Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 maart 2020, 2020-0000046630, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling tot tegemoetkoming in de loonkosten teneinde de werkgelegenheid onder buitengewone omstandigheden te behouden (Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid)
- BWB-id
- BWBR0043340
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2022-01-01 t/m 2022-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043340
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/eerste-tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-behoud-van
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/eerste-tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-behoud-van/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043340&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043340&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043340/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/eerste-tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-behoud-van
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling 1 In deze regeling wordt verstaan onder: loon: artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen het loon, bedoeld in, voor zover het betreft loon uit tegenwoordige dienstbetrekking; loonsom: het loon van alle werknemers, behorende tot een loonheffingennummer; loonheffingennummer: artikel 1a.1, tweede lid, onderdeel b, onder 1, van de Regeling gegevensuitvraag loonaangifte het nummer, genoemd in; Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; omzetdaling: artikel 6, eerste lid een daling van de omzet als bedoeld in; UWV: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; werkgever: artikel 1, onderdeel q of r, van de Wet financiering sociale verzekeringen een werkgever als bedoeld in; werknemer: artikel 1, onderdeel o of p, van de Wet financiering sociale verzekeringen een werknemer als bedoeld in; wtv-aanvraag: artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 een aanvraag om ontheffing op grond vandie voor 17 maart 2020, 18.45 uur, door de werkgever is ingediend. 2 artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Wet inkomstenbelasting 2001 Onder omzet wordt in deze regeling verstaan de netto-omzet zoals gedefinieerd ingecorrigeerd voor de in de winst-en-verliesrekening verantwoorde wijziging in onderhanden projecten en bepaald op basis van grondslagen en detailtoepassingen die consistent zijn met de grondslagen en detailtoepassingen zoals deze door de werkgever zijn gehanteerd in de laatste voor 1 maart 2020 vastgestelde jaarrekening, mits deze conform de wet- en regelgeving is opgesteld. Voor natuurlijke personen is dit de omzetbepaling die de basis is geweest voor de laatst vastgestelde aangifte voor de, mits deze conform de wet- en regelgeving is opgesteld. Alle baten die voortkomen uit de uitvoering van normale activiteiten van een organisatie, ook als deze gewoonlijk met een andere term dan omzet worden aangeduid, vallen onder omzet in de zin van deze regeling. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Inleidende bepaling#
Artikel 2 Inleidende bepaling 1 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Op subsidies verleend op grond van deze regeling is deniet van toepassing. 2 Formulieren waarnaar in deze regeling wordt verwezen, worden door de Minister beschikbaar gesteld op www.uwv.nl. 3 De werkgever die een wtv-aanvraag heeft ingediend en waarop voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling nog niet is beslist, wordt geacht een aanvraag om subsidie te hebben ingediend op grond van deze regeling. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Doel van de subsidie#
Artikel 3 Doel van de subsidie Het doel van deze regeling is om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van de loonkosten, indien sprake is van een acute terugval in de omzet met ten minste 20% gedurende een periode van drie maanden, vanwege een vermindering in bedrijvigheid door buitengewone omstandigheden die in redelijkheid niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend, zodat zij werknemers in dienst kunnen houden voor de uren die zij werkten voordat sprake was van deze terugval. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Voorwaarden voor subsidieverlening#
Artikel 4 Voorwaarden voor subsidieverlening De Minister kan aan een werkgever, die gedurende een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden in de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 verwacht te worden geconfronteerd met een daling van de omzet van ten minste 20%, per loonheffingennummer een subsidie verlenen over de loonsom in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Weigeringsgronden#
