Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 15 december 2020, nr. DGBI-DE/20170961, handelend in overeenstemming met de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, inzake de keuze voor het instrument veiling van vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ in laag 7 (Besluit bekendmaking veiling DAB+ laag 7)
- BWB-id
- BWBR0044535
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-12-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044535
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/besluit-bekendmaking-veiling-dab-laag-7
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/besluit-bekendmaking-veiling-dab-laag-7/2020-12-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044535&g=2020-12-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044535&z=2026-06-06&g=2020-12-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044535/2020-12-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/besluit-bekendmaking-veiling-dab-laag-7
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Telecommunicatiewet De vergunningen voor landelijke commerciële digitale radio-omroep in laag 7 (band III) met de daaraan, voor zover nu reeds mogelijk, te verbinden voorschriften en beperkingen, genoemd in tabel 1, worden verleend met toepassing van een veiling als bedoeld in. 1 Alle inzet is er op gericht om tijdig, dat wil zeggen voordat partijen laag 7 in gebruik nemen, de single frequency voor deze laag internationaal gerealiseerd te hebben. Mocht de internationale coördinatie hiervoor niet (op tijd) slagen, dan kan het zijn dat partijen in Zuid-Limburg gebruik moeten maken van een ander frequentieblok dan 9C, te weten frequentieblok 5A, 7B of 8C. De verkregen vergunning wordt hier in dat geval op aangepast. Tabel 1: te verdelen vergunningen Vergunning Omschrijving Aantal beschikbare vergunningen Bijlage Laag 7 (band III) 1 Vergunning voor het gebruik van 1/12e deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 205,584 MHz–207,120 MHz (allotment 9C) 12 1 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 22-12-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3, tweede lid van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB+ laag 7 De aanvraag- en veilingprocedure vangt aan op de datum genoemd in. 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 22-12-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1 De vergunningen, bedoeld in, zijn nader bestemd voor landelijke commerciële digitale radio-omroep. 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 22-12-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 22-12-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekendmaking veiling DAB+ laag 7. 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 2020 66400 21-12-2020 15-12-2020 DGBI-DE/20170961 22-12-2020
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze beschikking wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. ITU: Internationale Telecommunicatie Unie; c. MIFR: Master International Frequency Register, zijnde het register waarin radiostations met hun frequentieruimte zijn opgenomen, bedoeld in artikel 4.3 van het Radioreglement van de ITU; d. notificatieverzoek: verzoek van de samenwerkende vergunninghouders aan de minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door het radiocommunicatiebureau van de ITU te registreren in het MIFR teneinde internationale bescherming van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen; e. GE06: Final Acts of the Regional Radiocommunication Conference for planning of the digital terrestrial Broadcasting service in parts of Regions 1 and 3, in the frequency bands 174–230 MHz and 470–862 MHz; Genève 2006; f. samenwerkende vergunninghouders: vergunninghouders die houder zijn van een deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 205,584 MHz–207,120 MHz (frequentieblok 9C); g. N: het aantal houders van een vergunning op een bepaald moment binnen het in artikel 2, eerste lid, genoemde frequentiebereik; h. artikel 3.21 van de Telecommunicatiewet samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst als bedoeld in; i. allotment: het gebied dat gelegen is binnen de contouren zoals gevisualiseerd in de bijlage; j. artikel 1.2, onder 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi ziekenhuis: instelling voor medisch-specialistische zorg als bedoeld in; k. mobiele ontvangst: mobile reception, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.13 van GE06; l. binnenontvangst: portable reception class B, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.12 van GE06. 2. artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 De definities inzijn van toepassing.
Artikel 2 — Artikel 2 Gebruiksrecht#
Artikel 2 Gebruiksrecht 1. e Het gebruiksrecht omvat, onverminderd het zesde en zevende lid, het gebruik van 1/12deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 205,584 MHz–207,120 MHz (frequentieblok 9C). 2. De vergunninghouder gebruikt de in het eerste lid bedoelde frequentieruimte binnen negen maanden na inwerkingtreding van deze vergunning en houdt deze in gebruik. 3. Indien de vergunning als gevolg van internationale afspraken met betrekking tot de provincie Limburg moet worden gewijzigd ontstaat geen recht op compensatie of vergoeding. 4. De vergunninghouder gebruikt de frequentieruimte slechts in overeenstemming met de bestemming in het vigerende Nationaal Frequentieplan (NFP 2014), en de onder die bestemming gegeven beperkingen. 5. De vergunninghouder gebruikt de aan hem toegewezen frequentieruimte voor het aanbieden van ten minste één programmakanaal bestaande uit radioprogramma’s, waarbij dat programmakanaal wordt uitgezonden in een kwaliteit die ten minste gelijk is aan 48 kb/s (stereo-uitzending) indien gebruik wordt gemaakt van AAC+, of, indien gebruik wordt gemaakt van een andere techniek, met een geluidskwaliteit die ten minste vergelijkbaar is met de kwaliteit die met stereo kan worden behaald door middel van de eerder genoemde techniek. 6. e -de Indien een andere vergunning voor het gebruik van 1/12deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het in het eerste lid genoemde frequentiebereik niet is verleend dan wel is ingetrokken, is de vergunninghouder tot de dag van inwerkingtreding van het besluit waarmee die vergunning voor het eerst onderscheidenlijk opnieuw wordt verleend, gerechtigd 1/Ndeel van de capaciteit van de niet-verleende of ingetrokken vergunning te gebruiken. 7. Een vergunninghouder is gerechtigd een deel van de capaciteit te laten gebruiken door een andere samenwerkende vergunninghouder, indien: a. beide vergunninghouders daarmee schriftelijk hebben ingestemd, en b. hij blijft voldoen aan de voorschriften en beperkingen in zijn vergunning. 8. De vergunninghouder die een deel van de aan een andere samenwerkende vergunninghouder vergunde capaciteit gebruikt als bedoeld in het zesde lid, neemt het vierde lid in acht. 9. De vergunninghouders die schriftelijke instemmingen hebben gegeven als bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, zenden hiervan onverwijld een afschrift aan de minister.
