Besluit van de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 10 december 2018, nr. 2410553/18/DP&O, houdende verlening van ondermandaat en het doorgeven van volmacht en machtiging aan de hoofden van de taakorganisaties van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid)
- BWB-id
- BWBR0041699
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-11-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041699
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/mandaatbesluit-hoofden-taakorganisaties-ministerie-van-justi
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/mandaatbesluit-hoofden-taakorganisaties-ministerie-van-justi/2025-11-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041699&g=2025-11-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041699&z=2026-06-06&g=2025-11-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041699/2025-11-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/mandaatbesluit-hoofden-taakorganisaties-ministerie-van-justi
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 2 van het Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid Van het ingevolgeaan de secretaris-generaal verleende mandaat wordt ondermandaat verleend ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel betreffen aan: a. de algemeen directeur van de Dienst Terugkeer en Vertrek; b. de directeur van de Justitiële informatiedienst; c. de algemeen directeur van de raad voor de kinderbescherming; d. de directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC); e. de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau; f. de algemeen directeur van de Dienst JUSTIS; g. de directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen; h. de directeur-generaal van de Immigratie- en Naturalisatiedienst; i. de algemeen directeur van het Nederlands Forensisch Instituut; j. de directeur van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC); k. het hoofd van het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven; l. de algemeen directeur van de Justitiële ICT Organisatie; m. de directeur van de Nationale Opvang Organisatie (NOO); n. de directeur van de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA). 2024 41608 17-12-2024 04-12-2024 5968329/24/DP&O 2024 41608 17-12-2024 04-12-2024 5968329/24/DP&O 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1 De hoofden van de dienstonderdelen, genoemd inworden aangewezen en volmacht verleend om op te treden als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk ten aanzien van de onder hun ressorterende ambtenaren. 2019 70947 30-12-2019 19-12-2019 2768328/19/DP&O 2019 70947 30-12-2019 19-12-2019 2768328/19/DP&O 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Wet vaststellingsprocedure staatloosheid Rijkswet op het Nederlanderschap Wet open overheid Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming bijlage Als bevoegd om besluiten te nemen op het terrein van de vreemdelingenwetgeving, waaronder ook begrepen deen van de, alsmede daaraan gerelateerde besluiten op grond van de, de Algemene verordening gegevensbescherming en de, verzoeken om schadevergoeding, en de behandeling van klachten, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van debij dit besluit, voor zover het betreft de rechtshandelingen, genoemd in de overige kolommen van die bijlage. 2023 35548 28-12-2023 18-12-2023 5094602/23/DP&O 2023 35548 28-12-2023 18-12-2023 5094602/23/DP&O 29-12-2023 01-05-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Aan de secretaris-generaal blijft voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze: a. zijn neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies); 2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden; b. worden genomen op grond van: 1°. artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie het Burgerlijk Wetboek,,of, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade, of materiële schade boven een bedrag van € 10.000,–; 2°. artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie of; 3°. artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie of, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen; 4° artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek een financiële vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van, vermeerderd met € 10.000, overstijgt; c. het verstrekken van reisopdrachten aan functionarissen naar landen buiten Europa alsmede Turkije betreffen. 