Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 augustus 2016, nr. MBO/999166, houdende subsidieverstrekking voor de verbetering van taalvaardigheid van werknemers, de aanpak van laaggeletterdheid bij volwassenen en de leesbevordering bij kinderen (Subsidieregeling Tel mee met Taal)
- BWB-id
- BWBR0038495
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2020-05-01 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038495
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/subsidieregeling-tel-mee-met-taal
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/subsidieregeling-tel-mee-met-taal/2020-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038495&g=2020-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038495&z=2026-06-06&g=2020-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038495/2020-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/subsidieregeling-tel-mee-met-taal
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: contacturen: aantal uren feitelijk contact tussen een deelnemer of een groep van deelnemers en één of meer opleiders; deelnemer: a. artikel 3 bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen voor de subsidie bedoeld in: werknemer die één of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheerst op een niveau lager dan het referentieniveau 2F zoals vastgesteld in; b. artikel 4a bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen voor de subsidie bedoeld in: ouder die één of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheerst op een niveau lager dan het referentieniveau 2F zoals vastgesteld in; dienstbetrekking: a. artikelen 610 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dienstbetrekking gebaseerd op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in deen; b. artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017 artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening arbeidsovereenkomst gebaseerd opof; c. artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zelfstandige die zich op grond vanals opdrachtnemer jegens een andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken; digitale vaardigheden: binnen de alledaagse leef-, werk- en leeromgeving herkenbare digitale toepassingen gebruiken en de meest voorkomende handelingen verrichten op de domeinen: • ICT-systemen gebruiken, • beveiliging, privacy en ergonomie, • informatie zoeken, • informatie verwerken en presenteren, • communicatie; groep van verbonden rechtspersonen: artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden als bedoeld in; inburgeringscursus: artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering geheel van activiteiten dat wordt uitgevoerd ter voorbereiding op het inburgeringsexamen, bedoeld in, of het staatsexamen Nederlands als tweede taal; kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; opleider: artikel 3a opleider, bedoeld in; opleidingstraject: traject gericht op het vergroten van één of meer taalvaardigheden, de rekenvaardigheid dan wel het vergroten van de digitale vaardigheden die een deelnemer beheerst met minimaal 30 contacturen dat door een opleider in maximaal 12 maanden wordt verzorgd en dat niet opleidt tot een door de minister erkend diploma en waarbij het traject wordt gegeven in de Nederlandse taal; ouder a. artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van devan een minderjarige; b. artikelen 280 tot en met 301 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek voogd in de zin van devan een minderjarige; c. verzorger die een minderjarige verzorgt en opvoedt zonder dat hem het gezag over die minderjarige toekomt; penvoerder: artikel 4a partij met rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een gemeente, een waterschap, een provincie of de Staat, die voor de subsidie, bedoeld in, een aanvraag indient die namens ten minste twee partijen wordt gedaan en die ten minste door die partijen wordt ondersteund, waaronder in ieder geval: 1° een gemeente; en 2° een lokale bibliotheek, een instelling die de jeugdgezondheidszorg uitvoert, een school of een voorschoolse voorziening; personeelskosten: bruto loonkosten voor het personeel van de aanvrager dat werkzaamheden verricht ten behoeve van subsidiabele activiteiten; project: opleidingstraject, taaltraject, rekentraject, traject digitale vaardigheden of andere activiteit welke: a. gericht is op het verhogen van de taalvaardigheid, rekenvaardigheid of de digitale vaardigheden van een deelnemer en voor zover