Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 september 2020, nr. WJZ/ 20210006, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energie en klimaattransitie in 2020
- BWB-id
- BWBR0044108
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044108
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044108&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044108&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044108/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; allesvergisting: 3 biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van de nummers 400, 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom ten minste 25 Nmaardgasequivalent per ton bedraagt; beschermingszone: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 beschermingszone als bedoeld in appendix b bij; besluit: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; Besluit SDE: Besluit stimulering duurzame energieproductie , zoals dit luidde tot 1 november 2020; biosyngas: mengsel van gassen dat is geproduceerd door vergassing van biomassa en dat geen nadere bewerking tot methaan heeft ondergaan; COP-waarde: coëfficiënt van prestatie uitgedrukt in de hoeveelheid afgegeven warmte aan de condensorzijde per hoeveelheid opgenomen elektriciteit; doublet: combinatie van naast elkaar liggende diepboringen die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput; gebouw: artikel 1 van de Woningwet artikel 1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 bouwwerk als bedoeld inniet zijnde een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in; hernieuwbare warmte: artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong nuttig aangewende warmte als bedoeld in; ketel: installatie waarin brandstof wordt verstookt waarbij de verbrandingswarmte met behulp van een warmtewisselaar wordt overgedragen aan een vloeistof; koolstofdioxide-arme warmte: artikel 1 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte als bedoeld in; monomestvergisting: biologische afbraakreacties van uitsluitend vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren; minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%; nominaal elektrisch rendement: quotiënt van het nominaal elektrisch vermogen en: a. de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor; en b. het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus; nominaal vermogen: maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, koolstofdioxide-arme warmte of hernieuwbaar gas en dat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik, waarbij in het geval van geothermische productie-installaties het nominaal vermogen dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%; NTA 8003: 2017: Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2017; primaire waterkering: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 primaire waterkering als bedoeld in appendix b bij; restwarmte: onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in de bedrijfsvoering van een onderneming wordt opgewekt en die zonder nuttige aanwending ongebruikt terecht zou komen in lucht of water en die ten tijde van het verrichten van de aanvraag niet nuttig wordt aangewend; richtlijn (EU) 2018/2001: Richtlijn nr. 2018/2001 /EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328); stadsverwarming: artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet warmtelevering aan een warmtenet als bedoeld in, waarbij de warmte door een producent wordt geleverd ten behoeve van ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen van gebouwen; thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van: a. verbranding; b. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand; of c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van waterkracht waarbij het nominaal vermogen wordt benut; verwarming van gebouwde omgeving: stadsverwarming of ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen in een gebouw, niet zijnde een kas, waarbij de producent de warmte rechtstreeks levert aan het desbetreffende gebouw; voorliggende waterkering: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 voorliggende waterkering als bedoeld in appendix b bij; waterstaatswerk: bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 waterstaatswerk als bedoeld in appendix b bij; zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2: harde zeewering en zachte zeewering van Maasvlakte 2 als bedoeld in bijlage 1 van de concessie aan het Havenbedrijf Rotterdam N.V. te Rotterdam, bij Koninklijk Besluit van 23 mei 2008, nr. 08.001524. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 4 6 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 14, eerste lid 16, eerste lid 18 20 22, eerste lid 24 26, eerste lid 28, eerste lid 30 32 34 36, eerste lid 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid 46, eerste lid 48, eerste lid 50, eerste lid 52, eerste lid 54, eerste lid 56, eerste lid 58, eerste lid 60, eerste lid 62, eerste lid 64, eerste lid 66 68 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte en voor de vermindering van broeikasgas op grond van de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, die wordt aangevraagd in de periode van 24 november 2020, 09:00 uur, tot 17 december 2020, 17:00 uur, bedraagt € 5.000.000.000. 2 artikel 68 Het productieplafond voor het verlenen van subsidie op grond vandie wordt aangevraagd in het eerste lid genoemde periode voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide: a. waarvan koolstofdioxide afkomstig is als bijproduct van producenten uit de sectoren met sbi-codes 6, 8 tot en met 33, 38, 35.2 en 35.3 bedraagt 108.000.000.000 kg; en b. waarvan koolstofdioxide afkomstig is als bijproduct van producenten uit de sector met sbi-code 35.1 bedraagt 45.000.000.000 kg. 3 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 4 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend. 5 artikel 2, vijfde lid artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht De minister beslist afwijzend op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie kan worden overgelegd met gebruikmaking van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld of indien geen gedoogplichtbeschikking op grond van, often aanzien van de beoogde locatie voor het plaatsen van de productie-installatie kan worden overgelegd. 6 artikel 68, onderdelen c en d bijlage 1 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,– alsmede een subsidie als bedoeld in, worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na afgifte van die beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen intot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger en onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen vier weken na afgifte van de beschikking heeft aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven. 7 artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 Het zesde lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 8 artikel 48 van het besluit of het Besluit SDE Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het zesde lid de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld in, van de beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt nog niet zijn aangevangen bij elkaar opgeteld. 