Regeling van de Minister van Financiën van 18 december 2019, tot vaststelling van het mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020
- BWB-id
- BWBR0043022
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043022
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/mandaatbesluit-ministerie-van-financi-n-2020
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/mandaatbesluit-ministerie-van-financi-n-2020/2026-04-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043022&g=2026-04-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043022&z=2026-06-06&g=2026-04-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043022/2026-04-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/mandaatbesluit-ministerie-van-financi-n-2020
Artikel 1 — Artikel 1 Begrippen#
Artikel 1 Begrippen In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. het Ministerie van Financiën: het kernministerie, de directoraten-generaal Belastingdienst (DGBD), Toeslagen (DGTSL) en Douane (DGD) en de inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD); b. het kernministerie: de Generale Thesaurie, het directoraat-generaal Rijksbegroting, het directoraat-generaal Fiscale Zaken en het cluster secretaris-generaal; c. de minister: de Minister van Financiën; d. de staatssecretaris: de Staatssecretaris van Financiën; e. bewindspersoon: de Minister of de Staatssecretaris van Financiën; f. algemene leiding: de secretaris-generaal (SG), de plaatsvervangend secretaris-generaal (pSG), de directeuren-generaal (DG), en de thesaurier- generaal (TG); g. mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen; h. volmacht: artikel 3:60, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek volmacht als bedoeld in, om namens de Staat der Nederlanden rechtshandelingen te verrichten; i. medewerker: Ambtenarenwet 2017 de ambtenaar in de zin van dedie werkzaam is bij het ministerie; j. (hoofd)budgethouder: hoofd van een organisatie-eenheid verantwoordelijk voor het financieel beheer van één of meer budgetten; k. Bedrijfsvoering: onderwerpen op de terreinen van personeel en organisatie, informatievoorziening en ict, inkoop, huisvesting, facilitaire zaken en beveiliging; l. cao Rijk: de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren werkzaam binnen de sector Rijk; m. de organisatieonderdelen van het DGBD, het DGTSL en het DGD artikel 4 7 9 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 : de organisatieonderdelen genoemd in,en; n. artikel 4 7, onderdelen a tot en met f 9 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 de (algemeen) directeuren: de (algemeen) directeuren van de organisatieonderdelen van het DGBD, het DGTSL en het DGD genoemd in,, en; o. de directie directeuren DGBD: artikel 4 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 de algemeen en (hoofd)directeuren die leidinggeven aan een directie als bedoeld in; p. de overige directeuren DGBD: de directeuren die rechtstreeks ressorteren onder een directie directeur DGBD of bij het ontbreken daarvan onder een (algemeen) directeur topstructuur DGBD; q. de overige directeuren DGD en DGTSL: de directeuren die rechtstreeks ressorteren onder een (algemeen) directeur topstructuur DGD respectievelijk DGTSL; r. Wet open overheid Woo-verzoek: een verzoek om informatie op grond van de; s. artikel 5 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 artikel 1:4 van de Algemene douaneregeling inspecteur: functionaris die als zodanig is aangewezen inen; t. artikel 5 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 artikel 1:4 van de Algemene douaneregeling ontvanger: functionaris die als zodanig is aangewezen inen; u. IG: inspecteur-generaal inspectie belastingen, toeslagen en douane; v. topstructuur van het Ministerie van Financiën: de algemene leiding en de directeuren van het kernministerie, de IG en de topstructuren van DGBD, DGD en DGTSL; w. topstructuur DGBD: de algemene leiding DGBD en de algemeen directeuren als bedoeld in artikel 4, aanhef en onder b, e en f, van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021; x. topstructuur DGD: artikel 1, aanhef en onder i artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met e, van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 de algemene leiding DGD als bedoeld in, en de directeuren als bedoeld in; y. topstructuur DGTSL: artikel 1, aanhef en onder h artikel 7a, eerste lid artikelen 7b tot en met 7g artikel 7h, eerste lid, van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 de algemene leiding DGTSL als bedoeld in, de algemeen directeur als bedoeld in, de directeuren als bedoeld in het eerste lid van deen het afdelingshoofd als bedoeld in; z. pDGBD: de plaatsvervangend directeuren-generaal Belastingdienst; aa. taakverdelingsbesluit: het laatstelijk vastgestelde besluit van de Minister houdende bekendmaking van de taken waarmee de Staatssecretaris van Financiën of Staatssecretarissen van Financiën in het bijzonder is respectievelijk zijn belast. 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 03-04-2026 01-03-2025 Abusievelijk is voor het onderdeel m een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 2 — Artikel 2 Mandaat, volmacht en machtiging#