Artikel 5 Weigeringsgronden artikel 4:35, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwordt de subsidieverlening geweigerd, indien of voor zover: a. niet of onvoldoende aannemelijk is dat de omzetdaling van de betreffende werkgever ten minste 20% zal zijn; b. het rekeningnummer dat bij de aanvraag is opgegeven niet correspondeert met het in de aanvraag opgegeven loonheffingennummer en de daaraan verbonden rekeninggegevens; c. artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 10, tweede tot en met vierde lid artikel 7, zevende lid geen loongegevens beschikbaar zijn in de polisadministratie, bedoeld in, over de aangiftetijdvakken, bedoeld inen; of d. de aanvraag anderszins niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen. 2020 29256 28-05-2020 26-05-2020 2020-0000073182 2020 29256 28-05-2020 26-05-2020 2020-0000073182 29-05-2020 20-05-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Omzetdaling#
Artikel 6 Omzetdaling 1 artikel 8, vierde lid, onderdeel c De omzetdaling wordt vastgesteld door het verschil tussen de referentie-omzet en de omzet in de periode als bedoeld in, te delen door de referentie-omzet. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt, in hele procenten en naar boven afgerond. 2 De referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, is de omzet over het kalenderjaar 2019, gedeeld door vier. 3 In afwijking van het tweede lid, is de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet, die is gerealiseerd in de periode tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie, gerekend vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf: a. de aanvang van de bedrijfsuitoefening, indien sprake is van een werkgever waarvan de bedrijfsuitoefening na 1 januari 2019 is aangevangen; of b. artikel 7:662 van het Burgerlijk Wetboek de overgang, indien de werkgever na 1 januari 2019 een economische eenheid heeft overgenomen in de zin van. 4 artikel 6a Voor de omzetdaling wordt uitgegaan van de omzetdaling van de natuurlijke of rechtspersoon, tenzijvan toepassing is. 5 artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de rechtspersoon of vennootschap onderdeel is van een groep als bedoeld in, wordt, in afwijking van het vierde lid, uitgegaan van de omzetdaling van de groep zoals deze op 1 maart 2020 bestond. Indien de rechtspersoon een dochtermaatschappij is van een ander als bedoeld in, worden de dochtermaatschappij en de rechtspersoon voor de werking van deze regeling behandeld als waren zij een groep. Voor de bepaling van de omzetdaling als bedoeld in de eerste zin worden de Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen in aanmerking genomen, alsmede buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met loon in Nederland. 6 artikel 8, vierde lid, onderdeel c Subsidies en baten die betrekking hebben op een langere periode dan de periode, bedoeld in, en de periode, bedoeld in het tweede lid, worden naar rato aan de betreffende perioden toegerekend voor de bepaling van de omzetdaling, bedoeld in het eerste lid. 7 Het derde lid, onderdeel b, wordt toegepast, indien de werkgever daarom verzoekt bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 6a — Artikel 6a Afwijking van bepalen omzetdaling op niveau concern of groep#
Artikel 6a Afwijking van bepalen omzetdaling op niveau concern of groep 1 artikel 6, vijfde lid In afwijking van, kan aan de werkgever die deel uitmaakt van een groep als bedoeld in dat lid, die daarom bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie heeft verzocht, subsidie worden verstrekt waarbij de omzetdaling wordt bepaald op basis van de omzetdaling van die rechtspersoon of vennootschap afzonderlijk, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de rechtspersoon of vennootschap heeft geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten; b. artikel 3, derde lid, van de Wet melding collectief ontslag de werkgever handelt in overeenstemming met een overeenkomst, die door hem voorafgaand aan de aanvraag van de vaststelling van de subsidie wordt aangegaan, inclusief dagtekening, met ten minste één belanghebbende vereniging van werknemers, bedoeld in, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, over werkbehoud. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers; c. artikel 406, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek het groepshoofd, bedoeld inof de moedermaatschappij, bedoeld in, verklaart voorafgaand aan de aanvraag van de vaststelling van de subsidie dat over 2020 geen dividenden aan aandeelhouders of bonussen aan de Raad van Bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap voor waarop dit artikel wordt toegepast, waaronder mede begrepen winstdelingen, zullen worden uitgekeerd of eigen aandelen zullen worden ingekocht door de rechtspersonen binnen de groep. Met dividend worden gelijkgesteld andere winstuitkeringen aan derden buiten de groep. Indien de rechtspersoon, natuurlijke persoon of groep verplicht is op grond van een vaststellingsverklaring met de Belastingdienst of een wettelijke plicht om dividend uit te keren dan blijft dit toegestaan voor het gedeelte waarover de plicht geldt; d. artikel 6, vijfde lid de andere rechtspersonen of vennootschappen binnen een groep als bedoeld in, voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de rechtspersoon of vennootschap waarvoor de omzetdaling met toepassing van dit artikel wordt bepaald; en e. artikel 6, vijfde lid artikel 8, vierde lid, onderdeel c de omzetdaling van de groep, bedoeld in, bedraagt minder dan 20%, in de periode, bedoeld in. 2 artikel 3 Onverminderdheeft de subsidie die verstrekt wordt aan de werkgever, bedoeld in het eerste lid, ten doel om de werkgever tegemoet te komen in de loonkosten, voor zover door de groep geen winst of bonussen worden uitgekeerd of eigen aandelen worden aangekocht. 3 artikel 8, vierde lid, onderdeel c Indien en voor zover werknemers van de rechtspersoon of vennootschap, waarvan de omzet met toepassing van het eerste lid wordt vastgesteld, in de periode, bedoeld in, werkzaamheden verrichten bij een andere rechtspersoon of vennootschap, wordt de omzet van de rechtspersoon naar boven bijgesteld. Voor de berekening van de verhoging wordt de omzet over 2019 afgezet tegen de loonkosten over 2019. Deze verdeling wordt toegepast op de loonkosten zoals deze zijn ingezet bij de andere rechtspersoon of vennootschap en toegerekend aan de omzet over de periode, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel c. 4 Bij toepassing van het eerste lid worden bij de berekening van de omzet: a. dezelfde verrekenprijsregels en grondslagen van waardering en resultaatbepaling gehanteerd als in de laatste voor 1 maart 2020 vastgestelde jaarrekening; en b. mutaties in de voorraden gereed product toegerekend aan de omzet. 5 artikel 405, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Bij toepassing van dit artikel kan een groepsdeel als bedoeld inbestaande uit een tussenholding en haar groepsmaatschappijen worden behandeld als waren zij één rechtspersoon. 6 Indien in strijd wordt gehandeld met het eerste lid, onderdeel e, of het derde lid, wordt voor de toepassing van dit artikel de omzet bijgesteld ten opzichte van de situatie waarin niet in strijd met die artikelen zou zijn gehandeld. 2021 5591 02-02-2021 29-01-2021 2021-0000003918 2021 5591 02-02-2021 29-01-2021 2021-0000003918 03-02-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Hoogte van de subsidie#
Artikel 7 Hoogte van de subsidie 1 De hoogte van de subsidie is de uitkomst van: A x B x 3 x 1,3 x 0,9 Hierbij staat: A voor het percentage van de omzetdaling; artikel 10 B voor de constante B*, zoals berekend op grond van, met dien verstande dat: a. de loonsom wordt verminderd met de werkloosheidsuitkeringen die het UWV over het gehanteerde aangiftetijdvak aan de werkgever heeft uitbetaald, voor zover die uitkeringen in de loonsom zijn inbegrepen; b. artikel 5, derde lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen de uitbetaling van vakantiebijslag in het gehanteerde aangiftetijdvak niet wordt meegenomen bij de vaststelling van de loonsom, met uitzondering van de uitbetaling van vakantiebijslag door de werkgever die geen vakantiebijslag voor de werknemer reserveert, als bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 2021; c. artikel 5, derde lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen de loonsom wordt vermenigvuldigd met 0,926, indien de werkgever geen vakantiebijslag voor de werknemer reserveert, als bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 2021; d. tweede, derde of vierde lid van artikel 10 de loonsom wordt verminderd met een extra periode salaris dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald in het tijdvak, bedoeld in het. Onder extra periode salaris wordt verstaan extra loon dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald naar aanleiding van afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, en dat niet afhankelijk is van bedrijfsresultaten of kwalitatieve of kwantitatieve prestaties van de werknemer; en e. artikel 10 de maximering van het loon per werknemer tot € 9.538 per tijdvak van een maand, bedoeld in, plaatsvindt na toepassing van de onderdelen a tot en met d. 2 Indien de loonsom bedoeld onder de constante C lager is dan driemaal de loonsom als bedoeld onder de constante B in het eerste lid, wordt de subsidie verlaagd met: (B x 3 – C) x 1,3 x 0,9 Hierbij staat: B voor de constante B, zoals berekend op grond van het eerste lid; C voor de loonsom over de periode 1 maart tot en met 31 mei 2020, met dien verstande dat het bepaalde onder het eerste lid, constante B, van overeenkomstige toepassing is, waarbij het in aanmerking te nemen loon per werknemer niet meer bedraagt dan € 9.538 per aangiftetijdvak van een maand en de gehanteerde aangiftetijdvakken het derde tot en met het vijfde aangiftetijdvak van het jaar 2020 zijn. 3 Artikel 10, vierde lid Indien er sprake is van een werkgever die per vier weken aangifte doet voor de loonheffingen, wordt de loonsom, bedoeld in het tweede lid, constante C, verhoogd met 8,33 procent., is van overeenkomstige toepassing. 