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 17-11-2020 01-11-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 4, onderdeel c artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 2 artikel 20 38, eerste lid 50, eerste lid artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 3 artikel 30, onderdeel f, artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het besluit Productie-installaties als bedoeld inworden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 4 artikelen 18 20 22, eerste lid 24 26, eerste lid, onderdelen a en b 30, onderdeel f 34 36, eerste lid 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid 46, eerste lid 48, eerste lid 50, eerste lid 68 artikel 3, vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,, enworden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 5 artikelen 4 6 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 14, eerste lid artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 6 artikel 16, eerste lid artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt en dat bij de benutting van de opgetelde kWh, bedoeld in artikel 15, vierde lid van het besluit, geldt dat de productie wordt verdeeld in een deel netlevering en een deel niet-netlevering op basis van de verhouding tussen de geproduceerde energie die aan het net geleverd is en de energie die niet aan het net geleverd is in het voorgaande jaar. 7 artikelen 18 20 22, eerste lid 24 26, eerste lid artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 8 artikelen 18 20 22, eerste lid 24 26, eerste lid artikel 32, zesde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 9 artikel 34 artikel 36, eerste lid artikel 32, zevende lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in deen, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 10 artikelen 28, eerste lid 30 34 36, eerste lid 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid 46, eerste lid 48, eerste lid 50, eerste lid 52, eerste lid artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 11 artikelen 34, onderdelen b, d en f 36, eerste lid, onderdeel b 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid 46, eerste lid 48, eerste lid 50, eerste lid artikel 48, zevende lid van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 12 artikelen 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 14, eerste lid 18 20 34 artikel 56, tweede lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in. 13 artikelen 32 54, eerste lid 56, eerste lid 58, eerste lid 62, eerste lid 64, eerste lid 68 artikel 55j, derde en vierde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in de,,,,,, en, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in, met dien verstande dat het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 55j, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 14 artikel 60, eerste lid artikel 55j, derde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in, met dien verstande dat het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld ten hoogste 100% bedraagt van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 15 artikel 66 artikel 55j, derde lid, van het besluit Productie-installaties als bedoeld in, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld inmet dien verstande dat het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld ten hoogste 100% bedraagt van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 17-11-2020 01-11-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: a. in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter; b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter; of c. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 4 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 6 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 10 12 14 bijlage 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in de,of, die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,5 m/s; b. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; c. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; d. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; e. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of f. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging vijftien jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste 13 jaar voordien in gebruik is genomen. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 8, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 bijlage 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, met een tiphoogte kleiner dan of gelijk aan 150 meter, die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,5 m/s; b. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; c. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; d. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; e. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of f. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging vijftien jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste dertien jaar voordien in gebruik is genomen. 4 De subsidieontvanger toont bij de indiening van de aanvraag aan dat voor de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, op de locatie waar de productie-installatie wordt opgericht, een hoogterestrictie op grond van landelijke wet- en regelgeving in verband met de aanwezigheid van een luchthaven in de omgeving van toepassing is waardoor de tiphoogte van de windturbine beperkt is tot 150 meter of lager. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 10, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 bijlage 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht binnen het waterstaatswerk of een beschermingszone van een voorliggende waterkering, dan wel binnen het waterstaatswerk of de zeewaartsgerichte beschermingszone van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, dan wel in de harde zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2, en die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,5 m/s; b. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; c. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; d. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; e. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of f. < 6,75 m/s. 2 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging vijftien jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste 13 jaar voordien in gebruik is genomen. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 12, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, en waarvan de fundering volledig in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat, waarbij het hart van de fundering op een afstand van ten minste 25 meter van de waterkant staat. 