Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 oktober 2016, nr. 2016-0000184698, tot vaststelling van een tijdelijke regeling voor een eenmalige tegemoetkoming in verband met het aanpassen van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen)
- BWB-id
- BWBR0038659
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2019-12-20 t/m 2020-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038659
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/tijdelijke-regeling-tegemoetkoming-dagloonbesluit-werknemers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/tijdelijke-regeling-tegemoetkoming-dagloonbesluit-werknemers/2019-12-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038659&g=2019-12-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038659&z=2026-06-06&g=2019-12-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038659/2019-12-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/tijdelijke-regeling-tegemoetkoming-dagloonbesluit-werknemers
Artikel 1 — Artikel 1 Algemene bepalingen#
Artikel 1 Algemene bepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: aangiftetijdvak: artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen hetgeen daaronder wordt verstaan in; de Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; loon: artikel 3, eerste lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen hetgeen daaronder wordt verstaan in, met dien verstande dat indien in een aangiftetijdvak geen of minder loon is genoten vanwege verlof als loon in dat aangiftetijdvak wordt aangemerkt het loon dat in dezelfde dienstbetrekking is genoten in het laatste aan dat verlof voorafgaande aangiftetijdvak waarin geen sprake was van verlof; dagloon: artikel 1b, eerste lid, van de Werkloosheidswet het dagloon, bedoeld in; ongemaximeerde dagloon: artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen het dagloon indien dat niet zou zijn gemaximeerd op het inbedoelde bedrag; ongemaximeerde herziene dagloon: artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen het herziene dagloon indien dat niet zou zijn gemaximeerd op het inbedoelde bedrag; uitkeringspercentage: het uitkeringspercentage, waarbij geldt dat het uitkeringspercentage over de eerste 43,5 rechtdagen 75% bedraagt, en over de daaropvolgende rechtdagen 70%; UWV: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; verlof: artikelen 3:1 3:2 van de Wet arbeid en zorg een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in deen; werknemer: Werkloosheidswet de werknemer, bedoeld in de; WGA-uitkering: hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in; WW-uitkering: hoofdstuk II van de Werkloosheidswet artikel 18 van die wet artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 een uitkering op grond van, met uitzondering van de uitkering op grond vanen de uitkering die uitsluitend het gevolg is verkorting van de werktijd, waarvoor ontheffing is verleend op grond van; ZW-uitkering: artikel 19 van de Ziektewet de uitkering van het ziekengeld, bedoeld in. 2 artikel 2, eerste lid, onderdelen g en h Het in een aangiftetijdvak genoten loon wordt toegerekend aan de kalendermaand waarin de laatste dag van het aangiftetijdvak ligt. Dit lid is niet van toepassing op de werknemer, bedoeld in. 3 artikelen 3, tweede lid 4, tweede lid artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Op het herziene dagloon, bedoeld in de, en, is, van overeenkomstige toepassing. 4 artikelen 22a 31, tweede lid 32 36 tot en met 36d 38 40 129 van de Werkloosheidswet artikelen 4, eerste lid 5, zevende lid 25 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen Op deze regeling zijn de,,,,,en, alsmede de,, en, van overeenkomstige toepassing. 5 Toeslagenwet artikel 14 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen Voor de toepassing van wetgeving en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, de eenmalige tegemoetkoming aangemerkt als een WW-uitkering. In afwijking van de eerste zin wordt de eenmalige tegemoetkoming niet aangemerkt als een loondervingsuitkering als bedoeld in deen wordt de eenmalige tegemoetkoming bij de toepassing vanslechts aangemerkt als een WW-uitkering voor zover die eenmalige tegemoetkoming betrekking heeft op een periode die ligt binnen de referteperiode van het dagloon. De geheel of gedeeltelijk als WW-uitkering aangemerkte tegemoetkoming wordt geacht te zijn genoten in eerstgenoemde periode. 6 artikel 4:1, vierde lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten Voor de toepassing van, wordt de betaling van de eenmalige tegemoetkoming aangemerkt als het moment waarop het recht bestaat. 2019 33524 19-06-2019 11-06-2019 2019-0000082634 2019 33524 19-06-2019 11-06-2019 2019-0000082634 20-06-2019 01-04-2017
