Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 juni 2020, nr. 24686911, houdende voorschriften over aanvullende ondersteuning van de culturele en creatieve sector in verband met gederfde inkomsten in die sectoren als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan (Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19)
- BWB-id
- BWBR0043634
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2022-02-25 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043634
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-aanvullende-ondersteuning-culturele-en-creatieve-se
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-aanvullende-ondersteuning-culturele-en-creatieve-se/2022-02-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043634&g=2022-02-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043634&z=2026-06-06&g=2022-02-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043634/2022-02-25
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-aanvullende-ondersteuning-culturele-en-creatieve-se
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. producerende BIS-instelling: voor wat betreft: 1°. hoofdstuk 3 artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid afdeling 3.2 artikel 3.17 artikelen 3.26 3.31 3.35 3.36 3.40 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid : instelling waaraan in de jaren 2017–2020 subsidie wordt verstrekt op grond vanvoor het uitvoeren van een of meer kernactiviteiten als bedoeld in– met uitzondering van het daarin opgenomen– of de,,,of, zoals die luidde op 11 november 2019; 2°. hoofdstukken 3a 3a1 3a2 artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid de,en: instelling waaraan in de jaren 2021–2024 subsidie wordt verstrekt op grond vanvoor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in: i. afdeling 3.2 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid ; ii. artikelen 3.26 3.30 3.33 3.34 3.37 3.39 3.40 3.41 3.42 3.44 3.51 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid de,,,,,,,,,of; of iii. artikel 3.14 van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen . c. meerjarige fondsinstelling: voor wat betreft: 1°. paragraaf 2 van hoofdstuk 4 : instelling waaraan in de jaren 2017–2020, waaronder in elk geval in 2020, voor ten minste twee aaneengesloten jaren subsidie wordt verstrekt op grond van, voor wat betreft: i. Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2017–2020 Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: de door het bestuur daarvan vastgestelde; ii. Deelregeling Meerjarenprogramma’s Presentatie en Erfgoedinstellingen Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: de door het bestuur daarvan vastgestelde, voor zover het betreft subsidies aan instellingen die primair tot doel hebben hedendaagse beeldende kunst te presenteren; iii. Stichting Nederlands Fonds voor de Film: het door het bestuur daarvan vastgestelde: – Deelreglement Filmactiviteiten , voor zover het betreft een meerjarige activiteitensubsidie in de categorie filmfestival; – Algemeen Reglement , voor zover het betreft een subsidie aan een productiemaatschappij als bedoeld in dat reglement; iv. Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 2017–2020 Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: de door het bestuur daarvan vastgestelde; v. Stichting Nederlands Letterenfonds: de door het bestuur daarvan vastgestelde: – Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017–2020 ; – Regeling literaire manifestaties en activiteiten, incidenteel en tweejarig artikel 4, onderdeel b, van die regeling , voor zover het betreft subsidies als bedoeld in; vi. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: de door het bestuur daarvan vastgestelde: – Deelregeling twee- en vierjarige Activiteitenprogramma’s Creatieve Industrie ; – Deelregeling tweejarige Activiteitenprogramma’s Creatieve Industrie ; – Deelregeling Festivals Creatieve Industrie , voor zover het betreft subsidies die zijn verstrekt op verzoek van de minister, bij brief van 15 september 2017, met kenmerk 1238653; 2°. paragrafen 2a 2b 2c van hoofdstuk 4 de,en: instelling waaraan in de jaren 2021–2024, waaronder in elk geval in 2021, voor ten minste twee aaneengesloten jaren subsidie wordt verstrekt op grond van, voor wat betreft: i. Regeling meerjarige subsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2021–2024 Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: de door het bestuur daarvan vastgestelde; ii. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: de door het bestuur daarvan vastgestelde: – Deelregeling Meerjarenprogramma’s Presentatie- en Erfgoedinstellingen 2017 , zoals die luidde op 8 juni 2020 en voor zover het betreft subsidies aan instellingen die primair tot doel hebben hedendaagse beeldende kunst te presenteren; – Deelregeling Kunstpodia 2020–2024 ; iii. Stichting Nederlands Fonds voor de Film: het door het bestuur daarvan vastgestelde: – Deelreglement Filmactiviteiten , voor zover het betreft een meerjarige activiteitensubsidie in de categorie filmfestival; – Algemeen Reglement , voor zover het betreft een subsidie aan een productiemaatschappij als bedoeld in dat reglement; iv. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: de door het bestuur daarvan vastgestelde: – Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024 ; – Deelregeling meerjarige festivalsubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024 ; v. Stichting Nederlands Letterenfonds: de door het bestuur daarvan vastgestelde: – Regeling vierjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024 ; – Regeling tweejarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024 ; vi. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: de door het bestuur daarvan vastgestelde: – Regeling Vierjarige Instellingssubsidie Creatieve Industrie 2021–2024 ; – Regeling 1- en 2-jarig Activiteitenprogramma ; d. cruciale regionale instelling: museum, (pop)podium of filmtheater, niet zijnde een BIS-instelling of meerjarige fondsinstelling, met een: 1°. dragende functie in de culturele infrastructuur in de regio; en 2°. belangrijke functie in de landelijke keten; e. overige OCW-cultuurinstelling: voor wat betreft: 1°. hoofdstuk 3 : instelling die activiteiten uitvoert, die: i. gelijksoortig zijn aan de kernactiviteit van een producerende BIS-instelling die een museale collectie beheert; en ii. artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid op structurele basis wordt gesubsidieerd met middelen uit de begrotingsartikelen 1, 3, 14, 15 en 16 behorende bij de Wet van 18 december 2019, houdende vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (Stb. 2020, 18), anders dan op grond van; 2°. hoofdstukken 3a 3a1 3a2 de,en: i. instelling als bedoeld onder 1°, waarvan de in dat onderdeel bedoelde subsidie is voortgezet voor het jaar 2021; of ii. artikel 1, eerste lid, van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid afgewezen BIS-aanvrager met positieve beoordeling, waaraan voor de periode 2021–2024 een meerjarige subsidie wordt verstrekt op grond vanvoor de uitvoering van