Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 17 juli 2019, nr. WJZ/19094095, handelende in overeenstemming met de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, inzake de keuze voor het instrument veiling van vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep kavels B05, B28, B29 en B34, de vaststelling van die vergunningen, en de vaststelling van de daaraan te koppelen vergunningen voor digitale radio-omroep (Besluit bekendmaking veiling kavels B05, B28, B29 en B34)
- BWB-id
- BWBR0042430
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-07-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042430
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/besluit-bekendmaking-veiling-kavels-b05-b28-b29-en-b34
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/besluit-bekendmaking-veiling-kavels-b05-b28-b29-en-b34/2019-07-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042430&g=2019-07-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042430&z=2026-06-06&g=2019-07-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042430/2019-07-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/besluit-bekendmaking-veiling-kavels-b05-b28-b29-en-b34
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Telecommunicatiewet De vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio in de FM-band met de daaraan, voor zover nu reeds mogelijk, te verbinden voorschriften en beperkingen, genoemd in tabel 1, worden verleend met toepassing van een veiling als bedoeld in. Tabel 1: te verdelen vergunningen Kavel Bijlage Demografisch bereik B05 1 16,77% B28 2 0,19% B29 3 0,23% B34 4 0,13% 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 20-07-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De procedure van de veiling vangt aan op 3 september 2019. 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 20-07-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1 De vergunningen, bedoeld in, zijn nader bestemd voor niet-landelijke commerciële radio-omroep. 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 20-07-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 1 bijlagen 5 6 De voorschriften en beperkingen behorende bij de aan de vergunningen, bedoeld in, te koppelen vergunningen voor digitale radio-omroep worden, voor zover dat reeds mogelijk is, vastgesteld inen. 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 20-07-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 20-07-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekendmaking veiling kavels B05, B28, B29 en B34. 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 2019 25845 19-07-2019 17-07-2019 WJZ/19094095 20-07-2019
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beschikking wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. vergunning: artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet vergunning als bedoeld invoor het gebruik van frequentieruimte in de band van 87,5-104,8 MHz; c. kavel: frequentie of samenstel van frequenties, behorend bij een vergunning; d. digitale radio-omroepvergunning: de vergunning met dossiernummer <dossiernummer digitaal>, allotment 8A; e. ziekenhuis: artikel 1.2, onder 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi instelling voor medisch-specialistische zorg als bedoeld in; f. andere instelling: artikel 6.24 van de Mediawet 2008 artikel 22 van het Mediabesluit 2008 instelling als bedoeld indie houder is van een andere vergunning dan deze vergunning, of een instelling als bedoeld in artikel 6.24 van de Mediawet 2008 die geen houder is van een vergunning en die instelling op grond vantezamen met een instelling die wel beschikt over een andere vergunning dan deze vergunning wordt aangemerkt als één instelling; g. commerciële radio-omroep: artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 radio-omroep als bedoeld indie wordt verzorgd door een commerciële media-instelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die wet; h. niet-landelijke commerciële radio-omroep: artikel 7 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 commerciële radio-omroep via FM-frequenties waarvoor op grond vangebruiksvoorschriften gelden; i. Regeling: Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017 .
Artikel 2 — Artikel 2 Gebruiksrecht#
Artikel 2 Gebruiksrecht 1. Aan <aanvrager>, ingeschreven in het handelsregister onder nummer <KvK-nummer>, hierna te noemen: vergunninghouder, wordt een vergunning verleend voor het gebruik van de frequentieruimte, opgenomen in de bijlage bij deze vergunning, ten behoeve van niet-landelijke commerciële radio-omroep (kavel B05). 2. De vergunninghouder neemt de in de bijlagen genoemde frequenties binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze vergunning in gebruik en houdt deze in gebruik. Op frequenties die hetzelfde SFN-ID hebben en gemarkeerd zijn als gesynchroniseerd of als netgebonden, zendt de vergunninghouder, behoudens reclame, hetzelfde radioprogramma uit. 3. De vergunninghouder neemt daarbij de voorschriften en beperkingen bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7 en de bijlagen van deze vergunning in acht.
Artikel 3 — Artikel 3 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten#
Artikel 3 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten 1. De vergunninghouder veroorzaakt: a. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radioapparaten in andere radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en b. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen, alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan, geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter. 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien een vergunninghouder op of in een ziekenhuis of het perceel waarop dat ziekenhuis staat een radioapparaat heeft geplaatst met schriftelijke instemming van dat ziekenhuis.
Artikel 4 — Artikel 4 Nederlandse of Friese taal#
Artikel 4 Nederlandse of Friese taal Voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 en 19.00 uur betreft, wordt ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal gepresenteerd.
Artikel 5 — Artikel 5 Wijzigingen betreffende verbondenheid#
Artikel 5 Wijzigingen betreffende verbondenheid 1. De vergunninghouder informeert Agentschap Telecom onmiddellijk over: a. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die andere instellingen direct of indirect op het beleid van de vergunninghouder kunnen uitoefenen; b. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die de vergunninghouder direct of indirect kan uitoefenen op het beleid van andere instellingen; c. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die natuurlijke personen direct of indirect kunnen uitoefenen op het beleid van de vergunninghouder, indien die natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed hebben dat zij in belangrijke mate het beleid van een andere instelling kunnen bepalen of aanmerkelijke invloed hebben op de inhoud van dat beleid, en d. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die natuurlijke personen direct of indirect kunnen uitoefenen op het beleid van een andere instelling, indien die natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed hebben dat zij in belangrijke mate het beleid van de vergunninghouder kunnen bepalen of aanmerkelijke invloed hebben op de inhoud van dat beleid. 2. In afwijking van het eerste lid, is de vergunninghouder niet verplicht informatie te verstrekken voor zover die informatie betrekking heeft op: a. artikel 6.24 van de Mediawet 2008 het kunnen uitoefenen van zeggenschap of feitelijke invloed op of door instellingen ten aanzien waarvan hij aan Agentschap Telecom schriftelijk en zonder enig voorbehoud heeft verklaard dat hij met die instellingen één instelling vormt als bedoeld in, of b. artikel 6.24 van de Mediawet 2008 het door natuurlijke personen kunnen uitoefenen van zeggenschap of feitelijke invloed op instellingen als bedoeld indie onder de verklaring, bedoeld in onderdeel a, vallen.
