Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 10 oktober 2019, nr. WJZ/ 19237719 , tot vaststelling van een regeling voor de verstrekking van subsidie voor het saneren van varkenshouderijlocaties in verband met geurhinder (Subsidieregeling sanering varkenshouderijen)
- BWB-id
- BWBR0042634
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-03-24
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042634
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/subsidieregeling-sanering-varkenshouderijen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/subsidieregeling-sanering-varkenshouderijen/2021-03-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042634&g=2021-03-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042634&z=2026-06-06&g=2021-03-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042634/2021-03-24
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2019/subsidieregeling-sanering-varkenshouderijen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: – concentratiegebied: bijlage I bij de Meststoffenwet concentratiegebied Zuid of concentratiegebied Oost zoals aangegeven in; – dierenverblijf: een overdekte ruimte waarbinnen dieren worden gehouden; – geurgevoelig object: artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening artikel 3.26 3.28 van die wet artikel 3.38 van die wet artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet een in de Basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen verblijfsobject met een woonfunctie, dat niet een bedrijfswoning is van een landbouwondernemingvoor het houden van landbouwhuisdieren en dat op grond van het bestemmingsplan, bedoeld in, een inpassingsplan als bedoeld inofdaaronder mede begrepen, de beheersverordening, bedoeld in, of, indien met toepassing vanvan het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning, bedoeld in, mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; – geurscore: artikel 2 een maat voor de omvang van de geurbelasting van een varkenshouderijlocatie op geurgevoelige objecten in de omgeving van de varkenshouderijlocatie, zoals bepaald op grond van; – intensieve veehouderij: een landbouwonderneming voor het houden van varkens, pluimvee, konijnen, vleeskalveren, vleesstieren, geiten of nertsen; – landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt; – minister: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; – omgevingsvergunning beperkte milieutoets: artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunning als bedoeld in; – omgevingsvergunning milieu: artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunning verleend krachtens; – productiecapaciteit: dierenverblijven, mest- en voersilo’s en mestkelders; – varkenshouder: een ondernemer of onderneming die een varkenshouderij in stand houdt; – varkenshouderij: een landbouwonderneming voor het houden van varkens die voldoet aan de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 702/2014 vastgestelde criteria; – varkenshouderijlocatie: een plaats waar een varkenshouderij is gevestigd; – varkensrecht: artikel 1, eerste lid, onderdeel y, van de Meststoffenwet het varkensrecht, bedoeld in. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Geurscore#
Artikel 2 Geurscore De geurscore van een varkenshouderijlocatie wordt bepaald met behulp van de volgende methode: a. artikel 2, tweede tot en met zesde lid, van de Regeling geurhinder en veehouderij de geurbelasting, uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht, van de varkenshouderij op geurgevoelige objecten binnen een straal van 1.000 meter vanaf het geometrisch gemiddelde van de emissiepunten van de varkenshouderijlocatie wordt berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks gebied en met overeenkomstige toepassing van; b. bijlage 1 de voor deze geurgevoelige objecten berekende geurbelasting, voor zover deze ten minste 2,0 odour units per kubieke meter lucht bedraagt, wordt met toepassing vanomgezet in een weegfactor per geurgevoelig object; c. de in onderdeel b bedoelde weegfactoren worden opgeteld tot de geurscore. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Kaderbesluit nationale EZ-subsidies#
Artikel 3 Kaderbesluit nationale EZ-subsidies artikelen 6 8 22 23 26 28 36 36a 41 43 52 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies De,,,,,,,,,,zijn van overeenkomstige toepassing. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Grondslag#
