Besluit van de directeur-generaal Belastingdienst van 5 december 2018, nr. 2018-211420 houdende vaststelling van het mandaatbesluit
- BWB-id
- BWBR0041669
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2020-01-01 t/m 2020-05-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041669
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/mandaatbesluit-directoraat-generaal-belastingdienst-2018
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/mandaatbesluit-directoraat-generaal-belastingdienst-2018/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041669&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041669&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041669/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/mandaatbesluit-directoraat-generaal-belastingdienst-2018
Artikel 1 — Artikel 1 Begrippen#
Artikel 1 Begrippen In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. het DGBD: het directoraat-generaal Belastingdienst; b. de directeur-generaal Belastingdienst: de DG; c. de plaatsvervangend directeur-generaal Belastingdienst: de pDG; d. algemene leiding DGBD: de DG en de plaatsvervangend directeur-generaal (pDG); en e. directeuren van de topstructuur DGBD: algemeen directeur, (hoofd)directeur van concerndirecties, shared service organisaties (SSO) of corporate diensten. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 2 — Artikel 2 Volmacht en machtiging#
Artikel 2 Volmacht en machtiging Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van: a) volmacht: de bevoegdheid om namens de Minister voor de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; en b) machtiging: de bevoegdheid om namens de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 3 — Artikel 3 Mandaat bij afwezigheid/verhindering#
Artikel 3 Mandaat bij afwezigheid/verhindering 1 Organisatiebesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2018 Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de gemandateerde worden diens taken volledig uitgeoefend door een aangewezen plaatsvervanger. De aanwijzing van een plaatsvervanger geschiedt door de mandaatgever met inachtneming van heten in overeenstemming met de algemene leiding DGBD ten aanzien van de directeuren van de topstructuur DGBD. Organisatiebesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2018 De aanwijzing van een plaatsvervanger anders dan plaatsvervanger voor de directeuren van de topstructuur DGBD, geschiedt door de directeur van de topstructuur DGBD van het betreffende organisatieonderdeel met inachtneming van het. 2 Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de gemandateerde en diens plaatsvervanger worden de taken volledig uitgeoefend door de naasthogere leidinggevende functionaris. 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 28-12-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Bevoegdheden bij het ontbreken van beslissingsbevoegde functionarissen#
Artikel 4 Bevoegdheden bij het ontbreken van beslissingsbevoegde functionarissen Indien beslissingsbevoegde functionarissen zoals bedoeld in dit besluit, in een onderdeel niet voorkomen behoren de bevoegdheden toe aan de naast hogere leidinggevende functionaris. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 5 — Artikel 5 Overleg met algemene leiding#
Artikel 5 Overleg met algemene leiding Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treden mandaathouders in overleg met de algemene leiding van het DGBD, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 6 — Artikel 6 Ondertekening#
Artikel 6 Ondertekening De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt: DE MINISTER VAN FINANCIËN, resp. DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, namens deze, (handtekening) gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 7 — Artikel 7 Mandaat aan de pDG en directeuren van de topstructuur DGBD#
