Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 maart 2017, nr. 1074316, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan leraren met onderwijsbevoegdheid om substantiële scholing te bevorderen (Subsidieregeling lerarenbeurs)
- BWB-id
- BWBR0039319
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039319
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/subsidieregeling-lerarenbeurs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/subsidieregeling-lerarenbeurs/2026-01-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039319&g=2026-01-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039319&z=2026-06-06&g=2026-01-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039319/2026-01-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/subsidieregeling-lerarenbeurs
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: – ambulant begeleider: artikel 7.2.2., eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs degene die op of na 1 mei 2012 tewerkgesteld was onderscheidenlijk is in het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs of bij een regionaal expertisecentrum en daarbij ondersteuning bood onderscheidenlijk biedt op een basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor voortgezet onderwijs, of een opleiding genoemd in, bij het begeleiden van leerlingen met fysieke, sociaal-emotionele, cognitieve en/of motorische beperkingen in de vorm van ambulante begeleiding, ofwel op basis van een indicatie in de vorm van leerlinggebonden financiering, ofwel in het kader van preventie of terugplaatsing; – bacheloropleiding: artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek opleiding als bedoeld inof een opleiding buiten Nederland maar binnen de Europese Unie of het Koninkrijk der Nederlanden, die vergelijkbaar is met een dergelijke opleiding wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen; – basisonderwijs: artikel 2 van de Wet op het primair onderwijs artikel 2 van de Wet primair onderwijs BES basisonderwijs als bedoeld inen; – beroepsonderwijs en educatie: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES beroepsonderwijs en educatie als bedoeld in, en. – bevoegd gezag: artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 1.1.1., onderdeel w, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES artikel 1.1.1, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bevoegd gezag als bedoeld in,,,,,, of instellingsbestuur bedoeld in; – deficiëntieopleiding: opleiding van tussen de dertig en zestig studiepunten die is vormgegeven als bacheloropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs maar die niet leidt tot de graad Bachelor binnen het wetenschappelijk onderwijs, en die is gericht op het wegwerken van deficiënties met als doel toelating tot een masteropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs; – educatie: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES educatie als bedoeld in, en. – eenheid van leeruitkomsten: onderwijseenheid waarin een samenhangend geheel van kennis, inzicht en vaardigheden is opgenomen die een student op een leerwegonafhankelijke wijze kan verwerven en waarvan de beheersing op een leerwegonafhankelijke wijze kan worden aangetoond; – hoger beroepsonderwijs: artikel 1.1 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderzoek hoger beroepsonderwijs als bedoeld in; – intern begeleider: degene met een coördinerende, begeleidende en innoverende taken met betrekking tot leerlingen in het basisonderwijs; – leraar: artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs artikel 3 van de Wet op de expertisecentra artikel XI van de Wet op de beroepen in het onderwijs artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES artikel 7.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 4.2.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 4.2.1 van de Wet educatie beroepsonderwijs BES degene die voldoet aan bevoegdheidseisen gesteld in,,of, dan wel kan worden benoemd of tewerk kan worden gesteld zonder benoeming als bedoeld in,of, of die lesgeeft in het hoger beroepsonderwijs; – masteropleiding: artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel c artikel 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek opleiding als bedoeld in, ofof een opleiding, buiten Nederland binnen de Europese Unie en het Koninkrijk der Nederlanden, die vergelijkbaar is met een opleiding, als hiervoor genoemd, wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen; – orthopedagogisch-didactisch centrum: artikel 18a, lid 10a, van de Wet op het primair onderwijs artikel 2.47, twaalfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld inen; – remedial teacher: degene die zich bezighoudt met de individuele begeleiding van de leerling die onderwijs op maat nodig heeft; – speciaal onderwijs: artikel 2 van de Wet op de expertisecentra speciaal onderwijs als bedoeld in; – voortgezet onderwijs: artikel 1.