Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 29 oktober 2018, nr. 2388102/18/DP&O, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid)
- BWB-id
- BWBR0041519
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-08-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041519
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/mandaatbesluit-ministerie-van-justitie-en-veiligheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/mandaatbesluit-ministerie-van-justitie-en-veiligheid/2024-08-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041519&g=2024-08-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041519&z=2026-06-06&g=2024-08-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041519/2024-08-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/mandaatbesluit-ministerie-van-justitie-en-veiligheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bewindspersoon: Minister van Justitie en Veiligheid, Minister voor Rechtsbescherming of Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, afhankelijk van wie het aangaat; clusters: artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit dienstonderdelen, genoemd in; ministerie: Ministerie van Justitie en Veiligheid; Organisatiebesluit: Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid . 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 08-11-2018 19-10-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot: a. de Koning; b. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie; c. een minister of staatssecretaris; d. een autoriteit in binnen- of buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of staatssecretaris; e. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; f. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State; g. de president van de Algemene Rekenkamer; of h. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven. 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 08-11-2018 19-10-2018
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De secretaris-generaal kan ondermandaat verlenen aan: a. artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit de hoofden van de clusters, genoemd in; b. artikelen 2, derde lid, van het Organisatiebesluit de hoofden van de diensten en baten-lastenagentschappen, genoemd in de; c. artikel 4, tweede lid, van het Organisatiebesluit de hoofden van de dienstonderdelen, genoemd in; d. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voor zover zij niet ressorteren onder een van de hoofden bedoeld in de voorgaande leden. 2 Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven. 3 artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b van het Organisatiebesluit Wet open overheid Wet hergebruik van overheidsinformatie artikel 2, onderdeel h In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters, genoemd in, het (onder)mandaat inzake besluiten en klachtenprocedures op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming, verzoeken op grond van de, verzoeken op grond van de, klachten, subsidiebesluiten, beleidsregels en, met inachtneming van, Nationale ombudsmanprocedures doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven. 4 artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters, genoemd in, hun (onder)mandaat inzake de aangelegenheden, bedoeld in, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven. 5 In afwijking van het tweede lid kan (onder)mandaat verder dan één hiërarchisch niveau doorgeven worden door: a. artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit de secretaris-generaal alsmede de hoofden van de clusters, genoemd in, en de hoofden van de diensten en baten-lastenagentschappen, genoemd in artikel 2, derde lid, van het Organisatiebesluit, en de door deze aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen voor zover het betreft het nemen van besluiten inzake financieel beheer en het nemen van rechtspositionele besluiten ten aanzien van onder hen ressorterende ambtenaren; b. artikel 2, tweede lid, onderdeel f, van het Organisatiebesluit Rijkswet op het Nederlanderschap de secretaris-generaal alsmede het hoofd van het cluster, genoemd in, het hoofd van de dienst, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 1°, van het Organisatiebesluit, en het hoofd van het baten-lastenagentschap, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel b, onder 4°, van het Organisatiebesluit, en de door deze aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen voor zover het betreft het nemen van besluiten op het terrein van de vreemdelingenwetgeving en van de. 6 artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 4, van het Organisatiebesluit artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit In afwijking van het tweede lid kan het hoofd van de dienst als bedoeld inzijn ondermandaat inzake de aangelegenheden, bedoeld in, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven. 2022 26199 03-10-2022 20-09-2022 4094698/22/DP&O 2022 26199 03-10-2022 20-09-2022 4094698/22/DP&O 04-10-2022 31-03-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De secretaris-generaal wordt aangewezen als de vertegenwoordiger van de werkgever in de zin van paragraaf 1.2 van de CAO Rijk en als de hoogste ambtelijk leidinggevende in de zin van paragraaf 27.2 van de CAO Rijk ten aanzien van ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 2019 70944 30-12-2019 18-12-2019 2764617/19/DP&O 01-01-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Besluiten inzake aanstelling, ontslag, bevordering of verplaatsing van ambtenaren op managementfuncties in schaal 14 en hoger behoeven de instemming van het Centraal Loopbaanberaad van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, tenzij de secretaris-generaal anders bepaalt. 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 08-11-2018 19-10-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b artikel 2, derde lid van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor de toegankelijkheid van de ondermandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de dienstonderdelen genoemd inen. 2 artikel 2, tweede lid, onderdelen c tot en met j van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid De hoofden van de clusters, genoemd in, dragen zorg voor de toegankelijkheid van de ondermandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de onder hen ressorterende dienstonderdelen. 2024 28319 28-08-2024 09-08-2024 5575281/24/DP&O 2024 28319 28-08-2024 09-08-2024 5575281/24/DP&O 29-08-2024
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor de toepassing van dit besluit en de op grond daarvan verleende en doorgegeven ondermandaten worden met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening en het doorgeven van: a. volmacht om in naam van de bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; b. machtiging om in naam van de bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2 artikel 3 Voor de toepassing vangeldt dat het doorgeven van een volmacht om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten slechts is toegestaan voor zover het regelmatig voorkomende rechtshandelingen betreft. 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 08-11-2018 19-10-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit van kracht zijnde mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen op het terrein van het ministerie waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit niet is voorzien, blijven van kracht totdat op grond van dit besluit is voorzien in mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging dan wel is voorzien in intrekking daarvan. 2019 47055 21-08-2019 20-08-2019 2661825/19/DP&O 2019 47055 21-08-2019 20-08-2019 2661825/19/DP&O 22-08-2019 19-10-2018
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Door of namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleende mandaten en ondermandaten op het terrein van veiligheid behoudens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, die op 13 oktober 2010 van kracht waren, worden aangemerkt als mandaten die met ingang van 14 oktober 2010 zijn verleend door of namens de Minister van Justitie en Veiligheid, met dien verstande dat: a. mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden aangemerkt als mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid; b. mandaten die rechtstreeks zijn verleend aan functionarissen die ressorteren onder het directoraat-generaal Straffen en Beschermen, het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving of de Inspectie Justitie en Veiligheid worden aangemerkt als ondermandaten die overeenkomstig dit besluit zijn verleend. 2 Rijkswet op het Nederlanderschap Door of namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleende mandaten en ondermandaten op het terrein van de vreemdelingenwetgeving en van de, die op 4 november 2012 van kracht waren, worden aangemerkt als mandaten die met ingang van 5 november 2012 zijn verleend door of namens de Minister van Justitie en Veiligheid, met dien verstande dat: a. mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden aangemerkt als mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid; b. mandaten die rechtstreeks zijn verleend aan functionarissen die ressorteren onder het directoraat-generaal Migratie worden aangemerkt als ondermandaten die overeenkomstig dit besluit zijn verleend. 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 08-11-2018 19-10-2018
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011 Dewordt ingetrokken. 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 08-11-2018 19-10-2018
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 19 oktober 2018. 2 Besluiten of handelingen die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit zijn genomen of verricht namens de bewindspersoon door een functionaris van een dienstonderdeel zoals dat dienstonderdeel tot 26 oktober 2017 werd aangeduid, behouden hun rechtskracht. 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 08-11-2018 19-10-2018
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid. 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 2018 62274 07-11-2018 29-10-2018 2388102/18/DP&O 08-11-2018 19-10-2018