Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 september 2019, nr. MBO/6033740, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor het ontwikkelen van flexibel beroepsonderwijs voor werkenden en werkzoekenden in een andere leerweg dan de beroepsopleidende of beroepsbegeleidende leerweg (Subsidieregeling flexibel beroepsonderwijs derde leerweg)
- BWB-id
- BWBR0042549
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2022-08-01 t/m 2024-07-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042549
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/subsidieregeling-flexibel-beroepsonderwijs-derde-leerweg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/subsidieregeling-flexibel-beroepsonderwijs-derde-leerweg/2022-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042549&g=2022-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042549&z=2026-06-06&g=2022-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042549/2022-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/subsidieregeling-flexibel-beroepsonderwijs-derde-leerweg
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: bekostigde instelling: artikel 1.1.1 van de wet artikel 2.1.3 van de wet artikel 1.4.1 van de wet artikel 7.4.6 van de wet inbedoelde instelling die op grond vanin aanmerking voor bekostiging is gebracht dan wel aan deze instelling gelieerde rechtspersoon waar het contractonderwijs van de bekostigde instelling is ondergebracht en die op grond vaneen diploma als bedoeld inmag afgeven voor het met goed gevolg afleggen van het examen van ten minste één beroepsopleiding; beroepsopleiding: hoofdstuk 7, titel 2 artikel 1.4.1, lid 1a, van de wet artikel 7.1.3, eerste lid, van de wet onderwijstraject dat voor een student is ingericht overeenkomstig de eisen van, onverminderden dat gericht is op het behalen van een kwalificatie als bedoeld inalsmede een of meer daarbij behorende keuzedelen als bedoeld in artikel 7.1.3, tweede lid, van de wet, ten bewijze waarvan een diploma wordt uitgereikt; bevoegd gezag: artikel 1.1.1, onderdelen a tot en met c van de begripsbepaling van bevoegd gezag, van de wet bevoegd gezag als bedoeld in; derde leerweg: artikel 1.4.1, lid 1a, van de wet andere leerweg dan de beroepsbegeleidende of beroepsopleidende leerweg als bedoeld in; diploma: artikel 7.4.6 van de wet diploma als bedoeld in; instelling: bekostigde dan wel een niet-bekostigde instelling; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; niet-bekostigde instelling: artikel 1.1.1 van de wet artikel 1.4.1 van de wet artikel 7.4.6 van de wet andere dan een inbedoelde instelling die op grond vaneen diploma als bedoeld inmag afgeven voor het met goed gevolg afleggen van het examen van ten minste één beroepsopleiding; onderwijsprogramma: wet flexibel onderwijsprogramma dat alle onderwijsactiviteiten omvat, gericht op het bereiken van de onderwijs- en vormingsdoelen van de betreffende beroepsopleiding, waaraan door de student wordt deelgenomen onder verantwoordelijkheid en toezicht van het bevoegd gezag als bedoeld in deen dat evenwichtig is ingedeeld zodat de student de kwalificatie en daarbij behorende keuzedelen binnen de vastgestelde studieduur kan bereiken; penvoerder: artikel 4 penvoerder van een samenwerkingsverband als bedoeld in; samenwerkingsverband: artikel 4 samenwerkingsverband als bedoeld in; wet: Wet educatie en beroepsonderwijs . 2022 18695 18-07-2022 06-07-2022 MBO/33252859 2022 18695 18-07-2022 06-07-2022 MBO/33252859 01-08-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Doel en te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Doel en te subsidiëren activiteiten 1 De minister kan aan een samenwerkingsverband subsidie verstrekken voor: a. het vormen van een samenwerkingsverband; of b. het ontwikkelen van een onderwijsprogramma voor één of meer beroepsopleidingen in de derde leerweg dat specifiek gericht is op werkenden en werkzoekenden. 2 De subsidie heeft als doel om bekostigde en niet-bekostigde instellingen gezamenlijk een onderwijsprogramma te laten ontwikkelen dat aansluit op de vraag van de doelgroep van werkenden en werkzoekenden. Deze krachtenbundeling van instellingen leidt tot kennisdeling alsmede samenwerkingsvormen binnen een regio en daarmee tot een breed aanbod van beroepsopleidingen in de derde leerweg specifiek gericht op de doelgroep van werkenden en werkzoekenden. 