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 voortgezet onderwijs als bedoeld inen; – voortgezet speciaal onderwijs: artikel 2 van de Wet op de expertisecentra voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in; – studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar; – studiepunten: artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek studiepunten als bedoeld in; – subsidie voor studiekosten: artikel 3, eerste lid, onderdeel a subsidie, bedoeld in; – subsidie voor studieverlof: artikel 3, eerste lid, onderdeel b subsidie, bedoeld in; – zorgcoördinator: degene met een coördinerende, begeleidende en innoverende taak met betrekking tot zorgleerlingen in het voortgezet onderwijs. 2026 1949 27-01-2026 15-01-2026 PO/54616910 2026 1949 27-01-2026 15-01-2026 PO/54616910 28-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS artikelen 2.3, eerste lid 3.1 4.1 Deis van toepassing op deze regeling, met uitzondering van,en. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 3 — Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten 1 De minister kan subsidie verstrekken aan: a. de leraar voor studiekosten in verband met het volgen van een opleiding; en b. het bevoegd gezag voor kosten in verband met het verlenen van studieverlof aan de leraar. 2 De subsidie kan worden verstrekt voor bachelor-, master- en deficiëntieopleidingen. 2a In afwijking van het eerste en tweede lid kan de minister ook subsidie verstrekken voor het volgen van een opleiding in het Verenigd Koninkrijk, indien: a. voor het eerste jaar van die opleiding uiterlijk in 2020 subsidie wordt aangevraagd; of b. door de leraar voor de desbetreffende opleiding voor een tweede of derde studiejaar subsidie wordt aangevraagd en de minister de leraar reeds eerder voor de opleiding op grond van deze regeling subsidie heeft verstrekt. 3 De subsidie wordt verstrekt voor één studiejaar en voor één opleiding. 4 In afwijking van het derde lid kan subsidie worden verstrekt voor een tweede opleiding indien: a. subsidie wordt aangevraagd voor een masteropleiding en reeds subsidie is ontvangen voor een bacheloropleiding; b. subsidie wordt aangevraagd voor een masteropleiding en reeds subsidie is ontvangen voor een deficiëntieopleiding, met dien verstande dat indien reeds subsidie voor het volgen van een deficiëntieopleiding is verleend, voor een opleiding van meer dan 60 studiepunten ten hoogste twee maal subsidie wordt verleend; en c. Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017 subsidie is ontvangen op basis van dezoals deze gold vóór 1 april 2013 voor een opleiding anders dan een deficiëntie-, bachelor- of masteropleiding. 5 Voor een opleiding met een studielast van dertig tot zestig studiepunten wordt ten hoogste één maal subsidie verstrekt. 6 Voor een opleiding met een studielast van zestig studiepunten wordt ten hoogste twee maal subsidie verstrekt. Om voor de tweede subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen drie studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd. 7 Voor een opleiding met een studielast van meer dan zestig studiepunten wordt ten hoogste drie maal subsidie verstrekt. Om voor de tweede of derde subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen vijf studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd. 2020 19721 31-03-2020 30-03-2020 PO/17939832 2020 19721 31-03-2020 30-03-2020 PO/17939832 01-04-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond#
Artikel 4 Subsidieplafond 1 Voor het studiejaar 2017-2018 is een bedrag van € 106.000.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 2 Voor het studiejaar 2018–2019 is een bedrag van € 94.300.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 3 Voor het studiejaar 2019–2020 is een bedrag van € 82.060.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 4 Voor het studiejaar 2020–2021 is een bedrag van € 49.600.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 5 Voor het studiejaar 2021–2022 is een bedrag van € 47.901.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 6 Voor het studiejaar 2022–2023 is een bedrag van € 76.586.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 7 Voor het studiejaar 2023-2024 is een bedrag van € 62.717.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 8 Voor het studiejaar 2024–2025 is een bedrag van € 64.837.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 9 Voor het studiejaar 2025–2026 is een bedrag van € 65.887.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 10 Voor het studiejaar 2026–2027 is een bedrag van € 59.100.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. 11 Het subsidieplafond voor het studiejaar 2027–2028 wordt vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant. 2026 1949 27-01-2026 15-01-2026 PO/54616910 2026 1949 27-01-2026 15-01-2026 PO/54616910 28-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Begrotingsvoorwaarde#