Artikel 6 — Artikel 6 Correspondentie#
Artikel 6 Correspondentie Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.
Artikel 7 — Artikel 7 Duur van de vergunning#
Artikel 7 Duur van de vergunning Deze vergunning treedt in werking op <de dag na verzending> en eindigt: a. op de dag waarop de vergunninghouder niet langer tevens houder is van de digitale radio-omroepvergunning; b. 12 maanden na inwerkingtreding van deze vergunning, tenzij dan 60% of meer van de frequenties, bedoeld in de bijlagen, in gebruik zijn genomen op de in de bijlagen van deze vergunning voorgeschreven opstelplaatsen, behalve indien een of meer frequenties niet in gebruik zijn genomen vanwege een stroomstoring van het landelijk hoogspanningsnet of de regionale distributienetten, diefstal, brand of natuurgeweld; c. in elk geval uiterlijk op 31 augustus 2022.
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beschikking wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. vergunning: artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet vergunning als bedoeld invoor het gebruik van frequentieruimte in de band van 87,5-104,8 MHz; c. kavel: frequentie of samenstel van frequenties, behorend bij een vergunning; d. digitale radio-omroepvergunning: de vergunning met dossiernummer <dossiernummer digitaal>, allotment 6B; e. ziekenhuis: artikel 1.2, onder 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi instelling voor medisch-specialistische zorg als bedoeld in; f. andere instelling: artikel 6.24 van de Mediawet 2008 artikel 22 van het Mediabesluit 2008 instelling als bedoeld indie houder is van een andere vergunning dan deze vergunning, of een instelling als bedoeld in artikel 6.24 van de Mediawet 2008 die geen houder is van een vergunning en die instelling op grond vantezamen met een instelling die wel beschikt over een andere vergunning dan deze vergunning wordt aangemerkt als één instelling; g. commerciële radio-omroep: artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 radio-omroep als bedoeld indie wordt verzorgd door een commerciële media-instelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die wet; h. niet-landelijke commerciële radio-omroep: artikel 7 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 commerciële radio-omroep via FM-frequenties waarvoor op grond vangebruiksvoorschriften gelden; i. Regeling: Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017 .
Artikel 2 — Artikel 2 Gebruiksrecht#
Artikel 2 Gebruiksrecht 1. Aan <aanvrager>, ingeschreven in het handelsregister onder nummer <KvK-nummer>, hierna te noemen: vergunninghouder, wordt een vergunning verleend voor het gebruik van de frequentieruimte, opgenomen in de bijlage bij deze vergunning, ten behoeve van niet-landelijke commerciële radio-omroep (kavel B28). 2. De vergunninghouder neemt de in de bijlagen genoemde frequenties binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze vergunning in gebruik en houdt deze in gebruik. Op frequenties die hetzelfde SFN-ID hebben en gemarkeerd zijn als gesynchroniseerd of als netgebonden, zendt de vergunninghouder, behoudens reclame, hetzelfde radioprogramma uit. 3. De vergunninghouder neemt daarbij de voorschriften en beperkingen bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7 en de bijlagen van deze vergunning in acht.
Artikel 3 — Artikel 3 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten#
Artikel 3 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten 1. De vergunninghouder veroorzaakt: a. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radioapparaten in andere radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en b. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen, alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan, geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter. 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien een vergunninghouder op of in een ziekenhuis of het perceel waarop dat ziekenhuis staat een radioapparaat heeft geplaatst met schriftelijke instemming van dat ziekenhuis.
Artikel 4 — Artikel 4 Nederlandse of Friese taal#
Artikel 4 Nederlandse of Friese taal Voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 en 19.00 uur betreft, wordt ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal gepresenteerd.
Artikel 5 — Artikel 5 Wijzigingen betreffende verbondenheid#
Artikel 5 Wijzigingen betreffende verbondenheid 1. De vergunninghouder informeert Agentschap Telecom onmiddellijk over: a. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die andere instellingen direct of indirect op het beleid van de vergunninghouder kunnen uitoefenen; b. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die de vergunninghouder direct of indirect kan uitoefenen op het beleid van andere instellingen; c. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die natuurlijke personen direct of indirect kunnen uitoefenen op het beleid van de vergunninghouder, indien die natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed hebben dat zij in belangrijke mate het beleid van een andere instelling kunnen bepalen of aanmerkelijke invloed hebben op de inhoud van dat beleid, en d. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die natuurlijke personen direct of indirect kunnen uitoefenen op het beleid van een andere instelling, indien die natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed hebben dat zij in belangrijke mate het beleid van de vergunninghouder kunnen bepalen of aanmerkelijke invloed hebben op de inhoud van dat beleid. 2. In afwijking van het eerste lid, is de vergunninghouder niet verplicht informatie te verstrekken voor zover die informatie betrekking heeft op: a. artikel 6.24 van de Mediawet 2008 het kunnen uitoefenen van zeggenschap of feitelijke invloed op of door instellingen ten aanzien waarvan hij aan Agentschap Telecom schriftelijk en zonder enig voorbehoud heeft verklaard dat hij met die instellingen één instelling vormt als bedoeld in, of b. artikel 6.24 van de Mediawet 2008 het door natuurlijke personen kunnen uitoefenen van zeggenschap of feitelijke invloed op instellingen als bedoeld indie onder de verklaring, bedoeld in onderdeel a, vallen.