het plan dat hij heeft ingediend in het kader van de aanvraag voor subsidie voor voornoemde periode op grond van; f. afgewezen BIS-aanvrager met positieve beoordeling: artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid instelling waaraan voor de periode 2021–2024 een subsidie op grond vanis geweigerd op basis van een negatief subsidieadvies met positieve beoordeling, uitgebracht door de Raad; g. afgewezen fondsaanvrager met positieve beoordeling: instelling waaraan een meerjarige subsidie in de periode 2021–2024 op grond van een regeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 2°, sub i, ii en vi, is geweigerd op basis van een negatief subsidieadvies met positieve beoordeling, uitgebracht door een door het betrokken bestuur ingestelde commissie; h. negatief subsidieadvies met positieve beoordeling: advies om geen subsidie te verlenen, dat steunt op het oordeel dat de aanvraag van de instelling ondanks een positieve beoordeling van het daarbij behorende plan, na onderlinge weging van met elkaar concurrerende aanvragen, niet subsidiabel is; i. reserves: vrij besteedbaar vermogen, behorende tot: 1°. de algemene reserve; 2°. het stichtingskapitaal; en 3°. het bestemmingsfonds OCW; j. lopende subsidie: voor wat betreft een: 1°. producerende BIS-instelling: subsidie als bedoeld in onderdeel b; 2°. artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid fonds: subsidie die wordt verstrekt op grond van; 3°. meerjarige fondsinstelling: subsidie als bedoeld in onderdeel c; 4°. overige OCW-cultuurinstelling: subsidie als bedoeld in onderdeel e, onder 2°; k. Kamerbrief van 15 april 2020: brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 april 2020 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2019/20, 35 441, nr. 7); l. Kamerbrief van 16 november 2020: brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 november 2020 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2020/21, 32 820, nr. 400); m. Kamerbrief van 10 februari 2021: brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 februari 2021 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2020/21, 32 820, nr. 408); n. Kamerbrief van 7 juni 2021: brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 juni 2021 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2020/21, 32 820, nr. 418); o. museum: paragraaf 3a van hoofdstuk 4 voor wat betreft: instelling waaraan subsidie is verstrekt op grond van de volgende door het bestuur van de Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed vastgestelde regelingen: 1° Compensatieregeling Coronacrisis Musea meer dan 100.000 bezoekers; 2° Compensatieregeling Coronacrisis Musea 40.000–100.000; 3° Compensatieregeling Coronacrisis Musea 7.500 en meer bezoekers; p. Kamerbrief van 31 januari 2022: brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 januari 2022 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2021/22, 32 820, nr. 458). 2 Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan: a. publieksinkomsten; en b. overige inkomsten, zijnde: 1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten; 2°. indirecte opbrengsten; en 3°. overige bijdragen. 3 Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten: a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan; b. overige bijdragen uit publieke middelen; c. rentebaten; d. bijdragen in natura; e. kapitalisatie van vrijwilligers; f. waardering vrijkaarten; en g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Aanvullende subsidie ten behoeve van instellingen#
Artikel 2 Aanvullende subsidie ten behoeve van instellingen 1 Ter aanvullende ondersteuning van de culturele en creatieve sector, die als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan wordt geconfronteerd met inkomstenderving, verstrekt de minister, met het oog op instandhouding van vitale onderdelen in de Nederlandse culturele infrastructuur, subsidie aan: a. producerende BIS-instellingen; b. fondsen, ten behoeve van door hun besturen ter nastreving van de doelstelling van dit artikel te verstrekken subsidies aan: 1°. meerjarige fondsinstellingen, voor zover die op grond van deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van producerende BIS-instelling in aanmerking komen voor subsidie; 2°. cruciale regionale instellingen, voor zover die krachtens deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van meerjarige fondsinstelling in aanmerking komen voor subsidie, ter aanvulling van aan die instellingen in het kader van de COVID-19-crisis door gemeenten of provincies verstrekte of te verstrekken additionele financiële bijdragen; en c. overige OCW-cultuurinstellingen. 2 Subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, wordt uitsluitend verstrekt aan: a. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed; b. Stichting Nederlands Fonds voor de Film; c. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2a — Artikel 2a Overbruggingssubsidie ten behoeve van instellingen#
Artikel 2a Overbruggingssubsidie ten behoeve van instellingen 1 Met het oog op subsidieterugval na 2020 in combinatie met inkomstenderving als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan, verstrekt de minister subsidie aan: a. afgewezen BIS-aanvragers met een positieve beoordeling, voor zover niet tevens vallend onder de begripsbepaling van: 1°. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2° ‘meerjarige fondsinstelling’ in; of 2°. artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° ‘overige OCW-cultuurinstelling’ in; b. fondsen, ten behoeve van door hun besturen ter nastreving van de doelstelling van dit artikel te verstrekken subsidies aan afgewezen fondsaanvragers met een positieve beoordeling, voor zover niet tevens vallend onder de begripsbepaling van: 1°. artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 2° ‘producerende BIS-instelling’ in; 2°. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2° ‘meerjarige fondsinstelling’ in; of 3°. artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° ‘overige OCW-cultuurinstelling’ in. 2 Subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt uitsluitend verstrekt aan: a. Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie; b. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed; c. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3 Overige subsidie aan fondsen#
Artikel 3 Overige subsidie aan fondsen 1 De minister verstrekt subsidie aan fondsen: a. ter intensivering van door hun besturen vastgestelde regelingen, gericht op: 1°. werk voor makers; 2°. high end TV-series; 3°. kunst- of erfgoedpresentatie; b. ten behoeve van door hun besturen vast te stellen regelingen, gericht op: 1°. musea en kunsthallen met private collecties en collecties van nationaal belang; 2°. het afdekken van verzekeringsrisico’s bij filmproducties. 2 Subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, en onderdeel b, onder 2°, wordt uitsluitend verstrekt aan Stichting Nederlands Fonds voor de Film. 3 Subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, en onderdeel b, onder 1°, wordt uitsluitend verstrekt aan Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed. 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 20-03-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Ambtshalve verstrekking#
