Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 juni 2018, nr. MBO/1315728, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende middelen voor het verhogen van de kwaliteit van het beroepsonderwijs (Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022)
- BWB-id
- BWBR0041053
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2022-08-01 t/m 2024-07-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041053
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/regeling-kwaliteitsafspraken-mbo-2019-2022
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/regeling-kwaliteitsafspraken-mbo-2019-2022/2022-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041053&g=2022-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041053&z=2026-06-06&g=2022-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041053/2022-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/regeling-kwaliteitsafspraken-mbo-2019-2022
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: adviescommissie: artikel 7 commissie als bedoeld in; basisberoepsopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet basisberoepsopleiding als bedoeld in; instelling: artikel 1.1.1 van de wet instelling als bedoeld in, voor zover het bekostigde beroepsopleidingen betreft; investeringsbudget: artikel 4, eerste lid de aanvullende middelen, bedoeld in; kwaliteitsagenda: artikel 6 kwaliteitsagenda als bedoeld in; resultaatafhankelijk budget: artikel 4, tweede lid de aanvullende middelen, bedoeld in; wet: Wet educatie en beroepsonderwijs . 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-08-2022
Artikel 1a — Artikel 1a Aanvullende grondslag#
Artikel 1a Aanvullende grondslag artikel 2.2.3, vierde lid, van de wet Deze regeling berust mede op. 2020 57180 05-11-2020 27-10-2020 MBO/25648921 2020 57180 05-11-2020 27-10-2020 MBO/25648921 06-11-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 3 — Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten 1 De minister kan aan een instelling voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022 jaarlijks een aanvulling op de bekostiging verstrekken ten behoeve van activiteiten die erop zijn gericht de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs van de instelling te verhogen. 2 De aanvulling op de bekostiging bestaat uit een investeringsbudget en een resultaatafhankelijk budget. 3 bijlage 1 Een derde deel van het investeringsbudget wordt aan een instelling verstrekt voor de landelijke speerpunten als genoemd inbehorende bij deze regeling. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond#
Artikel 4 Subsidieplafond 1 Voor het verstrekken van het investeringsbudget zijn de volgende bedragen beschikbaar: a. voor het kalenderjaar 2019 € 381.300.000,–; b. voor het kalenderjaar 2020 € 440.000.000,–; c. voor het kalenderjaar 2021 € 247.215.000,–; d. voor het kalenderjaar 2022 € 341.147.000,–. 2 Voor het verstrekken van het resultaatafhankelijk budget zijn de volgende bedragen beschikbaar: a. voor het kalenderjaar 2021 € 210.652.000,–; b. voor het kalenderjaar 2022 € 217.623.000,–. 2022 17977 11-07-2022 29-06-2022 MBO/33128048 2022 17977 11-07-2022 29-06-2022 MBO/33128048 12-07-2022 01-11-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Wijze van verdeling aanvullende middelen#
Artikel 5 Wijze van verdeling aanvullende middelen 1 artikel 8 Het investeringsbudget wordt per kalenderjaar als volgt verdeeld over de instellingen waarvan de minister op grond vanheeft geoordeeld dat de kwaliteitsagenda kwalitatief voldoende is: a. artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB twee derde deel wordt over deze instellingen verdeeld naar rato van het totaal van de voor dat kalenderjaar op grond vanberekende rijksbijdragedelen voor die instelling; b. een derde deel wordt over deze instellingen verdeeld naar rato van het aantal studenten dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor een aanvulling op de bekostiging wordt verstrekt bij die instelling is ingeschreven voor een basisberoepsopleiding en dat voor bekostiging in aanmerking komt. 2 artikel 4, tweede lid, onder a artikel 8 artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB Het in, genoemde resultaatafhankelijk budget wordt voor het kalenderjaar 2021 verdeeld over de instellingen waarvan de minister op grond vanheeft geoordeeld dat de kwaliteitsagenda voldoende is, naar rato van het totaal van de voor dat kalenderjaar op grond vanberekende rijksbijdragedelen voor die instelling. 