4 De in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever ten behoeve van de bepaling van de constante C worden beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 19 juli 2020 is ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden. Indien de loonaangifte na laatstgenoemde datum naar beneden wordt bijgesteld, kan de Minister besluiten de gewijzigde loonaangifte in aanmerking te nemen voor de vaststelling van de loonsom, bedoeld in het tweede lid, constante C. 5 artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien de werkgever na 17 maart 2020 een verzoek om toestemming heeft gedaan om de arbeidsovereenkomst van één of meer werknemers op te zeggen op grond van, wordt de subsidie verlaagd met: D x 1,5 x 3 x 1,3 x 0,9 Hierbij staat D voor het loon dat de werknemers, bedoeld in de eerste zin, hebben ontvangen, berekend overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, constante B. 6 Het vijfde lid is niet van toepassing voor zover de werkgever het verzoek om toestemming heeft ingetrokken binnen vijf werkdagen: a. na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, indien het verzoek om toestemming voor dat tijdstip is gedaan; of b. nadat het verzoek is ingediend. 7 Indien de loonsom, bedoeld onder de constante E, hoger is dan driemaal de loonsom als bedoeld onder de variabele B, bedoeld in het eerste lid, wordt de subsidie verhoogd met: A x (E – B x 3) x 1,3 x 0,9 Hierbij staat: A en B voor de variabelen A en B, bedoeld in het eerste lid; E voor de loonsom van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020, met dien verstande dat: a. het bepaalde onder het tweede lid, constante B, van overeenkomstige toepassing is, waarbij het in aanmerking te nemen loon per werknemer niet meer bedraagt dan € 9.538 per aangiftetijdvak van een maand; b. de gehanteerde aangiftetijdvakken het derde tot en met het vijfde aangiftetijdvak van het jaar 2020 zijn; en c. de maximale hoogte van constante E driemaal de loonsom over het derde aangiftetijdvak van het jaar 2020 is. 8 Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het zevende lid, constante E. 9 In afwijking van het achtste lid worden de in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever ten behoeve van de bepaling van de maximale hoogte van constante E, met betrekking tot het derde aangiftetijdvak van het jaar 2020 beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 15 mei 2020 is ingediend en met betrekking tot het vierde en vijfde aangiftetijdvak van het jaar 2020 beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 19 juli 2020 is ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op 15 mei 2020, respectievelijk 19 juli 2020 hebben plaatsgevonden. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 01-01-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvraag van de subsidieverlening#
Artikel 8 Aanvraag van de subsidieverlening 1 De werkgever dient een subsidieaanvraag in door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier. 2 Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 14 april 2020, of een eerder tijdstip, dat bekend gemaakt wordt via www.uwv.nl, tot en met 5 juni 2020. 3 De werkgever kan eenmaal per loonheffingennummer een subsidieaanvraag indienen. 4 In de subsidieaanvraag wordt in ieder geval vermeld: a. indien de werkgever na 31 augustus 2019 een wtv-aanvraag heeft ingediend, het dossiernummer van de aanvraag; b. de verwachte omzetdaling, uitgedrukt in hele procenten, afrondend naar boven; c. in welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 de werkgever een omzetdaling verwacht; d. het loonheffingennummer; en e. het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt. 5 artikel 6, vijfde lid artikel 6a Indien de werkgever onderdeel is van een groep als bedoeld in, of indien de werkgever meerdere loonheffingennummers heeft, wordt hetzelfde percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, alsook eenzelfde periode voor de verwachte omzetdaling, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, voor alle rechtspersonen en vennootschappen binnen de groep respectievelijk de loonheffingennummers gehanteerd. In afwijking van de eerste zin hoeft voor de werkgever die onderdeel is van een groep als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, niet hetzelfde percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b te worden gehanteerd als het percentage dat voor de groep wordt gehanteerd, als de werkgever bij de aanvraag tot vaststelling verzoekttoe te passen. 