Artikel 4 Ambtshalve verstrekking De minister verleent de subsidie zonder voorafgaande aanvraag. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Algemene subsidieverplichtingen#
Artikel 5 Algemene subsidieverplichtingen artikelen 2.12 2.13 2.17 tot en met 2.21 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Verantwoording#
Artikel 6 Verantwoording 1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie geschiedt in de aanvraag tot vaststelling van de lopende subsidie, zo veel mogelijk onder toepassing van de daarop betrekking hebbende voorschriften. 2 artikel 2a, eerste lid, aanhef en onderdeel a Het eerste lid is niet van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in. 3 Het eerste lid is tevens niet van toepassing op subsidieverstrekking aan een fonds, voor zover de subsidie in 2021 of 2022 is verleend. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Vaststelling#
Artikel 7 Vaststelling Artikel 2.29 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de subsidie, met uitzondering van het tweede lid daarvan, voor zover het subsidie betreft aan een fonds. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021 12-06-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Toepassingsbereik#
Artikel 8 Toepassingsbereik artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a en c Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 15 april 2020. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 9 Hoogte subsidiebedrag 1 De subsidie bedraagt 45 procent van de gemiddeld over de jaren 2017 en 2018 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren, onder aftrek van een bedrag dat gelijk is aan 25 procent van de reserves van de instelling per ultimo 2018. 2 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt: a. gemaximeerd op een bedrag dat gelijk is 300 procent van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2018; en b. naar boven afgerond op honderd euro’s. 3 In afwijking van het eerste lid, wordt bij de daar bedoelde berekening 20 procent van de gemiddeld over de jaren 2017 en 2018 verworven eigen inkomsten van de instelling in aanmerking genomen, voor zover het instellingen betreft waarvan de hoofdpublieksactiviteit niet in 2020 zou plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden voor 13 maart 2020. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Subsidievoorwaarde#
Artikel 10 Subsidievoorwaarde 1 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd, wordt uitsluitend subsidie verstrekt, voor zover de eigen inkomsten van de instelling over het jaar 2018, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar, ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling. 2 Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, niet een geheel getal is, wordt dat getal naar beneden afgerond, indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, en naar boven afgerond, indien dat cijfer een 5 of hoger is. 3 De minister kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die tot oneigenlijk gebruik van deze regeling zou leiden. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Subsidieplafond#
Artikel 11 Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is ten hoogste € 113.000.000 beschikbaar. 2 artikel 9 Indien het subsidieplafond door toepassing van het bepaalde inzou worden overschreden, worden de te verlenen subsidiebedragen naar rato verlaagd tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut. 3 Indien door subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk niet alle daarvoor beschikbare middelen worden uitgeput, kan het resterende bedrag geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan een of meer andere in deze regeling vastgestelde subsidieplafonds. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Meldplicht#
Artikel 12 Meldplicht Artikel 2.14 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het doen van een melding als bedoeld in dat artikel niet vereist is, voor zover het omstandigheden betreft die verband houden met het coronavirus. Alsdan gaat de subsidieontvanger in de verantwoording van de subsidie in op de ontstane situatie. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Voorschotten#
Artikel 13 Voorschotten 1 De minister betaalt het verleende subsidiebedrag in drie gelijke delen als voorschot. 2 De minister betaalt het eerste deel van het voorschot zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie. Het tweede en het derde deel van het voorschot betaalt de minister in juli 2020 onderscheidenlijk oktober 2020. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Reservering#
Artikel 14 Reservering artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Op een in 2020 niet besteed deel van de subsidie isvan overeenkomstige toepassing. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 14a — Artikel 14a Toepassingsbereik#
Artikel 14a Toepassingsbereik artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 16 november 2020. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14b — Artikel 14b Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 14b Hoogte subsidiebedrag 1 De subsidie bedraagt 22,3 procent van de gemiddeld over de jaren 2017 en 2018 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren. 2 In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie, voor zover het instellingen betreft: a. waarvan de hoofdpublieksactiviteit ten hoogste een keer in de twee jaar plaatsvindt: 22,3 procent van de eigen inkomsten van de instelling, verworven over het jaar in de periode 2017–2019 waarin de recentste editie van die hoofdpublieksactiviteit heeft plaatsgevonden, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar; b. artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid artikel 3.26 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid waaraan in de jaren 2021–2024 subsidie wordt verstrekt op grond vanvoor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in: één achtste deel van 22,3 procent van de gemiddeld over de jaren 2017 en 2018 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren. 3 De uitkomst van de berekeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt: a. gemaximeerd op een bedrag dat gelijk is 200 procent van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2018; en b. naar boven afgerond op honderd euro’s. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14c — Artikel 14c Subsidievoorwaarde#
Artikel 14c Subsidievoorwaarde 1 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd, wordt uitsluitend subsidie verstrekt, voor zover de eigen inkomsten van de instelling over het jaar 2018, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar, ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling. 2 Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, niet een geheel getal is, wordt dat getal naar beneden afgerond, indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, en naar boven afgerond, indien dat cijfer een 5 of hoger is. 3 De minister kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die tot oneigenlijk gebruik van deze regeling zou leiden. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14d — Artikel 14d Subsidieplafond#
