Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 25 april 2019, nr. Min-Buza.2019.3834-38 houdende instelling van een Expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk geweld en inzake humanitaire interventie
- BWB-id
- BWBR0042178
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-06-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042178
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/instellingsbesluit-expertgroep-inzake-politieke-steun-aan-in
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/instellingsbesluit-expertgroep-inzake-politieke-steun-aan-in/2019-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042178&g=2019-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042178&z=2026-06-06&g=2019-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042178/2019-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/instellingsbesluit-expertgroep-inzake-politieke-steun-aan-in
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Buitenlandse Zaken; b. groep: artikel 2 Expertgroep bedoeld in. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling en taak#
Artikel 2 Instelling en taak 1 Er is een Expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk geweld en inzake humanitaire interventie. 2 De groep heeft tot taak zijn opinie(s) te geven over: a. het geven van politieke steun door het Nederlandse kabinet aan interstatelijk geweldgebruik door andere staten zonder grondslag in het internationaal recht; en b. of het Nederlandse kabinet zich moet inzetten voor internationale acceptatie van humanitaire interventie als mogelijk nieuwe rechtsgrond voor interstatelijk geweldgebruik. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Samenstelling, benoeming en ontslag#
Artikel 3 Samenstelling, benoeming en ontslag 1 De groep bestaat uit een voorzitter en ten minste zeven en ten hoogste negen andere leden. 2 De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. 3 De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd. 4 De benoeming geschiedt voor de duur van de groep. 5 De voorzitter en overige leden kunnen (op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden) worden geschorst en ontslagen door de minister. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Leden#
Artikel 4 Leden Voor de duur van de groep worden tot lid van de groep benoemd: a. de heer em. prof. dr. Cyrille Fijnaut, hoogleraar criminologie & strafrecht; Erasmus Universiteit Rotterdam, Katholieke Universiteit Leuven en Universiteit Tilburg; tevens voorzitter; b. de heer Kristian Fischer, MSc, MA, directeur Danish Institute for International Studies; c. de heer prof. dr. Terry Gill, hoogleraar militair recht, Universiteit van Amsterdam & Nederlandse Defensieacademie; d. mevrouw prof. dr. Larissa van den Herik, hoogleraar internationaal publiekrecht, Universiteit Leiden; e. de heer prof. dr. Martii Koskeniemmi, hoogleraar internationaal recht, Universiteit Helsinki; f. de heer prof. dr. Claus Kreß, hoogleraar internationaal recht, Universiteit Keulen; g. de heer drs. Robert Serry, voormalig ambassadeur; voormalig VN-gezant; h. mevrouw drs. Monika Sie Dhian Ho, directeur Instituut Clingendael; i. mevrouw prof. Elizabeth Wilmshurst, distinguished fellow, International Law Programme, Chatham House; j. de heer prof. dr. Rob de Wijk, hoogleraar internationale betrekkingen & veiligheid, Universiteit Leiden; directeur The Hague Centre for Strategic Studies. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Instellingsduur#
Artikel 5 Instellingsduur 1 De groep wordt ingesteld met ingang van 1 juni 2019. 2 De groep wordt opgeheven per 31 januari 2020 dan wel uiterlijk vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 6 — Artikel 6 Secretariaat#
Artikel 6 Secretariaat 1 De minister benoemt en vergoedt de niet-ambtelijke secretaris van de groep en stelt de voorzitter in de gelegenheid om een voordracht voor de benoeming van de secretaris te doen. 2 De minister benoemt en vergoedt de niet-ambtelijke adjunct-secretaris van de groep en stelt de voorzitter in de gelegenheid om een voordracht voor de benoeming van de adjunct-secretaris te doen. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Werkwijze#
Artikel 7 Werkwijze 1 De voorzitter stelt de werkwijze van de groep vast. 2 De voorzitter verantwoordt de werkwijze van de groep in het eindrapport. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Vergoedingen#
