Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 1 januari 2020, nr. 4091295, houdende mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Algemene Zaken
- BWB-id
- BWBR0043000
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-04-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043000
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/mandaatbesluit-algemene-zaken-2020
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/mandaatbesluit-algemene-zaken-2020/2025-04-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043000&g=2025-04-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043000&z=2026-06-06&g=2025-04-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043000/2025-04-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/mandaatbesluit-algemene-zaken-2020
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Minister: de Minister-President, Minister van Algemene Zaken; b. de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken; c. de plaatsvervangend secretaris-generaal: de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken; d. Ministerie: het Ministerie van Algemene Zaken; e. dienst: Kabinet Minister-President, secretariaat ministerraad, directoraat-generaal Rijksvoorlichtingsdienst, Dienst Publiek en Communicatie, Bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, directie Bedrijfsvoering, directie Financieel-Economische Zaken; f. diensthoofd: degene die is belast met de leiding van een dienst; g. mandaat: de bevoegdheid om namens de Minister besluiten te nemen, stukken af te doen en te ondertekenen; h. medewerker: Wet normalisering rechtspositie ambtenaren de ambtenaar in de zin van dedie werkzaam is bij het Ministerie; i. organisatiebesluit: Organisatiebesluit Ministerie van Algemene Zaken ; j. Topmanagementgroep: de Topmanagementgroep, bedoeld in hoofdstuk 17 van de CAO Rijk; k. CAO Rijk: de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren werkzaam binnen de sector Rijk. 2025 14636 28-04-2025 25-03-2025 4428015 2025 14636 28-04-2025 25-03-2025 4428015 29-04-2025 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Volmacht en machtiging#
Artikel 2 Volmacht en machtiging 1 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van: a. artikel 3:60, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek volmacht als bedoeld inom namens de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; b. machtiging om namens de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Uitzonderingen#
Artikel 3 Uitzonderingen 1 Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat verzet zijn in ieder geval: a. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de Minister; b. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de Minister is genomen; c. het toepassen van aanwijzing 3 van de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren; d. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal; e. het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Voorbehouden aan de Minister#
Artikel 4 Voorbehouden aan de Minister 1 Mandaat in de zin van dit besluit heeft voorts geen betrekking op het afdoen en ondertekenen van stukken bestemd voor: a. de Koning; b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) en de daaruit gevormde onderraden en commissies; c. de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; d. een Minister of een Staatssecretaris; e. de Raad van State (van het Koninkrijk), behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f. de Algemene Rekenkamer, behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g. de Nationale ombudsman; h. autoriteiten in binnen- en buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan de Minister. 2 artikel 16, vierde lid De secretaris-generaal kan de stukken bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met h, afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen de Minister en de secretaris-generaal. In dat geval ondertekent de secretaris-generaal de stukken op de in, voorgeschreven wijze. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Mandaat secretaris-generaal#
Artikel 5 Mandaat secretaris-generaal 1 Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499). 2 Aangelegenheden op het gebied van: a. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector de(WNT); b. Wet hergebruik van overheidsinformatie de, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; c. de Algemene Verordening Gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst. 3 De secretaris-generaal heeft: a. volmacht ten aanzien van personeelsgelegenheden betreffende arbeidsovereenkomsten met alle medewerkers van het ministerie; b. machtiging tot het vaststellen van het personeelsreglement AZ, het vaststellen van reorganisaties en het geven van aanwijzingen en instructies aan de diensthoofden. 4 De secretaris-generaal heeft bij uitsluiting van anderen mandaat ten aanzien van de volgende bevoegdheden, er wordt geen ondermandaat verleend met betrekking tot: a. te sluiten en gesloten arbeidsovereenkomsten betreffende diensthoofden, met uitzondering van hen die behoren tot de Topmanagementgroep; b. het vaststellen van het personeelsreglement AZ en reorganisaties; c. hardheidsclausules, dan wel afwijkingen – voor zover niet in strijd met dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen – naar redelijkheid en billijkheid; d. verzoeken om door te werken na de AOW gerechtigde leeftijd; e. het toekennen van financiële regelingen, extra uitkeringen bij ontslag en schadeloosstellingen vanaf een bedrag van € 25.000,– (lees: vijfentwintigduizend euro); f. het aanwijzen van een Van Werk Naar Werk-kandidaat (VWNW-kandidaat); g. stukken gericht aan de Nationale ombudsman; h. de afwikkeling van een gemeld vermoeden van een misstand. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Plaatsvervangend secretaris-generaal#