Artikel 2 — Artikel 2 Doelgroepen eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 2 Doelgroepen eenmalige tegemoetkoming 1 Recht op een eenmalige tegemoetkoming heeft de werknemer: a. die recht heeft of heeft gehad op een WW-uitkering: 1°. dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016; en 2°. die in de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden; b. wiens recht op een WW-uitkering: 1°. artikel 16, achtste lid, van de Werkloosheidswet zou zijn ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016 indien, niet van toepassing zou zijn geweest; en 2°. die in de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden; c. die recht heeft of heeft gehad op een WW-uitkering: 1°. dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016; 2°. artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen die de wachttijd, bedoeld in, heeft doorlopen, en die geen recht heeft gekregen op een WGA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was; en 3°. het ongemaximeerde herziene dagloon ten minste 2,5% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon; d. die recht heeft of heeft gehad op een WW-uitkering: 1°. dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016; 2°. waarbij op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering is ontstaan een eerder recht op een WW-uitkering bestaat; en 3°. artikel 5a, tweede lid, onderdeel b die in de referteperiode, bedoeld in, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden; e. wiens recht op een WW-uitkering: 1°. artikel 16, achtste lid, van de Werkloosheidswet zou zijn ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016 indienniet van toepassing zou zijn geweest; 2°. waarbij op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering zou zijn ontstaan een eerder recht op een WW-uitkering bestaat; en 3°. artikel 5b, tweede lid, onderdeel b die in de referteperiode, bedoeld in, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden; f. die recht heeft of heeft gehad op een WW-uitkering: 1°. dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016; 2°. artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen die de wachttijd, bedoeld in, heeft doorlopen, en die geen recht heeft gekregen op een WGA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was; 3°. het ongemaximeerde herziene dagloon ten minste 2,5% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon; en 4°. waarbij op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering is ontstaan een eerder recht op een WW-uitkering bestaat; g. die recht heeft of heeft gehad op een WW-uitkering: 1°. die is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2017; en 2°. artikel 2 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen die in de referteperiode, bedoeld in, meer dan twaalf weken minder loon heeft genoten wegens ziekte; of h. wiens recht op een WW-uitkering: 1°. artikel 16, achtste lid, van de Werkloosheidswet zou zijn ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2017 indienniet van toepassing zou zijn geweest; en 2°. artikel 2 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen die in de referteperiode, bedoeld in, meer dan twaalf weken minder loon heeft genoten wegens ziekte. 2 In afwijking van het eerste lid heeft de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, geen recht op een eenmalige tegemoetkoming, indien op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering is of zou zijn ontstaan een eerder recht op een WW-uitkering bestaat. 3 In afwijking van het eerste lid, onderdelen a, b, d, e, g en h, heeft de werknemer geen recht op een eenmalige tegemoetkoming als het ongemaximeerde herziene dagloon niet meer dan 7% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon. 4 artikel 27 van de Werkloosheidswet In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, c, d, f of g, heeft de werknemer geen recht op een eenmalige tegemoetkoming, indien de WW-uitkering blijvend geheel is geweigerd op grond van. 5 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, heeft de werknemer geen recht op een eenmalige tegemoetkoming, indien: a. artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet er in een kalendermaand na de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering zou zijn ontstaan, een recht op een WW-uitkering is ontstaan dat voor 1 december 2016 is geëindigd op grond van; of b. artikel 4, eerste lid het loon in de kalendermaand waarin geen recht op een WW-uitkering is ontstaan, meer dan 87,5% bedraagt van de uitkomst van het herziene dagloon, bedoeld in, vermenigvuldigd met 21,75. 