3 artikel 4, tweede lid, onder b artikel 10 artikel 11 Het in, genoemde resultaatafhankelijk budget wordt vermeerderd met het resultaatafhankelijk budget, bedoeld in artikel 4, onder a, dat voor het kalenderjaar 2021 is verdeeld over de instellingen, maar op grond van zowel de midterm review, bedoeld in, als de eindbeoordeling, bedoeld in, niet wordt verstrekt. 4 artikel 11 artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB Het resultaatafhankelijk budget wordt voor het kalenderjaar 2022 verdeeld over de instellingen waarvan de minister op grond vanheeft geoordeeld dat de resultaten van de uitvoering van de kwaliteitsagenda kwalitatief voldoende zijn, naar rato van het totaal van de voor dat kalenderjaar op grond vanberekende rijksbijdragedelen voor die instelling. 5 De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 6 artikel 2.2.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB Bij te late indiening van de gegevens en de verklaring als bedoeld in: a. artikel 2.2.5 van het Uitvoeringsbesluit WEB is ten aanzien van het eerste lid, onder a,van toepassing; en b. kan de minister ten aanzien van het eerste lid, onder b, de aanvullende bekostiging vaststellen met gebruik van het aantal studenten dat is ingeschreven voor een basisberoepsopleiding op 1 oktober van het derde kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar, waarvoor een aanvulling op de bekostiging wordt verstrekt. 7 artikel 8 In afwijking van het eerste lid wordt het investeringsbudget voor kalenderjaar 2022 als volgt verdeeld over de instellingen waarvan de minister op grond vanheeft geoordeeld dat de kwaliteitsagenda kwalitatief voldoende is, waarbij: a. artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB de helft over deze instellingen wordt verdeeld naar rato van het totaal van de voor kalenderjaar 2022 op grond vanberekende rijksbijdragedelen voor die instelling; b. de andere helft over deze instellingen wordt verdeeld naar rato van het aantal studenten dat op 1 oktober van kalenderjaar 2020 bij die instelling is ingeschreven voor een basisberoepsopleiding en dat voor bekostiging in aanmerking komt. 2022 17977 11-07-2022 29-06-2022 MBO/33128048 2022 17977 11-07-2022 29-06-2022 MBO/33128048 12-07-2022 01-11-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Kwaliteitsagenda#
Artikel 6 Kwaliteitsagenda 1 Een instelling dient voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022 een aanvraag in, in de vorm van een kwaliteitsagenda. 2 Een instelling legt in haar kwaliteitsagenda gemotiveerd vast: a. wat zij als haar werkgebied definieert; b. welke ontwikkelingen in dit werkgebied van belang zijn voor haar kwaliteitsagenda, waaronder de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in dit betreffende werkgebied; c. een kwalitatieve en kwantitatieve analyse van haar uitgangssituatie (nulmeting), waaruit concrete ambities voortvloeien, die zij op opleidings- of instellingsniveau in de periode van 2019 tot en met 2022 wil bereiken; d. welke maatregelen zij gaat nemen teneinde deze ambitie te bereiken; e. op welke wijze de uitvoering van het kwaliteitsagenda wordt georganiseerd met inbegrip van een indicatieve planning; en f. middels een indicatieve begroting hoe zij de aanvulling op de bekostiging wil besteden. 3 Onderdeel van de kwaliteitsagenda van een beroepscollege dat beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel verzorgt is een onderbouwing van het ontwikkelperspectief van die instelling met het oog op de doelmatige organisatie van het onderwijs en de uitdagingen waarvoor de instelling zich de aankomende jaren gesteld gaat zien door demografische ontwikkelingen en de daarmee samenhangende studentenaantallen. 4 bijlage 1 Een instelling besteedt in de kwaliteitsagenda in elk geval aandacht aan de ingenoemde landelijke speerpunten en formuleert ten aanzien daarvan ambities. De instelling maakt daarbij een kwalitatieve en kwantitatieve analyse aan de hand van de elementen in bijlage 1. De instelling maakt inzichtelijk hoe zij voor deze ambities een derde deel van het investeringsbudget gaat inzetten. 5 Indien een instelling geen ambities opneemt ten aanzien van één van de in het vierde lid genoemde landelijke speerpunten motiveert zij waarom zij besloten heeft hier geen inzet op te plegen. 6 De instelling beschrijft in de kwaliteitsagenda op welke wijze zij interne en externe stakeholders heeft betrokken bij het opstellen van de kwaliteitsagenda en in hoeverre er draagvlak bestaat voor de kwaliteitsagenda. Ook wordt aantoonbaar gemaakt op welke wijze externe stakeholders actief betrokken zijn bij het uitvoeren van de kwaliteitsagenda. 7 De instelling dient de kwaliteitsagenda uiterlijk op 31 oktober 2018 in bij de minister. De minister kan een aanvraag die na 31 oktober 2018 is ingediend afwijzen. 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 2022 3132 31-01-2022 20-01-2022 MBO/30890178 01-08-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Adviescommissie#