Artikel 6 Plaatsvervangend secretaris-generaal 1 De plaatsvervangend secretaris-generaal vervangt de secretaris-generaal bij diens afwezigheid of verhindering en in de gevallen daartoe door de secretaris-generaal aangewezen. Hij treedt alsdan in de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de secretaris-generaal. 2 Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat verleend voor: a. Wet open overheid aangelegenheden op het gebied van de, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; b. Wet hergebruik van overheidsinformatie aangelegenheden op het gebied van de, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; c. de Algemene Verordening Gegevensbescherming), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst. 2025 14636 28-04-2025 25-03-2025 4428015 2025 14636 28-04-2025 25-03-2025 4428015 29-04-2025 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Plaatsvervanging#
Artikel 7 Plaatsvervanging 1 Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt het mandaat van de secretaris-generaal uitgeoefend door de secretaris ministerraad. 2 De bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend uitgeoefend voor zover het aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de secretaris-generaal met inachtneming van het Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020, departementale procedures, richtlijnen en aanwijzingen van de secretaris-generaal. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Ondermandaat#
Artikel 8 Ondermandaat 1 De secretaris-generaal is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan diensthoofden respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan. 2 artikel 1, derde lid, van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996 De secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van deze paragraaf, ondermandaat te verlenen aan een medewerker voor een bepaald geval, met inachtneming van. 3 De secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit (besluit van 1 januari 2020, nr. 4091305). 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Algemene instructie over de verlening van ondermandaat aan diensthoofden#
Artikel 9 Algemene instructie over de verlening van ondermandaat aan diensthoofden artikel 8, eerste lid artikelen 10 tot en met 14 De secretaris-generaal maakt gebruik van de hem in, van de in dit Mandaatbesluit bedoelde bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat en neemt daarbij het bepaalde in de hierna volgendein acht. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Diensthoofden#
Artikel 10 Diensthoofden 1 Aan het diensthoofd wordt mandaat verleend ten aanzien van de aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein en conform hun goedgekeurde prestatieplan (jaarplan en budget). 2 Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van het diensthoofd in ieder geval betrekking op: a. het uitoefenen van integraal management waaronder het leidinggeven aan de rechtstreeks onder het diensthoofd ressorterende medewerkers, met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied; b. het vaststellen van capaciteitsplannen binnen de door de secretaris-generaal vastgestelde formatie van de onder de diensthoofden ressorterende dienstonderdelen; c. het beheer van de archiefbescheiden van de onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving; d. het afnemen van de eed of de belofte van medewerkers die worden aangesteld bij een onder het diensthoofd ressorterend dienstonderdeel. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Financiële verplichtingen#
Artikel 11 Financiële verplichtingen 1 Het mandaat van het diensthoofd met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan het diensthoofd ter beschikking is gesteld op basis van een door de secretaris-generaal en de directeur Financieel-Economische Zaken goedgekeurde prestatieplan. Het diensthoofd legt over het door hem gevoerde financiële beheer verantwoording af aan de secretaris-generaal. 2 Het diensthoofd is bevoegd om in afwijking van het eerste lid financiële verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen, voor zover aan hem daartoe uitdrukkelijk schriftelijk mandaat is verleend door de Minister of de secretaris-generaal, met instemming van de directeur Financieel-Economische Zaken. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Bijzonder mandaat diensthoofden#
Artikel 12 Bijzonder mandaat diensthoofden 1 Het mandaat van de directeur Bedrijfsvoering omvat tevens: a. het nemen van besluiten tot de organisatie van de bedrijfszelfbescherming; b. het nemen van besluiten in aangelegenheden betreffende de brandpreventie bij alle gebouwen en vitale objecten van het Ministerie; c. het nemen van besluiten, inhoudende beveiliging van digitale informatie; d. het nemen van besluiten tot vaststelling van de digitale archiefcodes; e. de uitvoering van het informatie- en communicatietechnologiebeleid. 2 De directeur Financieel-Economische Zaken fungeert tevens als Coördinerend Directeur Inkoop (afgekort CDI) en: a. is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het inkoopstelsel binnen het Ministerie; b. en wordt in die hoedanigheid betrokken bij alle grote en/of risicovolle inkooptrajecten en in de gelegenheid gesteld deze vooraf te beoordelen. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Advies Hoofd Afdeling Personeel & Organisatie#