Artikel 2 Mandaat, volmacht en machtiging Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van: a. volmacht om in naam van een bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, en b. machtiging om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Organisatie- en Mandaatbesluiten#
Artikel 3 Organisatie- en Mandaatbesluiten 1 artikel 11, eerste lid, van het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 De SG kan een mandaatbesluit vaststellen voor het ministerie, met inbegrip van de op grond vaningestelde tijdelijke directoraten-generaal. 2 De SG stelt, in overeenstemming met de DGBD, de DGTSL en de DGD, een organisatiebesluit en een mandaatbesluit voor de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane vast. 2022 18925 19-07-2022 08-07-2022 2022-181049 2022 18925 19-07-2022 08-07-2022 2022-181049 20-07-2022 01-07-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Mandaat aan SG en DG’s#
Artikel 4 Mandaat aan SG en DG’s 1 artikel 11 Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in. 2 De SG en DG’s hebben binnen het kader van de jaarplannen en binnen eventueel door de minister of namens de minister door de SG gegeven richtlijnen mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 3 De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt: De Minister van Financiën, respectievelijk De Staatssecretaris van Financiën – [aanduiding in overeenstemming met het taakverdelingsbesluit], namens deze, gevolgd door de naam en functie van de (onder)gemandateerde. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Ondermandaat#
Artikel 5 Ondermandaat 1 De SG en de DG’s kunnen ieder voor hun werkterrein ondermandaat verlenen. 2 Directeuren kunnen het aan hen verleende ondermandaat doormandateren. 3 In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven. 2020 37035 09-07-2020 06-07-2020 2020-125574 2020 37035 09-07-2020 06-07-2020 2020-125574 10-07-2020 01-07-2020
Artikel 5a — Artikel 5a Bevoegdheden bij het ontbreken van beslissingsbevoegde functionarissen bij DGBD, DGTSL en DGD#
Artikel 5a Bevoegdheden bij het ontbreken van beslissingsbevoegde functionarissen bij DGBD, DGTSL en DGD Indien beslissingsbevoegde functionarissen zoals bedoeld in dit besluit in een organisatieonderdeel niet voorkomen, behoren de bevoegdheden toe aan de naasthogere leidinggevende functionaris. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Mandaatregister#
Artikel 6 Mandaatregister 1 Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister. Het mandaatregister bevat de functienamen van de in dit besluit gemandateerde, ondergemandateerde en gevolmachtigde functionarissen. 2 De directeur Juridische Zaken draagt zorg voor het bijhouden en online publiceren van het mandaatregister. Het mandaatregister wordt gepubliceerd op de webpagina van het ministerie van Financiën, te vinden via www.rijksoverheid.nl. 2024 19126 14-06-2024 06-06-2024 2024-323881 2024 19126 14-06-2024 06-06-2024 2024-323881 15-06-2024 17-05-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Hoofdbudgethouderschap#
Artikel 7 Hoofdbudgethouderschap 1 De SG en DG’s zijn hoofdbudgethouder voor wat betreft hun taken en zijn uit dien hoofde bevoegd verplichtingen – met financiële consequenties – aan te gaan en uitgaven goed te keuren binnen hun budgetten. 2 De hoofdbudgethouders zijn verantwoordelijk voor een adequaat financieel beheer. 2023 71 02-01-2023 15-12-2022 2022-259184 2023 71 02-01-2023 15-12-2022 2022-259184 03-01-2023 01-07-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Budgethouderschap#
Artikel 8 Budgethouderschap 1 Het mandaat van de DG met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan de DG ter beschikking is gesteld op basis van een door de secretaris-generaal en de directeur Financieel-economische Zaken goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor het diensthoofd verantwoordelijk is. 2 artikel 7 De SG en DG’s kunnen voor de ingenoemde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan budgethouders. In een ondermandaat kan een maximumbedrag worden aangegeven. 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Instemming van de directeur FEZ#
Artikel 9 Instemming van de directeur FEZ Instemming van de directeur Financieel-Economische Zaken is vereist: a. voor zover voorgenomen besluiten met financiële consequenties niet passen binnen de door de SG vastgestelde budgetten; b. voor de benoeming van de directeuren control van het DGBD, het DGTSL en het DGD. 2021 21168 29-04-2021 07-04-2021 2021-65762 2021 21168 29-04-2021 07-04-2021 2021-65762 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Voorbehouden aan SG en DG’s van het kernministerie#
Artikel 10 Voorbehouden aan SG en DG’s van het kernministerie Aanbestedingswet 2012 artikelen 2.24 tot en met 2.24c van de Aanbestedingswet 2012 Aan de DG is voorbehouden te beslissen over het afwijken van de procedures als bedoeld in de, alsmede over het toepassen van een uitzonderingsgrond als bedoeld in de. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Voorbehouden aan bewindspersonen#