Artikel 14d Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is ten hoogste € 80.880.100 beschikbaar. 2 artikel 14b Indien het subsidieplafond door toepassing van het bepaalde inzou worden overschreden, worden de te verlenen subsidiebedragen naar rato verlaagd tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut. 3 paragraaf 2a van hoofdstuk 4 Indien door subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk niet alle daarvoor beschikbare middelen worden uitgeput, kan het resterende bedrag geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan een of meer van de subsidieplafonds, bedoeld in. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14e — Artikel 14e Meldplicht#
Artikel 14e Meldplicht Artikel 2.14 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14f — Artikel 14f Voorschot#
Artikel 14f Voorschot De minister betaalt als voorschot in twee gelijke delen 100 procent van het verleende subsidiebedrag. Het eerste deel betaalt de minister zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie en het tweede in de maand april 2021. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14g — Artikel 14g Reservering#
Artikel 14g Reservering artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Op een in 2021 niet besteed deel van de subsidie isvan overeenkomstige toepassing. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14g1 — Artikel 14g1 Toepassingsbereik#
Artikel 14g1 Toepassingsbereik artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 7 juni 2021. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 14g2 — Artikel 14g2 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 14g2 Hoogte subsidiebedrag 1 De subsidie bedraagt 8,2 procent van de gemiddeld over de jaren 2018 en 2019 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren. 2 In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie, voor zover het instellingen betreft: a. waarvan de hoofdpublieksactiviteit ten hoogste een keer in de twee jaar plaatsvindt: 8,2 procent van de eigen inkomsten van de instelling, verworven over het jaar in de periode 2017-2019 waarin de recentste editie van die hoofdpublieksactiviteit heeft plaatsgevonden, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar; b. artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid artikel 3.26 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid waaraan in de jaren 2021-2024 subsidie wordt verstrekt op grond vanvoor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in: één achtste deel van 8,2 procent van de gemiddeld over de jaren 2018 en 2019 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren. 3 De uitkomst van de berekeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt: a. gemaximeerd op een bedrag dat gelijk is aan 200 procent van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2019; en b. naar boven afgerond op honderd euro’s. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 14g3 — Artikel 14g3 Subsidievoorwaarde#
Artikel 14g3 Subsidievoorwaarde 1 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd, wordt uitsluitend subsidie verstrekt, voor zover de eigen inkomsten van de instelling over het jaar 2019, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar, ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling. 2 Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, niet een geheel getal is, wordt dat getal naar beneden afgerond, indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, en naar boven afgerond, indien dat cijfer een 5 of hoger is. 3 De minister kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die tot oneigenlijk gebruik van deze regeling zou leiden. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 14g4 — Artikel 14g4 Subsidieplafond#
Artikel 14g4 Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is ten hoogste € 31.016.900 beschikbaar. 2 artikel 14g2 Indien het subsidieplafond door toepassing van het bepaalde inzou worden overschreden, worden de te verlenen subsidiebedragen naar rato verlaagd tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut. 3 paragraaf 2b van hoofdstuk 4 Indien door subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk niet alle daarvoor beschikbare middelen worden uitgeput, kan het resterende bedrag geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan een of meer van de subsidieplafonds, bedoeld in. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 14g5 — Artikel 14g5 Meldplicht#
Artikel 14g5 Meldplicht Artikel 2.14 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 14g6 — Artikel 14g6 Voorschot#
Artikel 14g6 Voorschot Zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie betaalt de minister het subsidiebedrag in één keer als voorschot. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 14g7 — Artikel 14g7 Reservering#
Artikel 14g7 Reservering artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Op een in 2021 niet besteed deel van de subsidie isvan overeenkomstige toepassing. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 14g8 — Artikel 14g8 Toepassingsbereik#
Artikel 14g8 Toepassingsbereik artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 31 januari 2022. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 14g9 — Artikel 14g9 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 14g9 Hoogte subsidiebedrag 1 De subsidie bedraagt 15 procent van de gemiddeld over de jaren 2018 en 2019 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren. 2 In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie, voor zover het instellingen betreft: a. waarvan de hoofdpublieksactiviteit ten hoogste een keer in de twee jaar plaatsvindt: 15 procent van de eigen inkomsten van de instelling, verworven over het jaar in de periode 2017–2019 waarin de recentste editie van die hoofdpublieksactiviteit heeft plaatsgevonden, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar; b. artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid artikel 3.26 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid waaraan in de jaren 2021-2024 subsidie wordt verstrekt op grond vanvoor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in: één achtste deel van 15 procent van de gemiddeld over de jaren 2018 en 2019 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren. 3 De uitkomst van de berekeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt: a. gemaximeerd op een bedrag dat gelijk is aan 200 procent van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2019; en b. naar boven afgerond op honderd euro’s. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 14g10 — Artikel 14g10 Subsidievoorwaarde#