Artikel 6 — Artikel 6 Correspondentie#
Artikel 6 Correspondentie Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.
Artikel 7 — Artikel 7 Duur van de vergunning#
Artikel 7 Duur van de vergunning Deze vergunning treedt in werking op <de dag na verzending> en eindigt: a. op de dag waarop de vergunninghouder niet langer tevens houder is van de digitale radio-omroepvergunning; b. 12 maanden na inwerkingtreding van deze vergunning, tenzij dan 60% of meer van de frequenties, bedoeld in de bijlagen, in gebruik zijn genomen op de in de bijlagen van deze vergunning voorgeschreven opstelplaatsen, behalve indien een of meer frequenties niet in gebruik zijn genomen vanwege een stroomstoring van het landelijk hoogspanningsnet of de regionale distributienetten, diefstal, brand of natuurgeweld; c. in elk geval uiterlijk op 31 augustus 2022.
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beschikking wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. vergunning: artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet vergunning als bedoeld invoor het gebruik van frequentieruimte in de band van 87,5-104,8 MHz; c. kavel: frequentie of samenstel van frequenties, behorend bij een vergunning; d. digitale radio-omroepvergunning: de vergunning met dossiernummer <dossiernummer digitaal>, allotment 6B; e. ziekenhuis: artikel 1.2, onder 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi instelling voor medisch-specialistische zorg als bedoeld in; f. andere instelling: artikel 6.24 van de Mediawet 2008 artikel 22 van het Mediabesluit 2008 instelling als bedoeld indie houder is van een andere vergunning dan deze vergunning, of een instelling als bedoeld in artikel 6.24 van de Mediawet 2008 die geen houder is van een vergunning en die instelling op grond vantezamen met een instelling die wel beschikt over een andere vergunning dan deze vergunning wordt aangemerkt als één instelling; g. commerciële radio-omroep: artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 radio-omroep als bedoeld indie wordt verzorgd door een commerciële media-instelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die wet; h. niet-landelijke commerciële radio-omroep: artikel 7 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 commerciële radio-omroep via FM-frequenties waarvoor op grond vangebruiksvoorschriften gelden; i. Regeling: Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017 .
Artikel 2 — Artikel 2 Gebruiksrecht#
Artikel 2 Gebruiksrecht 1. Aan <aanvrager>, ingeschreven in het handelsregister onder nummer<KvK-nummer>, hierna te noemen: vergunninghouder, wordt een vergunning verleend voor het gebruik van de frequentieruimte, opgenomen in de bijlage bij deze vergunning, ten behoeve van niet-landelijke commerciële radio-omroep (kavel B29). 2. De vergunninghouder neemt de in de bijlagen genoemde frequenties binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze vergunning in gebruik en houdt deze in gebruik. Op frequenties die hetzelfde SFN-ID hebben en gemarkeerd zijn als gesynchroniseerd of als netgebonden, zendt de vergunninghouder, behoudens reclame, hetzelfde radioprogramma uit. 3. De vergunninghouder neemt daarbij de voorschriften en beperkingen bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7 en de bijlagen van deze vergunning in acht.
Artikel 3 — Artikel 3 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten#
Artikel 3 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten 1. De vergunninghouder veroorzaakt: a. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radioapparaten in andere radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en b. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen, alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan, geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter. 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien een vergunninghouder op of in een ziekenhuis of het perceel waarop dat ziekenhuis staat een radioapparaat heeft geplaatst met schriftelijke instemming van dat ziekenhuis.
Artikel 4 — Artikel 4 Nederlandse of Friese taal#
Artikel 4 Nederlandse of Friese taal Voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 en 19.00 uur betreft, wordt ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal gepresenteerd.
Artikel 5 — Artikel 5 Wijzigingen betreffende verbondenheid#
Artikel 5 Wijzigingen betreffende verbondenheid 1. De vergunninghouder informeert Agentschap Telecom onmiddellijk over: a. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die andere instellingen direct of indirect op het beleid van de vergunninghouder kunnen uitoefenen; b. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die de vergunninghouder direct of indirect kan uitoefenen op het beleid van andere instellingen; c. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die natuurlijke personen direct of indirect kunnen uitoefenen op het beleid van de vergunninghouder, indien die natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed hebben dat zij in belangrijke mate het beleid van een andere instelling kunnen bepalen of aanmerkelijke invloed hebben op de inhoud van dat beleid, en d. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die natuurlijke personen direct of indirect kunnen uitoefenen op het beleid van een andere instelling, indien die natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed hebben dat zij in belangrijke mate het beleid van de vergunninghouder kunnen bepalen of aanmerkelijke invloed hebben op de inhoud van dat beleid. 2. In afwijking van het eerste lid, is de vergunninghouder niet verplicht informatie te verstrekken voor zover die informatie betrekking heeft op: a. artikel 6.24 van de Mediawet 2008 het kunnen uitoefenen van zeggenschap of feitelijke invloed op of door instellingen ten aanzien waarvan hij aan Agentschap Telecom schriftelijk en zonder enig voorbehoud heeft verklaard dat hij met die instellingen één instelling vormt als bedoeld in, of b. artikel 6.24 van de Mediawet 2008 het door natuurlijke personen kunnen uitoefenen van zeggenschap of feitelijke invloed op instellingen als bedoeld indie onder de verklaring, bedoeld in onderdeel a, vallen.
Artikel 6 — Artikel 6 Correspondentie#
Artikel 6 Correspondentie Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.