Artikel 11 Voorbehouden aan bewindspersonen Aan de bewindspersonen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken: a. gericht aan de Koning; b. gericht aan de Raad van State; c. gericht aan de ministerraad (van het Koninkrijk); d. gericht aan de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal; e. gericht aan de president van de Algemene Rekenkamer; f. gericht aan de Nationale Ombudsman; g. gericht aan autoriteiten in binnen- en buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of staatssecretaris; h. zijnde Ministeriële regelingen houdende algemeen verbindende voorschriften. 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Voorbehouden aan de secretaris-generaal#
Artikel 12 Voorbehouden aan de secretaris-generaal Onverminderd de overige bepalingen van dit besluit waarin aan de SG mandaat wordt verleend, wordt aan de SG mandaat verleend voor: a. Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het(Stb. 1988, 499); b. Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de SG door een ander organisatieonderdeel genoemd in hetmoeten worden vastgesteld; c. Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 het vaststellen van de werkterreinen van de directeuren-generaal, genoemd in het; d. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van medewerkers en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een andere medewerker binnen het ministerie; e. het doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de topstructuur van het ministerie, tot en met het niveau van directies, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties; f. artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst het vaststellen van de formatie, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties van het kernministerie en van de topstructuren van het DGBD, DGD en DGTSL, als bedoeld in, en na gehoord hebbende de bestuursraad; g. het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst met medewerkers in functies behorende tot de topstructuur van het Ministerie van Financiën, waarbij het aangaan van een arbeidsovereenkomst plaatsvindt na overleg met de bestuursraad; h. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige onderdeel; i. het aanwijzen van vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen; j. het voeren van overleg met bonden over onderwerpen van algemeen belang voor de rechtstoestand van werknemers. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 13 — Artikel 13 Voorbehouden aan de pSG#
Artikel 13 Voorbehouden aan de pSG artikel 12 Met inachtneming vanis aan de pSG voorbehouden: a. het, na overleg met de bestuursraad, doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de organisatie van het kernministerie vanaf het niveau van afdelingen (of daarmee vergelijkbare organisatieonderdelen) en lager, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties; b. het vaststellen van de formatie van het DGBD, het DGTSL en het DGD, voor zover het een uitbreiding van de totale formatie betreft; c. het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning) en wijzigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam in functies bij het kernministerie met een bezoldiging van salarisschaal 15 of hoger. Het aangaan van de arbeidsovereenkomst vindt plaats na overleg met de bestuursraad; d. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige onderdeel; e. het toekennen van een bijzondere beloning aan functionarissen van het kernministerie; f. het voeren van overleg met bonden over onderwerpen van algemeen belang voor de rechtstoestand van werknemers bij afwezigheid van de SG; g. het vaststellen van regelingen of maken van afspraken met betrekking tot sociaal flankerend beleid; h. het vaststellen van regels en beleid(skaders) inzake de bedrijfsvoering, waaronder regels die leiden tot wijzigingen in de rechten of verplichtingen van medewerkers, voor zover van toepassing op medewerkers van het gehele ministerie of het kernministerie; i. het opleggen van ordemaatregelen en straffen aan functionarissen behorende tot de topstructuur van het Ministerie van Financiën; j. artikel 14 het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam bij het kernministerie, tenzij de bevoegdheid is voorbehouden aan de algemene leiding van een DG zoals bedoeld in; k. het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam bij het DGBD, het DGTSL, het DGD of de IBTD om de redenen als bedoeld in Bijlage 1; l. het sluiten van een vaststellingsovereenkomst in verband met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst of tewerkstelling bij het ministerie of een wijziging van een reeds afgesloten vaststellingsovereenkomst, voor zover deze bevoegdheid niet is toegekend aan een directeur-generaal of directeur; m. alle met cassatie verband houdende beslissingen zowel als eisende partij als verwerende partij met betrekking tot personeelsaangelegenheden; n. het ten aanzien van onder hem ressorterende medewerkers geven van toestemming op verzoeken om systemen te mogen raadplegen naar aanleiding van vermoedens van niet integer gedrag door medewerkers. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Voorbehouden aan de algemene leiding DG van het kernministerie#
