Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 5 december 2017, nr. WJZ/17183841, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het voorjaar van 2018 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2018)
- BWB-id
- BWBR0040340
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0040340
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-vo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-vo/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0040340&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0040340&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0040340/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-vo
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie ; – allesvergisting: biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom ten minste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt; – beschermingszone: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 beschermingszone als bedoeld in appendix b bij; – besluit: Besluit stimulering duurzame energieproductie ; – biosyngas; mengsel van gassen dat is geproduceerd door vergassing van biomassa en dat geen nadere bewerking tot methaan heeft ondergaan; – doublet: combinatie van twee naast elkaar liggende diepboringen die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput; – hernieuwbaar gas hub: verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie, met uitzondering van de productie-installatie, wordt ingevoed; – ketel: installatie waarin brandstof wordt verstookt waarbij de verbrandingswarmte met behulp van een warmtewisselaar wordt overgedragen aan een vloeistof; – minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; – netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%; – nominaal elektrisch rendement: quotiënt van het nominaal elektrisch vermogen en: a. de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor, en b. het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus; – nominaal vermogen: maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas en wat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik. In het geval van geothermische productie-installaties dient het nominaal vermogen te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%; – NTA 8003: 2008: Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008; – hernieuwbare warmte: artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit nuttig aangewende warmte als bedoeld in; – richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG Richtlijn 2001/77/EG Richtlijn 2003/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking vanen(PbEU 2009, L 140); – thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van: a. verbranding, b. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; – valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van waterkracht waarbij het nominaal vermogen wordt benut; – vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: Uitvoeringsregeling Meststoffenwet biologische afbraakreacties van in hoofdzaak vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld; – vergisting van uitsluitend dierlijke mest: biologische afbraakreacties van vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren; – waterstaatswerk: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 waterstaatswerk als bedoeld in appendix b bij. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 4 6 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 14 16 18, eerste lid 20, eerste lid 22, eerste lid 24 26 28, eerste lid 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de,,,,,,,,,,,,,,,,, en, die wordt aangevraagd in de periode van 13 maart 2018, 09:00 uur, tot 5 april 2018, 17:00 uur, bedraagt € 6.000.000.000. 2 De Minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend. 4 artikel 2, vijfde lid artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht De Minister beslist afwijzend op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indien de toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie, noch een gedoogplichtbeschikking op grond van, often aanzien van de beoogde locatie voor het plaatsen van de productie-installatie kan worden overgelegd. 5 bijlage 1 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,– wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen intot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger en onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen vier weken na afgifte van de beschikking heeft aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven. 6 artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 Het vijfde lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 7 artikel 48 van het besluit Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het vijfde lid de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld in, van de beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt nog niet zijn aangevangen bij elkaar opgeteld. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 4, onderdeel c artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 2 artikel 30, eerste lid artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 3 artikel 24, onderdeel c artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 4 artikelen 4, onderdeel c 16 18, eerste lid 24, onderdelen b en c 26 28, eerste lid 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid artikel 3, vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,, en,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 5 artikelen 4 6 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 6 artikel 14 artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt en dat bij de benutting van de opgetelde kWh, als bedoeld in artikel 15, vierde lid van het besluit, geldt dat de productie wordt verdeeld in een deel net levering en een deel niet-netlevering op basis van de verhouding tussen de geproduceerde energie die aan het net geleverd is en de energie die niet aan het net geleverd is in het voorgaande jaar. 7 artikelen 16 18, eerste lid 20, eerste lid artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 8 artikelen 16 artikel 18, eerste lid 20, eerste lid artikel 32, zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 9 artikel 26 artikel 28, eerste lid artikel 32, zevende lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 10 artikelen 22, eerste lid 24 26 28, eerste lid 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 11 artikelen 26, onderdelen c, d en e 28, eerste lid, onderdeel b 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid artikel 48, zevende lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 12 artikelen 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 16 26 artikel 56, tweede lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: a. in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter, of b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, of c. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 4 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 6 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 10 12 bijlage 2 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in deof, die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2017, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s; b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of d. < 7,0 m/s. 2 De productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de Minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt, of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging 15 jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste 13 jaar voordien in gebruik is genomen. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 8, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 bijlage 2 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht binnen het waterstaatswerk of een beschermingszone van een voorliggende waterkering, dan wel binnen het waterstaatswerk of de zeewaartsgerichte beschermingszone van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, en die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2017, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s; b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of d. < 7,0 m/s. 2 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de Minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt, of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging 15 jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste 13 jaar voordien in gebruik is genomen. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 10, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, en waarvan de fundering volledig in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat, waarbij het hart van de fundering op een afstand van ten minste 25 meter van de waterkant staat. 2 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de Minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt, of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging 15 jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste 13 jaar voordien in gebruik is genomen. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 12, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A: a. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp, of b. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 14, onderdeel a De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 14, onderdeel b De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 artikel 14, onderdeel a artikel 3, eerste en tweede lid, van de Algemene uitvoeringsregeling duurzame energieproductie Op aanvragen van een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie, bedoeld in, isniet van toepassing. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd door middel van vergisting van uitsluitend dierlijke mest, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 16 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productie proces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering en waarbij ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie van biogas nieuw zijn. De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, bedoeld in het eerste lid, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 18, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 18, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 20, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren waarbij de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van kassen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector, met een totaal thermisch vermogen: a. groter dan of gelijk aan 140 kW en kleiner dan 1 MW, of b. groter dan of gelijk aan 1 MW. 2 Het vermogen in kW van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de apertuuroppervlakte in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7. 3 artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZ-subsidies Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt indien reeds op basis vansubsidie is verstrekt. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 22, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter; b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput met een diepte van ten minste 500 meter; c. besluit een productie-installatie als bedoeld in de onderdelen a, of b, waarvoor op het moment van aanvragen reeds een subsidie is verleend op grond van hetdie wordt uitgebreid met ten minste één aanvullende put met een diepte van ten minste 500 meter, of d. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 3.500 meter. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 24 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is; c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; e. een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW voor elektrisch en thermisch vermogen samen waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van vergisting van uitsluitend dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt, of f. een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van vergisting van uitsluitend dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 26 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering: a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn, of b. waarmee hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, bedoeld in het eerste lid, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 28, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 28, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 tot en met 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 30, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 30, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW en kleiner dan 5 MW waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 32, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 32, eerste lid De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MW, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt; c. ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt; d. ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt; e. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; f. ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt; g. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt; h. ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt; i. ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt; j. ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt; k. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; l. ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 34, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 34, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van industriële stoom of hernieuwbare elektriciteit en industriële stoom geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van industriële stoom of hernieuwbare elektriciteit en industriële stoom door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MW waarbij ten minste de stoomketel nieuw is waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 worden verbrand, b. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2008 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld onder a. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan. 2018 38941 13-07-2018 05-07-2018 WJZ/17110641 2018 38941 13-07-2018 05-07-2018 WJZ/17110641 01-01-2019
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 36, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 8 jaar verstrekt. 2 artikel 36, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, door middel van verbranding van houtpellets, met een brander in een ketel, een oven of een fornuis met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MW en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 worden verbrand, b. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2008 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld onder a. 2 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan. 2018 38941 13-07-2018 05-07-2018 WJZ/17110641 2018 38941 13-07-2018 05-07-2018 WJZ/17110641 01-01-2019