Artikel 4 Grondslag 1 De minister kan een varkenshouder op aanvraag subsidie verstrekken voor de onomkeerbare sluiting van een varkenshouderijlocatie indien de geurscore van die locatie meer bedraagt dan 0,4 en voor zover die locatie is gelegen binnen een concentratiegebied. 2 artikel 19, eerste lid, van de Meststoffenwet Voor subsidieverstrekking op grond van het eerste lid komt niet in aanmerking een varkenshouder dieheeft overtreden. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Vereisten#
Artikel 5 Vereisten artikel 4 Er is sprake van een onomkeerbare sluiting van een varkenshouderijlocatie zoals bedoeld inindien: a. niet langer varkens op de varkenshouderijlocatie worden gehouden; b. de meststoffen van varkens zijn verwijderd van de varkenshouderijlocatie; c. artikel 31, eerste lid, Meststoffenwet overeenkomstigde varkenshouder een kennisgeving van het geheel of gedeeltelijk vervallen van zijn varkensrecht heeft gedaan, waarbij ten minste het gedeelte van het varkensrecht vervalt dat vereist is voor het houden van 80% van het aantal varkens, uitgedrukt in varkenseenheden, dat gemiddeld in de periode vanaf 1 januari 2018 tot 1 januari 2019 op de varkenshouderijlocatie is gehouden; d. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet milieubeheer al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van deen de: 1°. Activiteitenbesluit milieubeheer Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de varkenshouder, indien hij meldingsplichtig is voor de varkenshouderijlocatie op grond van het, bij het bevoegd gezag melding heeft gedaan dat hij op de varkenshouderijlocatie niet langer varkens houdt en evenmin andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden en, indien de varkenshouder op grond van detevens dient te beschikken over een omgevingsvergunning beperkte milieutoets, het bevoegd gezag de omgevingsvergunning beperkte milieutoets heeft ingetrokken; of 2°. het bevoegd gezag de omgevingsvergunning milieu voor de varkenshouderijlocatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de varkenshouderijlocatie varkens te houden en evenmin andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden; e. artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming in het geval de varkenshouder voor de varkenshouderijlocatie beschikt over een vergunning als bedoeld ingedeputeerde staten deze vergunning heeft ingetrokken, of, in het geval de varkenshouder andere activiteiten op de veehouderijlocatie gaat verrichten, door een wijziging van de vergunning of anderszins naar het oordeel van de minister voldoende zeker is gesteld dat de andere activiteiten geen substantiële stikstofemissie opleveren; f. het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente binnen de grenzen waarvan de varkenshouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de varkenshouder in behandeling heeft genomen om het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een intensieve veehouderij kan worden gevestigd; g. bijlage 2 de varkenshouder zich met gebruikmaking van de inopgenomen modelovereenkomst met de Staat der Nederlanden heeft verbonden om: 1°. niet langer op de varkenshouderijlocatie varkens te houden en ook geen andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband; 2°. zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de varkenshouderijlocatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie varkens worden gehouden of andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden; 3°. geen varkens te gaan houden op een andere locatie dan waar hij ten tijde van de aanvraag reeds een varkenshouderijlocatie heeft; en h. de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit is afgebroken en verwijderd. 2021 13255 23-03-2021 19-03-2021 WJZ/21056428 2021 13255 23-03-2021 19-03-2021 WJZ/21056428 24-03-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Afwijzingsgronden#
Artikel 6 Afwijzingsgronden 1 De aanvraag van de varkenshouder wordt afgewezen indien: a. de varkenshouder niet daadwerkelijk varkens voor productie heeft gehouden op de varkenshouderijlocatie of de daarvoor gebruikte productiecapaciteit niet onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaande aan de aanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze gebruikt is; b. Besluit emissiearme huisvesting de omgevingsvergunning milieu of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, of de op de varkenshouderijlocatie gebruikte huisvestingssystemen niet voldoet respectievelijk niet voldoen aan de vereisten van hetdie gelden tot 1 januari 2020. 2 De aanvraag kan worden afgewezen indien de varkenshouder niet voldoet of niet heeft voldaan aan de wettelijke vereisten voor het houden van varkens. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidiecomponenten#