Artikel 7 — Artikel 7 Duur van de vergunning#
Artikel 7 Duur van de vergunning Deze vergunning treedt in werking op <de dag na verzending> en eindigt: a. op de dag waarop de vergunninghouder niet langer tevens houder is van de digitale radio-omroepvergunning; b. 12 maanden na inwerkingtreding van deze vergunning, tenzij dan 60% of meer van de frequenties, bedoeld in de bijlagen, in gebruik zijn genomen op de in de bijlagen van deze vergunning voorgeschreven opstelplaatsen, behalve indien een of meer frequenties niet in gebruik zijn genomen vanwege een stroomstoring van het landelijk hoogspanningsnet of de regionale distributienetten, diefstal, brand of natuurgeweld; c. in elk geval uiterlijk op 31 augustus 2022.
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beschikking wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. vergunning: artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet vergunning als bedoeld invoor het gebruik van frequentieruimte in de band van 87,5-104,8 MHz; c. kavel: frequentie of samenstel van frequenties, behorend bij een vergunning; d. digitale radio-omroepvergunning: de vergunning met dossiernummer <dossiernummer digitaal>, allotment 6B; e. ziekenhuis: artikel 1.2, onder 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi instelling voor medisch-specialistische zorg als bedoeld in; f. andere instelling: artikel 6.24 van de Mediawet 2008 artikel 22 van het Mediabesluit 2008 instelling als bedoeld indie houder is van een andere vergunning dan deze vergunning, of een instelling als bedoeld in artikel 6.24 van de Mediawet 2008 die geen houder is van een vergunning en die instelling op grond vantezamen met een instelling die wel beschikt over een andere vergunning dan deze vergunning wordt aangemerkt als één instelling; g. commerciële radio-omroep: artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 radio-omroep als bedoeld indie wordt verzorgd door een commerciële media-instelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die wet; h. niet-landelijke commerciële radio-omroep: artikel 7 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 commerciële radio-omroep via FM-frequenties waarvoor op grond vangebruiksvoorschriften gelden; i. Regeling: Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017 .
Artikel 2 — Artikel 2 Gebruiksrecht#
Artikel 2 Gebruiksrecht 1. Aan <aanvrager>, ingeschreven in het handelsregister onder nummer <KvK-nummer>, hierna te noemen: vergunninghouder, wordt een vergunning verleend voor het gebruik van de frequentieruimte, opgenomen in de bijlage bij deze vergunning, ten behoeve van niet-landelijke commerciële radio-omroep (kavel B34). 2. De vergunninghouder neemt de in de bijlagen genoemde frequenties binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze vergunning in gebruik en houdt deze in gebruik. Op frequenties die hetzelfde SFN-ID hebben en gemarkeerd zijn als gesynchroniseerd of als netgebonden, zendt de vergunninghouder, behoudens reclame, hetzelfde radioprogramma uit. 3. De vergunninghouder neemt daarbij de voorschriften en beperkingen bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7 en de bijlagen van deze vergunning in acht.
Artikel 3 — Artikel 3 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten#
Artikel 3 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten 1. De vergunninghouder veroorzaakt: a. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radioapparaten in andere radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en b. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen, alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan, geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter. 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien een vergunninghouder op of in een ziekenhuis of het perceel waarop dat ziekenhuis staat een radioapparaat heeft geplaatst met schriftelijke instemming van dat ziekenhuis.
Artikel 4 — Artikel 4 Nederlandse of Friese taal#
Artikel 4 Nederlandse of Friese taal Voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 en 19.00 uur betreft, wordt ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal gepresenteerd.
Artikel 5 — Artikel 5 Wijzigingen betreffende verbondenheid#
Artikel 5 Wijzigingen betreffende verbondenheid 1. De vergunninghouder informeert Agentschap Telecom onmiddellijk over: a. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die andere instellingen direct of indirect op het beleid van de vergunninghouder kunnen uitoefenen; b. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die de vergunninghouder direct of indirect kan uitoefenen op het beleid van andere instellingen; c. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die natuurlijke personen direct of indirect kunnen uitoefenen op het beleid van de vergunninghouder, indien die natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed hebben dat zij in belangrijke mate het beleid van een andere instelling kunnen bepalen of aanmerkelijke invloed hebben op de inhoud van dat beleid, en d. wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die natuurlijke personen direct of indirect kunnen uitoefenen op het beleid van een andere instelling, indien die natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed hebben dat zij in belangrijke mate het beleid van de vergunninghouder kunnen bepalen of aanmerkelijke invloed hebben op de inhoud van dat beleid. 2. In afwijking van het eerste lid, is de vergunninghouder niet verplicht informatie te verstrekken voor zover die informatie betrekking heeft op: a. artikel 6.24 van de Mediawet 2008 het kunnen uitoefenen van zeggenschap of feitelijke invloed op of door instellingen ten aanzien waarvan hij aan Agentschap Telecom schriftelijk en zonder enig voorbehoud heeft verklaard dat hij met die instellingen één instelling vormt als bedoeld in, of b. artikel 6.24 van de Mediawet 2008 het door natuurlijke personen kunnen uitoefenen van zeggenschap of feitelijke invloed op instellingen als bedoeld indie onder de verklaring, bedoeld in onderdeel a, vallen.
Artikel 6 — Artikel 6 Correspondentie#
Artikel 6 Correspondentie Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.
Artikel 7 — Artikel 7 Duur van de vergunning#
Artikel 7 Duur van de vergunning Deze vergunning treedt in werking op <de dag na verzending> en eindigt: a. op de dag waarop de vergunninghouder niet langer tevens houder is van de digitale radio-omroepvergunning; b. 12 maanden na inwerkingtreding van deze vergunning, tenzij dan 60% of meer van de frequenties, bedoeld in de bijlagen, in gebruik zijn genomen op de in de bijlagen van deze vergunning voorgeschreven opstelplaatsen, behalve indien een of meer frequenties niet in gebruik zijn genomen vanwege een stroomstoring van het landelijk hoogspanningsnet of de regionale distributienetten, diefstal, brand of natuurgeweld; c. in elk geval uiterlijk op 31 augustus 2022.