Artikel 8 Vergoedingen 1 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, vanen de arbeidsduurfactor op 16/36. 2 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Aan de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, vanen de arbeidsduurfactor op 3/36. 3 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Aan de secretaris wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 13, trede 10, vanen de arbeidsduurfactor op 16/36. 4 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Aan de adjunct-secretaris wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 12, trede 10, vanen de arbeidsduurfactor op 16/36. 5 Geen vergoeding is verschuldigd over de maanden waarin geen werkzaamheden in het kader van dit besluit zijn verricht. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Kosten en beheer#
Artikel 9 Kosten en beheer 1 De kosten van de groep komen – voor zover op basis van een goedgekeurde raming – voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan: a. de vergoedingen voor de voorzitter, de leden en de (adjunct-) secretaris; b. de onkosten voor de voorzitter, de leden en de (adjunct-) secretaris; c. kosten verbonden aan een driedaagse bijeenkomst van de groep in Nederland; d. de kosten verbonden aan werkzaamheden van en overleg tussen de voorzitter en de (adjunct-) secretaris; e. de kosten voor oplevering van het eindrapport. 2 Verplichtingen ten behoeve van het functioneren van het panel worden aangegaan door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De voorzitter of de (adjunct-) secretaris kunnen aangeven welke verplichtingen moeten worden aangegaan. Bij beoogde verplichtingen dienen de voorzitter en/of (adjunct-) secretaris steeds uit te gaan van de goedgekeurde raming. Bestedingen buiten het bestek van de goedgekeurde raming zijn voorwerp van overleg tussen de voorzitter en/of (adjunct-) secretaris en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Huisvesting#
Artikel 10 Huisvesting 1 Bijeenkomsten van de voltallige groep vinden plaats op een locatie buiten het Ministerie van Buitenlandse Zaken. 2 Buiten voltallige groepsbijeenkomsten verrichten de voorzitter en de (adjunct-) secretaris hun werkzaamheden, inclusief overleg, op (een) locatie(s) buiten het Ministerie van Buitenlandse Zaken. 3 Voor werkzaamheden en overleg van de voorzitter en de (adjunct-) secretaris kan tijdelijke huisvesting worden gehuurd naar rato van de te verrichten werkzaamheden en binnen de kaders van de goedgekeurde raming. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Eindrapport en uiterste datum voor oplevering#
Artikel 11 Eindrapport en uiterste datum voor oplevering 1 De voorzitter brengt uiterlijk 15 december 2019 een eindrapport uit aan de minister. 2 De voorzitter kan tot 1 december 2019 aan de minister om uitstel verzoeken voor wat betreft het uitbrengen van het eindrapport. 3 Een verzoek tot uitstel van het eindrapport is met redenen omkleed en vermeldt een nieuwe einddatum die redelijk is ten opzichte van de in lid 1 genoemde datum. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Openbaarmaking, openbaarheid en vertrouwelijkheid#
Artikel 12 Openbaarmaking, openbaarheid en vertrouwelijkheid 1 Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de groep worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de groep openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen. 2 De voorzitter, de leden en de (adjunct-) secretaris voeren hun taken uit in vertrouwelijkheid en zullen tot aan de publicatie van het eindrapport niet communiceren met media over hun taken dan wel enige andere vorm van publiciteit of openbaarheid zoeken over hun taken. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Archiefbescheiden#
Artikel 13 Archiefbescheiden De (adjunct-) secretaris draagt binnen vier weken na het uitbrengen van het eindrapport – of zoveel eerder als de omstandigheden daartoe aanleiding geven – alle bescheiden betreffende de werkzaamheden van de groep over aan de Directie Veiligheidsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding#
Artikel 14 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2019. 2 artikel 11, tweede lid en derde lid Dit besluit vervalt met ingang van 31 januari 2020 dan wel indien toepassing is gegeven aan, uiterlijk vier weken nadat het eindrapport van de groep is uitgebracht. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel 1 Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk geweld en inzake humanitaire interventie. 2 Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen. 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 2019 24338 03-05-2019 25-04-2019 Min-Buza.2019.3834-38 01-06-2019