6 In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, heeft de werknemer geen recht op een eenmalige tegemoetkoming, indien: a. artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet er in een kalendermaand na de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering zou zijn ontstaan, een recht op een WW-uitkering is ontstaan dat voor 1 januari 2018 is geëindigd op grond van; of b. artikel 4, eerste lid het loon in de kalendermaand waarin geen recht op een WW-uitkering is ontstaan, meer dan 87,5% bedraagt van de uitkomst van het herziene dagloon, bedoeld in, vermenigvuldigd met 21,75. 7 In afwijking van het eerste lid, onderdeel h, heeft de werknemer geen recht op een eenmalige tegemoetkoming, indien: a. artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet er in een kalendermaand na de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering zou zijn ontstaan, een recht op een WW-uitkering is ontstaan dat voor 1 juli 2018 is geëindigd op grond van; of b. artikel 4, eerste lid het loon in de kalendermaand waarin geen recht op een WW-uitkering is ontstaan, meer dan 87,5% bedraagt van de uitkomst van het herziene dagloon, bedoeld in, vermenigvuldigd met 21,75. 8 Indien een werknemer op grond van hetzelfde uitkeringsrecht recht heeft op zowel een eenmalige tegemoetkoming op grond van het eerste lid: a. onderdeel a alsook op grond van het eerste lid, onderdeel c, komt enkel het recht op een eenmalige tegemoetkoming op grond van het eerste lid, onderdeel c, tot uitbetaling; en b. onderdeel d alsook op grond van het eerste lid, onderdeel f, komt enkel het recht op een eenmalige tegemoetkoming op grond van het eerste lid, onderdeel f, tot uitbetaling. 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 01-07-2018
Artikel 3 — Artikel 3 artikel 2, eerste lid, onderdeel a Hoogte eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 3 artikel 2, eerste lid, onderdeel a Hoogte eenmalige tegemoetkoming 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel a De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, bedraagt de uitkomst van de volgende formule: (DLH- DL)* ard* uk% hierbij staat: DLH voor het herziene dagloon; DL voor het dagloon; ard is het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2017, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat; en uk% voor het uitkeringspercentage. 2 Het herziene dagloon, bedoeld in het eerste lid, is de uitkomst van de volgende formule: 1,004* [(A-B)* 108/100 + C] / D hierbij staat: A voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers die vakantiebijslag reserveren; B voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in de referteperiode heeft genoten; C voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren; en D voor het aantal dagloondagen in de kalendermaanden binnen de referteperiode waarin loon is genoten. 3 Onder de referteperiode, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen. 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 14-12-2017 01-04-2017
Artikel 4 — Artikel 4 artikel 2, eerste lid, onderdeel b Hoogte eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 4 artikel 2, eerste lid, onderdeel b Hoogte eenmalige tegemoetkoming 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel b De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, bedraagt de uitkomst van de volgende formule: (DLH – DL)* ard’* uk% hierbij staat: DLH voor het herziene dagloon; artikel 16, achtste lid, van de Werkloosheidswet DL voor het dagloon zoals dit is vastgesteld voor de dag waarop het recht op WW-uitkering zou zijn ontstaan indienniet van toepassing is geweest; uk% voor het uitkeringspercentage; en artikel 42 van de Werkloosheidswet ard’ voor de uitkomst, uitgedrukt in maanden, van de maximumduur, bedoeld in, van de desbetreffende WW-uitkering, vermenigvuldigd met 21,75* 0,5. 2 artikel 3, tweede lid Op de berekening van het herziene dagloon, bedoeld in het eerste lid, is, van toepassing. 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 01-04-2017
Artikel 5 — Artikel 5 artikel 2, eerste lid, onderdeel c Hoogte eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 5 artikel 2, eerste lid, onderdeel c Hoogte eenmalige tegemoetkoming 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel c artikel 3, eerste lid De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, wordt berekend volgens de formule, bedoeld in. 2 artikel 3, tweede lid Voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. 1,004 vervangen wordt door 1,0291; en b. onder de referteperiode wordt verstaan de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de vijfentwintigste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen. 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 01-04-2017