Artikel 14g10 Subsidievoorwaarde 1 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd, wordt uitsluitend subsidie verstrekt, voor zover de eigen inkomsten van de instelling over het jaar 2019, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar, ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling. 2 Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, niet een geheel getal is, wordt dat getal naar beneden afgerond, indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, en naar boven afgerond, indien dat cijfer een 5 of hoger is. 3 De minister kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die tot oneigenlijk gebruik van deze regeling zou leiden. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 14g11 — Artikel 14g11 Subsidieplafond#
Artikel 14g11 Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is ten hoogste € 57.153.900 beschikbaar. 2 artikel 14g9 Indien het subsidieplafond door toepassing van het bepaalde inzou worden overschreden, worden de te verlenen subsidiebedragen naar rato verlaagd tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut. 3 paragraaf 2b van hoofdstuk 4 Indien door subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk niet alle daarvoor beschikbare middelen worden uitgeput, kan het resterende bedrag geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan een of meer van de subsidieplafonds, bedoeld in. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 14g12 — Artikel 14g12 Meldplicht#
Artikel 14g12 Meldplicht Artikel 2.14 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 14g13 — Artikel 14g13 Voorschot#
Artikel 14g13 Voorschot Zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie betaalt de minister het subsidiebedrag in één keer als voorschot. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 14g14 — Artikel 14g14 Reservering#
Artikel 14g14 Reservering artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Op een in 2022 niet besteed deel van de subsidie isvan overeenkomstige toepassing. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 14h — Artikel 14h Toepassingsbereik#
Artikel 14h Toepassingsbereik artikel 2a, eerste lid, aanhef en onderdeel a Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14i — Artikel 14i Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 14i Hoogte subsidiebedrag 1 artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid artikel 2.10, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid De subsidie bedraagt 50 procent van het jaarlijkse subsidiebedrag dat de instelling voor de periode 2021–2024 heeft aangevraagd op grond van, onder overeenkomstige toepassing van de indexering, bedoeld in. 2 Voor zover door het bestuur van een fonds aan een afgewezen BIS-aanvrager met een positieve beoordeling met het oog op subsidieterugval na 2020 bij wijze van tegemoetkoming coulancehalve een subsidie wordt verstrekt, wordt het bedrag daarvan in mindering gebracht op de subsidie die de instelling ontvangt op grond van dit hoofdstuk. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14j — Artikel 14j Subsidieplafond#
Artikel 14j Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is ten hoogste € 3.761.000 beschikbaar. 2 artikel 14i Indien het subsidieplafond door toepassing van het bepaalde inzou worden overschreden, worden de te verlenen subsidiebedragen naar rato verlaagd tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut. 3 paragraaf 4e van hoofdstuk 4 Indien door subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk niet alle daarvoor beschikbare middelen worden uitgeput, kan het resterende bedrag geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan een of meer van de subsidieplafonds, bedoeld in. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14k — Artikel 14k Meldplicht#
Artikel 14k Meldplicht Artikel 2.14 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid artikel 14i, tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het derde lid van dat artikel, doet de subsidieontvanger in elk geval onverwijld een melding aan de minister, indien aan hem na subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk tevens een coulancehalve subsidie als bedoeld in, door een fonds wordt verstrekt. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14l — Artikel 14l Voorschot#
Artikel 14l Voorschot De minister betaalt als voorschot in twee gelijke delen 100 procent van het verleende subsidiebedrag. Het eerste deel betaalt de minister zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie en het tweede in de maand april 2021. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14m — Artikel 14m Reservering#
Artikel 14m Reservering artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Op een in 2021 niet besteed deel van de subsidie isvan overeenkomstige toepassing. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14n — Artikel 14n Verantwoording#
Artikel 14n Verantwoording 1 De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na 31 december 2021 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. 2 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een: a. beknopt verslag van de activiteiten die met de subsidie zijn uitgevoerd; en b. jaarrekening of financieel verslag. 3 artikelen 2.26, met uitzondering van het vierde lid 2.27, eerste en derde lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Op de jaarrekening zijn de, envan overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 2.27, eerste en derde lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger.is van overeenkomstige toepassing. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15 — Artikel 15 Toepassingsbereik#
Artikel 15 Toepassingsbereik artikelen 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b 3 Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in de, en. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Meldplicht#
Artikel 16 Meldplicht 1 Artikel 2.14 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 2.14 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid Het onverwijld doen van een melding als bedoeld inis niet vereist in het kader van subsidieverstrekking ter uitvoering van de Kamerbrief van 15 april 2020, voor zover het omstandigheden betreft die verband houden met het coronavirus. Alsdan gaat de subsidieontvanger zo snel mogelijk over tot het doen van een melding, zij het uiterlijk in de verantwoording van de subsidie. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17 Voorschotten#
Artikel 17 Voorschotten Zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie betaalt de minister het subsidiebedrag in één keer als voorschot. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 17a — Artikel 17a Verantwoording#
Artikel 17a Verantwoording artikel 2.15 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid De aanvraag tot vaststelling van subsidie die in 2021 of 2022 is verleend geschiedt in de periodieke verslaglegging, bedoeld in, over 2021 respectievelijk 2022. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 18 — Artikel 18 Reservering#
Artikel 18 Reservering Artikel 4.3 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij de vaststelling van subsidie die in 2021 en 2022 is verleend, het besluit, bedoeld in het vierde lid van voornoemd artikel, uitsluitend betrekking heeft op middelen die aan het bestemmingsfonds OCW zijn gedoteerd op grond van deze regeling. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 19 — Artikel 19 Toepassingsbereik#
