Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 13 februari 2019, nr. WJZ / 18319237, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het voorjaar van 2019 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2019)
- BWB-id
- BWBR0041922
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041922
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-vo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-vo/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041922&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041922&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041922/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-vo
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie ; – allesvergisting: 3 biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van de nummers 400, 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom ten minste 25 Nmaardgasequivalent per ton bedraagt; – beschermingszone: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 beschermingszone als bedoeld in appendix b bij; – besluit: Besluit stimulering duurzame energieproductie ; – biosyngas; mengsel van gassen dat is geproduceerd door vergassing van biomassa en dat geen nadere bewerking tot methaan heeft ondergaan; – doublet: combinatie van twee naast elkaar liggende diepboringen die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput; – gebouw: artikel 1 van de Woningwet Bouwbesluit bouwwerk als bedoeld inniet zijnde een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 2a van het; – zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2: harde zeewering en zachte zeewering van Maasvlakte 2 als bedoeld in bijlage 1 van de concessie aan het Havenbedrijf Rotterdam N.V. te Rotterdam, bij Koninklijk Besluit van 23 mei 2008, nr. 08.001524; – hernieuwbaar gas hub: verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie wordt ingevoed; – hernieuwbare warmte: artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit nuttig aangewende warmte als bedoeld in; – ketel: installatie waarin brandstof wordt verstookt waarbij de verbrandingswarmte met behulp van een warmtewisselaar wordt overgedragen aan een vloeistof; – Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; – netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%; – nominaal elektrisch rendement: quotiënt van het nominaal elektrisch vermogen en: a. de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor, en b. het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus; – nominaal vermogen: maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas en wat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik. In het geval van geothermische productie-installaties dient het nominaal vermogen te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%; – NTA 8003: 2017: Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2017; – primaire waterkering: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 primaire waterkering als bedoeld in appendix b bij; – richtlijn (EU) 2018/2001: Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328); – stadsverwarming: artikel 1, onderdeel c, van de Warmtewet warmtelevering aan een warmtenet als bedoeld in, waarbij de warmte door een producent wordt geleverd ten behoeve van ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen van gebouwen. – thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van: a. verbranding; b. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand; of c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; – valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van waterkracht waarbij het nominaal vermogen wordt benut; – monovergisting: biologische afbraakreacties van uitsluitend vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren; – voorliggende waterkering: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 voorliggende waterkering als bedoeld in appendix b bij; – waterstaatswerk: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 waterstaatswerk als bedoeld in appendix b bij. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 4 6 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 14 16 18, eerste lid 20 22, eerste lid 24, eerste lid 26 28 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, die wordt aangevraagd in de periode van 12 maart 2019, 09:00 uur, tot 4 april 2019, 17:00 uur, bedraagt € 5.000.000.000. 2 De Minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend. 4 artikel 2, vijfde lid artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht De Minister beslist afwijzend op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indien de toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie, noch een gedoogplichtbeschikking op grond van, often aanzien van de beoogde locatie voor het plaatsen van de productie-installatie kan worden overgelegd. 5 bijlage 1 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,– wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen intot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger en onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen vier weken na afgifte van de beschikking heeft aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven. 6 artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 Het vijfde lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 7 artikel 48 van het besluit Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het vijfde lid de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld in, van de beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt nog niet zijn aangevangen bij elkaar opgeteld. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 4, onderdeel c artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 2 artikel 32, eerste lid artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 3 artikel 26, onderdeel c artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 4 artikelen 4, onderdeel c 16 18, eerste lid 20 26, onderdelen b en c 28 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid artikel 3, vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,, en,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 5 artikelen 4 6 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 6 artikel 14 artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt en dat bij de benutting van de opgetelde kWh, bedoeld in artikel 15, vierde lid van het besluit, geldt dat de productie wordt verdeeld in een deel netlevering en een deel niet-netlevering op basis van de verhouding tussen de geproduceerde energie die aan het net geleverd is en de energie die niet aan het net geleverd is in het voorgaande jaar. 7 artikelen 16 18, eerste lid 20 22, eerste lid artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 8 artikelen 16 artikel 18, eerste lid 20 22, eerste lid artikel 32, zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 9 artikel 28 artikel 30, eerste lid artikel 32, zevende lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in deen, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 10 artikelen 24, eerste lid 26 28 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 11 artikelen 28, onderdelen b, d en f 30, eerste lid, onderdeel b 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid artikel 48, zevende lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 12 artikelen 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 16 28 artikel 56, tweede lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: a. in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter; b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter; of c. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 4 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 6 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 10 12 bijlage 2 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in deof, die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2018, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s; b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; d. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of e. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de Minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging 15 jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste 13 jaar voordien in gebruik is genomen. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 8, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 bijlage 2 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht binnen het waterstaatswerk of een beschermingszone van een voorliggende waterkering, dan wel binnen het waterstaatswerk of de zeewaartsgerichte beschermingszone van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, dan wel in de harde zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2, en die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2018, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s; b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; d. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of e. < 6,75 m/s. 2 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de Minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging 15 jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste 13 jaar voordien in gebruik is genomen. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 10, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, en waarvan de fundering volledig in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat, waarbij het hart van de fundering op een afstand van ten minste 25 meter van de waterkant staat. 2 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de Minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging 15 jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste 13 jaar voordien in gebruik is genomen. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 12, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A: a. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; b. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht; c. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen niet of niet volledig zijn aangebracht op of aan een gebouw; of d. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen niet zijn aangebracht op of aan een gebouw en automatisch met de stand van de zon meebewegen middels een zonvolgsysteem. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 9735 19-02-2019 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 14, onderdeel a De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 14, onderdeel b De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 artikel 14, onderdelen c en d De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 5 artikel 14, onderdeel a artikel 3, eerste en tweede lid, van de Algemene uitvoeringsregeling duurzame energieproductie Op aanvragen van een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie, bedoeld in, isniet van toepassing. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 16 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering en waarbij ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie van biogas nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie, bedoeld in het eerste lid, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 18, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 18, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 20 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, door middel van vergassing. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 22, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren waarbij de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van kassen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector, met een totaal thermisch vermogen: a. groter dan of gelijk aan 140 kWth en kleiner dan 1 MWth; of b. groter dan of gelijk aan 1 MWth. 2 Het vermogen in kWth van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de apertuuroppervlakte in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7. 3 artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZ-subsidies Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt indien reeds op basis vansubsidie is verstrekt. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 24, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter; b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput met een diepte van ten minste 500 meter; c. besluit een productie-installatie als bedoeld in de onderdelen a, of b, waarvoor op het moment van aanvragen reeds een subsidie is verleend op grond van het, die wordt uitgebreid met ten minste één aanvullende put met een diepte van ten minste 500 meter; d. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 4.000 meter. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 artikel 26 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of f. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 28 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 28 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering: a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn; b. waarmee hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, bedoeld in het eerste lid, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 30, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 30, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa, als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003: 2017, met een brander in een ketel. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 32, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 32, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en kleiner dan 5 MWth waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 34, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 34, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt; d. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt; e. ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt; f. ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt; g. ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt; h. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of i. ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 36, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 36, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van B-Hout als bedoeld in nummers 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 38, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 38, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 10 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld onder a en b. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, levert de warmte uitsluitend aan een stadsverwarmingsnet. 4 artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 40, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 40, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte of hernieuwbare elektriciteit en warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de stoomketel nieuw is waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage, als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld onder a en b. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in.’ 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 42, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 42, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, door middel van verbranding van houtpellets, met een brander in een ketel, een oven of een fornuis met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MWth waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld onder a en b. 2 artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 44, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 artikel 44, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt: a. de periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de derde fase sluit op 4 april 2019, 17:00 uur; b. artikelen 10, eerste lid 43a, eerste lid, van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de, en, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; c. artikel 27, eerste lid, van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag. 1 2 3 4 fase datum openstelling fasebedrag in euro/kWh fasebedrag hernieuwbaar gas in euro/kWh 1 12 maart 2019, 9:00 uur 0,090 0,064 2 18 maart 2019, 17:00 uur 0,110 0,078 3 25 maart 2019, 17:00 uur 0,130 0,092 2 artikelen 4 6 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 14 24, eerste lid 26 28 30, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 36, eerste lid 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid In afwijking van de fasebedragen genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,, en, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is. 3 artikelen 16 18, eerste lid 20 22, eerste lid In afwijking van de fasebedragen genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de,,, en, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is. 4 artikel 58, tweede lid, van het besluit Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld inbedraagt het fasebedrag voor de productie van hernieuwbaar gas het fasebedrag gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen, tenzij het fasebedrag gelijk is aan het fasebedrag in de vierde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel, in welk geval het fasebedrag van de derde kolom geldt. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 11, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2019 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopig correctiebedrag 2019 in euro/kWh Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm waaronder vrije stroming en golfenergie 0,130 3.700 0,031 0,046 Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,130 5.700 0,031 0,046 Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,103 2.600 0,031 0,046 Artikel 6 Osmose 0,130 8.000 0,031 0,046 Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,054 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,058 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,064 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,067 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 8, eerste lid, onderdeel e Wind op land, < 6,75 m/s 0,071 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op waterkeringen, ≥ 8,0 m/s 0,059 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,064 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,070 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op waterkeringen, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,073 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 10, eerste lid, onderdeel e Wind op waterkeringen, < 6,75 m/s 0,078 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 12, eerste lid 2 Wind in meer, water ≥ 1 km 0,086 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039 Artikel 14, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,101 950 Netlevering: 0,025 Netlevering: 0,041 Niet netlevering: 0,053 Niet netlevering: 0,069 Artikel 14, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden systeem 0,095 950 Netlevering: 0,025 Netlevering: 0,041 Niet netlevering: 0,044 Niet netlevering: 0,060 Artikel 14, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, niet gebouwgebonden systeem 0,093 950 Netlevering: 0,025 Netlevering: 0,041 Niet netlevering: 0,044 Niet netlevering: 0,060 Artikel 14, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend niet gebouwgebonden systeem 0,093 1.190 Netlevering: 0,025 Netlevering: 0,041 Niet netlevering: 0,044 Niet netlevering: 0,060 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 28, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 29, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbaar gas de basisgasprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2019 vastgesteld op: 1°. artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de energieprijs, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2019 in eur/kWh Artikel 16, onderdeel a Allesvergisting 0,062 8.000 0,013 0,019 Artikel 16, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW 0,071 8.000 0,013 0,019 Artikel 16, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW 0,087 8.000 0,013 0,019 Artikel 18, eerste lid Verbeterde slibgisting bij rioolwater-zuiverings-installaties 0,048 8.000 0,013 0,019 Artikel 20 Rioolwaterzuiveringsinstallaties bestaande slibgisting 0,032 8.000 0,013 0,019 Artikel 22, eerste lid Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,086 7.500 0,013 0,019 2 artikel 58, tweede lid, van het besluit artikelen 16 18, eerste lid 20 22, eerste lid Het basisbedrag wordt voor de toepassing van, voor een productie-installatie als bedoeld in de,,en, vastgesteld op het in de derde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde bedrag, gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 44, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid artikel 45, eerste lid, van het besluit de basisenergie- of basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, of, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2019 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de energie- of elektriciteitsprijs, bedoeld in, ofhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c 47, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld in, ofop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopig correctiebedrag 2019 in euro/kWh Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,098 700 0,025 0,032 Artikel 24, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,085 700 0,019 0,026 Artikel 26, onderdelen a en b Geothermie warmte, diepte ≥ 500 meter 0,052 6.000 0,013 0,019 Artikel 26, onderdeel c Geothermie warmte aanvullende put, diepte ≥ 500 meter 0,032 6.000 0,013 0,019 Artikel 26, onderdeel d Geothermie warmte, diepte ≥ 4.000 meter 0,067 7.000 0,013 0,019 Artikel 28,onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,062 7.000 0,019 0,026 Artikel 28,onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,070 7.622 0,025 0,036 Artikel 28,onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,065 7.000 0,019 0,026 Artikel 28, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,077 7.353 0,025 0,036 Artikel 28, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,103 7.000 0,052 0,059 Artikel 28, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,127 6.374 0,041 0,053 Artikel 30, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, warmte 0,034 7.000 0,019 0,026 Artikel 30, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, gecombineerde opwekking 0,051 5.729 0,028 0,041 Artikel 32, eerste lid Ketel vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,072 7.000 0,019 0,026 Artikel 34, eerste lid Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,053 3.000 0,019 0,026 Artikel 36, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,049 4.500 0,013 0,019 Artikel 36, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,048 5.000 0,013 0,019 Artikel 36, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,048 5.500 0,013 0,019 Artikel 36, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,047 6.000 0,013 0,019 Artikel 36, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,047 6.500 0,013 0,019 Artikel 36, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,047 7.000 0,013 0,019 Artikel 36, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,046 7.500 0,013 0,019 Artikel 36, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,046 8.000 0,013 0,019 Artikel 36, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,046 8.500 0,013 0,019 Artikel 38, eerste lid Grote ketel op B-hout voor warmte en gecombineerde opwekking 0,030 7.000 0,013 0,019 Artikel 40, eerste lid Ketel stadsverwarming op houtpellets voor warmte en gecombineerde opwekking 0,065 6.000 0,010 0,014 Artikel 42, eerste lid Stoomketel op houtpellets, warmte en gecombineerde opwekking 0,062 8.500 0,013 0,019 Artikel 44, eerste lid Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen voor warmte en gecombineerde opwekking 0,051 3.000 0,017 0,024 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2019. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2019. 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 2019 9735 19-02-2019 13-02-2019 WJZ/18319237 01-03-2019
Artikel 2#
artikel 2, vijfde lid
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 10#
10