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze vergunning wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. ITU: Internationale Telecommunicatie Unie; c. MIFR: Master International Frequency Register, zijnde het register waarin radiostations met hun frequentieruimte zijn opgenomen, bedoeld in artikel 4.3 van het Radioreglement van de ITU; d. notificatieverzoek: verzoek van de samenwerkende vergunninghouders aan de Minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door het radiocommunicatiebureau van de ITU te registreren in het MIFR teneinde internationale bescherming van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen; e. GE06: Final Acts of the Regional Radiocommunication Conference for planning of the digital terrestrial Broadcasting service in parts of Regions 1 and 3, in the frequency bands 174 – 230 MHz and 470 – 862 MHz; Genève 2006; f. samenwerkende vergunninghouders: vergunninghouders die houder zijn van een deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het in artikel 2, eerste lid, genoemde frequentiebereik; g. N: het aantal houders van een vergunning op een bepaald moment binnen het in artikel 2, eerste lid, genoemde frequentiebereik; h. samenwerkingsovereenkomst: artikel 3.21 van de Telecommunicatiewet overeenkomst als bedoeld in; i. allotment: het gebied dat gelegen is binnen de contouren zoals gevisualiseerd in de bijlage I; j. ziekenhuis: artikel 1.2, onder 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi instelling voor medisch-specialistische zorg als bedoeld in; k. mobiele ontvangst: mobile reception, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.13 van GE06; l. binnenontvangst: portable reception class B, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.12 van GE06. 2. artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 De definities inzijn van toepassing.
Artikel 2 — Artikel 2 Gebruiksrecht#
Artikel 2 Gebruiksrecht 1. Aan <naam vergunninghouder>, ingeschreven in het handelsregister onder nummer <nummer KvK>, hierna te noemen: vergunninghouder, wordt, onverminderd het vijfde en zesde lid, een vergunning verleend voor het gebruik van 1/18de deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 195,168 MHz – 196,704 MHz (allotment 8A). 2. De vergunninghouder gebruikt de in het eerste lid bedoelde frequentieruimte binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze vergunning en houdt deze in gebruik. 3. De vergunninghouder gebruikt de in het eerste lid genoemde frequentieruimte slechts in overeenstemming met de bestemming in het vigerende Nationaal Frequentieplan (NFP 2014), en onder die bestemming gegeven beperkingen. 4. De vergunninghouder gebruikt de aan hem toegewezen frequentieruimte voor het aanbieden van ten minste één programmakanaal bestaande uit radioprogramma’s, waarbij dat programmakanaal wordt gebruikt voor het gelijktijdig en ongewijzigd uitzenden van radioprogramma’s die door middel van de overeenkomstig het NFP 2014 gekoppelde analoge vergunning voor kavel B05 met dossiernummer <dossiernummer> worden uitgezonden in een kwaliteit die ten minste gelijk is aan 192 kb/s (stereo-uitzending), indien gebruikt wordt gemaakt van MPEG 2, 48 kb/s (stereo-uitzending), indien gebruik wordt gemaakt van AAC+, of, indien gebruik wordt gemaakt van een andere techniek, met een geluidskwaliteit die ten minste vergelijkbaar is met de kwaliteit die met stereo kan worden behaald door middel van de twee genoemde technieken. 5. Indien een andere vergunning voor het gebruik van een deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het in het eerste lid genoemde frequentiebereik niet is verleend dan wel is ingetrokken, is de vergunninghouder tot de dag van inwerkingtreding van het besluit waarmee die vergunning voor het eerst onderscheidenlijk opnieuw wordt verleend, gerechtigd 1/N-de deel van de capaciteit van de ingetrokken vergunning te gebruiken. 6. De vergunninghouder is gerechtigd een deel van de capaciteit te laten gebruiken door een andere samenwerkende vergunninghouder, indien: a. beide vergunninghouders daarmee schriftelijk hebben ingestemd, en b. hij blijft voldoen aan de voorschriften en beperkingen in zijn vergunning. 7. De vergunninghouder die een deel van de aan een andere samenwerkende vergunninghouder vergunde capaciteit gebruikt als bedoeld in het zesde lid, neemt het derde lid in acht. 8. De vergunninghouder die een schriftelijke instemming heeft gegeven als bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, zendt hiervan onverwijld een afschrift aan de Minister.
Artikel 3 — Artikel 3 Samenwerking vergunninghouders#
Artikel 3 Samenwerking vergunninghouders 1. De vergunninghouder gaat de samenwerkingsovereenkomst schriftelijk aan. 2. De vergunninghouder verstrekt een afschrift van de samenwerkingsovereenkomst en aanvullingen of wijzigingen daarvan onverwijld aan de Minister. 3. artikel 10.15, tweede lid, onderdeel b, van de Telecommunicatiewet De vergunninghouder sluit tezamen met de andere samenwerkende vergunninghouders een overeenkomst als bedoeld inmet een rechtspersoon die namens hen het elektronische communicatienetwerk zal aanleggen en in stand houden voor het gezamenlijk gebruik van de in artikel 2 genoemde frequentieruimte dan wel treedt tot een reeds bestaande overeenkomst, als voormeld, toe. 4. In het belang van doelmatig gebruik van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt in de overeenkomst, bedoeld in het derde lid, bepaald dat het in gebreke blijven van een andere samenwerkende vergunninghouder jegens de rechtspersoon, bedoeld in het derde lid, niet tot gevolg heeft dat de aanleg van het elektronische communicatienetwerk als bedoeld in het derde lid en de uitzending van de radioprogramma’s, bedoeld in artikel 2, vierde lid, ten behoeve van de vergunninghouder wordt gestaakt, onderbroken of beperkt. 5. Indien na het tijdstip waarop de samenwerkingsovereenkomst in werking treedt een vergunning wordt verleend voor een deel van het gebruik van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik genoemd in artikel 2, eerste lid, zorgt de vergunninghouder ervoor dat die nieuwe vergunninghouder op non-discriminatoire voorwaarden partij kan worden bij de samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 4 — Artikel 4 Technische beschrijving#
Artikel 4 Technische beschrijving Het gebruik van de frequentieruimte vindt plaats met inachtneming van de technische beschrijving zoals deze in bijlagen I en III is opgenomen. De technische beschrijving omvat tevens het spectrummasker 1 voor T-DAB radioapparaten, werkend in niet-kritische omstandigheden.