2 Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging vijftien jaar op de desbetreffende locatie in gebruik is geweest en op het moment van aanvragen ten minste 13 jaar voordien in gebruik is genomen. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 14, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A: a. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; b. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht; c. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen, niet met een gebouw verbonden, op land staan; d. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen, niet met een gebouw verbonden, op land staan, en automatisch met de stand van de zon meebewegen door middel van een zonvolgsysteem; e. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen drijven op water; of f. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen drijven op water en automatisch met de stand van de zon meebewegen door middel van een zonvolgsysteem. 2 Voor de werking van dit artikel wordt onder gebouw tevens verstaan een aan de grond gebonden overkapping ten behoeve van het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 16, eerste lid, onderdeel a De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen achttien maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 16, eerste lid, onderdeel b De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 artikel 16, eerste lid, onderdelen c, d, e en f De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 5 artikel 16, eerste lid, onderdeel a artikel 3, eerste en tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling Op aanvragen van een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie als bedoeld in, isniet van toepassing. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 18 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 18 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Besluit SDE De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt als productie-installaties voor de productie van elektriciteit of warmte en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 20 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering en waarbij ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie van biogas nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie, bedoeld in het eerste lid, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 22, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24 Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 24 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit: a. biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017; of b. biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van B-Hout als bedoeld in nummers 100, 150, 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 26, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die uitsluitend voorziet in de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, en waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren waarbij de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van kassen of fotovoltaïsche zonnepanelen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector, met een totaal thermisch vermogen: a. groter dan of gelijk aan 140 kWth en kleiner dan 1 MWth; of b. groter dan of gelijk aan 1 MWth. 2 Het vermogen in kWth van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de apertuuroppervlakte in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7. 3 artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZ-subsidies Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt indien reeds op basis vansubsidie is verstrekt. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 28, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 28, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie met een vermogen tot 20 MW, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen dieper gelegen dan de formatielagen van de Noordzee Groep en met een diepte van ten minste 500 meter; b. een productie-installatie met een vermogen van ten minste 20 MW, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen dieper gelegen dan de formatielagen van de Noordzee Groep en met een diepte van ten minste 500 meter; c. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen dieper gelegen dan de formatielagen van de Noordzee Groep en met een diepte van ten minste 500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor verwarming van de gebouwde omgeving; d. een productie-installatie met een vermogen tot 20 MW, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput dieper gelegen dan de formatielagen van de Noordzee Groep en met een diepte van ten minste 500 meter; e. een productie-installatie met een vermogen van ten minste 20 MW, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput dieper gelegen dan de formatielagen van de Noordzee Groep en met een diepte van tenminste 500 meter; f. Besluit SDE een productie-installatie als bedoeld in de onderdelen a, b, d of e, waarvoor op het moment van aanvragen reeds een subsidie is verleend op grond van het, die wordt uitgebreid met ten minste één aanvullende put dieper gelegen dan de formatielagen van de Noordzee Groep en met een diepte van ten minste 500 meter; of g. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 4.000 meter. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 30 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 30 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen gelegen in de formatielagen van de Noordzeegroep met een diepte van ten minste 500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth; of b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen gelegen in de formatielagen van de Noordzeegroep met een diepte van ten minste 500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van de gebouwde omgeving. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 32 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 32 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of f. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 34 Subsidie als bedoeld inwordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 34 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering: a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn; of b. waarmee hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, bedoeld in het eerste lid, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 36, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 36, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003: 2017, met een brander in een ketel. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 38, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 38, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt; d. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt; e. ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt; f. ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt; g. ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt; h. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of i. ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 40, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 40, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van biomassa als bedoeld in NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 42, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 42, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 10 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in onderdelen a en b. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, levert de warmte uitsluitend ten behoeve van de verwarming van gebouwde omgeving. 4 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 44, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 44, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte of hernieuwbare elektriciteit en warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de stoomketel nieuw is waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in onderdelen a en b. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 46, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 46, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, door middel van verbranding van houtpellets, met een brander in een ketel, een oven of een fornuis met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MWth waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in onderdelen a en b. 2 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 48, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 48, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 Besluit SDE De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 95% van de energetische waarde biogeen. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 50, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 50, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte die vrijkomt bij het composteren van uitsluitend biomassa als bedoeld in nummer 256 van de NTA 8003: 2017, met een vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 95% van de energetische waarde biogeen. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 52, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 52, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit oppervlaktewater en opgewaardeerd door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid: a. heeft een seizoensopslag van warmte die niet wordt gebruikt voor koudelevering; en b. levert uitsluitend warmte aan de gebouwde omgeving;. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 54, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 54, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit drinkwater of afvalwater door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, levert uitsluitend warmte aan de gebouwde omgeving. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 56, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 56, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 17-11-2020 01-11-2020
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie die integraal onderdeel uitmaakt van een nieuwe tuinbouwkas. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid: a. maakt gebruik van een optisch en zonvolgend systeem waarbij zonlicht wordt geconcentreerd op collectorbuizen met een thermisch vermogen dat ten minste vier keer het nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp bedraagt; b. maakt gebruik van seizoensopslag van warmte die niet wordt gebruikt voor koudelevering; en c. maakt gebruik van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 5,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 58, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 58, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van elektriciteit in een ketel. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth, waarbij de geproduceerde warmte wordt toegepast in een systeem met een ontwerptemperatuur van ten minste 100 °C. 3 Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het vermogen van de elektroboiler. 4 Het vermogen van de elektroboiler is niet groter dan het thermisch vermogen van de op de locatie aanwezige boilers die gestookt worden op fossiele brandstoffen. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 artikel 60, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 60, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van: a. een gesloten warmtepomp of compressiewarmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth; b. een open warmtepomp of mechanische damprecompressie-installatie met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 8,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, produceert warmte ten behoeve van een industriële toepassing en levert geen koude. 2020 54584 16-10-2020 14-10-2020 WJZ/20247236 2020 54584 16-10-2020 14-10-2020 WJZ/20247236 01-11-2020 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 62, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 artikel 62, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld met een thermisch vermogen van ten minste 5 MWth en naar een andere locatie wordt getransporteerd waar deze warmte nuttig wordt aangewend, waarbij: a. transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding; of b. transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding en de warmte wordt opgewaardeerd met een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0. 2 De transportleiding, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kent ten minste 0,3833 kilometer transportleiding per MWth gezamenlijk outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties. 3 De levering van stoom wordt uitgesloten van subsidie. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 artikel 64, eerste lid Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 64, eerste lid De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van waterstof geproduceerd door een productie-installatie die waterstof produceert met behulp van elektrolyse met een nominale capaciteit van ten minste 500 kW. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 artikel 66 Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 66 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces en ten minste de compressor nieuw is; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces en ten minste de compressor nieuw is; c. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of d. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een nieuw productieproces en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 artikel 68 Subsidie als bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 68 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt: a. de periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de vierde fase sluit op 17 december 2020, 17:00 uur; b. artikelen 10, eerste lid 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,,, en, per respectieve fase vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 fase periode openstelling fasebedrag in euro/1000 kg broeikasgas 1 Van 24 november 2020, 9:00 uur tot 30 november 2020, 17:00 uur 65 2 Van 30 november 2020, 17:00 uur tot 7 december 2020, 17:00 uur 85 3 Van 7 december 2020, 17:00 uur tot 14 december 2020 17:00 uur 180 4 14 december 2020 17:00 uur tot 17 december 2020 17:00 uur 300 2 artikelen 10, eerste lid artikel 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het besluit Voor de fase een tot en met vier bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag bedoeld in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,enen, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde en zesde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie fasebedrag in euro/kWh Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0652 0,0689 0,0867 0,1090 Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0652 0,0689 0,0867 0,1090 Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0652 0,0689 0,0867 0,0970 Artikel 6 Osmose 0,0652 0,0689 0,0867 0,1090 Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0400 0,0400 0,0400 0,0400 Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,0420 0,0420 0,0420 0,0420 Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0450 0,0450 0,0450 0,0450 Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0480 0,0480 0,0480 0,0480 Artikel 8, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0520 0,0520 0,0520 0,0520 Artikel 8, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s 0,0552 0,0560 0,0560 0,0560 Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,0450 0,0450 0,0450 0,0450 Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,0470 0,0470 0,0470 0,0470 Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, hoogtebeperkt 0,0520 0,0520 0,0520 0,0520 Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, hoogtebeperkt 0,0550 0,0550 0,0550 0,0550 Artikel 10, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s, hoogtebeperkt 0,0552 0,0589 0,0590 0,0590 Artikel 10, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s, hoogtebeperkt 0,0552 0,0589 0,0630 0,0630 Artikel 12, eerste lid, onderdeel a Wind op waterkeringen, ≥ 8,5 m/s 0,0430 0,0430 0,0430 0,0430 Artikel 12, eerste lid, onderdeel b Wind op waterkeringen, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,0460 0,0460 0,0460 0,0460 Artikel 12, eerste lid, onderdeel c Wind op waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0490 0,0490 0,0490 0,0490 Artikel 12, eerste lid, onderdeel d Wind op waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0520 0,0520 0,0520 0,0520 Artikel 12, eerste lid, onderdeel e Wind op waterkeringen, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0552 0,0570 0,0570 0,0570 Artikel 12, eerste lid, onderdeel f Wind op waterkeringen, < 6,75 m/s 0,0552 0,0589 0,0610 0,0610 Artikel 14, eerste lid 2 Wind in meer, water ≥ 1 km 0,0552 0,0589 0,0590 0,0590 Artikel 16, eerste lid, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,0748 0,0785 0,0800 0,0800 Artikel 16, eerste lid, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0694 0,0731 0,0740 0,0740 Artikel 16, eerste lid, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, op land 0,0595 0,0632 0,0690 0,0690 Artikel 16, eerste lid, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op land 0,0595 0,0632 0,0690 0,0690 Artikel 16, eerste lid, onderdeel e Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0595 0,0632 0,0800 0,0800 Artikel 16, eerste lid, onderdeel f Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0595 0,0632 0,0800 0,0800 Artikel 18, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0359 0,0396 0,0569 0,0640 Artikel 18, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0458 0,0526 0,0680 0,0680 Artikel 18, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,0458 0,0526 0,0845 0,0880 Artikel 20 Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0359 0,0396 0,0569 0,0640 Artikel 22, eerste lid Verbeterde slibgisting RWZI, gas 0,0359 0,0396 0,0420 0,0420 Artikel 24 RWZI bestaande slibgisting, gas 0,0300 0,0300 0,0300 0,0300 Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,0359 0,0396 0,0569 0,0730 Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Biomassavergassing (uitgezonderdB-hout) 0,0359 0,0396 0,0569 0,0790 Artikel 28, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,0547 0,0592 0,0807 0,0950 Artikel 28, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,0477 0,0522 0,0737 0,0800 Artikel 30, onderdelen a en d Diepe geothermie < 20 MWth, basislast 0,0382 0,0425 0,0440 0,0440 Artikel 30, onderdelen b en e Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0380 0,0410 0,0410 0,0410 Artikel 30, onderdeel c Diepe geothermie, verwarming gebouwde omgeving 0,0378 0,0421 0,0623 0,0830 Artikel 30, onderdeel f Diepe geothermie basislast, aanvullende put 0,0310 0,0310 0,0310 0,0310 Artikel 30, onderdeel g Geothermie, diepte ≥ 4.000 meter 0,0381 0,0424 0,0631 0,0650 Artikel 32, onderdeel a Ondiepe geothermie, basislast 0,0438 0,0471 0,0600 0,0600 Artikel 32, onderdeel b Ondiepe geothermie voor verwarming gebouwde omgeving 0,0438 0,0471 0,0629 0,0810 Artikel 34,onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0477 0,0522 0,0600 0,0600 Artikel 34,onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0565 0,0606 0,0670 0,0670 Artikel 34, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0576 0,0620 0,0620 0,0620 Artikel 34, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0663 0,0735 0,0740 0,0740 Artikel 34, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,0576 0,0652 0,0980 0,0980 Artikel 34, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0863 0,0935 0,1210 0,1210 Artikel 36, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting RWZI, warmte 0,0290 0,0290 0,0290 0,0290 Artikel 36, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting RWZI, gecombineerde opwekking 0,0440 0,0440 0,0440 0,0440 Artikel 38, eerste lid Ketel vloeibare biomassa 0,0477 0,0522 0,0690 0,0690 Artikel 40, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0470 0,0470 Artikel 40, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0460 0,0460 Artikel 40, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0460 0,0460 Artikel 40, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0450 0,0450 Artikel 40, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0450 0,0450 Artikel 40, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0440 0,0440 Artikel 40, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0440 0,0440 Artikel 40, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0440 0,0440 Artikel 40, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0440 0,0440 Artikel 42, eerste lid Grote ketel op B-hout 0,0270 0,0270 0,0270 0,0270 Artikel 44, eerste lid Ketel stadsverwarming