Artikel 14 Voorbehouden aan de algemene leiding DG van het kernministerie Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van een DG van het kernministerie ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden het nemen van beslissingen: a. tot het sluiten van een tijdelijke arbeidsovereenkomst in bijzondere situaties; b. tot beloning van directeuren (niet zijnde algemeen directeuren), sectormanagers en de manager van de stafafdeling bestuursondersteuning en vaktechniek bij de ADR; c. tot het opleggen van ordemaatregelen en straffen, met uitzondering van de wettelijke mogelijkheden het dienstverband te beëindigen; d. over aansprakelijkheid, tot schadeloosstelling of schadevergoeding vanaf € 25.000, waarbij de pSG door de algemene leiding wordt geïnformeerd voor zover het gaat om dienstongevallen, beroepsziektes en beroepsincidenten als bedoeld in de cao Rijk; e. het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst om de redenen als bedoeld in Bijlage 1; f. tot het geven van toestemming op verzoeken om systemen te mogen raadplegen naar aanleiding van vermoedens van niet integer gedrag door medewerkers. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 14a — Artikel 14a Afnemen eed en belofte#
Artikel 14a Afnemen eed en belofte 1 Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is elk van de leden van de algemene leiding van een DG, uitgezonderd de DGBD, de DGTSL en de DGD, bevoegd om ten aanzien van de medewerkers van het kernministerie de eed en belofte af te nemen. 2 In geval van verhindering kan de algemene leiding van een DG zich bij het afnemen van de eed en belofte laten vervangen door de directeur Financieel-Economische Zaken. 2022 18925 19-07-2022 08-07-2022 2022-181049 2022 18925 19-07-2022 08-07-2022 2022-181049 20-07-2022 01-07-2022
Artikel 15 — Artikel 15 Voorbehouden aan de algemene leiding DGBD, DGTSL en DGD#
Artikel 15 Voorbehouden aan de algemene leiding DGBD, DGTSL en DGD Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van het DGBD, het DGTSL en het DGD, ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden, het nemen van beslissingen: a. tot het vaststellen van de organisatie tot en met directieniveau en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties; b. tot het vaststellen van de formatie, waarbij tot wijzigingen in formatie van functies met salarisschaal 16 en hoger na overleg met de bestuursraad besloten wordt; c. tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning) en wijzigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in functies met een bezoldiging van salarisschaal 16 of hoger. Benoemingen worden afgestemd met de bestuursraad en over de arbeidsvoorwaarden dient vooraf afstemming met de pSG plaats te vinden; d. tot het sluiten van een tijdelijke arbeidsovereenkomst waarbij wordt afgeweken van de cao Rijk; e. tot het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in de onderdelen c en d; f. het binnen de rijksbrede of ministeriebrede kaders vaststellen van regels en beleid(skaders) inzake de bedrijfsvoering voor zover specifiek van toepassing bij het DGBD, DGD en DGTSL; g. tot het opleggen van ordemaatregelen en straffen, met uitzondering van de wettelijke mogelijkheden het dienstverband te beëindigen, aan leidinggevende functionarissen en (strategische) functionarissen met een bezoldiging van salarisschaal 15 of hoger; h. over aansprakelijkheid, schadeloosstelling of schadevergoeding vanaf € 25.000, waarbij de pSG door de algemene leiding wordt geïnformeerd voor zover het gaat om dienstongevallen, beroepsziektes en beroepsincidenten als bedoeld in de cao Rijk; i. het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers om de redenen als bedoeld in Bijlage 1; j. tot het wijzigen van een arbeidsovereenkomst met medewerkers met salarisschaal 15 of hoger in functies met een lagere schaal dan de voor de medewerker tot dan toe geldende schaal; k. het voordragen van functies die ten behoeve van het instellen van een veiligheidsonderzoek voor aanwijzing als vertrouwensfuncties in aanmerking komen; l. het beslissen tot directieoverstijgende groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies; m. het aanwijzen van vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen; n. het beslissen over de afwijkingen bij de toepassing van het sociaal flankerend beleid; o. het geven van toestemming op verzoeken om systemen te mogen raadplegen naar aanleiding van vermoedens van niet integer gedrag door medewerkers; p. het aanwijzen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden en de plaatsvervangend leden, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen; q. handelingen en beslissingen verband houdende met de klachtenregeling ongewenste omgangsvormen; r. handelingen en beslissingen verband houdende met een adviesaanvraag bij het College voor de Rechten van de Mens; s. artikelen 11 tot en met 13 artikelen 7 10 11 van het Mandaatbesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 met inachtneming van deworden de bevoegdheden opgenomen in de,enuitgeoefend door de algemene leiding voor zover het rechtspositionele handelingen en beslissingen betreft aangaande directeuren van de topstructuren DGBD, DGTSL en DGD. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 15a — Artikel 15a Algemeen en beheersmatig mandaat pDGBD en algemeen directeuren van de clusters DGBD#