Artikel 3 — Artikel 3 Samenwerking vergunninghouders#
Artikel 3 Samenwerking vergunninghouders 1. De vergunninghouder gaat de samenwerkingsovereenkomst schriftelijk aan. 2. De vergunninghouder verstrekt een afschrift van de samenwerkingsovereenkomst en aanvullingen of wijzigingen daarvan onmiddellijk aan de minister. 3. artikel 10.15, tweede lid, onder b van de Telecommunicatiewet De vergunninghouder sluit tezamen met de andere samenwerkende vergunninghouders een overeenkomst als bedoeld inmet een rechtspersoon die namens hen het elektronische communicatienetwerk zal aanleggen en in stand houden voor het gezamenlijk gebruik van de in artikel 2 genoemde frequentieruimte, dan wel toetreedt tot een reeds bestaande overeenkomst, als voormeld. 4. In het belang van doelmatig gebruik van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt in de overeenkomst, bedoeld in het derde lid, bepaald dat het in gebreke blijven van een andere samenwerkende vergunninghouder jegens de rechtspersoon, bedoeld in het derde lid, niet tot gevolg heeft dat de aanleg van het elektronische communicatienetwerk als bedoeld in het derde lid en de uitzending van de radioprogramma’s, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, ten behoeve van de vergunninghouder wordt gestaakt, onderbroken of beperkt. 5. Indien na het tijdstip waarop de samenwerkingsovereenkomst in werking treedt een vergunning wordt verleend voor een deel van het gebruik van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik genoemd in artikel 2, eerste lid, zorgt de vergunninghouder ervoor dat die nieuwe vergunninghouder op non-discriminatoire voorwaarden partij kan worden bij de samenwerkingsovereenkomst. 6. De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor zover een andere samenwerkende vergunninghouder namens deze vergunninghouder de verplichte kennisgeving of mededeling doet. 7. De samenwerkingsovereenkomst dient binnen twaalf weken na verlening van de vergunning te worden afgesloten.
Artikel 4 — Artikel 4 Technische beschrijving#
Artikel 4 Technische beschrijving 1. bijlagen I II Het gebruik van de frequentieruimte vindt plaats met inachtneming van de technische beschrijving zoals deze in deenis opgenomen. 2. bijlage I De vergunninghouder voldoet aan het spectrummasker voor T-DAB radioapparaten zoals opgenomen in. 3. bijlage I De vergunninghouder voldoet aan de protectieverhoudingen die zijn opgenomen in tabel 2 van.
Artikel 5 — Artikel 5 Bescherming en interferentie#
Artikel 5 Bescherming en interferentie bijlage I Voor de frequentieruimte bedoeld in artikel 2, voor zover het gaat om het lichtblauwe gebied, bedoeld in, tabel 1, geldt: 1. Dat de vergunninghouder het gebruik van de frequentieruimte staakt of beperkt als ontoelaatbare storing plaatsvindt die niet in overeenstemming is met bestaande internationale rechten. 2. Dat de vergunninghouder geen aanspraak heeft op enigerlei vorm van bescherming van het gebruik van frequentieruimte indien er verstoring plaatsvindt in overeenstemming met bestaande internationale rechten.
Artikel 6 — Artikel 6 Registratie van frequentieruimte#
Artikel 6 Registratie van frequentieruimte 1. De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, voor zover dit leidt tot belemmeringen in het gebruik van in het MIFR door anderen geregistreerde frequentieruimte. 2. Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van in het MIFR geregistreerde frequentieruimte. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, in het MIFR is geregistreerd door de samenwerkende vergunninghouders. 4. Teneinde registratie in het MIFR in gang te zetten kunnen de samenwerkende vergunninghouders een notificatieverzoek daartoe indienen bij de minister. 5. bijlage II Het notificatieverzoek geschiedt met gebruikmaking van het ‘Formulier kennisgeving ingebruikname en notificatie’, bedoeld in.
