Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 5 juli 2019, nummer 2628872, houdende de regels forensische zorg (Regeling forensische zorg)
- BWB-id
- BWBR0042412
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-11-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042412
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-forensische-zorg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-forensische-zorg/2021-11-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042412&g=2021-11-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042412&z=2026-06-06&g=2021-11-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042412/2021-11-05
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-forensische-zorg
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. begeleiding: activiteiten waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven; b. beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische problemen of een verstandelijke beperking, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; c. beveiligingsniveau: het niveau van de beveiliging die is georganiseerd tijdens het verblijf van de forensisch patiënt, dan wel voor de afdeling waar de forensisch patiënt verblijft; d. de Minister: de Minister voor Rechtsbescherming; e. de wet: Wet forensische zorg de; f. het besluit: Besluit forensische zorg het. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1.1, tweede lid, van de wet Forensische zorg, bedoeld in, omvat tevens: a. begeleiding, waaronder ambulante begeleiding en dagactiviteiten; b. beschermd wonen; c. behandeling van aanpassingsstoornissen; d. psychoanalyse; e. electroconvulsietherapie. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 wet De beveiliging van de gegevensverwerking die voortvloeit uit devoldoet aan NEN-ISO-IEC 27001 en NEN-ISO-IEC 27002 of daaraan gelijkwaardige normen. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De reclasseringsinstelling of zorgaanbieder die beschikt over een pro Justitiarapportage kan deze slechts verstrekken ten behoeve van wetenschappelijk of historisch onderzoek en statistiek nadat daartoe door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie schriftelijk toestemming is verleend. 2 Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 3.2, eerste lid, van de wet bijlage 1 Voor de aanvraag tot aanwijzing als private instelling voor forensische zorg, bedoeld inwordt het model inbij deze regeling gebruikt. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3.2 van de wet Om in aanmerking te komen voor een aanwijzing als private instelling voor forensische zorg, bedoeld inmoet de instelling in ieder geval voldoen aan eisen ten aanzien van de beveiliging en de personele en materiële toerusting. Ten aanzien van die eisen worden beveiligingsniveaus onderscheiden. 2 bijlage 8 van de Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg De in het eerste lid bedoelde eisen betreffen de materiële en immateriële voorwaarden in. 3 artikel 3.3, eerste lid, van de wet Voor een aanwijzing als private instelling die in het bijzonder bestemd is voor de verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld ingelden, naast de eisen, bedoeld in het tweede lid die betrekking hebben op beveiligingsniveau 4, nadere eisen ten aanzien van de beveiliging en bouwkundige staat van de instelling. Deze eisen kunnen vertrouwelijk bij de Minister worden ingezien. 4 artikel 3.2, eerste lid, van de wet De Minister kan controle ter plaatse verrichten ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag tot aanwijzing als private instelling voor forensische zorg, bedoeld in. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3.2, eerste lid, onder b, en tweede lid, van het besluit De opschorting van een aanwijzing als private instelling voor de verlening van forensische zorg op de gronden genoemd in, bedraagt ten hoogste zes maanden. In uitzonderlijke gevallen kan de opschorting eenmaal worden verlengd met een periode van ten hoogste zes maanden. 2 artikel 3.2, eerste lid, onder b, of tweede lid van het besluit De Minister stelt de instelling in de gelegenheid binnen een door hem vast te stellen periode adequate maatregelen te treffen alvorens tot opschorting te besluiten op de gronden genoemd in. 3 artikel 3.2, derde lid, van het besluit De Minister schort de aanwijzing als private instelling voor forensische zorg op de grond genoemd inop na beëindiging van de contractuele afspraken met de rechtspersoon die de private instelling beheert indien de verwachting is dat binnen zes maanden opnieuw contractuele afspraken met deze rechtspersoon worden gemaakt. 4 Het besluit tot opschorting bevat de redenen voor de opschorting, de gevolgen en de periode waarvoor de opschorting geldt. 5 Het besluit tot opschorting wordt schriftelijk aan de instelling bekend gemaakt. 6 De Minister heft de opschorting op indien de instelling binnen de in het eerste lid bedoelde periode heeft aangetoond dat adequate maatregelen zijn genomen. 7 Het besluit tot opheffing van de opschorting wordt schriftelijk aan de instelling bekend gemaakt. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3.2, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het besluit De Minister kan een aanwijzing als private instelling voor forensische zorg intrekken, indien deze op een van de gronden genoemd inis opgeschort en de instelling naar zijn oordeel binnen de bij de opschorting aangegeven periode geen of onvoldoende adequate maatregelen heeft getroffen. 2 Het besluit tot intrekking wordt onder opgaaf van redenen schriftelijk bekend gemaakt aan de instelling. 3 artikel 3.2, eerste lid 3.3, eerste lid, van de wet De Minister trekt de aanwijzing als private instelling voor forensische zorg, bedoeld in, ofin indien gedurende zes maanden na beëindiging van de contractuele afspraken met de rechtspersoon die de private instelling beheert geen nieuwe contractuele afspraken met deze rechtspersoon zijn gemaakt. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 3.4 van het besluit bijlage 2 Als model voor de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd, bedoeld inwordt vastgesteld het formulier inbij deze regeling. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 3.5 van het besluit bijlage 3 Als model voor de aantekeningen van de beslissing tot beperking van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, van afzondering of van separatie, bedoeld in, wordt vastgesteld het formulier inbij deze regeling. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Regeling beheer onroerende zaken Rijk 2017 Deis van toepassing op het beheer van de rijksinstellingen. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 6.1 van het besluit 5.1, eerste lid, van de wet De plaatsende instantie of persoon, bedoeld in, plaatst de forensisch patiënt op basis van de indicatiestelling bedoeld inbij een zorgaanbieder die de geïndiceerde zorg op het vereiste beveiligingsniveau kan verlenen. De plaatsende instantie of persoon, bedoeld in artikel 6.1 van het besluit selecteert de zorgaanbieder aan de hand van de per vorm van forensische zorg vastgestelde criteria. 2 De criteria die worden betrokken bij de keuze voor een zorgaanbieder die ambulante begeleiding biedt dan wel een zorgaanbieder die ambulant behandelt, zijn: a. het geslacht van de forensisch patiënt; b. de zorgaanbieder heeft aangegeven begeleiding te kunnen bieden voor zowel de geïndiceerde dominante zorgvraag als de bijkomende problematiek; en c. de noodzaak tot bemoeizorg. 3 De criteria die worden betrokken bij de keuze voor een zorgaanbieder die verblijfszorg, oftewel verblijf met begeleiding of bescherming, verleent, zijn: a. het geslacht van de forensisch patiënt; b. de leeftijd van de forensisch patiënt; c. de zorgaanbieder heeft aangegeven begeleiding te kunnen bieden voor zowel de geïndiceerde dominante zorgvraag als de bijkomende problematiek; d. de aanwezigheid van zedendelinquentie; e. het geïndiceerde zorg zwaartepakket. 4 De criteria die worden betrokken bij de keuze voor een zorgaanbieder die klinische zorg verleent en de zorgaanbieder die zorg aan een ter beschikking gestelde met voorwaarden verleent, zijn: a. het geslacht van de forensisch patiënt; b. de leeftijd van de forensisch patiënt; c. DB(B)C-hoofdgroep; d. het verstandelijk vermogen van de forensisch patiënt; e. de aanwezigheid van zedendelinquentie; f. de zorgsoort; g. het niveau van verblijfsintensiteit of van het beveiligingsniveau. 5 Bij de keuze voor een zorgaanbieder voor een ter beschikking gestelde met verpleging van overheidswege, is, naast het geslacht van de ter beschikking gestelde, de aanwezigheid van de volgende omstandigheden bij de forensisch patiënt van belang: a. psychiatrische en persoonlijkheidsproblematiek; b. verstandelijke beperking; c. langdurige forensische psychiatrische zorg; d. extreem vlucht- of beheersgevaar; e. een ongewenstverklaring of een inreisverbod opgelegd door of namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. 6 De Minister plaatst de justitiabele bij een zorgaanbieder die zich bevindt in de regio waar de forensisch patiënt zal re-integreren, tenzij naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven hiervan af te wijken. Bijzondere omstandigheden die worden aangemerkt als contra-indicatie voor plaatsing van een forensisch patiënt bij een zorgaanbieder binnen de regio van de justitiabele zijn: a. een door het openbaar ministerie opgelegd gebiedsverbod in de regio waar de forensisch patiënt zal re-integreren; b. een criminogeen netwerk van de justitiabele in de regio van de zorgaanbieder; c. de woonplaats van het slachtoffer, de slachtoffers, de nabestaande of nabestaanden in de regio van de zorgaanbieder; d. de maximumcapaciteit van de (vestiging van de) zorgaanbieder voor forensische zorg is bereikt; e. er is een onaanvaardbaar lange wachttijd voor behandeling; f. zwaarwegende (zorg- of behandelinhoudelijke) argumenten, zoals behandelimpasses, incidenten of conflicten; g. de belangen van medepatiënten of personeel komen ernstig in gevaar; h. de mededader is opgenomen in de instelling of in de nabijheid van de vestiging van de zorgaanbieder; i. een relatie of familielid van de forensisch patiënt of diens slachtoffer is werkzaam in de instelling. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 6.1 van het besluit De plaatsende instantie of persoon, bedoeld in, die het plaatsingsbesluit neemt, informeert de zorgaanbieder die de forensische zorg zal verlenen over het besluit door het beschikbaar te stellen aan de zorgaanbieder in het Informatiesysteem Forensische Zorg. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 6.1 van het besluit artikel 1, onder c en d, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens De plaatsende instantie of persoon, bedoeld in, die het plaatsingsbesluit neemt, draagt zorg dat de voor de verlening van de forensische zorg relevante tenuitvoerleggingsgegevens en gegevens uit het persoonsdossier, bedoeld in, worden verstrekt aan de zorgaanbieder of dat deze door de zorgaanbieder kunnen worden ingezien. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Artikelen 12 tot en met 14 artikel 6.3 van het besluit zijn van overeenkomstige toepassing bij de beslissing tot een overplaatsing of overbrenging, bedoeld in. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 artikel 76, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet Indien op grond van, de termijn voor plaatsing van een gedetineerde in een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden wordt verlengd omdat plaatsing niet mogelijk is, wordt de gedetineerde in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. De gedetineerde ontvangt onverwijld schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling omtrent de beslissing. 2 Zo nodig geschiedt het horen van de gedetineerde met bijstand van een tolk. Van het horen wordt aantekening gehouden. 2021 45379 04-11-2021 26-10-2021 3240476 2021 45379 04-11-2021 26-10-2021 3240476 05-11-2021
Artikel 15b — Artikel 15b#
Artikel 15b 1 artikel 15, vijfde lid artikel 43, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet De directeur van de penitentiaire inrichting bij wie de algemene verantwoordelijkheid ligt voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel van een forensische patiënt die op grond van, ofnaar een instelling voor forensische zorg is overgebracht, beslist over het beëindigen van de overbrenging of het ontslag van de forensische patiënt indien: a. een langer verblijf van de forensische patiënt zich niet meer verdraagt met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming; b. is voldaan aan de criteria voor ontslag; of c. het verblijf op andere gronden niet meer wenselijk is. 2 Bij de beslissing over het beëindigen van de overbrenging of het ontslag betrekt de directeur het advies van de selectiefunctionaris van de Divisie Individuele Zaken van de Dienst Justitiële Inrichtingen. 3 artikel 15, vijfde lid artikel 43, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet Indien feiten of omstandigheden bekend zijn geworden die wijzen op een onmiddellijk dreigend ontvluchtingsgevaar of een ernstig gevaar voor personen of goederen dat uitgaat van de forensische patiënt die op grond van, ofnaar de instelling voor forensische zorg is overgebracht, zorgt de directeur van de penitentiaire inrichting bij wie de algemene verantwoordelijkheid ligt voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel voor spoedige overbrenging van de forensische patiënt naar de penitentiaire inrichting. De selectiefunctionaris van de Divisie Individuele Zaken van de Dienst Justitiële Inrichtingen wordt zo spoedig mogelijk van de overbrenging op de hoogte gesteld. 2021 45379 04-11-2021 26-10-2021 3240476 2021 45379 04-11-2021 26-10-2021 3240476 05-11-2021
Artikel 15c — Artikel 15c#
Artikel 15c artikel 6.10, vierde lid, van de wet Andere bijzondere voorvallen, bedoeld in, waarvan de zorgaanbieder, die zorg verleent aan een forensische patiënt die buiten de instelling of de penitentiaire inrichting verblijft bij welke de algemene verantwoordelijkheid ligt voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, zeer spoedig melding doet, zijn: a. de natuurlijke of onnatuurlijke dood van de forensische patiënt; b. onttrekking van de forensische patiënt aan het op hem uitgeoefende toezicht tijdens transport; c. een ernstige geweldsincident in of buiten de instelling; d. elk ander incident in of buiten de instelling van ernstige, politiek gevoelige of publiciteitsgevoelige aard. 2021 45379 04-11-2021 26-10-2021 3240476 2021 45379 04-11-2021 26-10-2021 3240476 05-11-2021
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 wijzigt de Regeling melding bijzondere voorvallen verpleegden. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 wijzigt de Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 wijzigt Regeling vervoer van justitiabelen. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling forensische zorg. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Besluit forensische zorg Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met het tijdstip dat hetin werking is getreden. 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 2019 38718 15-07-2019 05-07-2019 2628872 16-07-2019 26-06-2019