Artikel 15a Algemeen en beheersmatig mandaat pDGBD en algemeen directeuren van de clusters DGBD artikel 4 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 De pDGBD en de algemeen directeuren van een cluster binnen het DGBD hebben in het kader van de jaarcontracten van de directies van het eigen cluster genoemd inen binnen eventueel door de staatssecretaris, de algemene leiding of de algemene leiding DGBD gegeven richtlijnen algemeen en beheersmatig mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein, tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 03-04-2026 01-03-2025
Artikel 15b — Artikel 15b Voorbehouden aan de pDGBD en algemeen directeuren DGBD#
Artikel 15b Voorbehouden aan de pDGBD en algemeen directeuren DGBD artikel 4 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen zijn de pDGBD’s en de algemeen directeuren DGBD bevoegd om ten aanzien van hun eigen directie of de directies binnen het eigen cluster als bedoeld inen voor zover die bevoegdheid niet toekomt aan de algemeen directeur in dat cluster, de navolgende handelingen te verrichten en beslissingen te nemen: a. het beslissen tot groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies; b. het vaststellen van de organisatie op afdelings- en teamniveau en hiermee samenhangend het beslissen tot reorganisaties van deze onderdelen. Het vaststellen van de organisatie en hiermee samenhangende beslissingen tot reorganisatie op het niveau van afdelingen vindt plaats na instemming van de DGBD; c. tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in de functie van directie directeur DGBD, respectievelijk overige directeur of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de DGBD. 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 03-04-2026 01-03-2025 Voorheen art.15a
Artikel 15c — Artikel 15c Voorbehouden aan de algemeen directeuren van de topstructuur DGTSL en DGD#
Artikel 15c Voorbehouden aan de algemeen directeuren van de topstructuur DGTSL en DGD Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen zijn de algemeen directeuren bevoegd de navolgende handelingen te verrichten en beslissingen te nemen: a. het vaststellen van de organisatie op afdelings- en teamniveau en hiermee samenhangend het beslissen tot reorganisaties van deze onderdelen binnen de eigen directie. Het vaststellen van de organisatie en hiermee samenhangende beslissingen tot reorganisatie op het niveau van afdelingen vindt plaats na instemming van de DGTSL, respectievelijk de DGD; b. het beslissen tot groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies; c. tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in de functie van overige directeur of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de DGTSL, respectievelijk de DGD. 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 03-04-2026 01-03-2025 Voorheen art.15b.
Artikel 15d — Artikel 15d Voorbehouden aan de directeuren van de topstructuur DGBD, DGTSL en DGD en directie directeuren DGBD#
Artikel 15d Voorbehouden aan de directeuren van de topstructuur DGBD, DGTSL en DGD en directie directeuren DGBD Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen zijn de directeuren van de topstructuur DGBD, DGTSL en DGD en de directie directeuren DGBD bevoegd om ten aanzien van het tot het eigen organisatieonderdeel behorende personeel de navolgende handelingen te verrichten en beslissingen te nemen: a. het geven van een opdracht tot het verrichten van onderzoek naar de integriteit van medewerkers en het beslissen tot opleggen van straffen (conform cao Rijk), met uitzondering van de wettelijke mogelijkheden het dienstverband te beëindigen, aan functionarissen tot en met schaal 14 voor zover het geen leidinggevende functionarissen betreft; b. tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst met medewerkers met een bezoldiging van schaal 15; c. het niet instellen van een vordering of het niet opleggen van een terugbetalingsverplichting, dan wel het (gedeeltelijk) kwijtschelden van een vordering op medewerkers; d. (het beslissen tot) het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst om de redenen als bedoeld in Bijlage 1; e. artikel 5a bij het ontbreken van een algemeen directeur en in afwijking vanhet aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in de functie van overige directeur of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de DGBD, respectievelijk de DGTSL, respectievelijk de DGD. 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 2026 12502 02-04-2026 06-02-2026 2025-618310 03-04-2026 01-03-2025 Voorheen art.15c.