Artikel 7 — Artikel 7 Ingebruiknameverplichting#
Artikel 7 Ingebruiknameverplichting 1. Vanaf negen maanden na vergunningverlening biedt de vergunninghouder de dienst, omschreven in artikel 2, vijfde lid, aan, vanaf één jaar na vergunningverlening met een geografische verzorging van 65% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 55% binnenontvangst. 2. Vanaf drie jaren na vergunningverlening biedt de vergunninghouder de dienst, omschreven in artikel 2, vijfde lid, aan met een geografische verzorging van 85% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 65% binnenontvangst. 3. Vanaf vier jaren na vergunningverlening biedt de vergunninghouder de dienst, omschreven in artikel 2, vijfde lid, aan met een geografische verzorging van 90% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 75% binnenontvangst. 4. De geografische verzorging zoals bedoeld in het eerste en tweede lid is voor mobiele ontvangst vastgesteld op een veldsterkte van 60 dBµV/m en de demografische verzorging voor binnenontvangst op een veldsterkte van 66 dBµV/m op 10 meter hoogte voor 50% van de tijd en plaats en bij een referentiefrequentie van 200 MHz. Indien een andere centrumfrequentie wordt gebruikt, wordt de voorgeschreven veldsterkte aangepast conform annex 3.5 van GE06. 5. Voor de ingebruiknameverplichting wordt onder geografische verzorging binnen een allotment verstaan de verzorging in het allotment inclusief binnenwater, exclusief buitenwater. Tot het buitenwater worden gerekend de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Oosterschelde en de Westerschelde
Artikel 8 — Artikel 8 Wegnemen belemmeringen#
Artikel 8 Wegnemen belemmeringen 1. Indien op enige plaats binnenshuis door het gewenste signaal van de in het kader van deze vergunning gebruikte radioapparaten belemmeringen in de ontvangst van kabeltelevisie worden veroorzaakt draagt de natuurlijke of rechtspersoon bedoeld in het vierde lid, dan wel indien deze verzaakt, de vergunninghouder, er op verzoek van degene die de belemmeringen ondervindt, zorg voor dat deze onverwijld op kosten van de samenwerkende vergunninghouders worden verholpen, voor zover ter plaatse: a. de hoogfrequentdichtheid van de gebruikte aansluitkabels en de daaraan bevestigde connectoren een waarde hebben van ten minste 70 dB, en b. het stoorsignaal als gevolg van het krachtens deze vergunning gebruiken van frequentieruimte, hoger is dan 23 dBμV. 2. De in het eerste lid, onder b, genoemde waarde dient evenredig verhoogd te worden met de waarde van het signaalniveau op het abonnee-overnamepunt boven de vereiste minimumwaarde van 60 dBμV. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, is de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in het vierde lid, danwel de vergunninghouder niet gehouden televisie-ontvangapparaten en aanverwante apparatuur te vervangen die: a. niet geschikt zijn om een stoorspanning van 23 dBμV vermeerderd met de signaalspanning op het kabeltelevisienet bij het abonnee-overnamepunt te ontvangen, of b. een hoogfrequentdichtheid van minder dan 70 dB hebben. 4. De samenwerkende vergunninghouders wijzen één natuurlijke persoon of rechtspersoon aan die de belemmeringen en de kosten, bedoeld in het eerste lid, wegneemt respectievelijk vergoedt. 5. -de De vergunninghouder is verplicht 1/Ndeel van de kosten, bedoeld in het eerste lid, te vergoeden.
Artikel 9 — Artikel 9 Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten Beperkingen ter uitvoering van de#
Artikel 9 Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten Beperkingen ter uitvoering van de 1. De vergunninghouder veroorzaakt: a. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radioapparaten in andere radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en b. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen, alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan, geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter. 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien een vergunninghouder op of in een ziekenhuis of het perceel waarop dat ziekenhuis staat een radioapparaat heeft geplaatst met schriftelijke instemming van dat ziekenhuis. 3. Artikel 8, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10 — Artikel 10 Kennisgeving ingebruikname#
Artikel 10 Kennisgeving ingebruikname 1. De vergunninghouder stelt de minister van elke ingebruikname van (onderdelen van) de frequentieruimte uiterlijk vier weken van tevoren schriftelijk in kennis. 2. bijlage II De vergunninghouder overlegt de technische gegevens in elektronische vorm conform het format zoals opgenomen inop de USB-stick.
Artikel 11 — Artikel 11 Correspondentie#
Artikel 11 Correspondentie Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.
Artikel 12 — Artikel 12 Inwerkingtreding en looptijd van de vergunning#
Artikel 12 Inwerkingtreding en looptijd van de vergunning Deze vergunning treedt in werking op * en loopt tot en met ** 2033.