op houtpellets 0,0387 0,0432 0,0647 0,0660 Artikel 46, eerste lid Stoomketel op houtpellets 0,0387 0,0432 0,0640 0,0640 Artikel 48, eerste lid Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0447 0,0492 0,0520 0,0520 Artikel 50, eerste lid Verlengde levensduur ketel vaste of vloeibare biomassa 0,0310 0,0310 0,0310 0,0310 Artikel 52, eerste lid Composteringsinstallatie champost 0,0430 0,0430 0,0430 0,0430 Artikel 54, eerste lid , Thermische energie uit oppervlaktewater 0,0508 0,0541 0,0699 0,0900 Artikel 56, eerste lid Thermische energie uit drink- of afvalwater 0,0508 0,0541 0,0699 0,0770 Artikel 58, eerste lid Daglichtkas 0,0360 0,0397 0,0573 0,0770 Artikel 60, eerste lid Elektroboiler 0,0387 0,0432 0,0647 0,0720 Artikel 62, eerste lid, onderdeel a Industriële warmtepomp (gesloten) 0,0352 0,0380 0,0380 0,0380 Artikel 62, eerste lid, onderdeel b Industriële warmtepomp (open) 0,0369 0,0370 0,0370 0,0370 Artikel 64, eerste lid, onderdeel a Restwarmtebenutting (zonder warmtepomp) 0,0330 0,0330 0,0330 0,0330 Artikel 64, eerste lid, onderdeel b Restwarmtebenutting (met warmtepomp) 0,0347 0,0380 0,0440 0,0440 Artikel 66 Waterstof uit elektrolyse 0,0512 0,0556 0,0764 0,1030 Artikel regeling categorie 2 Maximum fasebedrag in euro/1.000 kg CO Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Artikel 68, onderdeel a Bestaande afvang koolstofdioxide bij bestaand proces (ten hoogste 4.000 vollasturen) 86,9640 86,9640 86,9640 86,9640 Artikel 68, onderdeel b Bestaande afvang koolstofdioxide bij bestaand proces (ten hoogste 8.000 vollasturen) 62,4760 62,4760 62,4760 62,4760 Artikel 68, onderdeel c Nieuwe afvang koolstofdioxide bij bestaand proces 96,1773 100,3310 100,3310 100,3310 Artikel 68, onderdeel d Nieuwe afvang koolstofdioxide bij nieuw proces 92,3040 92,3040 92,3040 92,3040 3 artikelen 4 6 8, eerste lid 10, eerste lid 12, eerste lid 14, eerste lid 16, eerste lid 18 20 22, eerste lid 24 26, eerste lid 28, eerste lid 30 32 34 36, eerste lid 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid 46, eerste lid 48, eerste lid 50, eerste lid 52, eerste lid 54, eerste lid 56, eerste lid 58, eerste lid 60, eerste lid 62, eerste lid 64, eerste lid 66 In afwijking van de fasebedragen genoemd in de derde, vierde, vijfde en zesde kolom van de tabel in het tweede lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, enhet fasebedrag in euro per kWh in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is. 4 artikel 68 In afwijking van de fasebedragen genoemd in de derde, vierde, vijfde of zesde kolom van de tabel in het tweede lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld inhet fasebedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per 1.000 kg broeikasgas lager is dan het fasebedrag, genoemd in de respectievelijke derde, vierde, vijfde of zesde kolom van de tabel in het tweede lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 artikel 58, tweede lid, van het besluit Het rangschikkingsbedrag, bedoeld voor de vergelijking van de fasebedragen op grond vanwordt berekend volgens de formule in het tweede lid en ten behoeve van de uitdrukking in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas vermenigvuldigd met de factor 1.000 en afgerond op drie decimalen. 2 De formule voor de berekening van het rangschikkingsbedrag luidt a. voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en de langetermijnenergieprijs als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel; b. voor productie-installaties voor vermindering van broeikasgas: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en het langetermijnbroeikasgasbedrag als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel. 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie Langetermijn energieprijs of langetermijnbroeikasgasbedrag in euro/kWh 2 Omrekenfactor in kg CO/ kWh Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,053 0,187 Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,053 0,187 Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,053 0,187 Artikel 6 Osmose 0,053 0,187 Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,043 0,187 Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,043 0,187 Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,043 0,187 Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,043 0,187 Artikel 8, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,043 0,187 Artikel 8, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s 0,043 0,187 Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187 Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187 Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187 Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187 Artikel 10, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187 Artikel 10, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187 Artikel 12, eerste lid, onderdeel a Wind op waterkeringen, ≥ 8,5 m/s 0,043 0,187 Artikel 12, eerste lid, onderdeel b Wind op waterkeringen, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,043 0,187 Artikel 12, eerste lid, onderdeel c Wind op waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,043 0,187 Artikel 12, eerste lid, onderdeel d Wind op waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,043 0,187 Artikel 12, eerste lid, onderdeel e Wind op waterkeringen, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,043 0,187 Artikel 12, eerste lid, onderdeel f Wind op waterkeringen, < 6,75 m/s 0,043 0,187 Artikel 14, eerste lid 2 Wind in meer, water ≥ 1 km 0,043 0,187 Artikel 16, eerste lid, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,0626 0,187 Artikel 16, eerste lid,, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0572 0,187 Artikel 16, eerste lid, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, op land 0,0473 0,187 Artikel 16, eerste lid, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op land 0,0473 0,187 Artikel 16, eerste lid, onderdeel e Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0473 0,187 Artikel 16, eerste lid, onderdeel f Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0473 0,187 Artikel 18, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,024 0,183 Artikel 18, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,024 0,336 Artikel 18, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,024 0,336 Artikel 20 , Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,024 0,183 Artikel 22, eerste lid Verbeterde slibgisting RWZI, gas 0,024 0,183 Artikel 24 RWZI bestaande slibgisting, gas 0,024 0,183 Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,024 0,183 Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Biomassavergassing (uitgezonderd B-hout) 0,024 0,183 Artikel 28, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,040 0,226 Artikel 28, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,033 0,226 Artikel 30, onderdelen a en d Diepe geothermie < 20 MWth, basislast 0,024 0,218 