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 38, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 38, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt: a. de periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de derde fase sluit op 5 april 2018, 17:00 uur; b. artikelen 10, eerste lid 43a, eerste lid, van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de, en, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; c. artikel 27, eerste lid, van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag. 1 2 3 4 fase datum openstelling fasebedrag in eur/kWh fasebedrag hernieuwbaar gas in eur/kWh 1 13 maart 2018, 9:00 uur 0,090 0,064 2 19 maart 2018, 17:00 uur 0,110 0,078 3 26 maart 2018, 17:00 uur 0,130 0,092 2 artikelen 4 6 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 14 22, eerste lid 24 26 28, eerste lid 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid In afwijking van de fasebedragen genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,, en, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is. 3 artikelen 16 18, eerste lid 20, eerste lid In afwijking van de fasebedragen genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de,, en, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is. 4 artikel 58, tweede lid, van het besluit Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld inbedraagt het fasebedrag voor de productie van hernieuwbaar gas het fasebedrag gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen, tenzij het fasebedrag gelijk is aan het fasebedrag in de vierde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel, in welk geval het fasebedrag van de derde kolom geldt. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 11, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2018 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en 2°. artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2018 in eur/kWh Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm waaronder vrije stroming en golfenergie 0,130 3.700 0,027 0,038 Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,130 5.700 0,027 0,038 Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,100 2.600 0,027 0,038 Artikel 6 Osmose 0,130 8.000 0,027 0,038 Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,054 netto P50-waarde vollasturen 0,022 0,032 Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,059 netto P50-waarde vollasturen 0,022 0,032 Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,064 netto P50-waarde vollasturen 0,022 0,032 Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, < 7,0 m/s 0,073 netto P50-waarde vollasturen 0,022 0,032 Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op primaire waterkeringen, ≥ 8,0 m/s 0,058 netto P50-waarde vollasturen 0,022 0,032 Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op primaire waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,063 netto P50-waarde vollasturen 0,022 0,032 Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op primaire waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,069 netto P50-waarde vollasturen 0,022 0,032 Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op primaire waterkeringen, < 7,0 m/s 0,077 netto P50-waarde vollasturen 0,022 0,032 Artikel 12, eerste lid 2 Wind in meer, water ≥ 1 km 0,085 netto P50-waarde vollasturen 0,022 0,032 Artikel 14, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,112 950 Netlevering: 0,022 Netlevering: 0,038 Niet netlevering: 0,047 Niet netlevering: 0,063 Artikel 14, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, 0,107 950 Netlevering: 0,022 Netlevering: 0,038 Niet netlevering: 0,039 Niet netlevering: 0,055 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 28, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 29, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbaar gas de basisgasprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2018 vastgesteld op: 1°. artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de energieprijs, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en 2°. artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basisenergie-prijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2018 in eur/kWh Artikel 16, onderdeel a Allesvergisting 0,055 8.000 0,016 0,017 Artikel 16, onderdeel b Vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,065 8.000 0,016 0,017 Artikel 16, onderdeel c Vergisting van uitsluitend dierlijke mest ≤ 400 kW 0,092 8.000 0,016 0,017 Artikel 18, eerste lid Verbeterde slibgisting bij rioolwater-zuiverings-installaties 0,046 8.000 0,016 0,017 Artikel 20, eerste lid Biomassa-vergassing (≥95% biogeen) 0,092 7.500 0,016 0,017 2 artikel 58, tweede lid, van het besluit artikelen 16 18, eerste lid 20, eerste lid Het basisbedrag wordt voor de toepassing van, voor een productie-installatie als bedoeld in de,, en, vastgesteld op het in de derde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde bedrag, gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 44, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid artikel 45, eerste lid, van het besluit de basisenergie- of basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, of, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2018 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de energie- of elektriciteitsprijs, bedoeld in, ofhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en 2°. artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c 47, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld in, ofop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basisenergie-prijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2018 in eur/kWh Artikel 22, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,094 700 0,029 0,029 Artikel 22, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,083 700 0,023 0,024 Artikel 24, onderdelen a en b Geothermie warmte, diepte ≥ 500 meter 0,053 6.000 0,016 0,017 Artikel 24, onderdeel c Geothermie warmte aanvullende put, diepte ≥ 500 meter 0,034 6.000 0,016 0,017 Artikel 24, onderdeel d Geothermie warmte, diepte ≥ 3.500 meter 0,060 7.000 0,016 0,017 Artikel 26, onderdeel a Warmte allesvergisting 0,061 7.000 0,023 0,024 Artikel 26, onderdeel b Warmte vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,065 7.000 0,023 0,024 Artikel 26, onderdeel c Gecombineerde opwekking allesvergisting 0,067 7.623 0,025 0,031 Artikel 26, onderdeel d Gecombineerde opwekking vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,068 7.322 0,028 0,035 Artikel 26, onderdeel e Gecombineerde opwekking vergisting van uitsluitend dierlijke mest ≤ 400 kW 0,124 6.374 0,040 0,046 Artikel 26, onderdeel f Warmte vergisting van uitsluitend dierlijke mest ≤ 400 kW 0,100 7.000 0,054 0,054 Artikel 28, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, warmte 0,033 7.000 0,023 0,024 Artikel 28, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, gecombineerde opwekking 0,049 5.729 0,028 0,035 Artikel 30, eerste lid Ketel vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,073 7.000 0,023 0,024 Artikel 32, eerste lid Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,055 3.000 0,029 0,029 Artikel 34, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,081 3.000 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,074 3.500 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,068 4.000 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,064 4.500 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,060 5.000 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,057 5.500 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,055 6.000 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,053 6.500 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,051 7.000 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel j Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,050 7.500 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel k Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,048 8.000 0,016 0,017 Artikel 34, eerste lid, onderdeel l Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,047 8.500 0,016 0,017 Artikel 36, eerste lid Ketel industriële stoom uit houtpellets voor warmte en gecombineerde opwekking 0,066 8.500 0,016 0,017 Artikel 38, eerste lid Brander op houtpellets voor warmte en gecombineerde opwekking 0,050 3.000 0,021 0,021 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2018. 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 2017 69690 11-12-2017 05-12-2017 WJZ/17183841 01-01-2018
Artikel 2#
artikel 2, vijfde lid
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 10#
10