6 artikel 2, derde lid De werkgever, bedoeld in, wordt in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag om subsidie op grond van deze regeling binnen 4 weken aan te vullen, met de gegevens, bedoeld in het vierde lid. 7 De subsidieaanvraag wordt elektronisch gedaan, tenzij op www.uwv.nl kenbaar wordt gemaakt dat een schriftelijke subsidieaanvraag ook mogelijk is. 8 Indien het rekeningnummer, bedoeld in het vierde lid, onderdeel e, geen rekeningnummer betreft uit een land dat valt onder de EU-Verordening/260/2012, vult de werkgever op verzoek van de minister de aanvraag aan met een rekeningnummer uit een land dat valt onder die EU-verordening. 9 Door het indienen van een aanvraag wordt de werkgever geacht ermee ingestemd te hebben dat de volgende gegevens uit het subsidiedossier openbaar gemaakt kunnen worden: a. de naam en de vestigingsplaats van werkgever; b. het verstrekte voorschot; en c. de vastgestelde subsidie. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Verlening van de subsidie#
Artikel 9 Verlening van de subsidie 1 De Minister besluit uiterlijk binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidieverlening. 2 De subsidiebeschikking vermeldt in ieder geval: a. de periode waarvoor de subsidie wordt verleend; b. de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening en het voorschot; c. artikel 13 de verplichtingen, bedoeld in, waaraan de werkgever moet voldoen; en d. de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd. 3 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt niet het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Berekening van de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening#
Artikel 10 Berekening van de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening 1 De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is de uitkomst van: A* x B* x 3 x 1,3 x 0,9 Hierbij staat: A* voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling; B* voor de loonsom waarbij wordt uitgegaan van de totale loonsom van werknemers waarvoor de werkgever het loon heeft uitbetaald in het tijdvak, bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, met dien verstande dat het in aanmerking te nemen loon per werknemer niet meer bedraagt dan € 9.538. 2 Voor de loonsom, bedoeld in de omschrijving van de constante B*, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het loon over het eerste aangiftetijdvak van het jaar 2020, met dien verstande dat indien er sprake is van een aangiftetijdvak van vier weken, de loonsom in dat aangiftetijdvak wordt verhoogd met 8,33 procent. 3 Indien er geen loongegevens zijn over het tijdvak, bedoeld in het tweede lid, wordt uitgegaan van het loon over de maand november van het jaar 2019. Indien er sprake is van een aangiftetijdvak van vier weken, wordt uitgegaan van het loon over het twaalfde aangiftetijdvak van het jaar 2019, waarbij de loonsom in dat aangiftetijdvak wordt verhoogd met 8,33 procent. 4 Indien er geen sprake is van een aangiftetijdvak van een maand of vier weken, wordt het loon per werknemer herleid naar een loon per aangiftetijdvak van een maand. 5 De in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever ten behoeve van de bepaling van constante B*, bedoeld in het eerste lid, worden beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 15 maart 2020 is ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Voorschot#
Artikel 11 Voorschot 1 De Minister verstrekt de werkgever bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot. 2 artikel 10 De hoogte van het voorschot bedraagt 80% van het bedrag van de verlening, bedoeld in. 3 Het voorschot wordt betaald in ten hoogste drie termijnen. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Opschorting van de betaling#
Artikel 12 Opschorting van de betaling artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 11 Onverminderd, schort de Minister de betaling van een voorschot als bedoeld inop, indien: a. artikel 13, eerste lid, onderdelen a en c tot en met i, tweede en derde lid sprake is van een ernstig vermoeden dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden of de verplichtingen, bedoeld in, die zijn verbonden aan de subsidie; of b. indien een melding van de werkgever daartoe aanleiding geeft. 2020 29256 28-05-2020 26-05-2020 2020-0000073182 2020 29256 28-05-2020 26-05-2020 2020-0000073182 29-05-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Verplichtingen#
