Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 25 april 2019 kenmerknr. 2545048, houdende instelling van de Evaluatiecommissie Onderzoeksraad voor veiligheid (Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Onderzoeksraad voor de veiligheid 2019)
- BWB-id
- BWBR0042203
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- 2020-01-01 t/m 2020-03-24
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042203
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-onderzoeksraad-voor-ve
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-onderzoeksraad-voor-ve/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042203&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042203&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042203/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-onderzoeksraad-voor-ve
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Justitie en Veiligheid; b. commissie: Evaluatiecommissie Onderzoeksraad voor veiligheid; c. rijkswet: Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid de. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling en taak#
Artikel 2 Instelling en taak 1 Er is een Evaluatiecommissie Onderzoeksraad voor Veiligheid. 2 artikel 83, eerste lid, van de rijkswet De commissie heeft tot taak een verslag op te stellen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de Onderzoeksraad voor veiligheid in de jaren 2013 tot en met 2018, als bedoeld in. Daarnaast zal de commissie bezien in hoeverre de Onderzoeksraad voor veiligheid gevolg heeft gegeven aan aanbevelingen van de evaluatiecommissie Onderzoeksraad voor veiligheid 2013. De minister en de commissie formuleren de onderzoeksvragen. 3 De commissie is bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en te beantwoorden. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Samenstelling, benoeming, ontslag#
Artikel 3 Samenstelling, benoeming, ontslag 1 De commissie bestaat uit drie leden, de voorzitter daaronder inbegrepen. 2 De commissieleden zitten op persoonlijke titel in de commissie en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. 3 De commissieleden worden door de minister benoemd. 4 De benoeming geschiedt voor de duur van de werkzaamheden van de commissie. 5 De commissieleden kunnen op eigen verzoek, wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister. 6 Indien in voorkomend geval uit feiten en/of omstandigheden blijkt dat de voorzitter of één van de andere leden van de adviescommissie zelf direct of indirect betrokkenheid heeft bij een adviesaanvraag dan zullen zij zich onverwijld laten vervangen door hun plaatsvervanger en zich weerhouden van enige bemoeienis ten aanzien van de adviesaanvraag. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Leden#
Artikel 4 Leden 1 Tot lid van de commissie worden benoemd: a. De heer P. Schnabel te Zeist, tevens voorzitter; b. Mevrouw A.M.C. Eijsink te Den Haag; c. De heer P.E.J. den Oudsten te Groningen. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Instellingsduur#
Artikel 5 Instellingsduur 1 De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 april 2019. 2 De commissie wordt met ingang van 25 maart 2020 opgeheven. 2019 60809 08-11-2019 31-10-2019 2731944 2019 60809 08-11-2019 31-10-2019 2731944 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Secretariaat#
Artikel 6 Secretariaat 1 De minister voorziet in een secretaris. 2 De secretaris is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan (de voorzitter van) de commissie. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Werkwijze#
Artikel 7 Werkwijze 1 De commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij het onderzoek uitvoert, waaronder in ieder geval over de wijze waarop zij personen hoort, daarvan verslag doet en op welke wijze de vertrouwelijkheid van informatie geborgd wordt. 2 De commissie bepaalt in het protocol hoe zij, in het kader van hoor en wederhoor, bevindingen voorlegt aan personen of organisaties die door deze bevindingen worden geraakt of die daartegen bedenkingen kunnen hebben. 3 De commissie verantwoordt haar werkwijze in het eindrapport. 4 De commissie kan zich door andere personen laten bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Inwinnen van inlichtingen onderzoekscommissie#
Artikel 8 Inwinnen van inlichtingen onderzoekscommissie 1 De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek. 2 artikel 7 Het ministerie van Justitie en Veiligheid verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft, met inachtneming van het inbedoelde protocol. 3 Functionarissen van het ministerie van Justitie en Veiligheid zijn gehouden om de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak. 4 De commissie zal zich over de aan haar geboden medewerking verantwoorden in haar eindrapport. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Vergoeding#
Artikel 9 Vergoeding 1 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijk Rijksambtenaren 1984 De heer P. Schnabel ontvangt een vergoeding per vergadering van 3,9% van het maximum van salarisschaal 18 van. 2 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Mevrouw A.M.C. Eijsink ontvangt een vaste vergoeding per maand. De toepasselijke salarisschaal wordt vastgesteld op het maximum van schaal 18 van. De arbeidsduurfactor is 0,22. 3 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De heer P.E.J. den Oudsten ontvangt een vergoeding per vergadering van 3% van het maximum van salarisschaal 18 van. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Kosten van de commissie#
Artikel 10 Kosten van de commissie 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Onder kosten worden in ieder geval verstaan: a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoeken; c. de kosten voor huisvesting. 3 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een gespecificeerde begroting aan de minister aan. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Huisvesting van de commissie#
Artikel 11 Huisvesting van de commissie De commissie verricht haar werkzaamheden op een locatie buiten het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Onderzoeksraad voor veiligheid. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Eindrapport, tussenrapporten en uiterste datum voor oplevering#
Artikel 12 Eindrapport, tussenrapporten en uiterste datum voor oplevering 1 De commissie brengt vóór 1 januari 2020 haar eindrapport uit aan de minister. 2 De commissie is bevoegd uit eigen beweging of op verzoek van de minister één of meer tussenrapporten uit te brengen. 3 De commissie biedt de minister uiterlijk vóór 14 februari 2020 een (eind)verslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest. De commissie kan het eindverslag gelijktijdig met het eindrapport indienen. 2019 60809 08-11-2019 31-10-2019 2731944 2019 60809 08-11-2019 31-10-2019 2731944 01-01-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Openbaarmaking onderzoekscommissie#
Artikel 13 Openbaarmaking onderzoekscommissie Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Archiefbescheiden#
Artikel 14 Archiefbescheiden 1 De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, het archief van de onderzoekscommissie over aan het archief van het ministerie van Justitie en Veiligheid. 2 Het beheer van archiefbescheiden vindt plaats met inachtneming van de door de commissie in haar protocol aangegeven vertrouwelijkheid, waarover de commissie nadere afspraken met het ministerie van Justitie en Veiligheid maakt. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding#
Artikel 15 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2019. 2 Dit besluit vervalt op 25 maart 2020. 2019 60809 08-11-2019 31-10-2019 2731944 2019 60809 08-11-2019 31-10-2019 2731944 01-01-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Citeertitel#
Artikel 16 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Onderzoeksraad voor veiligheid 2019. 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 2019 26624 14-05-2019 25-04-2019 2545048 15-05-2019 01-04-2019