Artikel 7 Mandaat aan de pDG en directeuren van de topstructuur DGBD 1 artikelen 20 20a 20c 20d van het mandaatbesluit van het Ministerie van Financiën De pDG is (beheersmatig) verantwoordelijk voor de directies, genoemd in het organisatiebesluit opgenomen bijlagen A en K tot en met X, voor de samenhang tussen die directies en – met inachtneming van de hetgeen bepaald in de,,en– voor de bijbehorende bedrijfsvoering. 2 De directeuren van de topstructuur DGBD hebben binnen het kader van de jaarcontracten en binnen eventueel door de Staatssecretaris of namens de Staatssecretaris door de algemene leiding van het ministerie of de algemene leiding van het DGBD gegeven richtlijnen mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 28-12-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Budgethouderschap#
Artikel 8 Budgethouderschap 1 Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 artikel 11 12 van het voornoemde organisatie- en mandaatbesluit Conform het, verleent de DG voor de inengenoemde bevoegdheden ondermandaat aan budgethouders. 2 artikel 7 lid 2 De directeuren van de topstructuur DGBD zoals genoemd inworden gemandateerd door de DG om financiële verplichtingen aan te gaan. In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven. 3 bijlage 1 De leidinggevende functionarissen, zoals genoemd in, die ressorteren onder de directeuren behorende tot de topstructuur DGBD, worden gemandateerd, voor zover het binnen het eigen werkterrein betreft, financiële verplichtingen aan te gaan. Deze verplichtingen zijn beperkt tot de maximumbedragen als genoemd in bijlage 1. Daarnaast geldt de restrictie dat een budgethouder niet meer mag verplichten dan het beschikbare budget. 4 Verplichtingen van of boven de € 50.000,– exclusief BTW worden alleen aangegaan mits er goedkeuring is van de controller van de concerndirectie Control & Financiën. 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 28-12-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Inkoop#
Artikel 9 Inkoop 1 Categoriemanagement: De Belastingdienst is belast met het inkopen van categorieën Rijksbreed. Het eigenaarschap van categorieën is belegd bij de DG. De DG is bevoegd te beslissen op het aangaan van financiële verplichtingen hieruit voortvloeiend. 2 artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012 Aanbestedingswet 2012 Raamovereenkomsten/overige verplichtingen: de budgethouder is bevoegd tot het aangaan van raamovereenkomsten zoals bedoeld in, alsmede tot het aangaan van andere financiële verplichtingen volgend uit de aanbestedingsprocedures zoals bedoeld in de. Het gunningsbesluit wordt door de budgethouder vastgesteld waarbij tevens machtiging wordt verleend aan de functionaris van SSO Centrum voor Facilitaire Dienstverlening conform de bevoegdheden genoemd in het derde, vierde en vijfde lid. 3 Overeenkomsten voortkomend uit een Europese aanbesteding (ongeacht het bedrag) worden ondertekend door directeur SSO Centrum voor Facilitaire Dienstverlening, met uitzondering van diegenen die voortkomen uit Categoriemanagement. Het gunningsbesluit wordt door de budgethouder vastgesteld waarbij tevens machtiging wordt verleend aan de functionaris van SSO Centrum voor Facilitaire Dienstverlening. 4 Overeenkomsten uit onderhandse aanbestedingen, mini-competities en contractmutaties worden ondertekend door het afdelingshoofd of de teammanager Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) na akkoord van de budgethouder. Een teammanager is bevoegd te ondertekenen tot het bedrag van een Europese aanbesteding. Overeenkomsten uit onderhandse aanbestedingen, mini-competities en contractmutaties met een bedrag hoger dan het bedrag van de Europese aanbesteding worden ondertekent door het afdelingshoofd IUC. 5 Procesgerelateerde stukken worden door het afdelingshoofd of de teammanager IUC getekend. 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 28-12-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Ontvangsten als gevolg van dienstverlening#