Artikel 30, onderdelen b en e Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,024 0,215 Artikel 30, onderdeel c Diepe geothermie, verwarming gebouwde omgeving 0,024 0,213 Artikel 30, onderdeel f Diepe geothermie basislast, aanvullende put 0,024 0,218 Artikel 30, onderdeel g Geothermie, diepte ≥ 4.000 meter 0,024 0,217 Artikel 32, onderdeel a Ondiepe geothermie, basislast 0,033 0,166 Artikel 32, onderdeel b Ondiepe geothermie voor verwarming gebouwde omgeving 0,033 0,166 Artikel 34,onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,033 0,226 Artikel 34,onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,043 0,207 Artikel 34, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,033 0,379 Artikel 34, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,043 0,359 Artikel 34, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,033 0,379 Artikel 34, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,063 0,359 Artikel 36, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting RWZI, warmte 0,033 0,226 Artikel 36, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting RWZI, gecombineerde opwekking 0,047 0,202 Artikel 38, eerste lid Ketel vloeibare biomassa 0,033 0,226 Artikel 40, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,024 0,226 Artikel 40, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,024 0,226 Artikel 40, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,024 0,226 Artikel 40, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,024 0,226 Artikel 40, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,024 0,226 Artikel 40, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,024 0,226 Artikel 40, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,024 0,226 Artikel 40, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,024 0,226 Artikel 40, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,024 0,226 Artikel 42, eerste lid Grote ketel op B-hout 0,024 0,226 Artikel 44, eerste lid Ketel stadsverwarming op houtpellets 0,024 0,226 Artikel 46, eerste lid Stoomketel op houtpellets 0,024 0,226 Artikel 48, eerste lid Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,030 0,226 Artikel 50, eerste lid Verlengde levensduur ketel vaste of vloeibare biomassa 0,024 0,226 Artikel 52, eerste lid Composteringsinstallatie champost 0,033 0,226 Artikel 54, eerste lid , Thermische energie uit oppervlaktewater 0,040 0,166 Artikel 56, eerste lid Thermische energie uit drink- of afvalwater 0,040 0,166 Artikel 58, eerste lid Daglichtkas 0,024 0,185 Artikel 60, eerste lid Elektroboiler 0,024 0,226 Artikel 62, eerste lid, onderdeel a Industriële warmtepomp (gesloten) 0,024 0,173 Artikel 62, eerste lid, onderdeel b Industriële warmtepomp (open) 0,024 0,199 Artikel 64, eerste lid, onderdeel a Restwarmtebenutting (zonder warmtepomp) 0,024 0,223 Artikel 64, eerste lid, onderdeel b Restwarmtebenutting (met warmtepomp) 0,024 0,165 Artikel 66 Waterstof uit elektrolyse 0,037 0,219 Artikel regeling categorie 2 Langetermijn broeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 2 Emissie-factor in kg CO/1.000 kg CO Artikel 68, onderdeel a Bestaande afvang koolstofdioxide bij bestaand proces (ten hoogste 4.000 vollasturen) 37,895 976,625 Artikel 68, onderdeel b Bestaande afvang koolstofdioxidebij bestaand proces (ten hoogste 8.000 vollasturen) 37,895 976,625 Artikel 68, onderdeel c Nieuwe afvang koolstofdioxide bij bestaand proces 37,895 896,650 Artikel 68, onderdeel d Nieuwe afvang koolstofdioxide bij nieuw proces 37,895 902,549 2020 54584 16-10-2020 14-10-2020 WJZ/20247236 2020 54584 16-10-2020 14-10-2020 WJZ/20247236 01-11-2020 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 11, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2020 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor wat betreft de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in, het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 3° artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopige correctie voor elektriciteitsprijs 2020 in euro/kWh Voorlopige correctie voor waarde garanties van oorsprong 2020 in euro/kWh Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm waaronder vrije stroming en golfenergie 0,109 3.700 0,035 0,049 0 Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,109 5.700 0,035 0,049 0 Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,097 2.600 0,035 0,049 0 Artikel 6 Osmose 0,109 8.000 0,035 0,049 0 Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,040 netto P50-waarde vollasturen 0.029 0,043 0,007 Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,042 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,045 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,048 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 8, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,052 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 8, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s 0,056 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,045 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,047 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, hoogtebeperkt 0,052 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, hoogtebeperkt 0,055 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 10, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s, hoogtebeperkt 0,059 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 10, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s, hoogtebeperkt 0,063 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 12, eerste lid, onderdeel a Wind op waterkeringen, ≥ 8,5 m/s 0,043 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 12, eerste lid, onderdeel b Wind op waterkeringen, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,046 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 12, eerste lid, onderdeel c Wind op waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,049 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 12, eerste lid, onderdeel d Wind op waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,052 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 12, eerste lid, onderdeel e Wind op waterkeringen, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,057 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 12, eerste lid, onderdeel f Wind op waterkeringen, < 6,75 m/s 0,061 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 14, eerste lid 2 Wind in meer, water ≥ 1 km 0,059 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 Artikel 16, eerste lid, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,080 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Niet netlevering: 0,060 Niet netlevering: 0,078 Niet netlevering: 0 Artikel 16, eerste lid, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden systeem 0,074 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 Artikel 16, eerste lid, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, niet