Artikel 16 — Artikel 16 Voorbehouden aan de directeuren en hun plaatsvervangers van het kernministerie#
Artikel 16 Voorbehouden aan de directeuren en hun plaatsvervangers van het kernministerie 1 Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 De directeuren van de in hetgenoemde directies en hun plaatsvervangers hebben binnen het kader van hun jaarplannen en binnen door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal of de algemene leiding van het directoraat-generaal gegeven richtlijnen en behoudens de voorgaande bepalingen mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun beleidsterrein genoemd in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020, tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 2 De in het eerste lid toegekende mandaten kunnen binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door de onder de directeuren ressorterende functionarissen die daartoe worden gemandateerd in het mandaatregister. 3 Onverminderd het eerste lid is de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen namens de in het eerste lid gevolmachtigde functionarissen toegekend aan de directeur en de plaatsvervangend directeur van de concerndirectie Mens en Organisatie. 4 Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de directeuren en hun plaatsvervangers ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden het nemen van beslissingen: a. tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst in de functie van afdelingshoofd of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de thesaurier-generaal dan wel de directeur-generaal van het betreffende directoraat-generaal dan wel de (plaatsvervangend) secretaris-generaal; b. het toekennen dan wel stopzetten van een bovenschaalse periodiek; c. het beslissen over aansprakelijkheid, tot schadeloosstelling dan wel schadevergoeding tot € 25.000, waarbij de pSG door de algemene leiding wordt geïnformeerd voor zover het gaat om dienstongevallen, beroepsziektes en beroepsincidenten als bedoeld in de cao Rijk; d. het opschorten dan wel stopzetten van het salaris in verband met het niet nakomen van re-integratieverplichtingen; e. het toekennen van een stimuleringspremie; f. op verzoeken tot het niet laten vervallen dan wel verjaren van wettelijke vakantie-uren; g. handelingen en beslissingen met betrekking tot het treffen van ordemaatregelen als opgenomen in de cao Rijk; h. het opdracht geven tot het verrichten van feitenonderzoek naar aanleiding van het vermoeden van een integriteitsschending; i. het niet instellen van een vordering of het niet opleggen van een terugbetalingsverplichting, dan wel het (gedeeltelijk) kwijtschelden van een vordering op medewerkers; j. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid. 5 De afdelingshoofden en hun plaatsvervangers kunnen het op grond van het tweede lid aan hen door de directeur of zijn plaatsvervanger verleende ondermandaat, doormandateren aan onder hen ressorterende teamleiders of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, die daartoe eveneens worden gemandateerd in het mandaatregister. 6 Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de in het vorige onderdeel bedoelde ondergemandateerde functionarissen voorbehouden het nemen van beslissingen tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in de functie van teamleider of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de directeur. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025 Abusievelijk is voor eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 17 — Artikel 17 Overleg met bewindspersonen#
Artikel 17 Overleg met bewindspersonen Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treedt de algemene leiding in contact met de bewindspersoon die het aangaat, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt. 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 18 — Artikel 18 Personeelsbeslissingen#
Artikel 18 Personeelsbeslissingen Bij het maken van afspraken, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven met betrekking tot alle personeelsaangelegenheden, bedoeld in Bijlage 2 bij deze regeling, betreffende het kernministerie is advies van de directeur van de concerndirectie Mens en Organisatie vereist. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 19 — Artikel 19 Overige bepalingen#
Artikel 19 Overige bepalingen In situaties waarin het bevoegd gezag een beloning aan een medewerker wil toekennen, waarbij wordt afgeweken van de reguliere beloningsregels dient vooraf overleg met de pSG plaats te vinden. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 19aa — Artikel 19aa De IG#