Artikel 7 Adviescommissie 1 De minister stelt een onafhankelijke adviescommissie in die de minister adviseert ten behoeve van de beoordeling van de ingediende kwaliteitsagenda’s alsmede de midterm review en eindbeoordeling van de resultaten van de uitvoering van de goedgekeurde kwaliteitsagenda’s. 2 de adviescommissie stelt een integrale rapportage met een landelijk beeld op en stuurt deze de minister toe: a. in 2019: over de beoordeling van de kwaliteitsagenda’s; b. in 2021: op basis van de midterm review over de voortgang van de kwaliteitsafspraken; en c. in 2023: op basis van de eindbeoordeling over de eindresultaten van de kwaliteitsafspraken. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 8 — Artikel 8 Beoordeling van de kwaliteitsagenda#
Artikel 8 Beoordeling van de kwaliteitsagenda 1 bijlage 2 De adviescommissie beoordeelt of de kwaliteitsagenda van een instelling voldoet aan deze regeling en of zij kwalitatief voldoende is. De adviescommissie beoordeelt de kwaliteitsagenda op grond van het beoordelingskader dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 De instelling licht de kwaliteitsagenda toe indien de adviescommissie daaraan behoefte heeft. 3 De adviescommissie informeert de instelling uiterlijk op 31 maart 2019 over haar voorlopig advies over de kwaliteitsagenda. 4 Indien het voorlopige advies van de adviescommissie inhoudt dat de kwaliteitsagenda van een instelling onvoldoende bevonden wordt, kan de instelling uiterlijk op 1 mei 2019 een aangepaste kwaliteitsagenda bij de adviescommissie indienen. 5 De adviescommissie adviseert de minister uiterlijk op 14 juni 2019 over de kwaliteitsagenda van de instelling. 6 Met inachtneming van het advies van de adviescommissie besluit de minister uiterlijk op 1 augustus of de kwaliteitsagenda kwalitatief voldoende is. 7 Indien de kwaliteitsagenda onvoldoende is komt de instelling niet in aanmerking voor zowel het investerings- als het resultaatafhankelijk budget. 8 Bij een voldoende oordeel van de kwaliteitsagenda wordt het investeringsbudget jaarlijks verstrekt voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022. 9 Het investeringsbudget wordt, zonder verlening, vastgesteld: a. voor het kalenderjaar 2019 uiterlijk in september 2019; b. voor de kalenderjaren 2020 tot en met 2022 jaarlijks in november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het investeringsbudget ziet. 2019 21252 17-04-2019 08-04-2019 MBO/5272769 2019 21252 17-04-2019 08-04-2019 MBO/5272769 18-04-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Bijstellen kwaliteitsagenda#
Artikel 9 Bijstellen kwaliteitsagenda Indien omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de instelling een als voldoende gekwalificeerde kwaliteitsagenda bijstellen. Daartoe dient een bijgestelde kwaliteitsagenda ingediend te worden bij de minister. De adviescommissie beoordeelt of de bijgestelde kwaliteitsagenda kwalitatief voldoende is. Indien de minister met inachtneming van het advies van de adviescommissie heeft ingestemd met de bijstelling vindt de midterm review of de eindbeoordeling plaats op basis van deze gewijzigde kwaliteitsagenda. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 10 — Artikel 10 Midterm review#
Artikel 10 Midterm review 1 De resultaten van de uitvoering van de kwaliteitsagenda worden in het kalenderjaar 2021 tussentijds beoordeeld door de adviescommissie. 2 De instelling dient ten behoeve van de tussentijdse beoordeling voor 1 juli 2021 haar jaarverslaggeving over het kalenderjaar 2020 in. 3 De instelling licht de tussentijdse resultaten van de kwaliteitsagenda toe indien de adviescommissie daaraan behoefte heeft. 4 De adviescommissie adviseert de minister uiterlijk op 1 oktober 2021 over de tussentijdse beoordeling. 5 Met inachtneming van het advies van de adviescommissie besluit de minister uiterlijk op 11 november 2021 of de tussentijdse resultaten van de uitvoering van de kwaliteitsagenda voldoende zijn. 6 Bij een voldoende oordeel wordt het resultaatafhankelijk budget voor het kalenderjaar 2021 zonder verlening vastgesteld. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 11 — Artikel 11 Eindbeoordeling#
