Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 24 januari 2017, nr. WJZ/16185753, tot tijdelijke vrijstelling van artikel 5, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen (Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2017–2018)
- BWB-id
- BWBR0039140
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2017-01-28 t/m 2018-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039140
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/vrijstellingsregeling-bovengronds-aanwenden-runderdrijfmest-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/vrijstellingsregeling-bovengronds-aanwenden-runderdrijfmest-/2017-01-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039140&g=2017-01-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039140&z=2026-06-06&g=2017-01-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039140/2017-01-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2017/vrijstellingsregeling-bovengronds-aanwenden-runderdrijfmest-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – bedrijf: artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Meststoffenwet bedrijf als bedoeld in; – runderdrijfmest: artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit gebruik meststoffen bijlage D van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet drijfmest als bedoeld in, en afkomstig van runderen uit de diercategorieën met de diernummers 100, 101, 102, 104 of 120, als bedoeld in; – vaste rundermest: artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit gebruik meststoffen bijlage D van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet vaste mest als bedoeld in, en afkomstig van runderen uit de diercategorieën met de diernummers 100, 101, 102, 104 of 120, als bedoeld in; – tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Meststoffenwet tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond als bedoeld in. 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 28-01-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 5, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen Vrijstelling van het verbod, bedoeld in, wordt verleend voor zover het gaat om de aanwending van runderdrijfmest, waarbij de runderdrijfmest: a. geproduceerd is op het eigen bedrijf; b. op grasland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt aangewend; c. niet wordt aangewend binnen een afstand van ten minste twee meter vanaf de insteek van een watergang. 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 28-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Aan de vrijstelling, bedoeld in, zijn de volgende voorwaarden verbonden: a. in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling: 1°. bestaat minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland; 2°. bedraagt de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland; 3°. is het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau; 4°. bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet worden de runderen met de diernummers 100, 102 en 120, bedoeld inin de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 150 dagen per jaar; 5°. bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet worden de runderen met het diernummer 101, bedoeld inin de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 90 dagen per jaar; b. op het bedrijf mag geen andere dierlijke mest worden aangevoerd dan runderdrijfmest of vaste rundermest; c. artikel 2 elk jaar meldt de landbouwer uiterlijk 7 dagen voordat van de vrijstelling in dat jaar gebruik wordt gemaakt, het bedrijf voor de toepassing vanaan bij de minister waarmee de landbouwer verklaart te voldoen aan artikel 2 en aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a en b, en het tweede lid; d. artikel 32, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet de landbouwer houdt gegevens bij waarmee aannemelijk kan worden gemaakt dat aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a en b, en het tweede lid, is voldaan en bewaart deze gegevens en een afschrift van de aanmelding als onderdeel van de administratie, bedoeld in. 2 bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet De vrijstelling voor een bedrijf waar in ieder geval runderen met diernummer 100, bedoeld inworden gehouden, wordt verleend onder de voorwaarde dat in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling: a. de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare is, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kan worden geplaatst op het eigen bedrijf; b. het gemiddeld gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tijdens de perioden van 1 januari tot en met 31 maart en van 1 december tot en met 31 december geproduceerde melk lager is dan 21 milligram per 100 gram melk. 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 28-01-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2019. 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 28-01-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2017–2018. 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 2017 3621 27-01-2017 24-01-2017 WJZ/16185753 28-01-2017