van toepassing leesbevordering bij diens kind dan wel kinderen; en b. bijdraagt aan de regionale of lokale aanpak van laaggeletterdheid, lage rekenvaardigheden of digitale laaggeletterdheid; rekentraject: traject gericht op de verhoging van de rekenvaardigheden van een deelnemer, zijnde een opleidingstraject of een cursus verzorgd door of onder verantwoordelijkheid van een opleider. Het traject wordt gegeven in de Nederlandse taal; rekenvaardigheid: getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, of verbanden; taaltraject: traject gericht op de verhoging van de taalvaardigheid in de Nederlandse taal van een deelnemer, zijnde een opleidingstraject, of een cursus verzorgd door of onder de verantwoordelijkheid van een opleider; taalvaardigheid: schrijfvaardigheid, leesvaardigheid, luistervaardigheid of spreekvaardigheid in de Nederlandse taal; traject digitale vaardigheden: traject gericht op de verhoging van de digitale vaardigheden van een deelnemer, zijnde een opleidingstraject of een cursus verzorgd door of onder verantwoordelijkheid van een opleider en die niet opleidt tot een door de minister erkend diploma. Het traject wordt gegeven in de Nederlandse taal; werkgever: privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid waarbij werknemers in dienstbetrekking werkzaam zijn, niet zijnde de Staat, een provincie, een waterschap of een gemeente; werknemer: natuurlijke persoon die een dienstbetrekking heeft bij een werkgever. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing artikelen 3.1 7.6 van de kaderregeling Deze regeling geldt in aanvulling op de kaderregeling met uitzondering van deen. 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 01-10-2017
Artikel 3 — Artikel 3 Opleidingstrajecten werkgevers#
Artikel 3 Opleidingstrajecten werkgevers 1 De minister kan aan een werkgever ten behoeve van het verbeteren van taalvaardigheid, rekenvaardigheid of digitale vaardigheden van een deelnemer een subsidie verstrekken voor een opleidingstraject. 2 artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet Inburgering artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs De minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject indien geen sprake is van een cursus die opleidt tot het inburgeringsexamen bedoeld inof een onderdeel daarvan dan wel een opleiding educatie als bedoeld inof een onderdeel daarvan. 3 De minister verstrekt in de kalenderjaren 2017 en 2018 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject dat aanvangt in het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend. 4 In afwijking van het derde lid vangt het opleidingstraject waarvoor de subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018 aan vóór 15 april 2019. 5 De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en dat aanvangt vóór 1 mei 2020. 6 De minister verstrekt in het kalenderjaar 2020 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject: a. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020 en dat aanvangt vóór 1 januari 2021; of b. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 en dat aanvangt vóór 1 mei 2021. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 3a — Artikel 3a Opleider opleidingstrajecten voor werkgevers#
Artikel 3a Opleider opleidingstrajecten voor werkgevers Een opleider die een opleidingstraject verzorgt, is werkzaam voor een bedrijf of instelling of beschikt als zelfstandige over een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, is aantoonbaar geschikt voor het geven van taalonderwijs in de Nederlandse taal, wat blijkt uit: a. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een getuigschrift, afgegeven krachtens de, waaruit blijkt dat is voldaan aan: 1°. artikel 32a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens; 2°. artikel 36, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtensen waaruit blijkt dat de opleider bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen; 3°. artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtensen waaruit blijkt dat de opleider bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen; b. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, verleend ten aanzien van het onderwijs dat betrokkene zal geven; c. artikel 176b van de Wet op het primair onderwijs 118k van de Wet op het voortgezet onderwijs 4.2.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs een geschiktheidsverklaring als bedoeld in,of, waaruit de geschiktheid voor het geven van taalonderwijs blijkt; d. het als taaldocent werkzaam zijn voor een taalaanbieder die is aangesloten bij de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding of daar als zelfstandige bij zijn aangesloten; e. het als taaldocent werkzaam zijn voor een taalaanbieder die in het bezit is van het keurmerk Blik op Werk of als zelfstandige taalaanbieder in het bezit zijn van dit keurmerk; f. het als taaldocent werkzaam zijn voor een mbo-instelling; of g. het bezit van een Certificaat Competent Docent NT2, afgegeven door de Beroepsvereniging van docenten Nederlands als Tweede Taal. 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 01-10-2017