3 Subsidie wordt slechts verstrekt indien: a. het ontwikkelen van een onderwijsprogramma wordt afgestemd met de doelgroep van werkenden en werkzoekenden, bedrijven, gemeenten en andere relevante partners in de regio; en b. het onderwijsprogramma in afzonderlijke op zichzelf staande delen gevolgd kan worden binnen een voor de doelgroep van werkenden en werkzoekenden gewenste studieduur en bij het met goed gevolg afsluiten van alle delen leidt tot een diploma van de betreffende beroepsopleiding. 4 Het onderwijsprogramma omvat in elk geval: a. een visie op flexibele opleidingstrajecten voor werkenden en werkzoekenden; b. werkwijzen, methoden en instrumenten voor een flexibel opleidingstraject dat gericht is op een diploma en bijbehorende examinering, waarvan deel kan uitmaken: i. werkwijzen, methoden en instrumenten voor werkend leren; of ii. werkwijzen, methoden en instrumenten voor online leren; c. de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van leertechnologieën; d. de wijze waarop de kwaliteit van het gehele opleidingstraject en de afzonderlijke delen wordt geborgd; e. de wijze waarop geborgd wordt dat een werkende of werkzoekende het diploma van de beroepsopleiding kan behalen binnen de door hem gewenste studieduur, waarbij expliciet aandacht geschonken wordt aan beleid met betrekking tot vrijstellingen; f. de wijze waarop deskundigheidsbevordering van docenten en onderwijsondersteunend personeel in het kader van flexibilisering van het opleidingstraject plaatsvindt; en g. een strategie voor het werven van werkenden en werkzoekenden. 5 Het ontwikkelen van een onderwijsprogramma heeft een looptijd van 24 maanden. 6 Onderwijsprogramma’s die voor indiening van een aanvraag reeds ontwikkeld zijn, komen niet voor subsidie in aanmerking. 7 In geval van bijzondere omstandigheden die voortvloeien uit de uitvoering van het project, kan de Minister de penvoerder op diens verzoek toestemming geven voor een verlenging van de looptijd voor het ontwikkelen van het onderwijsprogramma met ten hoogste 12 maanden. 2021 39633 02-09-2021 12-08-2021 19185227 2021 39633 02-09-2021 12-08-2021 19185227 03-09-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Samenwerkingsverband#
Artikel 4 Samenwerkingsverband 1 Een samenwerkingsverband bestaat uit meerdere instellingen waarvan minimaal één bekostigde en één niet-bekostigde instelling. 2 De instellingen die deelnemen aan een samenwerkingsverband verklaren dat: a. een bevoegd gezag van een bekostigde instelling als penvoerder gemachtigd is de betrokken instellingen in en buiten rechte te vertegenwoordigen in het kader van de subsidieaanvraag; b. elk van de instellingen meewerkt aan de voortgangsrapportage alsmede de eindverantwoording en dat alle gegevens die daarvoor noodzakelijk zijn op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt; en c. de instellingen op basis van gelijkwaardigheid deel nemen aan het samenwerkingsverband. 3 Een subsidie die wordt aangevraagd door een penvoerder, wordt verleend aan en verantwoord door de penvoerder. 4 Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen ongeacht welke instelling feitelijk belast is met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. 5 Een bekostigde instelling kan penvoerder zijn van ten hoogste twee samenwerkingsverbanden. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieplafond en omvang subsidie#
Artikel 5 Subsidieplafond en omvang subsidie 1 artikel 6 Voor subsidieverstrekking voor het vormen van een samenwerkingsverband als bedoeld inis in de kalenderjaren 2019 en 2020 jaarlijks een bedrag van € 100.000,– beschikbaar: 2 artikel 7 Voor subsidieverstrekking voor het ontwikkelen van een onderwijsprogramma als bedoeld inis beschikbaar: a. voor het kalenderjaar 2020 voor elk van de aanvraagrondes een bedrag van: € 4.650.000,–; b. voor het kalenderjaar 2021 een bedrag van: € 4.700.000,–; en c. artikel 7, eerste lid, onderdeel c, onder i voor het kalenderjaar 2022, voor de eerste aanvraagronde, bedoeld in, een bedrag van: € 4.800.000,–; d. artikel 7, eerste lid, onderdeel c, onder ii voor het kalenderjaar 2022, voor de tweede aanvraagronde, bedoeld in, een bedrag van: € 1.500.000,–. 3 Indien in het kalenderjaar 2020 het budget, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, voor de eerste aanvraagronde niet wordt uitgeput, worden de overblijvende middelen toegevoegd aan het budget voor de tweede aanvraagronde in dat kalenderjaar. 4 Een subsidie voor het vormen van een samenwerkingsverband bedraagt per aanvraag € 10.000,–. 5 Een subsidie voor het ontwikkelen van een onderwijsprogramma bedraagt per aanvraag minimaal € 125.000 en ten hoogste € 500.000,–. 2022 11770 29-04-2022 21-04-2022 32403099/MBO 2022 11770 29-04-2022 21-04-2022 32403099/MBO 30-04-2022
