Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 1 oktober 2019, nr. 2019-0000096953, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering ten behoeve van de reductie van energiegebruik bij koopwoningen (Regeling specifieke uitkering reductie energiegebruik)
- BWB-id
- BWBR0042607
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-02-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042607
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-specifieke-uitkering-reductie-energiegebruik
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-specifieke-uitkering-reductie-energiegebruik/2021-02-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042607&g=2021-02-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042607&z=2026-06-06&g=2021-02-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042607/2021-02-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-specifieke-uitkering-reductie-energiegebruik
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 04-10-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt#
Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt 1 2 Onze Minister kan op aanvraag een eenmalige specifieke uitkering verstrekken aan gemeenten voor activiteiten die tot doel hebben om de CO-uitstoot te verlagen door reductie van energiegebruik in woningen in particulier eigendom die niet zijn bedoeld voor verhuur. 2 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten of zijn ondersteunend aan: a. het energiezuinig laten inregelen van verwarmingssystemen en radiatoren door de particuliere eigenaar van een woning; en b. het geven van advies over en stimuleren van andere energiebesparende maatregelen die een particuliere eigenaar van een woning kan uitvoeren of kan laten uitvoeren. 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 04-10-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Hoogte van de uitkering en uitkeringsplafond#
Artikel 3 Hoogte van de uitkering en uitkeringsplafond 1 Een specifieke uitkering bedraagt ten hoogste: a. € 9.000.000; en b. artikel 4, tweede lid, onder b € 90 maal het aantal woningen als bedoeld in. 2 Onze Minister kan in totaal ten hoogste € 98.000.000 aan specifieke uitkeringen verstrekken. 2020 44942 31-08-2020 17-08-2020 2020-0000074758 2020 44942 31-08-2020 17-08-2020 2020-0000074758 01-09-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraag en verstrekking#
Artikel 4 Aanvraag en verstrekking 1 Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend vanaf 9 oktober tot en met 14 november 2019. 2 Een aanvraag bevat ten minste: a. artikel 2, eerste lid een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het doel van deze regeling, bedoeld in; b. het beoogde aantal woningen waarvoor voorlichting over energiebesparing wordt gegeven of waar energiebesparende maatregelen worden getroffen; c. een omschrijving van de wijze waarop de activiteiten uitgevoerd worden en welke partijen daarbij betrokken zijn; d. een begroting; en e. de verwachte begin- en einddatum van de activiteiten. 3 Per gemeente kan maximaal één aanvraag ingediend worden. 4 Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 5 Onze Minister beslist binnen 6 weken na het sluiten van de aanvraagtermijn op een aanvraag. 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 04-10-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Weigeringsgronden#
Artikel 5 Weigeringsgronden Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt afgewezen, indien: a. artikel 2, tweede lid de activiteiten in de aanvraag niet vallen onder de activiteiten, bedoeld in; b. de activiteiten in de aanvraag niet tot doel hebben het energiegebruik in minimaal 1.000 woningen te verminderen; c. bijlage I de aanvraag minder dan 60 punten scoort bij de beoordeling op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in; d. niet aannemelijk is dat de activiteiten in de aanvraag voor 1 januari 2021 zijn afgerond; of e. bijlage I de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in. 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 04-10-2019
Artikel 6 — Artikel 6 Voorwaarden voor de uitkering#
Artikel 6 Voorwaarden voor de uitkering De gemeente informeert Onze Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt. 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 04-10-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Beoordeling van de aanvragen#
Artikel 7 Beoordeling van de aanvragen 1 De specifieke uitkeringen worden verstrekt op basis van rangschikking van de aanvragen. 2 bijlage I Onze Minister rangschikt de aanvragen door het toekennen van punten aan de hand van de weging van de beoordelingscriteria, bedoeld in. 3 artikel 3, tweede lid Onze Minister kan bij het beoordelen advies vragen van een externe adviescommissie als het totaal aan aanvragen het uitkeringsplafond, bedoeld in, overschrijdt. 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 04-10-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Bestemming niet-gebruikte middelen#
Artikel 8 Bestemming niet-gebruikte middelen 1 Onze Minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 31 december 2021. 2 artikel 2, tweede lid Onze Minister kan, in overleg met de ontvanger van de specifieke uitkering, afzien van terugvordering als het restant door de ontvanger kan worden besteed aan activiteiten als bedoeld in, na 31 december 2021. 2021 5991 09-02-2021 05-02-2021 2021-0000009427 2021 5991 09-02-2021 05-02-2021 2021-0000009427 10-02-2021
Artikel 8a — Artikel 8a Overgangsrecht gegeven beschikkingen#
Artikel 8a Overgangsrecht gegeven beschikkingen artikel 2 De in een beschikking, gegeven op grond van deze regeling, opgenomen uiterste datum voor het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in, wordt gelezen als ‘31 december 2021’. 2021 5991 09-02-2021 05-02-2021 2021-0000009427 2021 5991 09-02-2021 05-02-2021 2021-0000009427 10-02-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Verantwoording en terugvordering#
Artikel 9 Verantwoording en terugvordering 1 artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten De bijlage bij de jaarrekening over het jaar waarvoor uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in. 2 Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, wordt de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door Onze Minister teruggevorderd. Onze Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering. 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 04-10-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 2019 51926 03-10-2019 01-10-2019 2019-0000096953 04-10-2019