Artikel 19aa De IG 1 Met inachtneming van de voorgaande artikelen van dit besluit is aan de IG ten aanzien van onder hem ressorterende medewerkers voorbehouden, het nemen van beslissingen betreffende: a. het vaststellen van de organisatie van de IBTD, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties. In die gevallen wordt de bestuursraad niet gehoord; b. het aangaan, het plaatsen en het beëindigen van de arbeidsovereenkomst; c. het maken van afspraken over de beloning en het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid; d. het toekennen van een (bijzondere) beloning; e. het opleggen van ordemaatregelen en straffen, met uitzondering van de wettelijke mogelijkheden het dienstverband te beëindigen; f. het geven van toestemming op verzoeken om systemen te mogen raadplegen naar aanleiding van vermoedens van niet integer gedrag door onder hem ressorterende medewerkers; g. het sluiten van een tijdelijke arbeidsovereenkomst in bijzondere situaties; h. opzegging wegens bereiken AOW-gerechtigde leeftijd; i. (verlenging) tijdelijke arbeidsovereenkomst; j. een (tijdelijke) uitzending in het buitenland; k. schadeloosstelling; l. het verzoeken van toestemming aan het UWV tot ontslag wegens ziekte; m. (de aansprakelijkheidsstelling als gevolg van) dienstongevallen, beroepsziekten en beroepsincidenten als bedoeld in de cao Rijk, waarbij de pSG door de IG wordt geïnformeerd. 2 Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 De afdelingshoofden van de IBTD hebben, voor zover het hun werkterrein betreft en binnen door de minister of namens de minister door de IG gegeven richtlijnen en behoudens de voorgaande bepalingen, mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende de taken die behoren tot de IBTD genoemd in het, tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 3 De functionarissen zoals bedoeld in het tweede lid zijn bevoegd tot het afdoen en ondertekenen van beslissingen aangaande de: a. vaststelling feitelijk opgedragen functie; b. ver- en herplaatsing; c. tijdelijk opdragen van andere werkzaamheden; d. toekenning extra periodieke verhoging; e. onthouding van een periodieke verhoging; f. wijziging van salarisschaal; g. incidentele beloning voor bijzondere prestaties; h. korting beloning bij arbeidsongeschiktheid; i. het maken van afspraken tot uitbreiding van een arbeidsduur van meer dan 36 uur per week. 4 artikelen 4 5 7 tot en met 10 19 De,,enworden op de IG van overeenkomstige toepassing verklaard. 5 Artikel 18 wijziging van de salarisschaal zonder wijziging van de functie en de in dat artikel bedoelde bijlage is van overeenkomstige toepassing. De IG hoeft echter geen voorafgaand advies aan de directeur CDMO te vragen als het gaat om de personeelsaangelegenheid. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025
Artikel 19a — Artikel 19a Woo-verzoeken kernministerie en DGBD, DGTSL en DGD#
Artikel 19a Woo-verzoeken kernministerie en DGBD, DGTSL en DGD 1 artikel 11, eerste lid, van het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 Aan de directeur Informatievoorziening en Openbaarmaking en het (plaatsvervangend) afdelingshoofd Openbaarmaking en Transparantie van de concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking wordt mandaat verleend om te besluiten op Woo-verzoeken die betrekking hebben op informatie die berust bij het kernministerie dan wel bij een tijdelijk programmadirectoraat-generaal als bedoeld in. Op deze verzoeken wordt met inachtneming van het taakverdelingsbesluit beslist namens de Minister of de Staatssecretaris. 2 Ten aanzien van informatie die berust binnen het DGBD, het DGD en het DGTSL wordt aan de directeur Informatievoorziening en Openbaarmaking en het (plaatsvervangend) afdelingshoofd Openbaarmaking en Transparantie van de concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking mandaat verleend om te besluiten op Woo- verzoeken die afkomstig zijn van een journalist of een belangengroepering of die betrekking hebben op de (nasleep van de) toeslagenaffaire en op Woo-verzoeken die betrekking hebben op informatie die berust bij meerdere directoraten-generaal. Op deze Woo-verzoeken wordt beslist namens de Staatssecretaris. 3 Op Woo-verzoeken als bedoeld in het tweede lid die zijn ingediend bij de inspecteur of de ontvanger wordt overeenkomstig het tweede lid beslist namens de Staatssecretaris. 4 Aan het (plaatsvervangend) afdelingshoofd Openbaarmaking en Transparantie wordt mandaat verleend voor het ondertekenen van correspondentie van procedurele aard. Hij kan aan onder hem ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen. 2026 14854 21-04-2026 31-03-2026 2026-99719 2026 14854 21-04-2026 31-03-2026 2026-99719 22-04-2026 01-12-2024
Artikel 19b — Artikel 19b Bezwaar en (hoger) beroep#