Artikel 10 Ontvangsten als gevolg van dienstverlening Het aangaan van verplichtingen tot het leveren van dienstverlening door het DGBD onder de 1.000.000 euro – materieel – aan derden zijn voorbehouden aan de algemeen directeur directie Informatievoorziening en directeur SSO Facilitaire Dienstverlening, na goedkeuring van de controller van de concerndirectie Control & Financiën. Het aangaan van verplichtingen tot het leveren van dienstverlening door het DGBD boven de 1.000.000 euro, is voorbehouden aan de algemene leiding van het DGBD. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 11 — Artikel 11 Uitzonderingen aanbestedingsprocedure#
Artikel 11 Uitzonderingen aanbestedingsprocedure hoofdstukken 1.2 2.1 van de Aanbestedingswet 2012 Aan de DG is voorbehouden te beslissen over aanbestedingsprocedures, indien een andere dan de procedures als bedoeld in deenwordt gevolgd. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 12 — Artikel 12 Personeelsbesluiten#
Artikel 12 Personeelsbesluiten 1 bijlage 2 Bij het nemen van besluiten, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven met betrekking tot de inopgenomen personeelsaangelegenheden is voorafgaand advies van de directeur SSO Organisatie & Personeel (O&P) of een door de directeur SSO O&P aan te wijzen afdelingshoofd, vereist, of is voorafgaand advies van de directeur DLSO vereist indien het de Douane betreft, of is voorafgaand advies van de directeur FIOD vereist indien het de FIOD betreft. 2 Bij het nemen van beslissingen op bezwaar met betrekking tot personeelsaangelegenheden is voorafgaande goedkeuring door de directeur concerndirectie Organisatie & Personeel vereist. 3 De functionaris die bevoegd is tot het aanstellen, benoemen en plaatsen in een bepaalde functie is ook bevoegd tot het verlenen van ontslag aan de in die functie aangestelde ambtenaar, tenzij deze bevoegdheid vanwege de grond voor het ontslag elders ligt. 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 28-12-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Mandaatregister#
Artikel 13 Mandaatregister hoofdstukken 2 3 Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister dat wordt gepubliceerd. Het mandaatregister bevat handtekeningen en parafen van de gemandateerde functionarissen zoals bedoeld in deenvan dit besluit. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 14 — Artikel 14 Voorbehouden aan de algemene leiding van het DGBD#
Artikel 14 Voorbehouden aan de algemene leiding van het DGBD artikelen 19 20 20a 20c 20d van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 Met inachtneming van de,,,enis de algemene leiding van het DGBD bevoegd namens de Staatssecretaris ten aanzien van het personeel van het DGBD de navolgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen: 1. Tot het aanstellen, benoemen en plaatsen van ambtenaren met een bezoldiging van schaal 15 of hoger in functies met een lagere schaal dan de voor de ambtenaar tot dan toe geldende schaal; 2. Het voordragen van functies die ten behoeve van het instellen van een veiligheidsonderzoek voor aanwijzing als vertrouwensfuncties in aanmerking komen; 3. Het voeren van formele correspondentie met Hoge Colleges van Staat; 4. Het beslissen tot directie overstijgende groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies; 5. Het afkondigen van een vacaturestop; 6. Het aanwijzen van vertrouwenspersonen integriteit; 7. artikel 49tt ARAR Het beslissen over de toekenning van een stimuleringspremie op grond van; 8. artikel 49aaa ARAR Het beslissen over de afwijkingen bij de toepassing van het sociaal flankerend beleid op grond van; 9. Het beslissen over het maken van een buitenlandse dienstreis, uitgezonderd de buitenlandse dienstreizen vanuit de directies Douane en FIOD; 10. Het beslissen over privéverlenging van een buitenlandse dienstreis; 11. Het nemen van besluiten ten aanzien van de vergoeding van representatiekosten; 12. Het aanwijzen van brugdagen voor het DGBD; en 13. artikel 69 ARAR Het beslissen ten aanzien van schadeloosstelling op grond van(vanaf € 5.000), inclusief besluitvorming over schadevergoeding die voortvloeit uit door de rechter vernietigde besluiten; 14. Het nemen van besluiten ten aanzien van ontslag: a. artikel 96c ARAR bij benoeming tot Minister of Staatssecretaris (); b. artikel 98a ARAR van een herplaatste ambtenaar die wachtgeld genoot (); c. artikel 96b, eerste en derde lid, ARAR van een ambtenaar voor wie, nadat hij een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is benoemd of verkozen dan wel de functie van substituut-ombudsman heeft vervuld en tijdelijk was ontheven van de waarneming van zijn ambt, geen passende functie in de dienst meer is te vinden (); d. artikel 125e, tweede lid, AW uit een vertrouwensfunctie om speciale redenen (); en e. artikel 98, eerste lid, letter e, ARAR in verband met een veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf (). 