Artikel 13 Verplichtingen 1 Aan de werkgever aan wie subsidie wordt verleend, worden de volgende verplichtingen opgelegd: a. de werkgever is verplicht de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden; b. artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek de werkgever doet na 17 maart 2020 geen verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van, gedurende het tijdvak waarover subsidie is verleend; c. de werkgever is verplicht de subsidie uitsluitend aan te wenden voor de betaling van de loonkosten; d. Wet op de ondernemingsraden de werkgever is verplicht de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, bedoeld in de, of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening; e. de werkgever voert een zodanig controleerbare administratie dat alle voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan en verleent desgevraagd tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie inzage in deze administratie; f. Wet op de loonbelasting 1964 de werkgever doet de loonaangifte op grond van deop de voorgeschreven momenten; g. de werkgever meldt onverwijld en schriftelijk aan de Minister indien zich andere omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie; h. artikel 8, vierde lid, onderdeel c de werkgever overlegt na afloop van de periode waarover subsidie is verleend een definitieve opgave van de omzetdaling in de periode, bedoeld in; i. de werkgever werkt tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie, de vaststelling van de rechtmatigheid daarvan, of de ontwikkeling van het beleid van de Minister. 2 artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep bijlage artikel 6, vijfde lid artikel 6a De aanvraag van de vaststelling gaat vergezeld van een verklaring over de naleving van de subsidievoorwaarden, afgegeven door een accountant als bedoeld in. Deze verklaring voldoet aan standaarden die door de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants zijn vastgesteld, met inachtneming van het in debij deze regeling opgenomen accountantsprotocol. Van de verplichting om een verklaring van een accountant over te leggen is de werkgever vrijgesteld, indien het totale voorschot dat is verstrekt aan die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in, minder is dan € 100.000,–. In afwijking van de vorige zin geldt de vrijstelling van de verplichting om een verklaring van een accountant over te leggen niet indien de totale subsidie voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, wordt vastgesteld op een bedrag van € 125.000,– of meer, of indien de werkgever heeft verzocht om toepassing van. 3 artikel 6, vijfde lid De werkgever die op grond van het tweede lid is vrijgesteld van de verplichting om een verklaring van een accountant over te leggen, overlegt ten behoeve van de vaststelling van de subsidie het in de bijlage bij deze regeling opgenomen formulier met een verklaring van een deskundige derde waarmee de omzetdaling wordt bevestigd. De Minister wijst aan welke deskundige derden een verklaring kunnen afgeven. Van de verplichting om een verklaring van een deskundige derde te overleggen is de werkgever vrijgesteld, indien het totale voorschot voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in, dat verstrekt is minder dan € 20.000,– bedraagt. In afwijking van de vorige zin geldt de vrijstelling van de verplichting om een verklaring van een deskundige derde te overleggen niet indien de totale subsidie voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, wordt vastgesteld op een bedrag van € 25.000,– of meer. 2020 53089 12-10-2020 07-10-2020 2020-0000132880 2020 53089 12-10-2020 07-10-2020 2020-0000132880 13-10-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Subsidievaststelling#
Artikel 14 Subsidievaststelling 1 Artikel 8, zevende lid De werkgever vraagt de vaststelling van de subsidie na 6 oktober 2020 en uiterlijk op 31 oktober 2021 aan, door middel van een door de Minister vast te stellen formulier., is van overeenkomstige toepassing. 2 Bij de aanvraag van de vaststelling worden in ieder geval meegezonden: a. artikel 8, vierde lid, onderdeel c de definitieve gegevens over de omzetdaling in de periode, bedoeld in, alsmede informatie waaruit dit blijkt; b. artikel 13, tweede en derde lid de verklaring van een accountant of een derde, bedoeld in; en c. artikel 13, eerste lid, onderdelen a en c tot en met i een verklaring dat voldaan is aan de in, genoemde verplichtingen. 