Artikel 5a — Artikel 5a artikel 2, eerste lid, onderdeel d Hoogte eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 5a artikel 2, eerste lid, onderdeel d Hoogte eenmalige tegemoetkoming 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel d artikel 3, eerste lid De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, wordt berekend volgens de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2018 vanaf de dag dat het eerdere recht op een WW-uitkering is geëindigd op grond van, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat; b. artikel 1, eerste lid het uitkeringspercentage, in afwijking van de begripsbepaling in, tevens voor de eerste 43,5 rechtdagen 70% bedraagt. 2 artikel 3, tweede lid Voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. 1,004 vervangen wordt door 1,0097; en b. artikel 3, derde lid onder de referteperiode wordt verstaan de periode, bedoeld in, tenzij in die periode een eerder recht op een WW-uitkering is ontstaan. De referteperiode begint dan op de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht en eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het latere recht is gelegen. Indien de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht is gelegen na de eerste dag van een kalendermaand, begint de referteperiode, in afwijking van de vorige zin, op de eerste dag van de kalendermaand na de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht ligt. 3 Indien het herziene dagloon van het latere recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst: (DLH’ – DL’)* ard^* 70% Hierbij staat: DLH’ voor het herziene dagloon van het latere recht op WW-uitkering; DL’ voor het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering; en ard^ voor het aantal rechtdagen dat beide uitkeringen in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2018 gelijktijdig tot uitkering zijn gekomen. 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 01-04-2018
Artikel 5b — Artikel 5b artikel 2, eerste lid, onderdeel e Hoogte eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 5b artikel 2, eerste lid, onderdeel e Hoogte eenmalige tegemoetkoming 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel e artikel 4, eerste lid artikel 42 van de Werkloosheidswet De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, wordt berekend volgens de formule, bedoeld in, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de maximumduur, bedoeld in, van de betreffende WW-uitkering, uitgedrukt in maanden, vermenigvuldigd met 21,75, verminderd met het aantal dagen waarop, vanaf de dag dat het recht op deze WW-uitkering zou zijn ontstaan, recht op een eerdere WW-uitkering bestaat, en vermenigvuldigd met 0,5. 2 artikel 3, tweede lid Voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. 1,004 vervangen wordt door 1,0097; en b. artikel 3, derde lid onder de referteperiode wordt verstaan de periode, bedoeld in, tenzij in die periode een eerder recht op een WW-uitkering is ontstaan. De referteperiode begint dan op de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht en eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het latere recht is gelegen. Indien de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht is gelegen na de eerste dag van een kalendermaand, begint de referteperiode, in afwijking van de vorige zin, op de eerste dag van de kalendermaand na de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht ligt. 3 Indien het herziene dagloon van het latere, niet ontstane, recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst: (DLH’ – DL’)* ard~* 70%* 0,5 Hierbij staat: DLH’ voor het herziene dagloon van het latere, niet ontstane, recht op WW-uitkering; DL’ voor het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering; en ard~ voor het aantal dagen in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2018 dat het latere recht op WW-uitkering tot uitkering zou zijn gekomen, waarin het eerdere recht op WW-uitkering heeft bestaan. 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 01-04-2018
