Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 8 juli 2019, nr. MBO/5897553, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van het organiseren van nationale vakwedstrijden in het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs alsmede het voorbereiden op en deelname aan internationale vakwedstrijden in het beroepsonderwijs (Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo)
- BWB-id
- BWBR0042419
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-10-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042419
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-vakwedstrijden-vmbo-en-mbo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-vakwedstrijden-vmbo-en-mbo/2025-10-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042419&g=2025-10-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042419&z=2026-06-06&g=2025-10-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042419/2025-10-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/regeling-vakwedstrijden-vmbo-en-mbo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: beroepsonderwijs: artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs onderwijs als bedoeld in; boekjaar: tijdvak dat aanvangt op 1 april van enig jaar en eindigt op 31 maart van het daarop volgend jaar; instelling: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs instelling als bedoeld in; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; school: artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in; voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: artikel 2.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in. 2024 39811 05-12-2024 21-11-2024 1559469 2024 39811 05-12-2024 21-11-2024 1559469 01-04-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 19-07-2019 15-07-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Doel en te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Doel en te subsidiëren activiteiten 1 De minister kan voor de boekjaren in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2026 aan een of meer rechtspersonen jaarlijks een projectsubsidie verstrekken voor: a. het organiseren van jaarlijkse nationale vakwedstrijden voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in Nederland, waaronder de voorrondes en finale, en het stimuleren van deelname daaraan; b. het organiseren van jaarlijkse nationale vakwedstrijden voor het beroepsonderwijs in Nederland, waaronder de voorrondes en finale, en het stimuleren van deelname daaraan; of c. het voorbereiden van nationale deelnemers op de jaarlijkse internationale vakwedstrijden in het beroepsonderwijs alsmede de deelname van nationale deelnemers aan deze internationale vakwedstrijden in het beroepsonderwijs en de kosten die daaruit voortvloeien voor de deelnemers. 2 De activiteiten hebben als doel om het vakgerichte onderwijs te promoten door jongeren en jongvolwassenen uit te dagen en te stimuleren het beste in zichzelf naar boven te halen en dit verder te ontwikkelen. De activiteiten hebben daarnaast als doel om andere jongeren en jongvolwassenen te inspireren en uit te nodigen beroepsonderwijs te gaan volgen. Daarnaast hebben de vakwedstrijden tot doel de diversiteit te borgen bij deelname van leerlingen dan wel studenten aan de nationale vakwedstrijden. Daartoe wordt in elk geval een breed aanbod van nationale vakwedstrijden georganiseerd dat een zo breed mogelijk scala van beroeps- of vakgerichte opleidingen bestrijkt. 2024 39811 05-12-2024 21-11-2024 1559469 2024 39811 05-12-2024 21-11-2024 1559469 01-04-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond#
Artikel 4 Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de periode van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2026 per boekjaar beschikbaar: a. artikel 3, eerste lid, onderdeel a voor de activiteit, bedoeld in: een bedrag van maximaal € 680.000; b. artikel 3, eerste lid, onderdeel b voor de activiteit, bedoeld in: een bedrag van maximaal € 3.600.000; c. artikel 3, eerste lid, onderdeel c voor de activiteit, bedoeld in: een bedrag van maximaal € 500.000. 2 artikel 3, eerste lid, onderdeel a In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is voor het boekjaar van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2023 voor de activiteit, bedoeld in, een bedrag van maximaal € 758.000 beschikbaar. 3 artikel 3, eerste lid, onderdeel a In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, zijn de volgende bedragen beschikbaar voor de activiteit, bedoeld in: a. voor het boekjaar van 1 april 2023 tot en met 31 maart 2024: maximaal € 857.490. b. voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025: maximaal € 857.490. 4 artikel 3, eerste lid, onderdeel b In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2023 voor de activiteit, bedoeld in, een bedrag van maximaal € 3.827.000 beschikbaar. 5 artikel 3, eerste lid, onderdeel b In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2023 tot en met 31 maart 2024 voor de activiteit, bedoeld in, een bedrag van maximaal € 4.434.000 beschikbaar. 6 artikel 3, eerste lid, onderdeel b In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025 voor de activiteit, bedoeld in, een bedrag van maximaal € 4.610.000 beschikbaar. 7 artikel 3, eerste lid, onderdeel c In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025 voor de activiteit, bedoeld in, een bedrag van maximaal € 580.000 beschikbaar. 8 artikel 3, eerste lid, onderdeel a In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in, een bedrag van maximaal € 907.000 beschikbaar. 9 artikel 3, eerste lid, onderdeel b In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in, een bedrag van maximaal € 4.817.000 beschikbaar. 10 artikel 3, eerste lid, onderdeel c In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in, een bedrag van maximaal € 580.000 beschikbaar. 2025 36557 29-10-2025 13-10-2025 1729278 2025 36557 29-10-2025 13-10-2025 1729278 30-10-2025 01-04-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieaanvraag#