Artikel 13 Advies Hoofd Afdeling Personeel & Organisatie artikel 10 Op grond van het krachtensverleende mandaat, neemt een diensthoofd, plaatsvervangend diensthoofd of medewerker eerst een besluit na daartoe verkregen advies van het Hoofd Afdeling Personeel & Organisatie ten aanzien van de volgende aangelegenheden: a. aangelegenheden waarbij wordt afgeweken van de hoofdlijnen van het vastgestelde personeelsbeleid; b. het nemen van ordemaatregelen en straffen bedoeld in de CAO Rijk. 2025 14636 28-04-2025 25-03-2025 4428015 2025 14636 28-04-2025 25-03-2025 4428015 29-04-2025 01-01-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Ondermandaat diensthoofden#
Artikel 14 Ondermandaat diensthoofden 1 Het diensthoofd is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van deze medewerkers, respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan. 2 Het diensthoofd kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende medewerker of in bijzondere gevallen aan een andere medewerker. 3 bijlage 1 Het verlenen van ondermandaat door het diensthoofd voor het aangaan van financiële materiële verplichtingen en het doen van uitgaven is enkel mogelijk aan de invan dit besluit genoemde, onder hem ressorterende medewerkers, met inachtneming van het aldaar genoemde maximumgrensbedrag per financiële materiële verplichting. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 15 — Artikel 15 Beheer en wijziging van het besluit#
Artikel 15 Beheer en wijziging van het besluit 1 De directeur Financieel-Economische Zaken is belast met het beheer van dit besluit. 2 De secretaris-generaal, de diensthoofden en ieder voor zover het hen aangaat, zijn verantwoordelijk voor een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de directeur Financieel-Economische Zaken van gegevens die een goed beheer van dit besluit mogelijk maken. 3 Alle op grond van dit besluit verleende volmachten worden opgenomen in het register dat de directeur Financieel-Economische Zaken bijhoudt. 4 Wijziging van dit besluit geschiedt op initiatief van de directeur Financieel-Economische Zaken na inwinning juridisch advies. 5 De directeur Financieel-Economische Zaken rapporteert aan de secretaris-generaal over het beheer van dit besluit. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Wijze van ondertekening/ ondertekening bij afwezigheid minister#
Artikel 16 Wijze van ondertekening/ ondertekening bij afwezigheid minister 1 Ondertekening door de secretaris-generaal van een document krachtens mandaat luidt als volgt: DE MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken, namens deze, De secretaris-generaal, (naam) 2 Ondertekening door andere medewerkers van een document krachtens mandaat luidt als volgt: DE MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken, namens deze, (naam) (functie) 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op digitale besluiten die worden genomen via het P-Direktportaal. 4 artikel 4, lid 2 Buiten de inbedoelde gevallen kan, indien door afwezigheid of ontstentenis een door de minister genomen besluit niet door hem kan worden ondertekend, een dergelijk besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal, tenzij de aard van de bevoegdheid of een wettelijk voorschrift zich daartegen verzet. In een dergelijk geval geschiedt het ondertekenen als volgt: DE MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken, namens deze, overeenkomstig het door de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, genomen besluit, gevolgd door de handtekening, naam en functie van de secretaris-generaal. 5 Ondertekening van besluiten en stukken op grond van volmacht vindt plaats op de volgende wijze: Namens de STAAT DER NEDERLANDEN de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, namens deze, (aanduiding functie gevolmachtigde) (naam) Bij ondertekening van stukken door een plaatsvervanger wordt de handtekening voorafgegaan door: b/a. 6 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de Minister-president, Minister van Algemene Zaken, is opgesteld. In dat geval luidt de ondertekening als volgt: (naam) (functie) 7 Een document als bedoeld in het eerste, tweede, vierde of vijfde lid wordt opgesteld conform de vastgestelde rijksbrede huisstijl. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 17 — Artikel 17 Intrekking#
Artikel 17 Intrekking De volgende besluiten worden ingetrokken: a. Mandaatbesluit Algemene Zaken 2017 (van 14 december 2017, nr. 3960087); b. Aanwijzingsbesluit vervanging secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken (14 december 2017, nr. 3962540). 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 18 — Artikel 18 Overgangsrecht#
Artikel 18 Overgangsrecht 1 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken Besluiten of handelingen die op grond van hetzijn genomen of verricht in de periode tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit en waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit niet is voorzien, worden aangemerkt als te zijn genomen of verricht namens de Minister. 2 Voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit van kracht zijnde mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen, waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit niet is voorzien, blijven van kracht totdat op grond van dit besluit is voorzien in mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging dan wel is voorzien in intrekking daarvan. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 19 — Artikel 19 Inwerkingtreding#
Artikel 19 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 20 — Artikel 20 Citeertitel#
Artikel 20 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020. 2019 71083 31-12-2019 4091295 2019 71083 31-12-2019 4091295 01-01-2020
Artikel 14#
artikel 14, derde lid
Artikel 10#
artikel 10, eerste lid
Artikel 10#
artikel 10, eerste lid
Artikel 10#
artikel 10, eerste lid
Artikel 10#
artikel 10, eerste lid
Artikel 10#
artikel 10, eerste lid
Artikel 10#
artikel 10, eerste lid