Artikel 5 — Artikel 5 Registratie van frequentieruimte#
Artikel 5 Registratie van frequentieruimte 1. De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, voor zover dit leidt tot belemmeringen in het gebruik van in het MIFR door anderen geregistreerde frequentieruimte. 2. Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van in het MIFR geregistreerde frequentieruimte. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, in het MIFR is geregistreerd door de samenwerkende vergunninghouders. 4. Teneinde registratie in het MIFR in gang te zetten, kunnen de samenwerkende vergunninghouders een notificatieverzoek daartoe indienen bij de Minister. 5. Het notificatieverzoek geschiedt met gebruikmaking van het “Formulier kennisgeving ingebruikname en notificatie” bedoeld in bijlage II.
Artikel 6 — Artikel 6 Ingebruiknameverplichting#
Artikel 6 Ingebruiknameverplichting 1. De vergunninghouder biedt de dienst, omschreven in artikel 2, aan met een geografische verzorging van 85% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 65% binnenontvangst. 2. Vanaf 1 januari 2020 biedt de vergunninghouder de dienst, omschreven in artikel 2, aan met een geografische verzorging van 90% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 75% binnenontvangst. 3. De geografische verzorging zoals bedoeld in het eerste en tweede lid is voor mobiele ontvangst vastgesteld op een veldsterkte van 60 dBµV/m en de demografische verzorging voor binnenontvangst op een veldsterkte van 66 dBµV/m op 10 meter hoogte voor 50% van de tijd en plaats en bij een referentiefrequentie van 200 MHz. Indien een andere centrumfrequentie wordt gebruikt, wordt de voorgeschreven veldsterkte aangepast conform annex 3.5 van GE06.
Artikel 7 — Artikel 7 Wegnemen belemmeringen#
Artikel 7 Wegnemen belemmeringen 1. Indien op enige plaats binnenshuis door het gewenste signaal van de in het kader van deze vergunning gebruikte radioapparaten belemmeringen in de ontvangst van kabeltelevisie worden veroorzaakt draagt de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het vierde lid, dan wel indien deze verzaakt, de vergunninghouder, er op verzoek van degene die de belemmeringen ondervindt, zorg voor dat deze onverwijld op kosten van de samenwerkende vergunninghouders worden verholpen, voor zover ter plaatse: a. de hoogfrequentdichtheid van de gebruikte aansluitkabels en de daaraan bevestigde connectoren een waarde hebben van ten minste 70 dB, en b. het stoorsignaal als gevolg van het krachtens deze vergunning gebruiken van frequentieruimte hoger is dan 23 dBμV. 2. De in het eerste lid, onder b, genoemde waarde dient evenredig verhoogd te worden met de waarde van het signaalniveau op het abonnee-overnamepunt boven de vereiste minimumwaarde van 60 dBμV. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, is de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het vierde lid, danwel de vergunninghouder niet gehouden televisie-ontvangapparaten en aanverwante apparatuur te vervangen die: a. niet geschikt zijn om een stoorspanning van 23 dBμV vermeerderd met de signaalspanning op het kabeltelevisienet bij het abonnee-overnamepunt te ontvangen, of b. een hoogfrequentdichtheid van minder dan 70 dB hebben. 4. De samenwerkende vergunninghouders wijzen één natuurlijke persoon of rechtspersoon aan die de belemmeringen en de kosten, bedoeld in het eerste lid, wegneemt respectievelijk vergoedt. 5. De vergunninghouder is verplicht 1/N-de deel van de kosten, bedoeld in het eerste lid, te vergoeden.
Artikel 8 — Artikel 8 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten#
Artikel 8 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten 1. De vergunninghouder veroorzaakt: a. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radioapparaten in andere radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en b. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen, alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan, geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter. 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien een vergunninghouder op of in een ziekenhuis of het perceel waarop dat ziekenhuis staat een radioapparaat heeft geplaatst met schriftelijke instemming van dat ziekenhuis. 3. Artikel 7, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9 — Artikel 9 Kennisgeving ingebruikname#
Artikel 9 Kennisgeving ingebruikname De vergunninghouder stelt de Minister van elke ingebruikname van (onderdelen van) de frequentieruimte uiterlijk vier weken van tevoren schriftelijk in kennis en overlegt daarbij de gegevens bedoeld in bijlage II conform het in die bijlage vermelde format.
Artikel 10 — Artikel 10 Correspondentie#
Artikel 10 Correspondentie 1. Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven. 2. De verplichting, bedoeld in artikelen 3, tweede lid en 9, geldt niet voor zover een samenwerkende vergunninghouder namens een andere vergunninghouder de verplichte kennisgeving of mededeling doet.
Artikel 11 — Artikel 11 Overeenkomst gezamenlijk gebruik#
Artikel 11 Overeenkomst gezamenlijk gebruik De samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten binnen een periode van ten hoogste zes weken na inwerkingtreding van deze vergunning.
Artikel 12 — Artikel 12 Inwerkingtreding en looptijd van de vergunning#
Artikel 12 Inwerkingtreding en looptijd van de vergunning Deze vergunning treedt in werking op <de dag na verzending> en loopt tot en met 31 augustus 2022.