Artikel 5 Begrotingsvoorwaarde art. 1.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de Rijksbegroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 6 — Artikel 6 Wijze van verdeling beschikbare middelen#
Artikel 6 Wijze van verdeling beschikbare middelen 1 Onverminderd het tweede lid verdeelt de minister het beschikbare bedrag per doelgroep in volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidie met dien verstande dat: a. aan aanvragers aan wie op basis van deze regeling reeds voor een eerste of tweede maal subsidie is verleend voor dezelfde opleiding, voorrang wordt verleend bij de subsidieverstrekking; b. bij subsidieverstrekking in 2021 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2020 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2020; c. artikel 26a bij de subsidieverstrekking in 2022 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers aan wie niet eerder op grond van deze regeling subsidie werd verstrekt, die een afwijzing ontvingen vanwege de overschrijding van het subsidieplafond in 2021 en vervolgens uiterlijk op 1 november 2021 hebben afgezien van een subsidie als bedoeld in; en d. bij de subsidieverstrekking in 2024 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2023 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2023. 2 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht De aanvrager krijgt krachtenstwee weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Als de aanvraag binnen twee weken voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst. 2a In afwijking van het tweede lid stelt de minister een aanvrager die in 2020 op of voor 17 juni een onvolledige aanvraag doet, in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 30 juni 2020. Als de aanvraag uiterlijk op 30 juni 2020 voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst. 3 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2017–2018 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 35.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. € 43.500.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 11.250.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 16.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 4 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2018–2019 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 27.800.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. € 39.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 11.375.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 16.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 5 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2019–2020 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 33.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. € 29.283.700 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 11.212.500 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 8.438.800 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 6 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2020–2021 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 14.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. € 23.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 6.500.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 6.100.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 7 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2021–2022 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 14.620.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. € 19.869.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 8.118.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 5.294.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 8 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2022–2023 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 22.764.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs; b. € 32.378.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 11.157.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 10.287.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 9 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2023-2024 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 18.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. € 25.200.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 9.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 10.117.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 10 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2024–2025 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 16.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. € 27.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 9.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 12.037.