3 artikel 6a De werkgever die bij de aanvraag van de vaststelling verzoekt om toepassing vanverklaart dat voldaan is aan de voorwaarden van artikel 6a en zendt een verklaring van een accountant mee waaruit dat blijkt. 4 artikel 6, vijfde lid artikel 13, tweede lid Indien een natuurlijke persoon of rechtspersoon of groep als bedoeld in, verplicht is een verklaring van een accountant op grond van, of een verklaring van een deskundige derde op grond van artikel 13, derde lid, te overleggen vult de werkgever, die geen verklaring van een accountant, respectievelijk verklaring van een deskundige derde heeft meegezonden, op verzoek van de minister de aanvraag binnen 14 weken aan met de benodigde verklaring. 5 artikel 7 De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval op nihil wordt vastgesteld, indien: a. artikel 8, vierde lid, onderdeel c de omzetdaling in de periode, bedoeld in, minder dan 20% bedraagt; b. artikel 13, tweede lid de werkgever geen verklaring van een accountant, als bedoeld in, of een verklaring van een deskundige derde als bedoeld in artikel 13, derde lid, verstrekt, tenzij hij daarvan op grond van artikel 13, tweede of derde lid, is vrijgesteld; of c. artikel 6a de werkgever die verzocht heeft om toepassing van, niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 6a of indien in strijd is gehandeld met de verklaring, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, onderdeel c. 6 De Minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na de ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. 2021 44383 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000158433 2021 44383 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000158433 26-10-2021
Artikel 15 — Artikel 15 Terugvordering#
Artikel 15 Terugvordering artikel 4:95, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 13 Onverminderdkan het verstrekte voorschot geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de subsidieontvanger, indien dit ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt of indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in, is voldaan. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Wijziging subsidievaststelling#
Artikel 16 Wijziging subsidievaststelling artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3 Onverminderdkan de Minister de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de werkgever wijzigen, indien de werkgever door zijn handelen of nalaten tijdens of na de periode waarover hij subsidie heeft ontvangen geacht wordt niet te hebben voldaan aan het doel van deze regeling, bedoeld in. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 17 — Artikel 17 Mandaat, volmacht en machtiging UWV en Nederlandse Arbeidsinspectie#
Artikel 17 Mandaat, volmacht en machtiging UWV en Nederlandse Arbeidsinspectie 1 De Minister verleent aan de Raad van Bestuur van het UWV mandaat, volmacht en machtiging om, in het kader van de uitvoering van deze regeling: a. besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn; b. te beslissen op bezwaarschriften, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg; en c. in rechte op te treden en tegen rechterlijke uitspraken hoger beroep of cassatie in te stellen, dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie. 2 De Raad van Bestuur van het UWV is in het kader van de uitvoering van deze regeling bevoegd tot het verlenen van ondermandaat of het doorverlenen van zijn andere vertegenwoordigingsbevoegdheden aan bij het UWV werkzame functionarissen. 3 Hoofdstuk 4 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 is van toepassing op de uitoefening van bevoegdheden op grond van deze regeling en tevens op de uitoefening van bevoegdheden die krachtens ondermandaat respectievelijk doorverlening van volmacht en machtiging worden uitgeoefend. 4 artikel 13 Onverminderd het eerste tot en met derde lid worden door de voorzitter van de raad van bestuur van het UWV onder hem ressorterende functionarissen, werkzaam bij het UWV, aangewezen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen, bedoeld in. 5 artikel 13 Onverminderd het eerste tot en met derde lid kunnen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen, bedoeld in, worden aangewezen: a. de door de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onder hem ressorterende functionarissen, van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. de door de Directeur Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering aangewezen functionarissen werkzaam bij de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2021 48293 03-12-2021 25-11-2021 2021-0000193512 2021 48293 03-12-2021 25-11-2021 2021-0000193512 01-01-2022
Artikel 18 — Artikel 18 Financiering#