Artikel 11 Eindbeoordeling 1 De resultaten van de uitvoering van de kwaliteitsagenda worden na het kalenderjaar 2022 beoordeeld door de adviescommissie. 2 De instelling dient ten behoeve van de eindbeoordeling voor 1 juli 2023 haar jaarverslaggeving over het kalenderjaar 2022 in. 3 De instelling licht de resultaten van de kwaliteitsagenda toe indien de adviescommissie daaraan behoefte heeft. 4 De adviescommissie adviseert de minister uiterlijk op 1 oktober 2023 over de eindbeoordeling. 5 Met inachtneming van het advies van de adviescommissie besluit de minister uiterlijk op 11 november 2023 of de resultaten van de uitvoering van de kwaliteitsagenda kwalitatief voldoende zijn. 6 Bij een voldoende oordeel wordt het resultaatafhankelijk budget voor het kalenderjaar 2022, en voor zover het resultaatafhankelijk budget voor het kalenderjaar 2021 niet is verstrekt ook dat resultaatafhankelijk budget, zonder verlening, vastgesteld. 7 Indien de resultaten van de uitvoering van de kwaliteitsagenda onvoldoende zijn, komt de instelling niet in aanmerking voor: a. het resultaatafhankelijk budget voor het kalenderjaar 2022; en b. het resultaatafhankelijk budget voor het kalenderjaar 2021 dat niet was verstrekt omdat de tussentijdse beoordeling van de resultaten onvoldoende was. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 12 — Artikel 12 Betaling#
Artikel 12 Betaling 1 De betaling van het investeringsbudget vindt plaats overeenkomstig het betaalritme waarin de bekostiging wordt betaald. 2 artikel 10 artikel 11 De betaling van het resultaatafhankelijke budget vindt plaats binnen tien weken na het vaststellingsbesluit van de minister, bedoeld in, respectievelijk het vaststellingsbesluit van de minister, bedoeld in. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 13 — Artikel 13 Informatieverschaffing#
Artikel 13 Informatieverschaffing De instelling werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan een door de adviescommissie ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister te adviseren over de kwaliteitsagenda alsmede de resultaten van de uitvoering van de kwaliteitsagenda. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 14 — Artikel 14 Besteding#
Artikel 14 Besteding De aanvullende middelen kunnen ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 15 — Artikel 15 Verantwoording#
Artikel 15 Verantwoording Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van de aanvullende middelen geschiedt jaarlijks in de jaarverslaggeving overeenkomstig de. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 16 — Artikel 16 Openbaarmaking#
Artikel 16 Openbaarmaking 1 De minister maakt de volgende documenten openbaar door deze elektronisch beschikbaar te stellen op de website www.kwaliteitsafsprakenmbo.nl: a. artikel 8, zesde lid artikel 10, vijfde lid artikel 11, vijfde lid het besluit, bedoeld in, met bijbehorende kwaliteitsagenda en het advies van de adviescommissie, alsmede de besluiten, bedoeld in, en, met bijbehorende advies van de adviescommissie; en b. artikel 7, tweede lid de landelijke rapportages, bedoeld in. 2 Tot openbaarmaking van de in het eerste lid, onder a, genoemde documenten wordt niet overgegaan voordat vier weken zijn verstreken vanaf de dagtekening van het desbetreffende besluit. 3 artikel 10 artikel 11 van de Wet openbaarheid van bestuur De uitzonderingsgronden en beperkingen, bedoeld inen, zijn van toepassing. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 17 — Artikel 17 Intrekking#
Artikel 17 Intrekking Regeling kwaliteitsafspraken mbo Dewordt ingetrokken. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-01-2020
Artikel 18 — Artikel 18 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 18 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 artikel 17 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2018, met uitzondering van, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2020. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 31 juli 2024. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018
Artikel 19 — Artikel 19 Citeertitel#
Artikel 19 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022. 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 2018 34660 22-06-2018 14-06-2018 MBO/1315728 01-08-2018