het vaststellen van ministeriële regelingen, met uitzondering van regels met een sterk technisch karakter betreffende personele aangelegenheden; c. delegatie van bevoegdheden; d. de beslissing op het bezwaar tegen een besluit dat door of namens een bewindspersoon door de secretaris-generaal is genomen. 3 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kunnen stukken van louter informatieve aard of van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang, stukken die worden gewisseld in het kader van juridische procedures, dan wel in het kader van onderzoeken van de Nationale ombudsman, worden afgedaan door de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal. 4 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan in bijzondere gevallen aan de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal mandaat, volmacht of machtiging worden verleend voor bepaalde aangelegenheden. 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 24-03-2017 01-10-2015 Artikel 12 van Stcrt. 2017/16339 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6 Relatieve uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging#
Artikel 6 Relatieve uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging Handelen krachtens bij deze regeling verleend mandaat, volmacht of machtiging is niet toegestaan bij: a. het beslissen op een bezwaarschrift door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen; b. aangelegenheden waarbij de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde belanghebbende is. 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 24-03-2017 01-10-2015 Artikel 12 van Stcrt. 2017/16339 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7 Specifiek mandaat directeur Financieel-Economische Zaken#
Artikel 7 Specifiek mandaat directeur Financieel-Economische Zaken artikel 3, eerste lid Het in, aan de directeur en de plaatsvervangend directeur Financieel-Economische Zaken verleende mandaat omvat tevens: a. artikel 117 van de Ambtenarenwet het toepassen vanbetreffende verrekening met de aan een ambtenaar verschuldigde bezoldiging; b. artikel 77, vierde lid, van het RDBZ het bepalen van de muntsoort voor uitbetaling van schadeloosstelling, vergoedingen en tegemoetkomingen bij plaatsing buiten Nederland, bedoeld in; c. artikel 81, eerste, respectievelijk tweede lid, van het RDBZ het opleggen van de verplichting een tekort aan te zuiveren of schade te vergoeden aan de ambtenaar, bedoeld in. 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 24-03-2017 01-10-2015 Artikel 12 van Stcrt. 2017/16339 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8 Uitzonderingen mandaat directeuren-generaal#
Artikel 8 Uitzonderingen mandaat directeuren-generaal artikel 3, eerste lid Het in, aan de directeuren-generaal verleende mandaat heeft geen betrekking op: a. het treffen van disciplinaire maatregelen jegens functionarissen; b. artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in; c. het vaststellen van ministeriële regelingen; d. RDBZ het benoemen en ontslaan van de voorzitter en de leden van een bij of krachtens hetingestelde commissie; e. artikel 3, tweede lid, tweede volzin, van het RDBZ het nemen van besluiten die betrekking hebben op aangelegenheden die verband houden met het bepalen van de inrichting van het ministerie van Buitenlandse Zaken, bedoeld in, indien: 1°. het besluit betrekking heeft op de waardering of herwaardering van functies ingedeeld in salarisschaal 16 of hoger of van andere functies waarover de Commissie Topfuncties adviseert; 2°. het besluit voor meer dan tien ambtenaren rechtspositionele gevolgen met zich meebrengt; 3°. het besluit betrekking heeft op de sluiting van een post; 4°. het ontslagverlening betreft op eigen verzoek van een ambtenaar met toepassing van de in het van werk naar werk (VWNW)-beleid opgenomen remplaçantenregeling; 5°. het de toepassing betreft van de in het VWNW-beleid opgenomen hardheidsclausule ten aanzien van een ambtenaar over wie door de Commissie Topfuncties is geadviseerd; 6°. het de afdoening betreft van meldingen op grond van de Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie. f. RDBZ het toepassen van de volgende bepalingen van het: 1°. artikel 7, vijfde en zesde lid, van het RDBZ het voor elke consulaire post bepalen van een ressort en het bepalen van de status ervan, bedoeld in; 2°. artikel 9, vijfde lid, van het RDBZ het aanwijzen van een ambtenaar