Artikel 5c — Artikel 5c artikel 2, eerste lid, onderdeel f Hoogte eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 5c artikel 2, eerste lid, onderdeel f Hoogte eenmalige tegemoetkoming 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel f artikel 3, eerste lid De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, wordt berekend volgens de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2018 vanaf de dag dat het eerdere recht op een WW-uitkering is geëindigd op grond van, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat; b. artikel 1, eerste lid het uitkeringspercentage, in afwijking van de begripsbepaling in, tevens voor de eerste 43,5 rechtdagen 70% bedraagt. 2 artikel 3, tweede lid Voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. 1,004 vervangen wordt door 1,035; en b. onder de referteperiode wordt verstaan de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de vijfentwintigste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het eerdere WW-recht is gelegen, tenzij in die periode een eerder recht op een WW-uitkering is ontstaan. De referteperiode begint dan op de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht en eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het latere recht is gelegen. Indien de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht is gelegen na de eerste dag van een kalendermaand, begint de referteperiode, in afwijking van de vorige zin, op de eerste dag van de kalendermaand na de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht ligt. 3 artikel 5a, derde lid Indien het herziene dagloon van het latere recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst van de berekening, bedoeld in. 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 01-04-2018
Artikel 5ca — Artikel 5ca artikel 2, eerste lid, onderdeel g Hoogte eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 5ca artikel 2, eerste lid, onderdeel g Hoogte eenmalige tegemoetkoming 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel g artikel 3, eerste lid Indien de werknemer, bedoeld in, een ZW-uitkering heeft ontvangen, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend volgens de formule, bedoeld in, met dien verstande dat onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop een eventuele herziening van het dagloon, in verband met ziekte in de referteperiode, heeft plaatsgevonden, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat. 2 artikel 3, tweede lid Voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. 1,004 vervangen wordt door 1,011; en b. voor de vaststelling van het loon dat de werknemer heeft genoten, de genoten ZW-uitkering vermenigvuldigd wordt met de uitkomst van de volgende berekening: (100 x G) / H Hierbij staat: G staat voor het ziekengeld; H staat voor: a. 70; of b. indien het uitkeringspercentage hoger is dan 70%, het uitkeringspercentage waarnaar het ziekengeld is berekend. 3 artikel 2, eerste lid, onderdeel g artikel 3, eerste lid Indien de werknemer, bedoeld in, in verband met ziekte de bedongen arbeid niet heeft kunnen verrichten, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend volgens de formule, bedoeld in, met dien verstande dat onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop een eventuele herziening van het dagloon, in verband met ziekte in de referteperiode, heeft plaatsgevonden, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat. 4 artikel 3, tweede lid Voor de berekening, bedoeld in het derde lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. 1,004 vervangen wordt door 1,011; en b. artikel 6 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen artikel 1 , in zoverre in afwijking vanvan deze regeling, van toepassing is. 5 artikel 2, eerste lid, onderdeel g Artikel 5a, eerste lid, onderdeel b artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet Indien op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering van een werknemer, bedoeld in, is ontstaan een eerder recht op WW-uitkering bestaat, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming in zoverre in afwijking van het eerste en derde lid berekend vanaf de dag dat het eerdere recht op WW-uitkering is geëindigd op grond van., is van toepassing. Indien het dagloon van het latere recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt in afwijking van de eerste zin, de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst: (DLH’ – DL’)* ard`* 70% Hierbij staat: DLH’ voor het herziene dagloon van het latere recht op WW-uitkering; DL’ voor het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering; en ard` voor het aantal rechtdagen dat beide uitkeringen in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop een eventuele herziening van het dagloon van het latere recht op WW-uitkering in verband met ziekte in de referteperiode, heeft plaatsgevonden, gelijktijdig tot uitkering zijn gekomen. 6 artikel 2, eerste lid, onderdeel g artikel 3, eerste lid Indien de werknemer, bedoeld in, een ZW-uitkering heeft ontvangen en daarnaast ook in verband met ziekte de bedongen arbeid niet heeft kunnen verrichten, wordt het herziene dagloon berekend met inachtneming van het tweede en vierde lid, waarna de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend wordt volgens de formule, bedoeld in. Hierbij wordt onder ard verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop een eventuele herziening van het dagloon in verband met ziekte in de referteperiode heeft plaatsgevonden, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat. 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 01-07-2018