15. Het aanwijzen van de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter(s), leden en plaatsvervangend leden, de secretaris en plaatsvervangend secretarissen van de Centrale Adviescommissie Bezwaren Personeel Belastingdienst (CABP); 16. Het aanwijzen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden en de plaatsvervangend leden, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen; 17. Handelingen en besluiten verband houdende met de klachtenregeling seksuele intimidatie; 18. Handelingen en besluiten verband houdende met een adviesaanvraag bij de Commissie gelijke behandeling; 19. artikelen 20 20a 20c 20d van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 artikelen 16 19 20 21 Met inachtneming van de,,enworden de bevoegdheden opgenomen in,,enuitgeoefend door de algemene leiding voor zover het rechtspositionele handelingen en besluiten betreft aangaande directeuren van de topstructuur DGBD; en 20. Het verrichten van handelingen en nemen van besluiten voor zover dit besluit daarin niet voorziet. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 15 — Artikel 15 Voorbehouden aan de pDG#
Artikel 15 Voorbehouden aan de pDG hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 artikel 7 lid 1 Met inachtneming van hetgeen bepaald in voorgaande artikelen en inis de pDG bevoegd om ten aanzien van de directies als bedoeld invan dit besluit namens de Staatssecretaris de navolgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen: 1. artikel 1 van de Ambtenarenwet Te beslissen op bezwaren, voor zover die betrekking hebben op handelingen of besluiten waarbij een ambtenaar als bedoeld inals zodanig belanghebbende is; 2. Het beslissen tot groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies; 3. Het vaststellen van de organisatie op afdelings- en teamniveau, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties van deze onderdelen. Het vaststellen van de organisatie en hiermee samenhangende besluiten tot reorganisatie op het niveau van afdelingen vindt plaats na instemming van de DG. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 16 — Artikel 16 Voorbehouden aan de directeuren van de topstructuur DGBD#
Artikel 16 Voorbehouden aan de directeuren van de topstructuur DGBD hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen en inzijn de directeuren van de topstructuur DGBD bevoegd om ten aanzien van het tot het eigen organisatieonderdeel behorende personeel namens de Staatssecretaris de in het eerste tot en met achtste onderdeel en tiende tot en met dertiende onderdeel genoemde rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen en ten aanzien van het tot het Directoraat-Generaal Belastingdienst behorende personeel namens de Staatssecretaris de in het negende onderdeel genoemde rechtspositionele handeling te verrichten: 1. artikel 4a ARAR besluit Werving en Selectie Het openstellen van een vacature op grond vanen het; 2. artikel 5 BBRA Het wijzigen van een salarisschaal zonder wijziging van de functie op grond van; 3. hoofdstuk 8 ARAR Het besluiten tot disciplinaire maatregelen () aan functionarissen tot en met schaal 14 voor zover het geen leidinggevende functionarissen betreft; 4. artikelen 32b 34 tot en met 34g ARAR Toekennen van buitengewoon verlof van lange duur op grond van deof; 5. artikel 71a ARAR Het opmaken en bespreken van de personeelsbeoordeling en het indien wenselijk aanwijzen van informanten en adviseurs op grond vanten aanzien van de direct onder de directeur ressorterend personeel; 6. art 15 16 ARAR Het toekennen van een beloning dan wel non-activiteitswedde