Artikel 19 Toepassingsbereik artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 15 april 2020. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 20 Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: € 2.942.400; b. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 1.926.500; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 1° sub iii Stichting Nederlands Fonds voor de Film: € 5.754.500, waarvan in elk geval € 5.000.000 voor subsidieverstrekking aan productiemaatschappijen als bedoeld in; d. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: € 24.059.800; e. Stichting Nederlands Letterenfonds: € 1.379.200; f. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: € 4.837.900. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 21 — Artikel 21 Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften#
Artikel 21 Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften 1 Bij de subsidieverstrekking ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld, past het bestuur van een fonds in elk geval het navolgende overeenkomstig toe: a. artikel 4 de ambtshalve verstrekking, bedoeld in; b. artikel 9 de rekenregel, bedoeld in; c. artikel 10 de subsidievoorwaarde, bedoeld in; d. artikel 11, tweede lid ingeval van overschrijding van het in het kader van zijn subsidieverstrekking vast te stellen subsidieplafond, de methode van herverdeling, bedoeld in; en e. artikel 28 de hardheidsclausule, bedoeld in. 2 Het bestuur van een fonds voorziet verder in een wijze van verantwoording door de fondsinstellingen die onder hem ressorteren, die zo veel mogelijk aansluit bij de voorschriften daaromtrent die van toepassing zijn op de lopende subsidie. 3 artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 1° sub iii Op subsidieverstrekking door het bestuur van Stichting Nederlands Fonds voor de Film aan productiemaatschappijen als bedoeld in, is het eerste lid slechts van toepassing voor zover een en ander zich daarvoor leent. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22 Verplichting: geen dubbele subsidiëring#
Artikel 22 Verplichting: geen dubbele subsidiëring Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende meerjarige fondsinstelling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 22a — Artikel 22a Toepassingsbereik#
Artikel 22a Toepassingsbereik 1 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 16 november 2020. 2 Deelregeling Meerjarenprogramma’s Presentatie en Erfgoedinstellingen Voor de toepassing van deze paragraaf worden met meerjarige fondsinstellingen gelijkgesteld instellingen waaraan in de jaren 2019–2021, waaronder in elk geval in 2021, voor ten minste twee aaneengesloten jaren subsidie wordt verstrekt op grond van de door het bestuur van Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed vastgestelde, voor zover het betreft subsidies aan instellingen die primair tot doel hebben hedendaagse beeldende kunst te presenteren. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22b — Artikel 22b Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 22b Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: € 2.573.100; b. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 2.567.800; c. Stichting Nederlands Fonds voor de Film: € 6.427.000, waarvan in elk geval € 6.250.000 voor subsidieverstrekking aan productiemaatschappijen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, sub iii; d. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: € 12.533.700; e. Stichting Nederlands Letterenfonds: € 539.000; f. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: € 729.300. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22c — Artikel 22c Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften#
Artikel 22c Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften 1 Bij de subsidieverstrekking ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld, past het bestuur van een fonds in elk geval het navolgende overeenkomstig toe: a. artikel 4 de ambtshalve verstrekking, bedoeld in; b. artikel 14b de rekenregel, bedoeld in; c. artikel 14c de subsidievoorwaarde, bedoeld in; d. artikel 14d, tweede lid ingeval van overschrijding van het in het kader van zijn subsidieverstrekking vast te stellen subsidieplafond, de methode van herverdeling, bedoeld in; en e. artikel 28 de hardheidsclausule, bedoeld in. 2 Het bestuur van een fonds voorziet verder in een wijze van verantwoording door de fondsinstellingen die onder hem ressorteren, die zo veel mogelijk aansluit bij de voorschriften daaromtrent die van toepassing zijn op de lopende subsidie. 3 artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, sub iii Op subsidieverstrekking door het bestuur van Stichting Nederlands Fonds voor de Film aan productiemaatschappijen als bedoeld in, is het eerste lid slechts van toepassing voor zover een en ander zich daarvoor leent. 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 20-03-2021 28-01-2021
Artikel 22d — Artikel 22d Verplichting: geen dubbele subsidiëring#
Artikel 22d Verplichting: geen dubbele subsidiëring Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende meerjarige fondsinstelling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22d1 — Artikel 22d1 Toepassingsbereik#
Artikel 22d1 Toepassingsbereik 1 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 7 juni 2021. 2 Voor de toepassing van deze paragraaf worden met meerjarige fondsinstellingen gelijkgesteld instellingen waaraan in de jaren 2019-2021, waaronder in elk geval in 2021, voor ten minste twee aaneengesloten jaren subsidie wordt verstrekt op grond van de door het bestuur van Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed vastgestelde Deelregeling Meerjarenprogramma’s Presentatie en Erfgoedinstellingen, voor zover het betreft subsidies aan instellingen die primair tot doel hebben hedendaagse beeldende kunst te presenteren. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 22d2 — Artikel 22d2 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 22d2 Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: € 997.800; b. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 1.520.500; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, sub iii Stichting Nederlands Fonds voor de Film: € 5.094.800, waarvan in elk geval € 5.000.000 voor subsidieverstrekking aan productiemaatschappijen als bedoeld in; d. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: € 5.441.700; e. Stichting Nederlands Letterenfonds: € 237.300; f. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: € 691.000. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 22d3 — Artikel 22d3 Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften#