Artikel 5cb — Artikel 5cb artikel 2, eerste lid, onderdeel h Hoogte eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 5cb artikel 2, eerste lid, onderdeel h Hoogte eenmalige tegemoetkoming 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel h artikel 4, eerste lid artikel 42 van de Werkloosheidswet Indien de werknemer, bedoeld in, een ZW-uitkering heeft ontvangen, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend volgens de formule, bedoeld in, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de maximumduur, bedoeld in, van de betreffende WW-uitkering, uitgedrukt in maanden, vermenigvuldigd met 21,75 en vermenigvuldigd met 0,5. 2 artikel 3, tweede lid Voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. 1,004 vervangen wordt door 1,011; en b. voor de vaststelling van het loon dat de werknemer heeft genoten, de genoten ZW-uitkering vermenigvuldigd wordt met de uitkomst van de volgende berekening: (100 x G) / H Hierbij staat: G staat voor het ziekengeld; en H staat voor: a. 70; of b. indien het uitkeringspercentage hoger is dan 70%, het uitkeringspercentage waarnaar het ziekengeld is berekend. 3 artikel 2, eerste lid, onderdeel h artikel 4, eerste lid artikel 42 van de Werkloosheidswet Indien de werknemer, bedoeld in, in verband met ziekte de bedongen arbeid niet heeft kunnen verrichten, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend volgens de formule, bedoeld in, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de maximumduur, bedoeld in, van de betreffende WW-uitkering, uitgedrukt in maanden, vermenigvuldigd met 21,75 en vermenigvuldigd met 0,5. 4 artikel 3, tweede lid Voor de berekening, bedoeld in het derde lid, is het herziene dagloon de uitkomst van de formule, bedoeld in, met dien verstande dat: a. 1,004 vervangen wordt door 1,011; en b. artikel 6 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen artikel 1 , in zoverre in afwijking vanvan deze regeling, van toepassing is. 5 artikel 2, eerste lid, onderdeel h Artikel 5a, eerste lid, onderdeel b artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet Indien op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering van een werknemer, bedoeld in, zou zijn ontstaan een eerder recht op WW-uitkering bestaat, wordt de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming in zoverre in afwijking van het eerste en derde lid berekend vanaf de dag dat het eerdere recht op WW-uitkering is geëindigd op grond van., is van toepassing. Indien het dagloon van het latere, niet ontstane, recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt in afwijking van de eerste zin, de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst: (DLH- – DL’)* ard-* 70% x 0,5 Hierbij staat: DLH- voor het herziene dagloon van het latere, niet ontstane recht op WW-uitkering; DL’ voor het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering; en ard- voor het aantal dagen in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 juli 2018 dat het latere recht op WW-uitkering tot uitkering zou zijn gekomen, waarin het eerdere recht op uitkering heeft bestaan. 6 artikel 2, eerste lid, onderdeel h artikel 3, eerste lid Indien de werknemer, bedoeld in, een ZW-uitkering heeft ontvangen en daarnaast ook in verband met ziekte de bedongen arbeid niet heeft kunnen verrichten, wordt het herziene dagloon berekend met inachtneming van het tweede en vierde lid, waarna de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming berekend wordt volgens de formule, bedoeld in. Hierbij wordt onder ard verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop een eventuele herziening van het dagloon in verband met ziekte in de referteperiode heeft plaatsgevonden, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat. 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 01-07-2018
Artikel 5d — Artikel 5d Hoogte eenmalige tegemoetkoming in het geval van een reeds herzien dagloon#