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze vergunning wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. ITU: Internationale Telecommunicatie Unie; c. MIFR: Master International Frequency Register, zijnde het register waarin radiostations met hun frequentieruimte zijn opgenomen, bedoeld in artikel 4.3 van het Radioreglement van de ITU; d. notificatieverzoek: verzoek van de samenwerkende vergunninghouders aan de Minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door het radiocommunicatiebureau van de ITU te registreren in het MIFR teneinde internationale bescherming van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen; e. GE06: Final Acts of the Regional Radiocommunication Conference for planning of the digital terrestrial Broadcasting service in parts of Regions 1 and 3, in the frequency bands 174 – 230 MHz and 470 – 862 MHz; Genève 2006; f. samenwerkende vergunninghouders: vergunninghouders die houder zijn van een deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het in artikel 2, eerste lid, genoemde frequentiebereik; g. N: het aantal houders van een vergunning op een bepaald moment binnen het in artikel 2, eerste lid, genoemde frequentiebereik; h. samenwerkingsovereenkomst: artikel 3.21 van de Telecommunicatiewet overeenkomst als bedoeld in; i. allotment: het gebied dat gelegen is binnen de contouren zoals gevisualiseerd in de bijlage I; j. ziekenhuis: artikel 1.2, onder 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi instelling voor medisch-specialistische zorg als bedoeld in; k. mobiele ontvangst: mobile reception, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.13 van GE06; l. binnenontvangst: portable reception class B, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.12 van GE06. 2. artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 De definities inzijn van toepassing.
Artikel 2 — Artikel 2 Gebruiksrecht#
Artikel 2 Gebruiksrecht 1. Aan <naam vergunninghouder>, ingeschreven in het handelsregister onder nummer <nummer KvK>, hierna te noemen: vergunninghouder, wordt, onverminderd het vijfde en zesde lid, een vergunning verleend voor het gebruik van 1/18de deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 182,880 MHz – 184,416 MHz (allotment 6B). 2. De vergunninghouder gebruikt de in het eerste lid bedoelde frequentieruimte binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze vergunning en houdt deze in gebruik. 3. De vergunninghouder gebruikt de in het eerste lid genoemde frequentieruimte slechts in overeenstemming met de bestemming in het vigerende Nationaal Frequentieplan (NFP 2014), en onder die bestemming gegeven beperkingen. 4. De vergunninghouder gebruikt de aan hem toegewezen frequentieruimte voor het aanbieden van ten minste één programmakanaal bestaande uit radioprogramma’s, waarbij dat programmakanaal wordt gebruikt voor het gelijktijdig en ongewijzigd uitzenden van radioprogramma’s die door middel van de gekoppelde analoge vergunning overeenkomstig het NFP 2014 voor kavel B<kavelnummer> van de vergunning met dossiernummer <dossiernummer> worden uitgezonden in een kwaliteit die ten minste gelijk is aan 192 kb/s (stereo-uitzending), indien gebruikt wordt gemaakt van MPEG 2, 48 kb/s (stereo-uitzending), indien gebruik wordt gemaakt van AAC+, of, indien gebruik wordt gemaakt van een andere techniek, met een geluidskwaliteit die ten minste vergelijkbaar is met de kwaliteit die met stereo kan worden behaald door middel van de twee genoemde technieken. 5. Indien een andere vergunning voor het gebruik van een deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het in het eerste lid genoemde frequentiebereik niet is verleend dan wel is ingetrokken, is de vergunninghouder tot de dag van inwerkingtreding van het besluit waarmee die vergunning voor het eerst onderscheidenlijk opnieuw wordt verleend, gerechtigd 1/N-de deel van de capaciteit van de ingetrokken vergunning te gebruiken. 6. De vergunninghouder is gerechtigd een deel van de capaciteit te laten gebruiken door een andere samenwerkende vergunninghouder, indien: a. beide vergunninghouders daarmee schriftelijk hebben ingestemd, en b. hij blijft voldoen aan de voorschriften en beperkingen in zijn vergunning. 7. De vergunninghouder die een deel van de aan een andere samenwerkende vergunninghouder vergunde capaciteit gebruikt als bedoeld in het zesde lid, neemt het derde lid in acht. 8. De vergunninghouder die een schriftelijke instemming heeft gegeven als bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, zendt hiervan onverwijld een afschrift aan de Minister.
Artikel 3 — Artikel 3 Samenwerking vergunninghouders#
Artikel 3 Samenwerking vergunninghouders 1. De vergunninghouder gaat de samenwerkingsovereenkomst schriftelijk aan. 2. De vergunninghouder verstrekt een afschrift van de samenwerkingsovereenkomst en aanvullingen of wijzigingen daarvan onverwijld aan de Minister. 3. artikel 10.15, tweede lid, onderdeel b, van de Telecommunicatiewet De vergunninghouder sluit tezamen met de andere samenwerkende vergunninghouders een overeenkomst als bedoeld inmet een rechtspersoon die namens hen het elektronische communicatienetwerk zal aanleggen en in stand houden voor het gezamenlijk gebruik van de in artikel 2 genoemde frequentieruimte dan wel treedt tot een reeds bestaande overeenkomst, als voormeld, toe. 4. In het belang van doelmatig gebruik van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt in de overeenkomst, bedoeld in het derde lid, bepaald dat het in gebreke blijven van een andere samenwerkende vergunninghouder jegens de rechtspersoon, bedoeld in het derde lid, niet tot gevolg heeft dat de aanleg van het elektronische communicatienetwerk als bedoeld in het derde lid en de uitzending van de radioprogramma’s, bedoeld in artikel 2, vierde lid, ten behoeve van de vergunninghouder wordt gestaakt, onderbroken of beperkt. 5. Indien na het tijdstip waarop de samenwerkingsovereenkomst in werking treedt een vergunning wordt verleend voor een deel van het gebruik van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik genoemd in artikel 2, eerste lid, zorgt de vergunninghouder ervoor dat die nieuwe vergunninghouder op non-discriminatoire voorwaarden partij kan worden bij de samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 4 — Artikel 4 Technische beschrijving#
Artikel 4 Technische beschrijving Het gebruik van de frequentieruimte vindt plaats met inachtneming van de technische beschrijving zoals deze in bijlagen I en III is opgenomen. De technische beschrijving omvat tevens het spectrummasker 1 voor T-DAB radioapparaten, werkend in niet-kritische omstandigheden.