Artikel 4 — Artikel 4 Projecten samenwerkingsverbanden#
Artikel 4 Projecten samenwerkingsverbanden Vervallen 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 4a — Artikel 4a Activiteiten laagtaalvaardige ouders#
Artikel 4a Activiteiten laagtaalvaardige ouders 1 De minister kan aan een penvoerder op aanvraag een subsidie verstrekken ten behoeve van: a. een taaltraject, een rekentraject dan wel een traject digitale vaardigheden voor een deelnemer; of b. overige activiteiten gericht op een deelnemer. 2 Het traject, bedoeld in het eerste lid, onder a, vergroot de rekenvaardigheid, digitale vaardigheid of taalvaardigheid van de deelnemer en wat laatstgenoemde betreft de toepassing daarvan in de communicatie met en over zijn kind of kinderen. Dit draagt bij aan het ontwikkelen van een educatief partnerschap tussen deelnemer, school, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en stimuleert een educatief thuismilieu. 3 De overige activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, zijn gericht op: a. het verhogen van de taalvaardigheid, de rekenvaardigheid of de digitale vaardigheid van een deelnemer; b. het stimuleren van educatief partnerschap tussen deelnemer, school, kinderopvanginstellingen, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden; of c. het bevorderen van een educatief thuismilieu en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden. 4 De minister verstrekt in het kalenderjaar 2018 uitsluitend subsidie voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 30 juni 2019 zijn afgerond. 5 In afwijking van het vierde lid wordt subsidie verstrekt voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een aanvraag wordt ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018, uiterlijk 15 oktober 2019 zijn afgerond. 6 De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en die uiterlijk 31 december 2020 zijn afgerond. 6a De minister verstrekt in het kalenderjaar 2020 uitsluitend subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid: a. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020 en die uiterlijk 31 december 2021 zijn afgerond; of b. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 en die uiterlijk 30 april 2022 zijn afgerond. 6b In afwijking van lid 6a kan de minister op verzoek van de penvoerder in uitzonderlijke gevallen besluiten tot een eenmalige verlenging van de periode, waarin de activiteiten moeten zijn afgerond. Deze verlenging bedraagt ten hoogste 12 maanden. 7 Geen subsidie wordt verstrekt voor: a. activiteiten die zijn gestart voor het indienen van de aanvraag; b. artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet Inburgering een cursus die opleidt tot het inburgeringsexamen bedoeld inof een onderdeel daarvan; c. artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs een opleiding educatie als bedoeld indan wel een onderdeel daarvan; of d. activiteiten die op grond van andere actielijnen van het programma Tel mee met Taal financieel worden of zijn ondersteund. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 23765 30-04-2020 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 4b — Artikel 4b Taaltrajecten voor laagtaalvaardige ouders#
Artikel 4b Taaltrajecten voor laagtaalvaardige ouders Vervallen 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 01-06-2019
Artikel 4c — Artikel 4c Overige activiteiten in verband met laagtaalvaardige ouders#
Artikel 4c Overige activiteiten in verband met laagtaalvaardige ouders Vervallen 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 01-06-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Te subsidiëren kosten#
Artikel 5 Te subsidiëren kosten 1 artikel 3 Bij een subsidie als bedoeld inkomt een tarief van ten hoogste € 150,– per contactuur per opleidingstraject in aanmerking voor subsidie. 2 artikel 4a Bij een subsidie, bedoeld in, zijn de directe kosten voor de uitvoering van het project subsidiabel. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Omvang subsidie#