Artikel 5d Hoogte eenmalige tegemoetkoming in het geval van een reeds herzien dagloon 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel d artikel 5a, eerste en derde lid De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, wiens dagloon als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1476, is herzien, is de uitkomst van de formule in, met dien verstande dat: artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop het dagloon is herzien in verband met de genoemde uitspraak, vanaf de dag dat het eerdere recht op een WW-uitkering is geëindigd op grond van, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW- of ZW-uitkering bestaat. 2 artikel 2, eerste lid, onderdeel e artikel 5b, eerste lid artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, wiens dagloon als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1476, is herzien, is de uitkomst van de formule in, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de duur tussen het niet ontstaan van de WW-uitkering op grond vanen de herziening in verband met genoemde uitspraak, uitgedrukt in dagen, en vermenigvuldigd met 0,5. 3 artikel 2, eerste lid, onderdeel f artikel 5c, eerste en derde lid artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, wiens dagloon als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2406, is herzien, is de uitkomst van de formule in, met dien verstande dat onder ard wordt verstaan het aantal rechtdagen, dat wil zeggen het aantal dagen waarover recht heeft bestaan op een WW- of ZW-uitkering in de periode tussen 1 juli 2015 en de dag waarop het dagloon is herzien in verband met de genoemde uitspraak, vanaf de dag dat het eerdere recht op een WW-uitkering is geëindigd op grond van, waarbij het aantal rechtdagen 21,75 bedraagt indien over de volledige kalendermaand recht op een WW-uitkering bestaat. 4 artikel 5a, derde lid Indien voor de werknemer, bedoeld in dit artikel, het herziene dagloon van het latere recht op WW-uitkering hoger is dan het dagloon van het eerdere recht op WW-uitkering, wordt de eenmalige tegemoetkoming verhoogd met de uitkomst van de berekening, bedoeld in, indien het eerste of derde lid van toepassing is. 5 artikel 2, eerste lid, onderdeel h artikel 5cb, eerste of derde lid artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in, wiens uitkering als gevolg van een herzieningsverzoek in verband met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2406, ontstaat, is de uitkomst van de formule in, met dien verstande dat onder ard’ wordt verstaan de duur tussen het niet ontstaan van de WW-uitkering op grond vanen de herziening in verband met genoemde uitspraak, uitgedrukt in dagen, en vermenigvuldigd met 0,5. 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 01-07-2018
Artikel 5e — Artikel 5e Matiging van de eenmalige tegemoetkoming#
Artikel 5e Matiging van de eenmalige tegemoetkoming 1 artikel 5a 5b 5c 5d De eenmalige tegemoetkoming, berekend op grond van,,ofkan worden gematigd. Matiging vindt enkel plaats indien; a. artikel 3 4 5 5a 5b 5c 5d er aan de werknemer meerdere keren een eenmalige tegemoetkoming op grond van,,,,,ofis of wordt uitgekeerd; en b. er door het verstrekken van de verschillende eenmalige tegemoetkomingen een bedrag aan de werknemer zou worden verstrekt dat er toe leidt dat het totaalbedrag aan verkregen WW-uitkering en eenmalige tegemoetkomingen niet in redelijke verhouding staat tot het totaalbedrag aan WW-uitkering dat de werknemer zou hebben gekregen indien het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, zoals dat luidt op 1 januari 2018, reeds op 1 juli 2015 van toepassing zou zijn geweest. 2 artikel 5ca 5cb De eenmalige tegemoetkoming, berekend op grond vanof, kan worden gematigd. Matiging vindt enkel plaats indien: a. artikel 3 4 5 5a 5b 5c 5ca 5cb 5d er aan de werknemer meerdere keren een eenmalige tegemoetkoming op grond van,,,,,,,ofis of wordt uitgekeerd; en b. Dagloonbesluit werknemersverzekeringen er door het verstrekken van de verschillende eenmalige tegemoetkomingen een bedrag aan de werknemer zou worden verstrekt dat er toe leidt dat het totaalbedrag aan verkregen WW-uitkering en eenmalige tegemoetkomingen niet in redelijke verhouding staat tot het totaalbedrag aan WW-uitkering dat de werknemer zou hebben gekregen indien het, zoals dat luidt op 1 juli 2018, reeds op 1 juli 2015 van toepassing zou zijn geweest. 3 Bij de matiging wordt de verhouding, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, in acht genomen. 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 01-07-2018
Artikel 6 — Artikel 6 Taak UWV#
Artikel 6 Taak UWV Met de uitvoering van deze regeling is het UWV belast. 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 01-04-2017
Artikel 7 — Artikel 7 Termijnen, vaststelling en betaling#