2 Aan de secretaris-generaal blijft tevens voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze: a. Wet openbaarheid van bestuur zijn neergelegd in een document dat betrekking heeft op een verzoek in de zin van de, indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben; b. artikel 1 aanstelling, bevordering en ontslag van alsmede het treffen van disciplinaire maatregelen jegens functionarissen op managementfuncties van schaal 14 en hoger direct onder het niveau van de hoofden, genoemd in, betreffen; c. betrekking heeft op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een functionaris die tijdelijk is ontheven van de uitoefening van diens functie bij het ministerie en niet in de uitoefening van de functie kan worden hersteld naar het oordeel van diens leidinggevende met A-mandaat als bedoeld in bijlage 1 van het betreffende ondermandaatbesluit, wanneer de functionaris ophoudt met het bekleden van één van de volgende functies: 1. Een functie in een publiekrechtelijk college, waarin de functionaris is benoemd of verkozen; 2. Een functie in een internationale volkenrechtelijke organisatie; of 3. Het vervullen van een functie substituut-ombudsman. 3 artikel 1, onderdeel c Voor zover het de verlening van ondermandaat aan de in, genoemde functionaris betreft, blijven beslissingen op verzoeken van cliënten van de raad voor de kinderbescherming om een schadevergoeding, waarbij een bedrag hoger dan € 50.000,– wordt toegekend, voorbehouden aan de secretaris-generaal. 4 artikel 1, onderdelen a, h en i Verordening (EU) 2019/1240 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c is het gemaakte voorbehoud inzake het verstrekken van reisopdracht aan ondergeschikte functionarissen naar landen buiten Europa alsmede Turkije niet van toepassing voor de functionarissen genoemd in. Deze bevoegdheid kan door de functionarissen genoemd in artikel 1, onderdelen a en i niet worden doorgegeven. De functionaris genoemd in artikel 1, onderdeel h, is toegestaan deze bevoegdheid door te geven voor zover het de dienstreizen betreft van de medewerkers die op basis vantijdelijk in het buitenland werkzaam zijn. 2025 39130 18-11-2025 21-10-2025 6751201/25/DP&O 2025 39130 18-11-2025 21-10-2025 6751201/25/DP&O 19-11-2025 05-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1 De ingenoemde functionarissen kunnen geen ondermandaat verlenen van de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies. 2 artikel 1, onderdeel c De in, genoemde functionaris kan geen ondermandaat verlenen tot het beslissen op verzoeken van cliënten van de raad voor de kinderbescherming om schadevergoeding, indien deze verzoeken het bedrag van € 2.500,– te boven gaan. 2018 71090 18-12-2018 10-12-2018 2410553/18/DP&O 2018 71090 18-12-2018 10-12-2018 2410553/18/DP&O 19-12-2018 19-10-2018
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a artikel 1, onderdeel g artikel 40d van de Penitentiaire Beginselenwet De in, genoemde functionaris kan geen ondermandaat verlenen van de bevoegdheid op grond van. 2025 29584 02-09-2025 18-06-2025 6470379/25/DP&O 2025 206 16-09-2025 11-09-2025 01-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Penitentiaire beginselenwet (aanvullende maatregelen tegen
georganiseerde criminaliteit tijdens detentie) in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 1 De ingenoemde functionarissen wordt toegestaan de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake financieel beheer en het nemen van rechtspositionele besluiten verder dan één hiërarchisch niveau door te geven. 2 artikel 1, onderdelen a, h en n Rijkswet op het Nederlanderschap De in, genoemde functionarissen worden gemandateerd om de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op het terrein van de vreemdelingenwetgeving en van deverder dan één hiërarchisch niveau door te geven. 2024 41608 17-12-2024 04-12-2024 5968329/24/DP&O 2024 41608 17-12-2024 04-12-2024 5968329/24/DP&O 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 1 Ondermandaten, volmachten en machtigingen verleend door of namens de ingenoemde functionarissen blijven van kracht. 2018 71090 18-12-2018 10-12-2018 2410553/18/DP&O 2018 71090 18-12-2018 10-12-2018 2410553/18/DP&O 19-12-2018 19-10-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 19 oktober 2018. 2018 71090 18-12-2018 10-12-2018 2410553/18/DP&O 2018 71090 18-12-2018 10-12-2018 2410553/18/DP&O 19-12-2018 19-10-2018
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid. 2018 71090 18-12-2018 10-12-2018 2410553/18/DP&O 2018 71090 18-12-2018 10-12-2018 2410553/18/DP&O 19-12-2018 19-10-2018
Artikel 3#
artikel 3