Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 december 2019, nr. 17827558 houdende instelling van een commissie ter evaluatie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (Instellingsbesluit Evaluatiecommissie NWO)
- BWB-id
- BWBR0042900
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2020-07-07 t/m 2021-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042900
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-nwo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-nwo/2020-07-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042900&g=2020-07-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042900&z=2026-06-06&g=2020-07-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042900/2020-07-07
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-nwo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: 1. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; 2. commissie: artikel 2 commissie, bedoeld in; 3. NWO: Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling en taak#
Artikel 2 Instelling en taak 1 Er is een Evaluatiecommissie NWO. 2 De commissie heeft tot taak de NWO te evalueren aan de hand van de in de toelichting bij dit besluit geformuleerde vragen. Bij het uitvoeren van deze evaluatie wordt ook de zelfevaluatie van NWO door de commissie betrokken. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Instellingsduur commissie#
Artikel 3 Instellingsduur commissie De commissie wordt ingesteld voor de periode van 1 januari 2020 tot 15 oktober 2020. 2020 35482 06-07-2020 22-06-2020 24822346 2020 35482 06-07-2020 22-06-2020 24822346 07-07-2020 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Leden#
Artikel 4 Leden 1 Voor instellingsduur van de commissie worden tot lid van de commissie benoemd: – Prof. dr. A. Rinnooy Kan, tevens voorzitter; – Prof. dr. E. Sterken – prof. dr. H. Willems; – prof. dr. G. Wakker; – drs. J. L. Mulder; – drs. M. Jansen; – Prof. dr. E. Crone. 2 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een vervanger benoemen. 3 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, ter beschikking gesteld door Technopolis BV. De secretaris is geen lid van de commissie. 2020 7318 07-02-2020 30-01-2020 18631647 2020 7318 07-02-2020 30-01-2020 18631647 08-02-2020 01-01-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Werkwijze#
Artikel 5 Werkwijze 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. 2 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder op persoonlijke titel ambtelijke deskundigen. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 6 — Artikel 6 Informatieplicht#
Artikel 6 Informatieplicht De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Eindrapport#
Artikel 7 Eindrapport De commissie brengt vóór 1 september 2020 haar eindrapport uit aan de minister. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Vergoeding#
Artikel 8 Vergoeding 1 art. 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies art. 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies De voorzitter en de andere leden ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering vanen hiermee niet het inbedoelde maximumbedrag overschrijden. 2 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De vergoeding per vergadering van de leden bedraagt maximaal 3% van het maximum van salarisschaal 18 van. 3 De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt maximaal 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Kosten van de commissie#
Artikel 9 Kosten van de commissie 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan: – de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen, overnachtingen en voor secretariële ondersteuning, – de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en – de kosten voor publicatie van rapportages. 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording#
Artikel 10 Verantwoording De commissie biedt de minister gelijktijdig met het eindrapport een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Openbaarmaking#
Artikel 11 Openbaarmaking Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Archiefbescheiden#
Artikel 12 Archiefbescheiden De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Organisatie en Bedrijfsvoering van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst. 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 april 2021. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie NWO. 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 2019 68725 18-12-2019 10-12-2019 17827558 19-12-2019