Artikel 5 Subsidieaanvraag 1 Voor het boekjaar 2020 wordt uiterlijk 15 oktober 2019 een aanvraag ingediend. De rechtspersoon waaraan subsidie voor het boekjaar 2020 is verstrekt, dient voor de boekjaren 2021, 2022, 2023, 2024 en 2025 uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het boekjaar, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, een aanvraag in. 2 artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS In aanvulling opbevat de aanvraag voor het boekjaar 2020: a. een meerjarenbegroting; b. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd; en c. de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop. 3 De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde bescheiden zijn voorzien van een controleverklaring van een accountant. 4 artikel 3, eerste lid Per activiteit als bedoeld in, wordt een aanvraag ingediend. 5 artikel 3, eerste lid Een aanvrager kan voor een of meer van de activiteiten, bedoeld in, een aanvraag indienen. 6 De subsidie wordt aangevraagd met het formulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl/subsidies/vakwedstrijden en kan via deze website worden ingediend. 2024 39811 05-12-2024 21-11-2024 1559469 2024 39811 05-12-2024 21-11-2024 1559469 01-04-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Wijze van verdeling beschikbare middelen#
Artikel 6 Wijze van verdeling beschikbare middelen 1 Aanvragen die niet tijdig zijn ingediend, worden afgewezen. 2 De aanvragen voor het boekjaar 2020 die in behandeling zijn genomen, worden zodanig gerangschikt dat de minister de aanvragen die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidieverstrekking, voorrang geeft. 3 De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de periode waarin de aanvragen kunnen worden ingediend gelijktijdig op de aanvragen. 4 artikel 3, eerste lid Per activiteit als bedoeld in, ontvangt één rechtspersoon subsidie. Dezelfde rechtspersoon kan voor meer activiteiten subsidie ontvangen. 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 19-07-2019 15-07-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Beoordeling subsidieaanvraag#
Artikel 7 Beoordeling subsidieaanvraag bijlage Een aanvraag wordt aan de hand van de volgende criteria, zoals uitgewerkt in debehorende bij deze regeling, beoordeeld: a. inhoud; b. organisatie; c. samenwerking; d. financiering; e. duurzaamheid; en f. promotionele activiteiten. 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 19-07-2019 15-07-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Weigeringsgronden#
Artikel 8 Weigeringsgronden artikel 4:25 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht In aanvulling openkan de subsidieverstrekking worden geweigerd indien: a. voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ook uit andere hoofde aanspraak op subsidie bestaat; b. de kosten niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten; of c. onvoldoende is aangetoond dat de geraamde kosten noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 19-07-2019 15-07-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Verplichtingen#
Artikel 9 Verplichtingen 1 De subsidieontvanger zendt aan de minister jaarlijks vóór 1 oktober een voortgangsrapportage waarin de subsidieontvanger aangeeft wat de stand van zaken is met betrekking tot de activiteit. 2 De subsidieontvanger vraagt aan de school of instelling, noch aan diens leerlingen of studenten een financiële bijdrage voor deelname aan de activiteit. 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 19-07-2019 15-07-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording#
Artikel 10 Verantwoording artikel 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS De verantwoording vindt plaats overeenkomstig. 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 19-07-2019 15-07-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Vaststelling#
Artikel 11 Vaststelling Indien de activiteit waarvoor de subsidie is verleend geheel is verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten verminderd met de gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag, verminderd met de maximaal toegestane toevoeging aan de egalisatiereserve voor zover een egalisatiereserve wordt aangehouden. 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 19-07-2019 15-07-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Egalisatiereserve#
Artikel 12 Egalisatiereserve 1 De subsidieontvanger kan een egalisatiereserve vormen. 2 De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag van de subsidie. 3 artikel 3 De egalisatiereserve wordt in een boekjaar uitsluitend besteed aan de activiteit bedoeld in, waarvoor de subsidieontvanger in dat boekjaar een subsidie heeft ontvangen, en die niet kan worden bekostigd uit de subsidie die is verleend ten behoeve van dat boekjaar. 4 Paragraaf 8.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van overeenkomstige toepassing. 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 19-07-2019 15-07-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 13 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juli 2019. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 15 juli 2019, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 15 juli 2019. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 15 juli 2026. 2024 39811 05-12-2024 21-11-2024 1559469 2024 39811 05-12-2024 21-11-2024 1559469 01-04-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo. 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 2019 39709 18-07-2019 08-07-2019 MBO/5897553 19-07-2019 15-07-2019