Artikel 6 Omvang subsidie 1 Een subsidie bedraagt per subsidieaanvraag ten hoogste € 125.000,–. 2 Een subsidie bedraagt ten hoogste 67 procent van de subsidiabele kosten. 3 Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid bedraagt: a. artikel 3 een subsidie als bedoeld inten hoogste € 1.500,– per opleidingstraject per deelnemer; en b. artikel 4a, eerste lid, onder a een subsidie als bedoeld in, ten hoogste € 600,– per deelnemer. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieplafonds#
Artikel 7 Subsidieplafonds 1 artikel 3 Voor subsidieverstrekking op grond vanis in het kalenderjaar 2020 in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 2.900.000,–. 2 artikel 4a, eerste lid, onder a Voor subsidieverstrekking op grond van, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 3.000.000,–. 3 artikel 4a, eerste lid, onder b Voor subsidieverstrekking op grond van, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 1.000.000,–. 4 artikel 4a, eerste lid, onder a en b Voor subsidieverstrekking op grond van, is voor de aanvragen die zijn ingediend in totaal een bedrag beschikbaar van: a. voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018: ten hoogste € 2.300.000,–; b. voor kalenderjaar 2019: ten hoogste € 3.000.000,–; c. voor kalenderjaar 2020: ten hoogste € 1.300.000,–. 5 Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, of het bedrag, bedoeld in het vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, wordt het resterende bedrag aangewend voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 7a — Artikel 7a Subsidieplafonds voor subsidie in verband met laagtaalvaardige ouders#
Artikel 7a Subsidieplafonds voor subsidie in verband met laagtaalvaardige ouders Vervallen 2018 35922 29-06-2018 20-06-2018 MBO/1373399 2018 35922 29-06-2018 20-06-2018 MBO/1373399 01-08-2018
Artikel 8 — Artikel 8 Wijze van verdeling beschikbare middelen#
Artikel 8 Wijze van verdeling beschikbare middelen Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt door middel van loting van de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen, bepaald welke subsidieaanvragen worden gehonoreerd. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 9 — Artikel 9 De subsidieaanvraag#
Artikel 9 De subsidieaanvraag 1 Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt ingediend via de website https://www.dus-i.nl/subsidies/tel-mee-met-taal. 2 artikel 3 De werkgever dient voor een subsidie op grond vaneen aanvraag in: a. voor kalenderjaar 2017: in de periode 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017; b. voor kalenderjaar 2018: i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018; c. kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019; d. voor kalenderjaar 2020: i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of ii. artikel 7, eerste lid indien het subsidieplafond bedoeld in, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020. 3 artikel 4a De penvoerder dient voor een subsidie op grond vaneen aanvraag in: a. voor kalenderjaar 2018: i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018; b. voor kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019; c. voor kalenderjaar 2020: i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of ii. artikel 7, vierde lid, onder c indien het subsidieplafond bedoeld in, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020. 4 artikel 3 artikel 4a, eerste lid Een aanvrager kan voor een subsidie op grond vanof, onder a één aanvraag indienen voor meerdere opleidingstrajecten of voor een taaltraject, een rekentraject en traject digitale vaardigheden. 5 De minister wijst aanvragen die zijn ingediend buiten de perioden, genoemd in het tweede en derde lid, af. 6 artikel 4a Per kalenderjaar, genoemd in het tweede en derde lid, wordt per aanvrager ten hoogste één aanvraag toegekend, met dien verstande dat voor een aanvraag als bedoeld inper groep van verbonden rechtspersonen per periode maximaal één subsidie op aanvraag wordt verstrekt. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Bij de aanvraag tot subsidieverlening aan werkgevers te overleggen informatie#
