Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 12 juli 2018, kenmerk 1379613-177691-S, houdende regels voor de subsidiëring van gemeentelijke uitgaven aan sport (Regeling specifieke uitkering stimulering)
- BWB-id
- BWBR0041177
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2023-01-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041177
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/regeling-specifieke-uitkering-stimulering-sport
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/regeling-specifieke-uitkering-stimulering-sport/2023-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041177&g=2023-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041177&z=2026-06-06&g=2023-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041177/2023-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2018/regeling-specifieke-uitkering-stimulering-sport
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport sport: activiteiten die worden gekenmerkt door een niet te verwaarlozen lichamelijke component. sportbedrijf: een aan een gemeente verbonden lichaam, zoals beschreven in de Beleidsregels inhoudende de beoordeling van aanvragen van gemeenten voor de Regeling specifieke uitkering stimulering sport. 2021 47690 29-11-2021 17-11-2021 3268214-1017662-S 2021 47690 29-11-2021 17-11-2021 3268214-1017662-S 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten die in aanmerking komen voor specifieke uitkering#
Artikel 2 Activiteiten die in aanmerking komen voor specifieke uitkering 1 De minister kan aan een gemeente jaarlijks een specifieke uitkering verstrekken voor de gerealiseerde bestedingen in verband met activiteiten in het kader van sport. 2 Wet op de omzetbelasting 1968 Wet op het btw-compensatiefonds Op grond van deze regeling wordt geen specifieke uitkering verstrekt indien voor de kosten van activiteiten op grond van derecht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel recht bestaat op compensatie op grond van de. 3 Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties Indien subsidie is verstrekt voor een activiteit op grond van de, komt deze activiteit niet in aanmerking voor een uitkering op grond van onderhavige regeling. 4 Een activiteit komt slechts eenmaal voor een uitkering op grond van onderhavige regeling in aanmerking. 5 Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties Indien aan een gemeente op grond van onderhavige regeling een uitkering wordt verstrekt voor bestedingen van een sportbedrijf, komen bestedingen van dit sportbedrijf in het betreffende jaar niet in aanmerking voor een subsidie op grond van de. 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Awb Toepasselijkheid Kaderregeling en#
Artikel 3 Awb Toepasselijkheid Kaderregeling en 1 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS artikel 1.4 hoofdstuk 5 Op deze regeling is deniet van toepassing, met uitzondering vanen. 2 artikelen 4:35 4:46 4:48 4:50 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht Op deze regeling zijn de,,,envan overeenkomstige toepassing. 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte van de uitkering#
Artikel 4 Hoogte van de uitkering artikel 2, eerste lid De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste 17,5% van het begrote bedrag voor de activiteiten, bedoeld in, in enig jaar. 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 21-07-2018
Artikel 5 — Artikel 5 Voorwaarden voor uitkering#
Artikel 5 Voorwaarden voor uitkering 1 Een specifieke uitkering wordt voor ten hoogste een jaar verleend. 2 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een uitkering ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 21-07-2018
Artikel 6 — Artikel 6 Uitkeringsplafond#
Artikel 6 Uitkeringsplafond 1 Het uitkeringsplafond bedraagt voor het jaar 2019 € 185.000.000. 2 Het uitkeringsplafond bedraagt voor het jaar 2020 € 188.000.000. 3 Het uitkeringsplafond voor het jaar 2021 bedraagt € 182.000.000. 4 Het uitkeringsplafond voor het jaar 2022 bedraagt € 185.000.000. 5 Het uitkeringsplafond voor het jaar 2023 bedraagt € 184.000.000. 6 Het uit hoofde van het plafond beschikbare bedrag wordt naar rato verdeeld indien het totaal aangevraagde bedrag het plafond overschrijdt. 2022 32563 02-12-2022 24-11-2022 3466196-1039473-S 2022 32563 02-12-2022 24-11-2022 3466196-1039473-S 01-01-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag tot verlening#
Artikel 7 Aanvraag tot verlening 1 Een specifieke uitkering wordt op aanvraag verstrekt. 2 De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt ingediend voor 1 maart in het boekjaar waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd. 3 Indien de aanvraag tot verlening incompleet is, krijgt de aanvrager twee weken de tijd om de aanvraag te completeren. 4 De aanvraag gaat vergezeld van een begroting. 5 Voor de aanvraag tot verlening van de uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 01-01-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Verlening#