Artikel 7 Subsidiecomponenten De subsidie omvat: a. een bijdrage in verband met het geheel of gedeeltelijk vervallen van het varkensrecht; en b. een bijdrage in verband met het verlies van de waarde van de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit als gevolg van de onomkeerbare sluiting van de varkenshouderijlocatie. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Bijdrage vervallen varkenseenheden#
Artikel 8 Bijdrage vervallen varkenseenheden 1 artikel 7, onderdeel a De in, bedoelde bijdrage bedraagt 100% van de waarde van het geheel of gedeeltelijk vervallen varkensrecht, voor zover dat vervallen varkensrecht niet meer bedraagt dan het varkensrecht dat vereist is voor het houden van 100% van het aantal varkens, uitgedrukt in varkenseenheden, dat gemiddeld in de periode vanaf 1 januari 2018 tot 1 januari 2019 op de varkenshouderijlocatie is gehouden. 2 De in het eerste lid bedoelde waarde wordt bepaald op basis van: a. de actuele waarde van het varkensrecht benodigd voor een varkenseenheid in het concentratiegebied waar de varkenshouderijlocatie is gelegen; en b. het gedeelte van het varkensrecht dat vervalt. 3 artikel 10, eerste lid De minister stelt met het oog op de toepassing van dit artikel voor elk van de concentratiegebieden de actuele waarde van het varkensrecht benodigd voor een varkenseenheid vast aan de hand van de actuele marktprijs en maakt deze bedragen uiterlijk bekend op de dag voor de aanvang van de openstellingsperiode, bedoeld in. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Bijdrage waardeverlies#
Artikel 9 Bijdrage waardeverlies 1 artikel 7, onderdeel b De in, bedoelde bijdrage bedraagt 65% van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit. 2 2 bijlage 3 artikel 5, onder a, b, c, d, e en f De gecorrigeerde vervangingswaarde, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door per dierenverblijf het aantal mvan het dierenverblijf te vermenigvuldigen met het bedrag dat inis vermeld, uitgaand van de levensduur, uitgedrukt in jaren en maanden, van de romp van het dierenverblijf op het tijdstip dat is voldaan aan de vereisten, vermeld in. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Openstellingsperiode en subsidieplafond#
Artikel 10 Openstellingsperiode en subsidieplafond 1 Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 25 november 2019 tot en met 15 januari 2020. 2 Het subsidieplafond voor de verstrekking van subsidies op aanvragen die zijn ingediend in de in het eerste lid bedoelde periode, bedraagt € 450.000.000,–. 2020 31509 16-06-2020 13-06-2020 WJZ/20123673 2020 31509 16-06-2020 13-06-2020 WJZ/20123673 17-06-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Aanvraag subsidieverlening#
Artikel 11 Aanvraag subsidieverlening 1 artikel 4 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld inwordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel. 2 De aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens: a. gegevens over de aanvrager, waaronder contactgegevens en het nummer waaronder zijn onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; b. de varkenshouderijlocatie van de aanvrager waarop de aanvraag betrekking heeft; c. gegevens over de emissieparameters van het verspreidingsmodel V-Stacks gebied; d. bijlage II bij de Meststoffenwet het gemiddelde aantal varkens, uitgedrukt in varkenseenheden overeenkomstig de normen van, dat op de varkenshouderijlocatie is gehouden in de periode van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019; e. het gedeelte van het varkensrecht, uitgedrukt in varkenseenheden, dat zal vervallen; f. artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming een opgave of de aanvrager voor de varkenshouderijlocatie beschikt over een vergunning als bedoeld in; g. een opgave van de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit, met vermelding, voor zover het een dierenverblijf betreft, van: 1°. de datum waarop voor het eerst landbouwhuisdieren in het dierenverblijf zijn gehouden, en 2°. 2 het aantal m, uitgaand van de buitenmaten van het dierenverblijf. 3 Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd: a. Activiteitenbesluit milieubeheer een kopie van, voor zover van toepassing, de melding op grond van het, de omgevingsvergunning beperkte milieutoets of de omgevingsvergunning milieu, betreffende de varkenshouderijlocatie waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een verklaring van de aanvrager dat: 1°. hij daadwerkelijk varkens voor productie heeft gehouden; 2°. de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de beëindiging is gebruikt; en 3°. Besluit emissiearme huisvesting de omgevingsvergunning milieu of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, of de op de varkenshouderijlocatie gebruikte huisvestingssystemen voldoen aan de vereisten van hetdie gelden tot 1 januari 2020; c. een actuele kaart van de varkenshouderijlocatie, met aanduiding van de voor het houden van varkens gebruikte productiecapaciteit. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Berichtgeving aan bevoegd gezag#