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 11 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2025–2026 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 16.950.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs; b. € 28.700.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 8.790.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 11.447.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 12 De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2026–2027 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt: a. € 15.251.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs; b. € 26.870.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 7.975.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 9.004.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 13 Indien een van de budgetten niet volledig wordt benut, wordt het restbedrag naar evenredigheid verdeeld over de overige doelgroepen. 2026 1949 27-01-2026 15-01-2026 PO/54616910 2026 1949 27-01-2026 15-01-2026 PO/54616910 28-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieaanvraag studiekosten#
Artikel 7 Subsidieaanvraag studiekosten 1 De subsidie voor studiekosten wordt aangevraagd door de leraar. 2 op De aanvraag geschiedt door invulling en inlevering of elektronische verzending van daartoe bestemde door de minister te verstrekken formulierende website van de Dienst Uitvoering Onderwijs. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidieaanvraag studieverlof#
Artikel 8 Subsidieaanvraag studieverlof 1 De subsidie voor studieverlof wordt door de leraar aangevraagd voor het bevoegd gezag. 2 op De aanvraag geschiedt door invulling en inlevering of elektronische verzending van daartoe bestemde door de minister te verstrekken formulierende website van de Dienst Uitvoering Onderwijs. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 9 — Artikel 9 Termijn indiening aanvraag#
Artikel 9 Termijn indiening aanvraag Subsidieaanvragen kunnen jaarlijks worden ingediend vanaf 1 februari 18:00 uur tot en met 15 maart 23:59 uur, voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2024 35311 31-10-2024 22-10-2024 PO/48676370 2024 35311 31-10-2024 22-10-2024 PO/48676370 01-11-2024
Artikel 9a — Artikel 9a Termijn indiening wijziging#
Artikel 9a Termijn indiening wijziging Aanvragen tot wijziging van het aangevraagde subsidiebedrag en de aangevraagde studieverlofuren kunnen jaarlijks worden ingediend tot en met 15 oktober van het studiejaar waarvoor subsidie is aangevraagd. 2020 19721 31-03-2020 30-03-2020 PO/17939832 2020 19721 31-03-2020 30-03-2020 PO/17939832 01-04-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Weigeringsgrond#
Artikel 10 Weigeringsgrond artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdweigert de minister subsidieverlening aan een leraar, indien deze van de minister een financiële bijdrage ontvangt voor het volgen van de opleiding. 2024 10786 28-03-2024 22-03-2024 PO/35154837 2024 10786 28-03-2024 22-03-2024 PO/35154837 29-03-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Beslistermijn#
Artikel 11 Beslistermijn artikel 9 De minister besluit binnen dertien weken na het sluiten van de aanvraagtermijn, bedoeld in. 2024 35311 31-10-2024 22-10-2024 PO/48676370 2024 35311 31-10-2024 22-10-2024 PO/48676370 01-11-2024
Artikel 12 — Artikel 12 Betaling#
Artikel 12 Betaling Het subsidiebedrag wordt voordat de opleiding waar de subsidie betrekking op heeft aanvangt, aan de subsidieontvanger uitbetaald. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 13 — Artikel 13 Terugvordering#
Artikel 13 Terugvordering 1 De minister kan de subsidie voor studiekosten terugvorderen indien de leraar in de subsidieperiode minder dan vijftien studiepunten behaalt. 2 De minister kan de subsidie voor studieverlof terugvorderen indien: a. de leraar binnen twee maanden na het verstrekken van de subsidie de aanvraag voor studieverlof of de aanvraag voor studiekosten intrekt; of b. het bevoegd gezag geen studieverlof heeft verleend. 3 De minister kan op aanvraag van de leraar een betalingsregeling treffen voor het terugbetalen van de subsidie voor studiekosten die voorziet in betaling van het totale bedrag binnen 24 maanden. Het minimumbedrag dat maandelijks wordt afgelost, bedraagt € 100. 4 In afwijking van het eerste lid kan de minister een subsidie voor studiekosten die voor het studiejaar 2019–2020 of 2020–2021 is verstrekt, terugvorderen indien de leraar in het desbetreffende studiejaar minder dan vijf studiepunten behaalt. 5 De Minister kan de subsidie voor studiekosten terugvorderen indien de leraar in de subsidieperiode tevens een financiële bijdrage van de Minister ontvangt voor het volgen van de opleiding. 2024 10786 28-03-2024 22-03-2024 PO/35154837 2024 10786 28-03-2024 22-03-2024 PO/35154837 29-03-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Subsidiecriteria#