Artikel 22d3 Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften 1 Bij de subsidieverstrekking ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld, past het bestuur van een fonds in elk geval het navolgende overeenkomstig toe: a. artikel 4 de ambtshalve verstrekking, bedoeld in; b. artikel 14g2 de rekenregel, bedoeld in; c. artikel 14g3 de subsidievoorwaarde, bedoeld in; d. artikel 14g4, tweede lid ingeval van overschrijding van het in het kader van zijn subsidieverstrekking vast te stellen subsidieplafond, de methode van herverdeling, bedoeld in; en e. artikel 28 de hardheidsclausule, bedoeld in. 2 Het bestuur van een fonds voorziet verder in een wijze van verantwoording door de fondsinstellingen die onder hem ressorteren, die zo veel mogelijk aansluit bij de voorschriften daaromtrent die van toepassing zijn op de lopende subsidie. 3 artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, sub iii Op subsidieverstrekking door het bestuur van Stichting Nederlands Fonds voor de Film aan productiemaatschappijen als bedoeld in, is het eerste lid slechts van toepassing voor zover een en ander zich daarvoor leent. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 22d4 — Artikel 22d4 Verplichting: geen dubbele subsidiëring#
Artikel 22d4 Verplichting: geen dubbele subsidiëring Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende meerjarige fondsinstelling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 22d5 — Artikel 22d5 Toepassingsbereik#
Artikel 22d5 Toepassingsbereik 1 artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 31 januari 2022. 2 Voor de toepassing van deze paragraaf worden met meerjarige fondsinstellingen gelijkgesteld instellingen waaraan in de jaren 2019–2021, waaronder in elk geval in 2021, voor ten minste twee aaneengesloten jaren subsidie wordt verstrekt op grond van de door het bestuur van Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed vastgestelde Deelregeling Meerjarenprogramma’s Presentatie en Erfgoedinstellingen, voor zover het betreft subsidies aan instellingen die primair tot doel hebben hedendaagse beeldende kunst te presenteren. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 22d6 — Artikel 22d6 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 22d6 Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: € 1.824.000; b. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 2.767.000; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, sub iii Stichting Nederlands Fonds voor de Film: € 3.111.700, waarvan in elk geval € 3.000.000 voor subsidieverstrekking aan productiemaatschappijen als bedoeld in; d. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: € 9.946.500; e. Stichting Nederlands Letterenfonds: € 433.300; f. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: € 1.263.600. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 22d7 — Artikel 22d7 Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften#
Artikel 22d7 Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften 1 Bij de subsidieverstrekking ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld, past het bestuur van een fonds in elk geval het navolgende overeenkomstig toe: a. artikel 4 de ambtshalve verstrekking, bedoeld in; b. artikel 14g9 de rekenregel, bedoeld in; c. artikel 14g10 de subsidievoorwaarde, bedoeld in; d. artikel 14g11, tweede lid ingeval van overschrijding van het in het kader van zijn subsidieverstrekking vast te stellen subsidieplafond, de methode van herverdeling, bedoeld in; en e. artikel 28 de hardheidsclausule, bedoeld in. 2 Het bestuur van een fonds voorziet verder in een wijze van verantwoording door de fondsinstellingen die onder hem ressorteren, die zo veel mogelijk aansluit bij de voorschriften daaromtrent die van toepassing zijn op de lopende subsidie. 3 artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, sub iii Op subsidieverstrekking door het bestuur van Stichting Nederlands Fonds voor de Film aan productiemaatschappijen als bedoeld in, is het eerste lid slechts van toepassing voor zover een en ander zich daarvoor leent. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 22d8 — Artikel 22d8 Verplichting: geen dubbele subsidiëring#
Artikel 22d8 Verplichting: geen dubbele subsidiëring Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende meerjarige fondsinstelling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 23 — Artikel 23 Toepassingsbereik#
Artikel 23 Toepassingsbereik artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 15 april 2020. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24 — Artikel 24 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 24 Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 16.000.000; b. Stichting Nederlands Fonds voor de Film: € 3.500.000; c. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: € 29.000.000. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 25 — Artikel 25 Verplichting: kader subsidieverstrekking algemeen#
Artikel 25 Verplichting: kader subsidieverstrekking algemeen bijlage Bij de subsidieverstrekking ten laste van middelen die op grond van deze paragraaf ter beschikking worden gesteld, hanteert het bestuur van een fonds in elk geval de regels, bedoeld in het in debij deze regeling opgenomen kader. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 24a — Artikel 24a Toepassingsbereik#
Artikel 24a Toepassingsbereik artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, aan musea voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 31 januari 2022. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 24b — Artikel 24b#
Artikel 24b De subsidie bedraagt voor de Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 8.600.000. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 26 — Artikel 26 Toepassingsbereik#
Artikel 26 Toepassingsbereik artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 15 april 2020. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27 Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor elk van de fondsen € 1.966.700. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 27a — Artikel 27a Toepassingsbereik#
Artikel 27a Toepassingsbereik artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 16 november 2020. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27b — Artikel 27b Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27b Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: € 2.922.670; b. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 8.350.360; c. Stichting Nederlands Fonds voor de Film: € 7.828.460; d. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: € 5.218.970; e. Stichting Nederlands Letterenfonds: € 2.661.670; f. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: € 8.767.870. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27b1 — Artikel 27b1 Toepassingsbereik#
Artikel 27b1 Toepassingsbereik artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 10 februari 2021. 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 20-03-2021
Artikel 27b2 — Artikel 27b2 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27b2 Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 1.100.000; b. Stichting Nederlands Fonds voor de Film: € 1.100.000; c. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: € 2.600.000; d. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: € 700.000. 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 20-03-2021