in verband met het vervullen van een openbare functie op grond vanof; 7. art 125c AW Tijdelijke ontheffing uit de functie in verband met het bekleden van een functie in een publiekrechtelijk college op grond van; 8. artikel 61 ARAR Het toestaan van de door de ambtenaar opgegeven nevenwerkzaamheden op grond van; 9. Het afnemen van de eed of de belofte voor medewerkers van het Directoraat-Generaal Belastingdienst; 10. artikel 59 ARAR BBRA 1984 Over het toekennen van studiefaciliteiten als bedoeld inten aanzien van ambtenaren met schaal 15 of hoger, of vanaf een bedrag van € 5.000,–; 11. artikel 40b ARAR Uitvoering geven aan een sociale dan wel medische indicatie op grond van; 12. artikel 49z ARAR Beslissing tot ontslag op grond van; 13. artikel 1 van de Ambtenarenwet Het beslissen op bezwaren, voor zover die betrekking hebben op handelingen of besluiten waarbij een ambtenaar als bedoeld inals zodanig belanghebbende is; en 14. artikelen 19 20 21 De bevoegdheden opgenomen in,enworden uitgeoefend door de directeuren van de topstructuur DGBD voor zover het rechtspositionele handelingen en besluiten betreft aangaande de direct onder hen ressorterende leidinggevenden. 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 28-12-2019
Artikel 17 — Artikel 17 Voorbehouden aan de algemeen directeuren van de topstructuur DGBD#
Artikel 17 Voorbehouden aan de algemeen directeuren van de topstructuur DGBD hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 Met inachtneming van hetgeen bepaald in voorgaande artikelen en inzijn de algemeen directeuren bevoegd de navolgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen: 1. Het vaststellen van de organisatie op afdelings- en teamniveau, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties van deze onderdelen binnen de eigen directie. Het vaststellen van de organisatie en hiermee samenhangende besluiten tot reorganisatie op het niveau van afdelingen vindt plaats na instemming van de DG. 2. Het beslissen tot groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies; 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 18 — Artikel 18 Voorbehouden aan de algemeen directeuren van de Douane en FIOD#
Artikel 18 Voorbehouden aan de algemeen directeuren van de Douane en FIOD De algemeen directeur van de Douane en de FIOD is bevoegd te beslissen over het maken en verlengen van een buitenlandse dienstreis ten aanzien van het personeel van de eigen directie. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 19 — Artikel 19 Voorbehouden aan de overige directeuren of vergelijkbare leidinggevende functionarissen mogen worden uitgeoefend#
Artikel 19 Voorbehouden aan de overige directeuren of vergelijkbare leidinggevende functionarissen mogen worden uitgeoefend hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 Met inachtneming van hetgeen bepaald in voorgaande artikelen en inzijn de overige directeuren bevoegd om ten aanzien van het tot het eigen organisatieonderdeel behorende personeel namens de Staatssecretaris de volgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen: 1. Ten aanzien van de onder de directeur ressorterende teamleiders of vergelijkbare leidinggevende functionarissen: a. besluit werving en selectie Het vaststellen van een vacante functie zoals bedoeld in het(AB85/U1833); b. artikel 4a ARAR besluit Werving en Selectie Het openstellen van een vacature op grond vanen het; c. Bij openstelling van een vacature is de directeur ten aanzien van het eigen organisatieonderdeel waar de vacature bestaat bevoegd met betrekking tot het besluit tot aanstelling dan wel plaatsing van de kandidaat die voor de functie in aanmerking komt en het besluit tot afwijzing van de overige kandidaten; en d. artikelen 9 9a 10 11 ARAR Het stellen van voorwaarden voor aanstelling zoals bedoeld in,,en. 2. Het bepalen van de inhoud en het waarderingsniveau van de feitelijk opgedragen functie binnen de kaders van het functiegebouw Rijk dan wel op grond van de systematiek voor groepsfuncties; 3. artikelen 57 58 ARAR Het benoemen niet op verzoek of op speciale gronden op grond