van de Dienst Buitenlandse Zaken in de hoedanigheid van Zaakgelastigde en deze indien nodig voorzien van een inleidingsbrief, bedoeld in; 3°. artikel 136, tweede lid, onderdelen b en c, van het RDBZ het machtigen van honoraire consulaire ambtenaren tot het verrichten van rechtshandelingen, bedoeld in; 4°. artikel 140, eerste lid, van het RDBZ het machtigen van een hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland tot het benoemen en ontslaan van honoraire adviseurs, bedoeld in; 5°. artikel 144, eerste lid, van het RDBZ de beslissing op een bezwaarschrift, bedoeld in; 6°. artikel 145, derde lid, van het RDBZ het vaststellen van de vergoeding van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en de leden-niet-ambtenaren van de Commissie van Bezwaar Dienst Buitenlandse Zaken, bedoeld in; 7°. artikel 145, vijfde lid, van het RDBZ het toevoegen van een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan de Commissie van Bezwaar Dienst Buitenlandse Zaken, bedoeld in. 2018 59348 24-10-2018 16-10-2018 MinBuZa.2018.1809-20 2018 59348 24-10-2018 16-10-2018 MinBuZa.2018.1809-20 25-10-2018
Artikel 9 — Artikel 9 Specifieke bevoegdheden directeur Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid, directeur Financieel-Economische Zaken, directeur 3W en hoofddirecteur Personeel en Organisatie#
Artikel 9 Specifieke bevoegdheden directeur Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid, directeur Financieel-Economische Zaken, directeur 3W en hoofddirecteur Personeel en Organisatie 1 Aan de directeur Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid wordt mandaat verleend tot het nemen van alle besluiten ten aanzien van de consulaire functies en ten aanzien van functionarissen met een consulaire functie. Aan de directeur Financieel-Economische Zaken wordt mandaat verleend tot het nemen van alle besluiten ten aanzien van de financiële functies en ten aanzien van functionarissen met een financiële functie. 2 Van het mandaat, bedoeld in het eerste lid, is uitgezonderd de bevoegdheid besluiten te nemen die in dit kader toekomen aan de secretaris-generaal, de directeur 3W en aan de hoofddirecteur Personeel en Organisatie. 2018 59348 24-10-2018 16-10-2018 MinBuZa.2018.1809-20 2018 59348 24-10-2018 16-10-2018 MinBuZa.2018.1809-20 25-10-2018
Artikel 10 — Artikel 10 Regels, procedures en instructies mandaat, volmacht en machtiging#
Artikel 10 Regels, procedures en instructies mandaat, volmacht en machtiging 1 Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van: a. de ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, de Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie; c. artikel 2, tweede lid, van het Besluit Taak FEZ . 2 artikelen 10:10 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht De ondertekening van krachtens mandaat, volmacht of machtiging genomen besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen, respectievelijk andere handelingen, geschiedt op grond van deenals volgt: De Minister van Buitenlandse Zaken/in voorkomend geval een van de overige bewindspersonen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, (functie) (handtekening) (naam functionaris) 2018 213 05-01-2018 21-12-2017 MinBuZa.2017.1318632 2018 213 05-01-2018 21-12-2017 MinBuZa.2017.1318632 06-01-2018
Artikel 11 — Artikel 11 Intrekking#
Artikel 11 Intrekking Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2004 Dewordt ingetrokken. 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 24-03-2017 01-10-2015 Artikel 12 van Stcrt. 2017/16339 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12 Overgangsrecht#
Artikel 12 Overgangsrecht Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2004 Ondermandaatbesluiten, volmachten en competentietabellen die zijn vastgesteld op grond van degelden als besluiten inzake mandaat, volmacht en machtiging op grond van deze regeling. 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 24-03-2017 01-10-2015 Artikel 12 van Stcrt. 2017/16339 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2015. 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 24-03-2017 01-10-2015 Artikel 12 van Stcrt. 2017/16339 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2017. 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 2017 16339 24-03-2017 15-03-2017 MinBuZa2017.68222 24-03-2017 01-10-2015 Artikel 12 van Stcrt. 2017/16339 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.