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvraag subsidie vorming samenwerkingsverband#
Artikel 6 Aanvraag subsidie vorming samenwerkingsverband 1 Een bekostigde instelling kan in de jaren 2019 en 2020 gedurende het hele jaar een aanvraag indienen voor het vormen van een samenwerkingsverband en het organiseren van overleg met alle relevante partners in de regio met als doel te komen tot een breed gedragen plan voor het ontwikkelen van een onderwijsprogramma voor een of meer beroepsopleidingen. 2 De aanvraag wordt aangevraagd met het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website https://www.dus-i.nl/subsidies/flexibel-mbo-voor-volwassenenen kan via deze website worden ingediend. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag subsidie ontwikkelen onderwijsprogramma#
Artikel 7 Aanvraag subsidie ontwikkelen onderwijsprogramma 1 Een penvoerder kan een aanvraag indienen voor het ontwikkelen van een onderwijsprogramma met dien verstande dat de aanvraag wordt ingediend: a. voor het kalenderjaar 2020: i. voor de eerste aanvraagronde uiterlijk op 15 oktober 2019; ii. artikel 9 voor de tweede aanvraagronde uiterlijk op 30 juni 2020, met dien verstande dat aanvragen die na 1 april worden ingediend, voor de toepassing vanworden gerangschikt na de aanvragen die op of vóór 1 april werden ingediend; b. artikel 9 voor het kalenderjaar 2021: uiterlijk op 15 december 2020, met dien verstande dat aanvragen die na 1 oktober 2020 worden ingediend, voor toepassing vanworden gerangschikt na de aanvragen die op of vóór 1 oktober 2020 werden ingediend; en c. voor het kalenderjaar 2022: i. voor de eerste aanvraagronde uiterlijk op 1 november 2021; ii. voor de tweede aanvraagronde uiterlijk op 1 juni 2022. 2 artikel 4, tweede lid De aanvraag bevat een ontwikkelplan en een begroting. Daarnaast bevat de aanvraag een verklaring als bedoeld in. Het ontwikkelplan wordt overeenkomstig het format ingediend dat bekendgemaakt is op https://www.dus-i.nl/subsidies/flexibel-mbo-voor-volwassenen. 3 artikel 3 Bij de begroting hanteert een samenwerkingsverband een vast uurtarief voor de loonkosten dat overeenkomt met het kostendekkende uurtarief van schaal 13 als bedoeld in de Handleiding overheidstarieven van het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend. De Minister kan afwijken van voornoemde subsidiebedragen, indien de toepassing daarvan tot een in het licht van het doel, bedoeld in, onaanvaardbare uitkomst zal leiden. 4 De subsidie wordt aangevraagd met het formulier dat is bekendgemaakt op de website https://www.dus-i.nl/subsidies/flexibel-mbo-voor-volwassenen en kan via deze website worden ingediend. 2022 11770 29-04-2022 21-04-2022 32403099/MBO 2022 11770 29-04-2022 21-04-2022 32403099/MBO 30-04-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Wijze van verdeling beschikbare middelen#
Artikel 8 Wijze van verdeling beschikbare middelen 1 artikel 5, eerste lid De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in, op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. 2 artikel 5, tweede lid De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in, na onderlinge afweging van de aanvragen. 3 Aanvragen die niet tijdig zijn ingediend, worden afgewezen. 4 artikel 6, eerste lid Een bekostigde instelling kan maximaal één aanvraag als bedoeld in, indienen. 5 artikel 7, eerste lid Een samenwerkingsverband kan maximaal één aanvraag per aanvraagperiode als bedoeld in, indienen. 6 artikel 7 Per samenwerkingsverband worden maximaal twee aanvragen als bedoeld intoegekend. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvragen samenwerkingsverband#
Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvragen samenwerkingsverband 1 artikel 7 bijlage De minister benoemt drie onafhankelijke deskundigen in een panel dat is belast met het beoordelen van de aanvragen, bedoeld in, op basis van de volgende maatstaven, zoals uitgewerkt in debehorende bij deze regeling: a. een kwalificatie of kwalificaties waarvoor een onderwijsprogramma wordt ontwikkeld en het beoogd aantal werkenden en werkzoekenden dat de opleiding volgt; b. de mate van ambitie; c. de mate waarin de doelgroep wordt bereikt; d. de mate waarin er sprake is van een integrale aanpak van de flexibilisering; e. de mate van vraaggerichtheid van de beroepsopleiding of beroepsopleidingen; f. de mate waarin duurzame verankering van de te ontwikkelen beroepsopleiding in beleid en bedrijfsvoering kansrijk is; en g. de mate waarin invulling wordt gegeven aan leerfunctie alsmede interne en externe kennisdeling. 2 artikel 3 Het panel rangschikt de subsidieaanvragen zodanig dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naarmate deze beter scoort op de criteria, bedoeld in het eerste lid, en daarmee meer bijdraagt aan het realiseren van het ingenoemde doel. Het panel adviseert de minister over het verstrekken van de subsidie. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Weigeringsgronden#
Artikel 10 Weigeringsgronden De subsidieverstrekking kan worden geweigerd, indien: a. de kosten niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten; of b. onvoldoende is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Verplichtingen subsidie#
Artikel 11 Verplichtingen subsidie 1 Het samenwerkingsverband zendt aan de minister een jaar na verlening van de subsidie een voortgangsrapportage. 2 artikel 7 Bij subsidieverstrekking als bedoeld ingelden de volgende verplichtingen: a. het samenwerkingsverband deelt op verzoek van belanghebbenden de met subsidie ontwikkelde producten voor het onderwijsprogramma en kan daarvoor de standaard licentie van Creative Commons hanteren: CC-BY-SA, versie 4.0;en b. het samenwerkingsverband verleent gedurende de looptijd van de regeling op verzoek van de minister medewerking aan regionale dan wel landelijke bijeenkomsten door aldaar de uitvoering en de onderwijs gerelateerde uitkomsten van het project toe te lichten. 3 artikel 7 Het samenwerkingsverband zendt binnen 13 weken na de datum waarop de activiteit waarvoor op grond vansubsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht een eindverslag aan de minister. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Besteding subsidie#
Artikel 12 Besteding subsidie 1 artikel 3, eerste lid, onder a artikel 6 Als de activiteit, bedoeld in, is uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie, bedoeld in, worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2 artikel 6 De subsidie, bedoeld in, wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. 3 artikel 7 De subsidie, bedoeld in, wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd. 4 artikel 7 De subsidie, bedoeld in, wordt verleend binnen 22 weken na afloop van de termijn bedoeld in artikel 7, eerste lid. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Betaling#
Artikel 13 Betaling 1 artikel 6 De subsidie, bedoeld in, wordt ineens betaald. 2 artikel 7 De subsidie, bedoeld in, wordt bij wijze van voorschot in twee delen betaald: a. de eerste 60% zes weken na dagtekening van de beschikking tot verlening van de subsidie; en b. artikel 11, eerste lid de tweede 40% na beoordeling van de tussenrapportage, bedoeld in. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Verantwoording#
Artikel 14 Verantwoording 1 artikel 6 Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van de subsidie, bedoeld in, geschiedt door de subsidieontvanger in haar jaarverslaggeving overeenkomstig demet model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. 2 artikel 6 De penvoerder toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt op grond van, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. 3 artikel 7 Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van de subsidie, bedoeld in, geschiedt door de penvoerder in haar jaarverslaggeving overeenkomstig demet model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. 4 artikel 7 De vaststelling van de subsidie, bedoeld in, vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juli 2019. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 15 juli 2019, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 15 juli 2019. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 15 juli 2024. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 16 — Artikel 16 Citeertitel#
Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling flexibel beroepsonderwijs derde leerweg. 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 2019 51003 16-09-2019 09-09-2019 MBO/6033740 17-09-2019 15-07-2019
Artikel 9#
artikel 9, 1e lid