van deen; 4. BBRA ’84 artikel 71 ARAR Het met personeel direct ressorterend onder de directeur en het personeel van schaal 15en hoger voeren van voortgang dan wel personeelsgesprekken zoals bedoeld; 5. artikel 71a ARAR Het opmaken en bespreken van de personeelsbeoordeling en het indien wenselijk aanwijzen van informanten en adviseurs op grond vanten aanzien van de direct onder de directeur ressorterend personeel; 6. artikel 69 ARAR Het beslissen ten aanzien van schadeloosstelling op grond vantot € 5.000,–, inclusief besluitvorming over schadevergoeding die voortvloeit uit door de rechter vernietigde besluiten; 7. artikel 49tt ARAR Het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid, uitgezonderd de toekenning van een stimuleringspremie op grond van; 8. Verzoeken tot uitbreiding tot en met 36 uur per week dan wel vermindering van de arbeidsduur; 9. Afwijzing van de aanvraag betreffende Partiële Arbeidsparticipatie Senioren (PAS); 10. artikel 14 ARAR Het inhouden van bezoldiging op grond van; 11. artikel 17 e.v. ARAR Ten aanzien van bezoldiging aan de ambtenaar die als militair of als vrijwillig ambtenaar van politie, in werkelijke dienst is als bedoeld in; 12. artikel 102 ARAR Ten aanzien van bezoldiging op grond vanin geval van overlijden van de ambtenaar; 13. artikel 104a ARAR Ten aanzien van de bezoldiging op grond vanbij vermissing van een ambtenaar; 14. artikel 40 40a ARAR Ten aanzien van het geen aanspraak hebben op bezoldiging dan wel het vervallen van aanspraken op grond vanof; 15. Het uitbetalen van niet genoten vakantie na ontslag; 16. Het aanwijzen van bedrijfshulpverleners; 17. Het vaststellen van de personeelsbeoordeling als beoordelingsautoriteit; 18. Het optreden als beoordelingsautoriteit voor zover dit betrekking heeft op het afwegen van ingediende bedenkingen, het wijzigen van de beoordeling na bedenkingen, en het vaststellen van de beoordeling; 19. Het toekennen van een diensttijd of ambtsjubileumgratificatie; 20. artikel 7 22a 22c 22e van het BBRA 1984 Het toekennen van toeslagen op grond van,,en; 21. artikel 23 BBRA 1984 Het toekennen van vergoedingen op grond van; 22. Ontslag op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte; 23. Handelingen en besluiten met betrekking tot het treffen van ordemaatregelen (al dan niet tijdelijke verplaatsing naar een andere functie, ontzeggen van de toegang tot de dienstgebouwen, schorsing, onderzoek aan kleding en eigendommen van ambtenaren, verval van aanspraak op bezoldiging en verhaal van schade op de ambtenaar); 24. Vertegenwoordiging van de Minister van Financiën bij de behandeling van een beroep bij de rechtbank, sector bestuursrecht, dan wel bij de Centrale Raad van Beroep; en 25. artikelen 20 21 De bevoegdheden opgenomen inenworden uitgeoefend door de overige directeuren voor zover het rechtspositionele handelingen en besluiten betreft aangaande de direct onder hen ressorterende leidinggevenden. 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 28-12-2019
Artikel 20 — Artikel 20 Voorbehouden aan de afdelingshoofden of vergelijkbare leidinggevende functionarissen#
Artikel 20 Voorbehouden aan de afdelingshoofden of vergelijkbare leidinggevende functionarissen hoofdstuk 5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 Met inachtneming van hetgeen bepaald in voorgaande artikelen en inzijn de afdelingshoofden of daarmee vergelijkbare leidinggevende functionarissen bevoegd om ten aanzien van het tot hun afdeling behorende personeel namens de Staatssecretaris de volgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen: 1. besluit werving en selectie Het vaststellen van een vacante functie zoals bedoeld in het(AB85/U1833); 2. artikel 4a ARAR besluit Werving en Selectie Het openstellen van een vacature op grond vanen het; 3. Bij openstelling van een vacature is het afdelingshoofd ten aanzien van het eigen organisatieonderdeel waar de vacature bestaat bevoegd met betrekking tot het besluit tot aanstelling dan wel plaatsing van de kandidaat die voor de functie in aanmerking komt en het besluit tot afwijzing van de overige kandidaten, uitgezonderd de teamleiders of vergelijkbare leidinggevende functionarissen. 