Artikel 19b Bezwaar en (hoger) beroep 1 Aan de directeur Informatievoorziening en Openbaarmaking en het (plaatsvervangend) afdelingshoofd Openbaarmaking en Transparantie van de concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking wordt mandaat verleend tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken inzake het niet tijdig beslissen op Woo-verzoeken bedoeld in artikel 19a. Zij kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen. 2 Aan de secretaris-generaal, de (plaatsvervangend) directeur en het afdelingshoofd Publiekrecht van de directie Juridische Zaken wordt mandaat verleend om de tegen de in artikel 19a bedoelde besluiten gerichte bezwaren te behandelen en daarop te beslissen. Zij kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake het behandelen ondermandaat verlenen. 3 Aan de directeur van de directie Juridische Zaken wordt mandaat verleend tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tot het instellen van hoger beroep ter zake van de besluiten bedoeld in het tweede lid alsmede voor het ondertekenen van correspondentie van procedurele aard. Hij kan aan onder hem ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-12-2024
Artikel 19c — Artikel 19c Overige Woo-verzoeken DGBD, DGTSL en DGD#
Artikel 19c Overige Woo-verzoeken DGBD, DGTSL en DGD 1 artikel 19a Aan de directeur-generaal van het DGBD en aan de (algemeen) directeuren van de organisatieonderdelen van het DGTSL en het DGD wordt mandaat verleend om te beslissen op andere Woo-verzoeken betreffende informatie die berust bij het betreffende organisatieonderdeel dan bedoeld in. De directeur-generaal van het DGBD en de (algemeen) directeuren van de organisatieonderdelen van het DGTSL en het DGD kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen. 2 Aan de directeuren-generaal van respectievelijk DGBD, DGTSL en DGD wordt mandaat verleend om de tegen de in het eerste lid bedoelde besluiten gerichte bezwaren te behandelen en daarop te beslissen. De directeuren-generaal kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen. 3 Aan de directeuren-generaal van respectievelijk DGBD, DGTSL en DGD wordt mandaat verleend tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tot het instellen van hoger beroep ter zake van de Woo-verzoeken bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen. 4 Rechterlijke uitspraken in procedures van de organisatieonderdelen van het DGBD, het DGTSL en het DGD worden zo spoedig mogelijk na ontvangst door het betreffende directoraat-generaal in afschrift toegezonden aan de directie Juridische Zaken. 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-06-2025 Abusievelijk is een opdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 19d — Artikel 19d Woo-verzoeken ten aanzien van meerdere organisatieonderdelen#
Artikel 19d Woo-verzoeken ten aanzien van meerdere organisatieonderdelen Vervallen 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 2025 21307 20-06-2025 15-06-2025 2025-142056 21-06-2025 01-12-2024
Artikel 20 — Artikel 20 Vaste verandermomenten#
Artikel 20 Vaste verandermomenten Wijzigingen van dit besluit treden in werking per 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober, behoudens spoedeisende gevallen. 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 21 — Artikel 21 Intrekking andere (mandaat)regelingen#
Artikel 21 Intrekking andere (mandaat)regelingen 1 Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal voor Fiscale Zaken De volgende regelingen worden ingetrokken:, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 1 juli 2018, het Organisatie- en mandaatbesluit SG-cluster van 26 maart 2014, het Organisatie- en mandaatbesluit voor de Generale Thesaurie van 14 september 2016, hetvan 23 mei 2014 en het Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Rijksbegroting van 1 februari 2012. 2 Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Hetvan 1 juli 2018 blijft onverminderd het eerste lid, na de inwerkingtreding van deze regeling van toepassing ten aanzien van personele aangelegenheden waarop na 1 januari 2020 het recht van toepassing is dat gold direct voor de inwerkingtreding van de. 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 22 — Artikel 22 Inwerkingtreding#
Artikel 22 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 23 — Artikel 23 Citeertitel#
Artikel 23 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020. 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 2019 70715 30-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 13#
artikel 13, aanhef en onder k
Artikel 14#
artikel 14, aanhef en onder e
Artikel 15#
artikel 15, aanhef en onder i
Artikel 15d#
artikel 15d, aanhef en onder d
Artikel 18#
artikel 18