Artikel 14 Subsidiecriteria 1 De subsidie voor studiekosten wordt uitsluitend verstrekt aan de leraar die: a. Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bij aanvang van het studiejaar waarvoor de subsidie bestemd is op grond van dede graad Bachelor mag voeren; b. op het moment van de subsidieaanvraag of in de twaalf kalendermaanden daaraan voorafgaand werkt of heeft gewerkt bij een of meer bekostigde onderwijsinstellingen dan wel in een of meer orthopedagogisch-didactische centra; en c. voor minimaal twintig procent van zijn werktijd is of was belast met lesgebonden taken en pedagogisch-didactisch verantwoordelijk is of was voor het onderwijs, voor zover de leraar niet is of was benoemd als: 1. ambulant begeleider; 2. zorgcoördinator; 3. intern begeleider; of 4. remedial teacher. 2 Het criterium genoemd in het eerste lid, onder b, wordt bij elke aanvraag aangetoond met een door het bevoegd gezag ondertekende werkgeversverklaring voorzien van een stempel van het bevoegd gezag. 2020 19721 31-03-2020 30-03-2020 PO/17939832 2020 19721 31-03-2020 30-03-2020 PO/17939832 01-04-2020
Artikel 15 — Artikel 15 Berekening subsidiebedrag#
Artikel 15 Berekening subsidiebedrag De subsidie voor studiekosten bedraagt de som van een vergoeding voor: a. de kosten van collegegeld tot een maximum van € 7000; b. de kosten van studiemiddelen van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; c. reiskosten van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350. 2022 8885 31-03-2022 29-03-2022 PO/31066031 2022 8885 31-03-2022 29-03-2022 PO/31066031 01-04-2022
Artikel 16 — Artikel 16 Terugvordering collegegeld#
Artikel 16 Terugvordering collegegeld artikel 13 Als het daadwerkelijk betaalde bedrag aan collegegeld lager is dan de verstrekte subsidie voor de kosten van collegegeld, kan de minister de subsidie voor de kosten van collegegeld, en naar rato de subsidie voor de kosten van studiemiddelen en reiskosten, terugvorderen, onverminderd. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 17 — Artikel 17 Subsidieverplichting#
Artikel 17 Subsidieverplichting 1 De leraar behaalt per studiejaar ten minste vijftien studiepunten. 2 In afwijking van het eerste lid behaalt de leraar in het studiejaar 2019–2020 of 2020–2021 ten minste vijf studiepunten. 2021 12189 10-03-2021 05-03-2021 PO/26949090 2021 12189 10-03-2021 05-03-2021 PO/26949090 11-03-2021
Artikel 18 — Artikel 18 Vaststelling#
Artikel 18 Vaststelling De subsidie voor studiekosten wordt ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na afloop van het studiejaar waarvoor de subsidie is verleend. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 19 — Artikel 19 Steekproef#
Artikel 19 Steekproef 1 Op verzoek van de Minister toont de leraar aan dat hij voldoet aan de subsidiecriteria en de subsidieverplichtingen door het overleggen van: a. een document waaruit blijkt dat hij collegegeld heeft betaald; en b. een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij ten minste vijftien studiepunten heeft behaald, dan wel een verklaring van een opleiding die werkt met eenheden van leeruitkomsten waaruit blijkt dat eenheden van leeruitkomsten zijn behaald ter waarde van in totaal ten minste vijftien studiepunten. 2 Ten aanzien van de subsidies die voor het studiejaar 2019–2020 of 2020–2021 zijn verstrekt toont de leraar, in afwijking van het eerste lid, op verzoek van de minister aan dat hij voldoet aan de subsidiecriteria en de subsidieverplichtingen door het overleggen van: a. een document waaruit blijkt dat hij collegegeld heeft betaald; en b. een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij ten minste vijf studiepunten heeft behaald, dan wel een verklaring waarin staat dat leeruitkomsten zijn behaald bij een onderwijsinstelling die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten ter waarde van in totaal ten minste vijf studiepunten. 2024 35311 31-10-2024 22-10-2024 PO/48676370 2024 35311 31-10-2024 22-10-2024 PO/48676370 01-11-2024
Artikel 20 — Artikel 20 Subsidiecriteria#
Artikel 20 Subsidiecriteria De subsidie voor studieverlof wordt slechts verstrekt aan het bevoegd gezag voor zover: a. de leraar in dienst is bij het bevoegd gezag; en b. aan deze leraar subsidie voor studiekosten is verleend tenzij voor een opleiding geen collegegeld verschuldigd is. 2018 28922 28-05-2018 17-05-2018 1227984 2018 28922 28-05-2018 17-05-2018 1227984 29-05-2018 01-04-2018 De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
Artikel 21 — Artikel 21 Aantal studieverlofuren#
Artikel 21 Aantal studieverlofuren Voor subsidiëring komt per jaar voor een voltijdsbenoeming, of voor een deeltijdsbenoeming een evenredig deel, ten hoogste het volgende aantal studieverlofuren in aanmerking: a. voor een bacheloropleiding: 160 uur; en b. voor een masteropleiding voor een subsidieontvanger in de sector: 1. basisonderwijs: 320 uur; 2. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: 320 uur; 3. voortgezet onderwijs: 240 uur; 4. beroepsonderwijs en educatie: 240 uur; en 5. hoger beroepsonderwijs: 320 uur. 2019 65884 04-12-2019 21-11-2019 16664537 2019 65884 04-12-2019 21-11-2019 16664537 01-01-2020