4. artikelen 9 9a 10 11 ARAR Het stellen van voorwaarden voor aanstelling zoals bedoeld in,,enen het vaststellen van het arbeidspatroon; 5. artikel 33e ARAR Het toekennen van buitengewoon verlof op grond van. 6. hoofdstuk III BBRA 1984 Het toekennen van toelagen op grond van; 7. Ten aanzien van de goedkeuring van bijzondere beloningsregelingen zoals de vergoeding voor Bedrijfshulpverlening en stagevergoeding; 8. artikel 71 ARAR Het met personeel direct ressorterend onder het afdelingshoofd voeren van voortgang dan wel personeelsgesprekken zoals bedoeld; 9. artikel 71a ARAR Het opmaken en bespreken van de personeelsbeoordeling en het indien wenselijk aanwijzen van informanten en adviseurs op grond van; 10. Goedkeuring dan wel afwijzing van verzoeken tot vergoeding buitenlandse dienstreizen binnen Europa en de bijbehorende reis en verblijfskosten; 11. Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan wegens ziels- of lichaamsgebreken; 12. Het toekennen van bezoldiging bij ziekte; 13. artikel 36a 36d ARAR Het uitvoeren van de verplichtingen van de werkgever met betrekking tot de bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar bij ziekte en arbeidsongeschiktheid als bedoeld inen; en 14. artikel 21 De bevoegdheden opgenomen inworden uitgeoefend door de afdelingshoofden voor zover het rechtspositionele handelingen en besluiten betreft aangaande de direct onder hen ressorterende leidinggevenden. 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 28-12-2019
Artikel 21 — Artikel 21 Voorbehouden aan de teamleiders of vergelijkbare leidinggevende functionarissen#
Artikel 21 Voorbehouden aan de teamleiders of vergelijkbare leidinggevende functionarissen hoofdstuk 5 van het Organisatie en mandaatbesluit van het Ministerie van Financiën Met inachtneming van hetgeen bepaald is voorgaande artikelen en inzijn de teamleiders of daarmee vergelijkbare leidinggevende functionarissen bevoegd om ten aanzien van het tot hun team behorende personeel namens de Staatssecretaris de volgende rechtspositionele handelingen en besluiten te verrichten of te nemen: 1. Ten aanzien van de toekenning aan ambtenaren van individuele keuzemogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket; 2. Toekennen aanvraag aanpassing van de werktijdregeling in het kader van de regeling Partiële Arbeidsparticipatie Senioren (PAS); 3. hoofdstuk V van het ARAR Ten aanzien van vakantie en verlof als bedoeld in; 4. artikel 59 ARAR BBRA 1984 Over het toekennen van studiefaciliteiten als bedoeld inten aanzien van ambtenaren tot en met schaal 14, tot een bedrag van € 5.000,–; 5. Goedkeuring dan wel afwijzing van verzoeken tot vergoeding van verhuiskosten en -verlof, declaraties woon-werk-verkeer, binnenlandse dienstreizen en de bijbehorende reis- en verblijfskosten; 6. artikel 71 ARAR Het met ambtenaren voeren van voortgang dan wel personeelsgesprekken zoals bedoeld in; en 7. artikel 36 ARAR Het uitvoeren van de verplichtingen van de werkgever met betrekking tot de bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar bij ziekte en arbeidsongeschiktheid als bedoeld in. 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 2019 70478 27-12-2019 17-12-2019 2019-0000073040 28-12-2019
Artikel 22 — Artikel 22 Intrekking andere regelingen#
Artikel 22 Intrekking andere regelingen Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2016 ‘Het’ wordt ingetrokken. De besluiten die op grond van ‘Het Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2016’ het verlenen van ondermandaat regelen worden eveneens ingetrokken. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 23 — Artikel 23 Inwerkingtreding#
Artikel 23 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 24 — Artikel 24 Citeertitel#
Artikel 24 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Directoraat-Generaal Belastingdienst 2018. 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 2018 69950 13-12-2018 05-12-2018 2018-211420 15-12-2018
Artikel 8#
artikel 8
Artikel 12#
artikel 12