Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 28 november 2019, nr. IENW/BSK-2019/239580, houdende kader voor toekenning van specifieke uitkeringen voor bermmaatregelen van N-wegen (Regeling specifieke uitkeringen N-wegen)
- BWB-id
- BWBR0042835
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- 2019-12-03 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042835
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-specifieke-uitkeringen-n-wegen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-specifieke-uitkeringen-n-wegen/2019-12-03
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042835&g=2019-12-03
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042835&z=2026-06-06&g=2019-12-03
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042835/2019-12-03
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-specifieke-uitkeringen-n-wegen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: call: periode waarin een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend; minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; ontvanger: de provincie Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland of Zuid-Holland. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderbesluit subsidies I en M#
Artikel 2 Kaderbesluit subsidies I en M Kaderbesluit subsidies I en M De artikelen van hetzijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Doel#
Artikel 3 Doel Het doel van de specifieke uitkering is het financieel ondersteunen van de ontvanger bij het treffen van kosteneffectieve infrastructurele maatregelen aan bermen van N-wegen die niet in beheer zijn bij het Rijk, gericht op het verminderen van ernstige bermongevallen, door: a. het afschermen van obstakels binnen de obstakelvrije zone; b. het vergroten van de vergevingsgezindheid van de weg; of c. het vergroten van de obstakelvrije afstand. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Activiteiten die in aanmerking komen voor specifieke uitkering#
Artikel 4 Activiteiten die in aanmerking komen voor specifieke uitkering 1 De volgende kosten komen voor de verstrekking van een specifieke uitkering in aanmerking: a. voorbereidingskosten; b. uitvoeringskosten; en c. infrastructurele kosten. 2 Kosten van activiteiten die na 31 december 2017 hebben plaatsgevonden kunnen voor verstrekking van een specifieke uitkering in aanmerking komen. 3 Op grond van deze regeling wordt geen specifieke uitkering verstrekt voor: a. maatregelen waarvan redelijkerwijs aangenomen moet worden dat deze geen bijdrage leveren aan het verminderen van ernstige bermongevallen; b. reguliere onderhoudswerkzaamheden aan bermen, bermverharding en geleiderailsconstructie; c. personele kosten of kosten voor inhuur van personeel ten behoeve van de voorbereiding van werkzaamheden; d. grondaankopen; en e. Wet op het BTW-compensatiefonds BTW over de kosten van activiteiten en maatregelen voor zover deze kosten in aanmerking komen voor compensatie op grond van deof verrekend kunnen worden. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Hoogte van de uitkering#
Artikel 5 Hoogte van de uitkering artikel 4, eerste lid De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste 25% van de kosten, bedoeld in. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 6 — Artikel 6 Uitkeringsplafond#
Artikel 6 Uitkeringsplafond 1 Het uitkeringsplafond voor de jaren 2019 tot en met 2021 bedraagt in totaal voor: a. de provincie Drenthe: € 1.366.578,-; b. de provincie Flevoland: € 1.361.250,-; c. de provincie Friesland: € 1.763.498,-; d. de provincie Gelderland: € 3.596.256,-; e. de provincie Groningen: € 1.515.755,-; f. de provincie Limburg: € 1.268.013,-; g. de provincie Noord-Brabant: € 1.624.975,-; h. de provincie Noord-Holland: € 1.726.203,-; i. de provincie Overijssel: € 2.240.335,-; j. de provincie Utrecht: € 1.033.591,-; k. de provincie Zeeland: € 1.363.913,-; l. de provincie Zuid-Holland: € 1.800.792,-. 2 In de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 worden twee calls georganiseerd. 3 Indien na de tweede call het uitkeringsplafond per ontvanger niet volledig is uitgeput, wordt een derde call georganiseerd. 4 In de derde call vormt de optelsom van de resterende bedragen het uitkeringsplafond voor alle ontvangers. De minister doet mededeling van dit uitkeringsplafond in de Staatscourant. 5 De verdeling van beschikbare gelden voor de derde call vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag tot verlening#
Artikel 7 Aanvraag tot verlening 1 Een specifieke uitkering wordt op aanvraag verstrekt. 2 Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt ingediend binnen de door de minister kenbaar gemaakte periode voor een call. 3 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een overzicht van de voorgestelde maatregelen en activiteiten; b. artikel 3 een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de voorgestelde activiteiten een bijdrage leveren aan de doelen, bedoeld in, waarbij ook rekening wordt gehouden met duurzaamheid en natuurwaarden; c. een overzicht van de locaties waar de activiteiten plaatsvinden; d. een tijdsplanning van de activiteiten; e. een raming van de kosten voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen; en f. een raming die voldoende inzicht geeft in de verdeling van de kosten over de verschillende activiteiten. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Verlening#
Artikel 8 Verlening 1 De minister beslist binnen dertien weken na de sluitingstermijn van de call op de aanvraag van de specifieke uitkering. 2 Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval: a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend; b. het bedrag van de uitkering; en c. de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 9 Bevoorschotting en betaling artikel 8, tweede lid De minister verstrekt bij het besluit tot verlening, bedoeld in, een voorschot van 100%. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Voorwaarden#
Artikel 10 Voorwaarden 1 De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend. 2 Ten hoogste 25% van de meerkosten van activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend kunnen worden voldaan uit een eventueel surplus dat resteert als gevolg van lagere kosten van andere activiteiten waarvoor specifieke uitkering is verleend, mits dit tijdig aan de minister wordt gemeld. 3 Alle maatregelen waarvoor een specifieke uitkering is verleend zijn uiterlijk op 31 december 2023 gerealiseerd. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Verplichtingen ontvanger#
Artikel 11 Verplichtingen ontvanger 1 Uiterlijk op 31 december 2024 stelt de ontvanger een rapportage op over de effecten van de gerealiseerde maatregelen op de verkeersveiligheid. De rapportage wordt openbaar gemaakt. 2 In de rapportage, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval ingegaan op: a. de lengte van het wegennet waarop maatregelen zijn genomen; b. het aantal en het type gerealiseerde maatregelen. 3 Indien gegevens daarvoor beschikbaar zijn, maakt de ontvanger met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld format een analyse van het aantal bermgerelateerde verkeersongevallen van de situatie voor en na de gerealiseerde maatregelen. 4 artikel 3 Het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de ontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de inomschreven doelen; 5 De minister kan bij het besluit tot verlening van een specifieke uitkering andere verplichtingen opleggen die de minister noodzakelijk acht ter verwezenlijking van het doel van de specifieke uitkering. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Verantwoording#
Artikel 12 Verantwoording artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De ontvanger legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Vaststelling van de specifieke uitkering#
Artikel 13 Vaststelling van de specifieke uitkering 1 artikel 11, vierde en vijfde lid De minister stelt de specifieke uitkering vast op het bedrag dat is bepaald in de verlening indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend geheel zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen bedoeld in. 2 artikel 10, derde lid De minister stelt de specifieke uitkering op een lager bedrag vast indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden binnen de termijn, bedoeld in. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Terugvordering#
Artikel 14 Terugvordering De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de uitkering is vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Overgangsrecht#
Artikel 15 Overgangsrecht 1 Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling in het kader van de eerste call worden beschouwd en behandeld als aanvragen op grond van deze regeling. 2 artikel 8, eerste lid In afwijking van, worden besluiten op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, genomen binnen dertien weken na de inwerkingtreding van deze regeling. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 16 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkeringen N-wegen. 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 2019 65418 02-12-2019 28-11-2019 IENW/BSK-2019/239580 03-12-2019