Artikel 22 — Artikel 22 Subsidiebedragen#
Artikel 22 Subsidiebedragen De subsidiebedragen voor een studieverlofuur bedragen, voor een subsidieontvanger in de sector: a. basisonderwijs: € 42,62; b. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: € 44,64; c. voortgezet onderwijs: € 48,33; d. beroepsonderwijs en educatie: € 49,69; en e. hoger beroepsonderwijs: € 54,12. 2026 1949 27-01-2026 15-01-2026 PO/54616910 2026 1949 27-01-2026 15-01-2026 PO/54616910 28-01-2026
Artikel 23 — Artikel 23 Subsidieverplichting#
Artikel 23 Subsidieverplichting 1 Het bevoegd gezag verleent studieverlof aan de leraar. 2 Uit de administratie van het bevoegd gezag blijkt dat het studieverlof daadwerkelijk is verleend. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 24 — Artikel 24 Vaststelling en niet-bestede middelen#
Artikel 24 Vaststelling en niet-bestede middelen 1 De subsidie voor studieverlof wordt direct vastgesteld. 2 Indien voldaan is aan de subsidieverplichting kan de subsidie voor studieverlof worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 24a — Artikel 24a Overdracht restant subsidie voor studieverlof#
Artikel 24a Overdracht restant subsidie voor studieverlof 1 Indien de leraar aan wie het bevoegd gezag het studieverlof verleent, zijn dienstverband beëindigt en in dienst treedt bij een ander bevoegd gezag, kan het bevoegd gezag dat de subsidie heeft ontvangen het eventuele restant van de subsidie aanwenden om de leraar in staat te stellen het studieverlof voort te zetten bij het andere bevoegd gezag. 2 Het oorspronkelijke bevoegd gezag blijft als subsidieontvanger verantwoordelijk voor het nakomen van de subsidieverplichtingen en de verantwoording. 2022 8885 31-03-2022 29-03-2022 PO/31066031 2022 8885 31-03-2022 29-03-2022 PO/31066031 01-04-2022
Artikel 25 — Artikel 25 Verantwoording#
Artikel 25 Verantwoording artikel 9.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Regeling jaarverslaggeving onderwijs Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES De verantwoording door het bevoegd bezag van de subsidie voor studieverlof geschiedt overeenkomstigin de jaarverslaggeving, bedoeld in deen, met model G, onderdeel 1, behorende bij de richtlijn RJ 660, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 26 — Artikel 26 Hardheidsclausule#
Artikel 26 Hardheidsclausule De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 26a — Artikel 26a Aanvullend subsidiebedrag studiejaar 2021–2022#
Artikel 26a Aanvullend subsidiebedrag studiejaar 2021–2022 1 artikel 4, vijfde lid In aanvulling op, is voor het studiejaar 2021–2022 een aanvullend bedrag van € 16.000.000 beschikbaar voor het verstrekken van subsidie aan aanvragers wiens aanvragen in 2021 uitsluitend zijn afgewezen wegens de dreigende overschrijding van het in dat lid bedoelde subsidieplafond. 2 Van dit bedrag is: a. € 3.886.209 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. € 6.997.046 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. € 455.631 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. € 4.661.115 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs. 3 De minister verstrekt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve. 4 artikel 11 In afwijking vanverstrekt de minister de subsidie uiterlijk op 31 augustus 2021. 2021 36203 21-07-2021 20-07-2021 PO/28682557 2021 36203 21-07-2021 20-07-2021 PO/28682557 22-07-2021
Artikel 27 — Artikel 27 Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017 Wijziging#
Artikel 27 Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017 Wijziging Wijzigt de Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-07-2017 Onderdeel 4.
Artikel 28 — Artikel 28 Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing Intrekking#
Artikel 28 Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing Intrekking Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing Dewordt ingetrokken. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017
Artikel 29 — Artikel 29 Inwerkingtreding en horizonbepaling#
Artikel 29 Inwerkingtreding en horizonbepaling 1 artikel 27, onderdeel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2017 met uitzondering van, dat in werking treedt met ingang van 1 juli 2017. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2028. 2023 9982 31-03-2023 24-03-2023 PO/35154837 2023 9982 31-03-2023 24-03-2023 PO/35154837 01-04-2023
Artikel 30 — Artikel 30 Citeertitel#
Artikel 30 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling lerarenbeurs. 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 2017 13792 14-03-2017 04-03-2017 1074316 01-04-2017