Artikel 12 Berichtgeving aan bevoegd gezag artikel 5, onder d De minister stelt het bevoegd gezag, bedoeld in, er van in kennis dat van de betreffende aanvrager een aanvraag op grond van deze regeling is ontvangen. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Verdeling subsidieplafond#
Artikel 13 Verdeling subsidieplafond 1 artikel 10, tweede lid De minister verdeelt het in, bedoelde subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen. 2 De minister rangschikt een aanvraag hoger naarmate de geurscore van de desbetreffende varkenshouderijlocatie hoger is. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Berichtgeving aan bevoegd gezag#
Artikel 14 Berichtgeving aan bevoegd gezag artikel 5, onder d De minister stelt het bevoegd gezag, bedoeld in, er van in kennis dat de aanvraag van de betreffende aanvrager is toegewezen of afgewezen. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Fasering sluiting van een varkenshouderijlocatie#
Artikel 15 Fasering sluiting van een varkenshouderijlocatie 1 De subsidieontvanger voldoet aan: a. artikel 5, onder g het vereiste, vermeld in, binnen acht weken na de subsidieverlening; b. artikel 5, onder a, b, c, d, e en f de vereisten, vermeld in, binnen acht maanden na de subsidieverlening; c. artikel 5, onder h het vereiste, vermeld in, binnen 24 maanden na de subsidieverlening. 2 artikel 5, onder h artikel 5, onder a, b, c, d, e en f Het afbreken en verwijderen van de productiecapaciteit, bedoeld in, vindt niet eerder plaats dan nadat de minister heeft geconstateerd dat uitvoering is gegeven aan de in, bedoelde vereisten. 2020 55266 28-10-2020 16-10-2020 WJZ/20255925 2020 55266 28-10-2020 16-10-2020 WJZ/20255925 29-10-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Informatieverplichting voortgang#
Artikel 16 Informatieverplichting voortgang artikel 5 De subsidieontvanger verstrekt de minister op diens verzoek informatie over de uitvoering van de inbedoelde vereisten. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 17 — Artikel 17 Bevoorschotting#
Artikel 17 Bevoorschotting 1 artikel 5, onder g De minister verstrekt de subsidieontvanger uiterlijk zes weken na ontvangst van de ondertekende overeenkomst, bedoeld in, een voorschot van 10% van het subsidiebedrag. 2 artikel 5, onder a, b, c, d, e en f De minister verstrekt de subsidieontvanger op aanvraag een voorschot van 70% van het subsidiebedrag uiterlijk zes weken nadat is vastgesteld dat uitvoering is gegeven aan de in, bedoelde vereisten. 3 De in het tweede lid bedoelde aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel en bevat ten minste: a. artikel 5, onder a, b, c, d, e en f gegevens over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de in, bedoelde vereisten; b. artikel 5, onder c een kopie van de kennisgeving over het geheel of gedeeltelijk vervallen van het varkensrecht, bedoeld in; c. artikel 8.41, vierde lid, van de Wet milieubeheer artikel 5, onder d, onder 1° een kopie van de inbedoelde openbare kennisgeving van de melding, bedoeld in, respectievelijk van de beschikking tot intrekking of wijziging van de vergunning, bedoeld in artikel 5, onder d, onder 1° en 2°; d. artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming artikel 5, onder e in het geval de subsidieontvanger voor de varkenshouderijlocatie beschikt over een vergunning als bedoeld ineen kopie van de beschikking tot intrekking of wijziging van die vergunning, bedoeld in; e. artikel 5, onder f een kopie van het verzoek, bedoeld in, en van een bericht van de gemeente waaruit blijkt dat het verzoek in behandeling is genomen. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 18 — Artikel 18 Subsidievaststelling#
Artikel 18 Subsidievaststelling artikel 15, eerste lid, onderdeel c De aanvraag om subsidievaststelling wordt uiterlijk dertien weken na afloop van de in, bedoelde termijn ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 2019 55830 11-10-2019 10-10-2019 WJZ/19237719 12-10-2019
Artikel 2#
artikel 2
Artikel 5#
artikel 5, onderdeel g
Artikel 5#
artikel 5, onderdeel g
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 9#
artikel 9, tweede lid