Artikel 10 Bij de aanvraag tot subsidieverlening aan werkgevers te overleggen informatie 1 artikel 3 Een aanvrager dient bij een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld inde volgende documenten in: a. een activiteitenplan dat tenminste bevat: i. een beschrijving van het opleidingstraject waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen blijkt, de periode waarin de opleiding wordt aangeboden, het aantal deelnemers, de groepsgrootte, de gebruikte (les)methode, de opleider en de te gebruiken toetsinstrumenten. ii. een beschrijving van de doelen van de opleiding en de wijze waarop de opleiding aansluit bij de huidige of toekomstige werkzaamheden van de deelnemers. b. artikel 3.5 van de kaderregeling een begroting die voldoet aan de eisen gesteld inen waaruit in elk geval duidelijk worden de totale kosten van de opleiding, de kosten per deelnemer, het aantal contacturen, de kosten per contactuur en het cofinancieringspercentage. 2 De aanvrager verklaart dat: a. uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau indicatie, die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het opleidingstraject is of wordt afgenomen, blijkt dat de deelnemers de Nederlandse taal, of één of meer taalvaardigheden, beheersen op een niveau lager dan referentieniveau 2F; b. de deelnemers gedurende het gehele opleidingstraject een dienstbetrekking hebben met de aanvrager; c. artikel 3a de opleider voldoet aan de ingestelde eisen; d. artikel 13 artikel 16 hij zal voldoen aan de verplichtingen zoals genoemd inen. 3 De aanvrager verstrekt zijn kvk-nummer en, indien de opleider niet werkzaam is bij de aanvrager, het kvk-nummer van de opleider. 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 01-06-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Bij de aanvraag tot subsidieverlening aan samenwerkingsverbanden te overleggen informatie#
Artikel 11 Bij de aanvraag tot subsidieverlening aan samenwerkingsverbanden te overleggen informatie Vervallen 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 11a — Artikel 11a Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor activiteiten ten behoeve van laagtaalvaardige ouders te overleggen informatie#
Artikel 11a Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor activiteiten ten behoeve van laagtaalvaardige ouders te overleggen informatie 1 artikel 4a, eerste lid, onder a Een aanvrager dient bij een aanvraag tot verlening van een subsidie op grond van, de volgende documenten in: a. een activiteitenplan waarin ten minste de volgende onderwerpen aan de orde komen: 1° een beschrijving van het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen blijkt, de periode waarin de activiteiten worden aangeboden, het aantal deelnemers, de groepsgrootte, de gebruikte lesmethode en de opleider; en 2° een beschrijving van de doelen van het taaltraject, rekentraject of het traject digitale vaardigheden en de wijze waarop dit traject bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie; en b. artikel 3.5 van de kaderregeling een begroting die voldoet aan de eisen gesteld inen waarin in elk geval duidelijk wordt de totale kosten van het traject, de kosten per deelnemer en het cofinancieringspercentage. 2 artikel 4a, eerste lid, onder b Een aanvrager dient bij een aanvraag tot verlening van een subsidie op grond van, de volgende documenten in: a. een activiteitenplan waarin ten minste de volgende onderwerpen aan de orde komen: 1° een beschrijving van de overige activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, alsmede van de wijze van uitvoering van deze activiteiten, de looptijd van de uitvoering en de verdeling van de taken tussen de betrokken organisaties; 2° een beschrijving van de behoeften waarin de overige activiteiten voorzien, de doelstellingen, resultaten of producten die met de activiteiten worden nagestreefd en de wijze waarop deze worden gemonitord of geëvalueerd; en 3° een beschrijving van de verwachte opbrengst van de overige activiteiten en de wijze waarop deze bijdragen aan de doelstelling van de subsidie; b. artikel 3.5 van de kaderregeling een begroting die voldoet aan de eisen gesteld inen waarin in elk geval het cofinancieringspercentage duidelijk wordt. 3 artikel 4a, eerste lid, onder a De aanvrager van een subsidie als bedoeld in, verklaart dat: a. uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau-indicatie die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het traject of de overige activiteiten is of wordt afgenomen, blijkt dat de deelnemers de Nederlandse taal of één of meer taalvaardigheden beheersen op een lager niveau dan referentieniveau 2F; b. artikelen 13 16 hij zal voldoen aan de verplichtingen zoals genoemd in deen; en c. artikel 3a het traject wordt verzorgd door of onder verantwoordelijkheid van een opleider die voldoet aan de ingestelde eisen; 4 artikel 4a, eerste lid, onder b artikelen 13 16 De aanvrager van een subsidie als bedoeld in, verklaart dat hij zal voldoen aan de verplichtingen zoals genoemd in deen. 5 De aanvrager verstrekt zijn Kamer van Koophandel-nummer. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 11b — Artikel 11b Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor overige activiteiten te overleggen informatie#