Artikel 5 — Artikel 5 Registratie van frequentieruimte#
Artikel 5 Registratie van frequentieruimte 1. De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, voor zover dit leidt tot belemmeringen in het gebruik van in het MIFR door anderen geregistreerde frequentieruimte. 2. Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van in het MIFR geregistreerde frequentieruimte. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, in het MIFR is geregistreerd door de samenwerkende vergunninghouders. 4. Teneinde registratie in het MIFR in gang te zetten, kunnen de samenwerkende vergunninghouders een notificatieverzoek daartoe indienen bij de Minister. 5. Het notificatieverzoek geschiedt met gebruikmaking van het “Formulier kennisgeving ingebruikname en notificatie” bedoeld in bijlage II.
Artikel 6 — Artikel 6 Ingebruiknameverplichting#
Artikel 6 Ingebruiknameverplichting 1. De vergunninghouder biedt de dienst, omschreven in artikel 2, aan met een geografische verzorging van 85% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 65% binnenontvangst. 2. Vanaf 1 januari 2020 biedt de vergunninghouder de dienst, omschreven in artikel 2, aan met een geografische verzorging van 90% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 75% binnenontvangst. 3. De geografische verzorging zoals bedoeld in het eerste en tweede lid is voor mobiele ontvangst vastgesteld op een veldsterkte van 60 dBµV/m en de demografische verzorging voor binnenontvangst op een veldsterkte van 66 dBµV/m op 10 meter hoogte voor 50% van de tijd en plaats en bij een referentiefrequentie van 200 MHz. Indien een andere centrumfrequentie wordt gebruikt, wordt de voorgeschreven veldsterkte aangepast conform annex 3.5 van GE06.
Artikel 7 — Artikel 7 Wegnemen belemmeringen#
Artikel 7 Wegnemen belemmeringen 1. Indien op enige plaats binnenshuis door het gewenste signaal van de in het kader van deze vergunning gebruikte radioapparaten belemmeringen in de ontvangst van kabeltelevisie worden veroorzaakt draagt de natuurlijke of rechtspersoon bedoeld in het vierde lid, dan wel indien deze verzaakt, de vergunninghouder, er op verzoek van degene die de belemmeringen ondervindt, zorg voor dat deze onverwijld op kosten van de samenwerkende vergunninghouders worden verholpen, voor zover ter plaatse: a. de hoogfrequentdichtheid van de gebruikte aansluitkabels en de daaraan bevestigde connectoren een waarde hebben van ten minste 70 dB, en b. het stoorsignaal als gevolg van het krachtens deze vergunning gebruiken van frequentieruimte hoger is dan 23 dBμV. 2. De in het eerste lid, onder b, genoemde waarde dient evenredig verhoogd te worden met de waarde van het signaalniveau op het abonnee-overnamepunt boven de vereiste minimumwaarde van 60 dBμV. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, is de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in het vierde lid, danwel de vergunninghouder niet gehouden televisie-ontvangapparaten en aanverwante apparatuur te vervangen die: a. niet geschikt zijn om een stoorspanning van 23 dBμV vermeerderd met de signaalspanning op het kabeltelevisienet bij het abonnee-overnamepunt te ontvangen, of b. een hoogfrequentdichtheid van minder dan 70 dB hebben. 4. De samenwerkende vergunninghouders wijzen één natuurlijke persoon of rechtspersoon aan die de belemmeringen en de kosten, bedoeld in het eerste lid, wegneemt respectievelijk vergoedt. 5. De vergunninghouder is verplicht 1/N-de deel van de kosten, bedoeld in het eerste lid, te vergoeden.
Artikel 8 — Artikel 8 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten#
Artikel 8 Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten 1. De vergunninghouder veroorzaakt: a. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radioapparaten in andere radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en b. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen, alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan, geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter. 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien een vergunninghouder op of in een ziekenhuis of het perceel waarop dat ziekenhuis staat een radioapparaat heeft geplaatst met schriftelijke instemming van dat ziekenhuis. 3. Artikel 7, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9 — Artikel 9 Kennisgeving ingebruikname#
Artikel 9 Kennisgeving ingebruikname De vergunninghouder stelt de Minister van elke ingebruikname van (onderdelen van) de frequentieruimte uiterlijk vier weken van tevoren schriftelijk in kennis en overlegt daarbij de gegevens bedoeld in bijlage II conform het in die bijlage vermelde format.
Artikel 10 — Artikel 10 Correspondentie#
Artikel 10 Correspondentie 1. Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven. 2. De verplichting, bedoeld in artikelen 3, tweede lid en 9, geldt niet voor zover een samenwerkende vergunninghouder namens een andere vergunninghouder de verplichte kennisgeving of mededeling doet.
Artikel 11 — Artikel 11 Overeenkomst gezamenlijk gebruik#
Artikel 11 Overeenkomst gezamenlijk gebruik De samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten binnen een periode van ten hoogste zes weken na inwerkingtreding van deze vergunning.
Artikel 12 — Artikel 12 Inwerkingtreding en looptijd van de vergunning#
Artikel 12 Inwerkingtreding en looptijd van de vergunning Deze vergunning treedt in werking op <de dag na verzending> en loopt tot en met 31 augustus 2022.