Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 29 maart 2017, nr. 2045955 houdende regels voor de verstrekking van zaaksinformatie aan slachtoffers
- BWB-id
- BWBR0039404
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039404
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-verstrekken-zaaksinformatie-aan-slachtoffers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-verstrekken-zaaksinformatie-aan-slachtoffers/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039404&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039404&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039404/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/regeling-verstrekken-zaaksinformatie-aan-slachtoffers
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de wet: Wetboek van Strafvordering het. b. slachtoffer: artikel 51a, eerste lid, onder a en c, van de wet de personen als bedoeld in. c. minister: Minister van Justitie en Veiligheid; d. de opsporingsambtenaar: artikel 141 van de wet een ambtenaar als bedoeld in. 2025 20726 19-06-2025 10-06-2025 6438011 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XLVII, onderdeel
C, van de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie
2025 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 51ac, eerste lid, onder a tot en met k en het vierde en vijfde lid, van de wet Het slachtoffer kan gedurende het strafproces op elk moment bij de opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in. 2 artikel 51ac, eerste lid, onder a tot en met k, en het vierde en vijfde lid, van de wet Naast de informatie als bedoeld inkan het slachtoffer de opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, gedurende het strafproces verzoeken om andere informatie te ontvangen over de aanvang en voortgang van de zaak, naar aanleiding van een tegen het slachtoffer gepleegd strafbaar feit. 3 artikel 51ac, eerste lid, onder a van de wet Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, doet de ambtenaar of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, binnen 14 dagen vanaf het moment dat de informatie als bedoeld inbekend is, schriftelijk mededeling hiervan. 4 artikel 51ac, b tot en met f, en h, van de wet Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, doet de officier van justitie binnen 14 dagen vanaf het moment dat de informatie als bedoeld inbekend is, schriftelijk mededeling hiervan. 5 artikel 51ac, eerste lid, onder d, van de wet Wanneer het slachtoffer mededeling wordt gedaan van de informatie als bedoeld in, wordt, in het geval de zaak wordt overgedragen aan een ander onderdeel van het Openbaar Ministerie of buitenlandse autoriteiten, het slachtoffer hierover onverwijld schriftelijk geïnformeerd. 6 Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, brengt de officier van justitie het slachtoffer in geval van een onderbreking of schorsing van het onderzoek ter terechtzitting op de hoogte van de plaats en tijd van de nieuwe zitting zodra dit bekend is, indien en voor zover de wet daartoe verplicht. 2025 20726 19-06-2025 10-06-2025 6438011 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XLVII, onderdeel
C, van de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie
2025 in werking treedt.
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 51ac, eerste lid, onder g, i, j en k, van de wet Het slachtoffer kan tevens op elk moment in het strafproces en in de fase van de tenuitvoerlegging bij de minister het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in. 2 Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan doet de minister binnen 14 dagen vanaf het moment dat de informatie bij hem bekend is, schriftelijk mededeling hiervan. 3 Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, brengt de minister het slachtoffer tevens op de hoogte van: a. de toestemming van de directeur van de penitentiaire of justitiële inrichting of het hoofd van de instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden voor het voeren van een gesprek tussen de veroordeelde en een vertegenwoordiger van de media of van de weigering tot toestemming indien het slachtoffer vooraf is geraadpleegd over een verzoek tot contact met de media; b. een besluit om een veroordeelde tot levenslange gevangenisstraf al dan niet in aanmerking te laten komen voor re-integratieactiviteiten; c. de beschikking om gratie te verlenen aan een veroordeelde tot levenslange gevangenisstraf. 4 Van de informatie bedoeld in het derde lid doet de minister binnen 7 dagen vanaf het moment dat de informatie bekend is schriftelijk mededeling hiervan. 5 Wanneer de tenuitvoerlegging van de detentie wordt overgedragen aan buitenlandse autoriteiten wordt het slachtoffer hierover schriftelijk geïnformeerd. 6 artikel 51ac, eerste lid, onder g, van de wet Wanneer het slachtoffer mededeling wordt gedaan van de informatie als bedoeld in, en het slachtoffer zich tevens heeft gevoegd als benadeelde partij informeert de minister het slachtoffer schriftelijk over de beslissing die bij einduitspraak op de vordering tot schadevergoeding is genomen. Tevens informeert de minister het slachtoffer schriftelijk over de gevolgen van deze beslissing. 2025 20726 19-06-2025 10-06-2025 6438011 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XLVII, onderdeel
C, van de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie
2025 in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 51ac, vierde lid, van de wet Het slachtoffer kan op elk moment in het strafproces en in de fase van de tenuitvoerlegging bij de minister het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in. 2 Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, stelt de minister het slachtoffer: – mondeling in kennis van invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde binnen 7 dagen na de uitspraak, of nadien zodra bekend is dat de verdachte of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld. Tevens stelt de minister het slachtoffer hiervan schriftelijk in kennis. – schriftelijk in kennis van invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde 7 dagen na de uitspraak, of nadien zodra bekend is dat de verdachte of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld. – schriftelijk in kennis van het eerste verlof van de verdachte of de strafonderbreking of eerste verlof van de veroordeelde, zodra bekend is wanneer het verlof of de strafonderbreking zal plaatsvinden. – mondeling in kennis van ontsnapping van de verdachte of de veroordeelde, binnen 1 uur nadat dit de minister bekend is geworden. Tevens stelt de minister de verdachte hiervan schriftelijk in kennis. 3 Het verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gedaan indien: a. de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is vervallen als gevolg van een rechterlijke uitspraak waarbij dezelfde persoon wederom ter beschikking is gesteld; b. indien de onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is vervallen als gevolg van een rechterlijke uitspraak waarbij aan dezelfde persoon wederom een onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd. 4 artikel 51ac, zesde lid, van de wet Alvorens het slachtoffer in kennis wordt gesteld van de informatie als bedoeld in het tweede lid bepaalt de minister aan de hand van de beschikbare informatie of sprake is van een aanwijsbaar risico voor de verdachte als bedoeld in. Wanneer hiervan sprake is, blijft elke mededeling als bedoeld in het tweede lid van deze bepaling achterwege. 2025 20726 19-06-2025 10-06-2025 6438011 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XLVII, onderdeel
C, van de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie
2025 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 51ac, vijfde lid, van de wet Het slachtoffer kan op elk moment in het strafproces en in de fase van de tenuitvoerlegging bij de minister het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in. 2 Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, doet de minister het slachtoffer: – artikel 51ac, vijfde lid, van de wet mondeling mededeling van de maatregelen als bedoeld inbij invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde binnen 7 dagen na de uitspraak, of nadien zodra bekend is dat de verdachte of veroordeelde in vrijheid wordt gesteld. Tevens stelt de minister het slachtoffer hiervan schriftelijk in kennis. – artikel 51ac, vijfde lid, van de wet op zijn verzoek schriftelijk mededeling van de maatregelen als bedoeld inbij invrijheidstelling van de verdachte of de veroordeelde 7 dagen of later na de uitspraak, zodra bekend is dat de verdachte of de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld. – artikel 51ac, vijfde lid, van de wet op zijn verzoek schriftelijk mededeling van de maatregelen als bedoeld inbij het eerste verlof of de eerste strafonderbreking van de veroordeelde, zodra bekend is wanneer het verlof of de strafonderbreking zal plaatsvinden. – artikel 51ac, vijfde lid, van de wet mondeling mededeling van de maatregelen als bedoeld inbij ontsnapping van de verdachte of de veroordeelde, binnen 1 uur nadat dit de minister bekend is geworden. Tevens stelt de minister de verdachte hiervan schriftelijk in kennis. 3 artikel 51ac, zesde lid, van de wet Alvorens het slachtoffer in kennis wordt gesteld van de informatie als bedoeld in het tweede lid, bepaalt de minister aan de hand van de beschikbare informatie of sprake is van een aanwijsbaar risico voor de verdachte als bedoeld in. Wanneer hiervan sprake is, blijft elke mededeling als bedoeld in het tweede lid van deze bepaling achterwege. 2025 20726 19-06-2025 10-06-2025 6438011 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XLVII, onderdeel
C, van de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie
2025 in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2 2a 3 4 De informatie als bedoeld in de,,enwordt kosteloos en in eenvoudige en toegankelijke bewoordingen aan het slachtoffer verstrekt. 2 Bij de communicatie met het slachtoffer wordt rekening gehouden met zijn persoonlijke kenmerken, waaronder de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het slachtoffer. 2025 20726 19-06-2025 10-06-2025 6438011 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XLVII, onderdeel
C, van de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie
2025 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 2 artikelen 2a 3 4 Indien een slachtoffer de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, verstrekt de opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, de informatie als bedoeld inen de minister de informatie als bedoeld in de,enin beginsel aan de wettelijk vertegenwoordigers van het slachtoffer, indien zij om deze informatie hebben verzocht. 2025 20726 19-06-2025 10-06-2025 6438011 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XLVII, onderdeel
C, van de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie
2025 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2017. 2017 18999 31-03-2017 29-03-2017 2045955 2017 18999 31-03-2017 29-03-2017 2045955 01-04-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verstrekken zaaksinformatie aan slachtoffers. 2017 18999 31-03-2017 29-03-2017 2045955 2017 18999 31-03-2017 29-03-2017 2045955 01-04-2017