Artikel 11b Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor overige activiteiten te overleggen informatie Vervallen 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 01-06-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Melding andere aanvragen#
Artikel 12 Melding andere aanvragen artikel 3.6 van de kaderregeling In aanvulling opdoet de subsidieaanvrager, voor zover hij na indiening van de subsidieaanvraag voor dezelfde begrote kosten een subsidie of een andere financiële bijdrage aanvraagt bij een of meer andere bestuursorganen, daarvan terstond mededeling aan de minister. 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 01-10-2017
Artikel 13 — Artikel 13 Verplichtingen#
Artikel 13 Verplichtingen 1 hoofdstuk 5 van de kaderregeling Onverminderd de verplichtingen, genoemd in, registreert de subsidieontvanger: a. hoeveel laagtaalvaardige deelnemers en hoeveel van elk geslacht aan het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden hebben deelgenomen; b. hoeveel deelnemers Nederlands als moedertaal of Nederlands als tweede taal hebben; c. het aantal door de deelnemer gevolgde contacturen. 2 De ontvanger van een subsidie voert een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde de informatie, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeleid. 3 De ontvanger van een subsidie verleent gedurende de looptijd van het project op verzoek van de minister medewerking aan ten minste één van de landelijke Tel mee met Taal congressen om de projectuitvoering of resultaten van het project toe te lichten. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 13a — Artikel 13a Penvoerderschap#
Artikel 13a Penvoerderschap 1 Indien de subsidie wordt aangevraagd door een penvoerder, wordt deze verleend aan en verantwoord door de penvoerder. 2 Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. 3 De aanvraag bevat een door alle bij de aanvraag betrokken partijen getekende verklaring, waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt. 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 01-10-2017
Artikel 14 — Artikel 14 Andere financiële bijdragen#
Artikel 14 Andere financiële bijdragen De minister brengt subsidies of andere financiële bijdragen, verstrekt door een of meer andere bestuursorganen, voor dezelfde activiteiten in mindering bij vaststelling van een subsidie. 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 2017 53666 25-09-2017 13-09-2017 MBO/1193044 01-10-2017
Artikel 15 — Artikel 15 Vaststelling en verantwoording#
Artikel 15 Vaststelling en verantwoording 1 artikel 7.4 van de kaderregeling Voor een subsidie tot € 25.000,– isvan toepassing. 2 artikel 7.6 van de kaderregeling Voor een subsidie van € 25.000,– tot € 125.000,– isvan toepassing. 3 paragraaf 9.1 van de kaderregeling Indien de subsidieontvanger een bekostigde onderwijsinstelling is, wordtop die wijze toegepast dat voor een subsidie tot € 125.000 het niet aangewende deel van de subsidie kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Evaluatie#
Artikel 16 Evaluatie artikel 5.4 van de kaderregeling De ontvanger van subsidie bedingt bij de opleiders dat zij meewerken aan de evaluatie, bedoeld in. 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 2020 23765 30-04-2020 22-04-2020 24082742 01-05-2020
Artikel 17 — Artikel 17 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 17 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op besluiten die voor de vervaldatum zijn genomen. 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 2019 27681 20-05-2019 10-05-2019 MBO/5266101 01-06-2019
Artikel 18 — Artikel 18 Citeertitel#
Artikel 18 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Tel mee met Taal. 2016 47238 09-09-2016 30-08-2016 MBO/999166 2016 47238 09-09-2016 30-08-2016 MBO/999166 01-01-2017
Artikel 4#
artikelen 4
Artikel 11#
11
Artikel 1#
artikel 1, onder n
Artikel 13#
artikel 13, eerste lid, onderdeel a