Artikel 18 Financiering 1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling. 2 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid. 3 In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 4 artikel 5.16, onder b, van de Regeling Wfsv De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in, na overleg met het UWV maandelijks een periodiek voorschot op de rijksbijdrage, bedoeld in het derde lid, van: a. de door het UWV voorafgaand aan iedere maand geraamde subsidielasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand; en b. de door het UWV voorafgaand aan iedere maand geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 5 De Minister kan, na overleg met het UWV, van de in het vierde lid, onder a en b, bedoelde bedragen en data afwijken. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 19 — Artikel 19 Verslag UWV#
Artikel 19 Verslag UWV 1 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het UWV brengt aan de Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van deze regeling overeenkomstig. 2 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 18, vierde lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, uitgesplitst naar subsidielasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot deze regeling. 3 artikel 15 Op de in het tweede lid bedoelde subsidielasten komen in mindering de subsidies die op grond vanzijn teruggevorderd en de bedragen die anderszins zijn terugbetaald. 4 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 18, vierde lid Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten op grond van, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 2020 19874 01-04-2020 31-03-2020 2020-0000046630 02-04-2020
Artikel 20 — Artikel 20 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 20 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt op 1 augustus 2022. 3 In afwijking van het tweede lid blijft deze regeling, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van de subsidieaanvragen op grond van deze regeling. 4 artikel 13, eerste lid, onderdelen e en i In afwijking van het tweede lid blijven de verplichtingen voor werkgevers aan wie op grond van deze regeling subsidie is verleend, op grond van, gelden na 1 augustus 2022, gedurende de in die onderdelen genoemde periode. 5 artikel 8, negende lid In afwijking van het tweede lid blijft, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de dag waarop deze regeling vervalt, van toepassing op openbaarmakingen van het subsidiedossier na de dag waarop deze regeling vervalt. 2020 50202 30-09-2020 25-09-2020 2020-0000127109 2020 50202 30-09-2020 25-09-2020 2020-0000127109 01-10-2020
Artikel 21 — Artikel 21 Citeertitel#
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 13#
artikel 13, tweede lid
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 13#
artikel 13, tweede lid
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6#
artikel 6 lid 5
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 14#
artikel 14 lid 4
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 17#
artikel 17, lid 5
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 14#
artikel 14, eerste lid
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 7#
artikelen 7
Artikel 10#
10
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6#
artikelen 6
Artikel 6a#
6a
Artikel 1#
artikel 1, lid 2
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 6#
artikel 6, zesde lid
Artikel 6#
artikel 6 lid 5
Artikel 1#
artikel 1, tweede lid
Artikel 6#
artikel 6, lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 3
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a lid 1eef
Artikel 6a#
artikel 6a lid 3, 4, 5 en 6
Artikel 6a#
artikel 6a lid 1 a tot en met e
Artikel 14#
artikel 14, vijfde lid, onderdeel c
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6#
artikel 6 lid 5
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 14#
artikel 14, vijfde lid, onderdeel c
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6#
artikel 6 lid 5
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 1#
artikel 1, lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 5
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 6#
artikel 6 lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 5
Artikel 6#
artikel 6, lid 5
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 13#
artikel 13, lid a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a, lid 1b
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a, lid 1c
Artikel 14#
artikel 14, vijfde lid, onder c
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 13#
artikel 13, tweede lid
Artikel 6#
artikel 6 lid 5
Artikel 13#
artikel 13, derde lid
Artikel 6a#
artikel 6a
Artikel 14#
artikel 14 lid 3
Artikel 13#
artikel 13 lid 3
Artikel 1#
artikel 1.2