Artikel 8 Verlening 1 De minister neemt binnen 13 weken na 1 maart van het jaar waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd een besluit omtrent de verlening van de specifieke uitkering. 2 Indien de ontvangen aanvraag op 1 maart incompleet is, kan de termijn van 13 weken, bedoeld in het eerste lid, met vier weken worden verlengd. 3 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval de activiteiten waarvoor de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop kan worden aangetoond dat de activiteiten zijn verricht. 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 01-01-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Aanvullende verplichtingen#
Artikel 9 Aanvullende verplichtingen 1 Wet omzetbelasting 1968 Wet op het btw-compensatiefonds De ontvanger van een specifieke uitkering draagt er zorg voor dat gedurende 10 jaren na afloop van de uitkeringsperiodeperiode voor de activiteiten waarvoor uitkering is ontvangen geen recht op aftrek van omzetbelasting op grond van de, dan wel recht op compensatie op grond van de, ontstaat. 2 Indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan doet de ontvanger van de uitkering onverwijld melding daarvan aan de minister. 3 Aan een uitkering kunnen nadere verplichtingen worden verbonden. 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 01-01-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 10 Bevoorschotting en betaling 1 artikel 8, eerste lid De minister verleent bij het besluit tot verlening, bedoeld in, een voorschot van 100%. 2 De minister verleent bij het besluit tot verlening van een uitkering een voorschot dat in één keer wordt betaald. 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 01-01-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Eindrapportage#
Artikel 11 Eindrapportage 1 artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001 Een ontvanger van een specifieke uitkering verstrekt jaarlijks uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op de verlening van de specifieke uitkering de verantwoordingsinformatie overeenkomstig het bepaalde in. 2 artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten De bijlage bij de jaarrekening over het jaar waarvoor uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in. 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 21-07-2018
Artikel 12 — Artikel 12 Herziening verlening#
Artikel 12 Herziening verlening 1 artikel 8, eerste lid Het besluit tot verlening, bedoeld in, wordt, indien de gerealiseerde bestedingen in verband met de activiteiten van de aanvrager lager zijn dan het bedrag van de verleende uitkering, overeenkomstig herzien. 2 artikel 11 Indien sprake is van een herziening als bedoeld in het eerste lid, wordt een eventueel resterend deel van het uitkeringsplafond naar rato verdeeld over de gemeenten die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, in het kader van de specifieke uitkering activiteiten hebben verricht voor ten minste een bedrag van € 6.000 waarvoor ze nog geen uitkering hebben ontvangen. 3 De herverdeling, bedoeld in het tweede lid, geschiedt enkel indien er ten minste € 2.000.000 resteert binnen het uitkeringsplafond. 4 artikel 8, eerste lid De herverdeling, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats twee jaar na de verlening, bedoeld in. 5 artikel 6, tweede lid artikel 7 Indien uitvoering is gegeven aan het bepaalde in, kan de uitkering worden herzien tot maximaal het bedrag zoals opgenomen in de aanvraag tot verlening als bedoeld in. 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 01-01-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12, tweede lid artikel 11 Indien na herverdeling, als bedoeld in, nog een bedrag binnen het uitkeringsplafond resteert, wordt dit naar rato verdeeld over de gemeenten die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, andere activiteiten in het kader van sport hebben verricht dan waarvoor de specifieke uitkering is aangevraagd voor ten minste een bedrag van € 6.000. 2 artikel 11 artikel 8, eerste lid De verdeling naar rato, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, en vindt plaats twee jaar na de verlening, bedoeld in. 3 artikel 4 In afwijking vanbedraagt de specifieke uitkering, indien toepassing wordt gegeven aan dit artikel, ten hoogste 17,5% van de totale gerealiseerde bestedingen in verband met de andere activiteiten, bedoeld in het eerste lid. 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 2019 56014 15-10-2019 04-10-2016 1576778-194839-S 01-01-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Vaststelling van de specifieke uitkering#
Artikel 14 Vaststelling van de specifieke uitkering 1 Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend geheel zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat is bepaald in de verlening dan wel herziene verlening van de uitkering. 2 artikel 11 De minister besluit uiterlijk op 31 juli in het jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, over de vaststelling van de uitkering. 2019 24300 30-04-2019 25-04-2019 1518428-189621-S 2019 24300 30-04-2019 25-04-2019 1518428-189621-S 01-05-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2024. 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 21-07-2018
Artikel 16 — Artikel 16 Citeertitel#
Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering stimulering sport. 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 2018 40847 20-07-2018 12-07-2018 1379613-177691-S 21-07-2018