Artikel 27b3 — Artikel 27b3 Toepassingsbereik#
Artikel 27b3 Toepassingsbereik artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 7 juni 2021. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 27b4 — Artikel 27b4 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27b4 Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: € 1.900.000; b. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 4.900.000; c. Stichting Nederlands Fonds voor de Film: € 4.500.000; d. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: € 3.000.000; e. Stichting Nederlands Letterenfonds: € 1.150.000; f. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: € 800.000. 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 2021 34437 02-07-2021 29-06-2021 28432356 03-07-2021
Artikel 27b5 — Artikel 27b5 Toepassingsbereik#
Artikel 27b5 Toepassingsbereik artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 31 januari 2022. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 27b6 — Artikel 27b6 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27b6 Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: € 1.490.000; b. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 3.900.000; c. Stichting Nederlands Fonds voor de Film: € 3.400.000; d. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten: € 2.596.000; e. Stichting Nederlands Letterenfonds: € 1.000.000; f. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: € 2.601.500. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 27c — Artikel 27c Toepassingsbereik#
Artikel 27c Toepassingsbereik artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27d — Artikel 27d Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27d Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt € 6.250.000. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27d1 — Artikel 27d1 Toepassingsbereik#
Artikel 27d1 Toepassingsbereik artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 3° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in. 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 20-03-2021
Artikel 27d2 — Artikel 27d2 Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27d2 Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt € 3.500.000. 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 2021 14529 19-03-2021 16-03-2021 25565337 20-03-2021
Artikel 27e — Artikel 27e Toepassingsbereik#
Artikel 27e Toepassingsbereik artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 1° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27f — Artikel 27f Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27f Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt € 20.000.000. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27g — Artikel 27g Toepassingsbereik#
Artikel 27g Toepassingsbereik artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2° Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27h — Artikel 27h Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27h Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt € 10.000.000. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27i — Artikel 27i Toepassingsbereik#
Artikel 27i Toepassingsbereik artikel 2a, eerste lid, aanhef en onderdeel b Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27j — Artikel 27j Hoogte subsidiebedrag#
Artikel 27j Hoogte subsidiebedrag De subsidie bedraagt voor: a. Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie: € 222.000; b. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 557.500; c. Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: € 691.600. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27k — Artikel 27k Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften#
Artikel 27k Verplichting: overeenkomstige toepassing voorschriften 1 Bij de subsidieverstrekking ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld, past het bestuur van een fonds in elk geval het navolgende overeenkomstig toe: a. artikel 4 de ambtshalve verstrekking, bedoeld in; b. artikel 14i de rekenregel, bedoeld in, met dien verstande dat: 1°. artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2° in het eerste lid in plaats van ‘’ dient te worden gelezen: een regeling als bedoeld in; 2°. In het tweede lid in plaats van ‘afgewezen BIS-aanvrager met een positieve beoordeling’ dient te worden gelezen: afgewezen fondsaanvrager met positieve beoordeling; en 3°. voor zover het negatief subsidieadvies met positieve beoordeling van de instelling een advies over subsidiehoogte bevat, de subsidie 50 procent van het geadviseerde jaarbedrag bedraagt; c. artikel 14j, tweede lid ingeval van overschrijding van het in het kader van zijn subsidieverstrekking vast te stellen subsidieplafond, de methode van herverdeling, bedoeld in; en d. artikel 28 de hardheidsclausule, bedoeld in. 2 Het bestuur van een fonds voorziet verder in een wijze van verantwoording van de subsidie door onder hem ressorterende afgewezen fondsaanvragers, die zo veel mogelijk aansluit bij zijn gebruikelijke voorschriften daaromtrent. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27l — Artikel 27l Verplichting: geen dubbele subsidiëring#
Artikel 27l Verplichting: geen dubbele subsidiëring Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende afgewezen fondsaanvrager met een positieve beoordeling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld. 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 2021 4353 27-01-2021 25-01-2021 26718194 28-01-2021 Artikel II van Stcrt. 2020/4353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 28 — Artikel 28 Hardheidsclausule#
Artikel 28 Hardheidsclausule Artikel 6.1 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 29 — Artikel 29 Regeling op het specifiek cultuurbeleid Wijziging#
Artikel 29 Regeling op het specifiek cultuurbeleid Wijziging Wijzigt de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020 11-04-2017
Artikel 30 — Artikel 30 Citeertitel#
Artikel 30 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19. 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 2020 31493 11-06-2020 08-06-2020 24686911 12-06-2020
Artikel 31 — Artikel 31 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 31 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 artikel 29, onderdeel B Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt voor wat betreft, terug tot en met 11 april 2017. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024. 3 Voor zover er na 31 december 2023 ter zake van deze regeling nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig deze regeling zoals die luidde op 31 december 2023 plaats. 4 Op 31 december 2023 bestaande aanspraken en verplichtingen op grond van deze regeling blijven na die datum in stand. 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 2022 5451 24-02-2022 16-02-2022 31473255 25-02-2022
Artikel 10#
artikel 10
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid, onderdeel c
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°
Artikel 9#
artikel 9
Artikel 1#
artikel 1, onderdeel d
Artikel 9#
artikel 9
Artikel 1#
artikel 1, onderdeel d
Artikel 9#
artikel 9