Artikel 7 Termijnen, vaststelling en betaling 1 Het UWV kan ambtshalve vaststellen of er recht bestaat op een eenmalige tegemoetkoming en wat de hoogte daarvan is binnen 26 weken: a. artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c vanaf 1 april 2017, betreffende de werknemer, bedoeld in; b. artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen d tot en met f vanaf 1 april 2018, betreffende de werknemer, bedoeld in; c. artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen g en h vanaf 1 juli 2018, betreffende de werknemer, bedoeld in. 2 Het UWV kan op aanvraag vaststellen of er recht op een eenmalige tegemoetkoming bestaat en wat de hoogte daarvan is. Het UWV stelt binnen dertien weken na ontvangst van die aanvraag het recht op de eenmalige tegemoetkoming en de hoogte daarvan vast. Indien het UWV niet in staat is tijdig een besluit te nemen, stelt het UWV de aanvrager daarvan in kennis en kan de termijn eenmalig met ten hoogste dertien weken worden verlengd. 3 In afwijking van het derde lid kan het UWV niet op aanvraag vaststellen of er recht op een eenmalige tegemoetkoming bestaat, indien de aanvraag ontvangen is na: a. artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c 1 juli 2018, indien het de werknemer, bedoeld in, betreft; b. artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen d tot en met f 1 april 2019, indien het de werknemer, bedoeld in, betreft; en c. artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen g en h 1 januari 2019, indien het de werknemer, bedoeld in, betreft. 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 2018 35467 28-06-2018 18-06-2018 2018-0000076968 01-07-2018
Artikel 8 — Artikel 8 Financiering#
Artikel 8 Financiering 1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling. 2 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid. 3 In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 01-04-2017
Artikel 9 — Artikel 9 Opgave lasten en betaling van de rijksbijdrage#
Artikel 9 Opgave lasten en betaling van de rijksbijdrage 1 Het UWV verstrekt aan de Minister een opgave van het totaalbedrag van de geraamde lasten alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot deze regeling, uitgesplitst naar de tegemoetkomingen en de uitvoeringskosten. 2 artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in, het bedrag van de opgegeven lasten alsmede de ontvangen voorschotten. 3 De Minister kan, na overleg met het UWV, van het in het eerste lid bedoelde bedrag afwijken. 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 01-04-2017
Artikel 10 — Artikel 10 Afrekening#
Artikel 10 Afrekening 1 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen In de jaarrekening, bedoeld in, worden de lasten alsmede de ontvangen voorschotten, uitgesplitst naar de tegemoetkomingen en de uitvoeringkosten, met betrekking tot deze regeling opgenomen. 2 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister de lasten alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot deze regeling af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 01-04-2017
Artikel 11 — Artikel 11 Verslaglegging#
Artikel 11 Verslaglegging artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het UWV brengt aan de Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van deze regeling overeenkomstig. 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 01-04-2017
Artikel 11a — Artikel 11a Overgangsrecht in verband met het in aanmerking nemen van de eenmalige tegemoetkoming als loon voor het WIA- en WAO-dagloon#
Artikel 11a Overgangsrecht in verband met het in aanmerking nemen van de eenmalige tegemoetkoming als loon voor het WIA- en WAO-dagloon 1 De Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, zoals die luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen A en B, van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juni 2019 tot wijziging van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met het in aanmerking nemen van de eenmalige tegemoetkoming als loon voor het WIA- en WAO-dagloon (Stcrt. 2019, 33524), blijft van toepassing op uitkeringen waarvan de eerste rechtdag is gelegen voor die dag. 2 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 40, eerste lid, van die wet artikel 48, derde lid, van die wet Onder de eerste rechtdag, bedoeld in het eerste lid, wordt voor deverstaan de dag waarop op grond van die wet recht op uitkering is ontstaan en voor dede dag waarop op grond vanhet dagloon opnieuw wordt vastgesteld of de dag waarop op grond vande uitkering wordt herzien. 2019 33524 19-06-2019 11-06-2019 2019-0000082634 2019 33524 19-06-2019 11-06-2019 2019-0000082634 20-12-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 2016 56189 01-11-2016 18-10-2016 2016-0000184698 01-04-2017
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2017. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat voor de reeds verstrekte eenmalige tegemoetkoming deze regeling van toepassing blijft. 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 2017 70855 13-12-2017 30-11-2017 2017-0000187129 01-04-2018