gebouwgebonden systeem 0,069 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 Artikel 16, eerste lid, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend niet gebouwgebonden systeem 0,069 1.045 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 Artikel 16, eerste lid, onderdeel e Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,080 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 Artikel 16, eerste lid, onderdeel f Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,080 1190 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 2020 54584 16-10-2020 14-10-2020 WJZ/20247236 2020 54584 16-10-2020 14-10-2020 WJZ/20247236 01-11-2020 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 28, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 29, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbaar gas de basisgasprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2020 vastgesteld op: 1°. artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de energieprijs, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. artikel 31, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit voor de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basisenergie-prijs in eur/kWh Voorlopige correctie voor energieprijs 2020 in eur/kWh Artikel 18, onderdeel a Allesvergisting 0,064 8.000 0,016 0,020 Artikel 18, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW 0,068 8.000 0,016 0,020 Artikel 18, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW 0,088 8.000 0,016 0,020 Artikel 20, eerste lid Biomassavergisting verlengde levensduur 0.064 8.000 0,016 0,020 Artikel 22, eerste lid Verbeterde slibgisting bij rioolwater-zuiverings-installaties 0,042 8.000 0,016 0,020 Artikel 24 Rioolwaterzuiveringsinstallaties bestaande slibgisting 0,030 8.000 0,016 0,020 Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,073 7.500 0,016 0,020 Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Biomassavergassing (uitgezonderd B-hout) 0,079 7.500 0,016 0,020 2020 54584 16-10-2020 14-10-2020 WJZ/20247236 2020 54584 16-10-2020 14-10-2020 WJZ/20247236 01-11-2020 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 44, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 45, eerste lid, van het besluit de basisenergieprijs, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2020 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de energie- of elektriciteitsprijs, bedoeld in, ofhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 47, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh; en 3°. artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Voor wat betreft de correcties, bedoeld inhet in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergie-prijs in euro/kWh Voorlopige correctie voor energieprijs 2020 in euro/kWh Andere correctie 2020 in euro/kWh Artikel 28, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,095 600 0,030 0,035 0,005 Artikel 28, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,080 600 0,023 0,028 0,005 Artikel 30, onderdelen a en d Diepe geothermie < 20 MWth, basislast 0,044 6.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 30, onderdelen b en e Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,041 6.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 30, onderdeel c Diepe geothermie, verwarming gebouwde omgeving 0,083 3.500 0,016 0,020 0,005 Artikel 30, onderdeel f Diepe geothermie basislast, aanvullende put 0,031 6.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 30, onderdeel g Geothermie, diepte ≥ 4.000 meter 0,065 7.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 34,onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,060 7.000 0,023 0,028 0,005 Artikel 34,onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,067 7.622 0,029 0,038 0,003 Artikel 34, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,062 7.000 0,023 0,028 0,005 Artikel 34, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,074 7.353 0,029 0,039 0,003 Artikel 34, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,098 7.000 0,023 0,028 0,005 Artikel 34, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,121 6.374 0,049 0,059 0,003 Artikel 36, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting RWZI, warmte 0,029 7.000 0,023 0,028 0,005 Artikel 36, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting RWZI, gecombineerde opwekking 0,044 5.729 0,033 0,043 0,002 Artikel 38, eerste lid Ketel vloeibare biomassa 0,069 7.000 0,023 0,028 0,005 Artikel 40, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,047 4.500 0,016 0,020 0,005 Artikel 40, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,046 5.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 40, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,046 5.500 0,016 0,020 0,005 Artikel 40, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,045 6.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 40, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,045 6.500 0,016 0,020 0,005 Artikel 40, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,044 7.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 40, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,044 7.500 0,016 0,020 0,005 Artikel 40, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,044 8.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 40, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,044 8.500 0,016 0,020 0,005 Artikel 42, eerste lid Grote ketel op B-hout 0,027 7.500 0,016 0,020 0,005 Artikel 44, eerste lid Ketel stadsverwarming op houtpellets 0,066 6.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 46, eerste lid Stoomketel op houtpellets 0,064 8.500 0,016 0,020 0,005 Artikel 48, eerste lid Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,052 3.000 0,021 0,025 0,005 Artikel 50, eerste lid Verlengde levensduur ketel vaste of vloeibare biomassa 0,031 8.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 52, eerste lid Composteringsinstallatie champost 0,043 5.200 0,023 0,028 0,005 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 17-11-2020 01-11-2020
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 55f, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. voor de vermindering van broeikasgas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 55g, eerste lid, van het besluit het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, voor de vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2020 vastgesteld op: 1°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor wat betreft de prijs van het primaire product, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh; en 3°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor wat betreft de correcties, bedoeld inhet in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro per kWh Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro per kWh Voorlopige correctie productprijs 2020 in euro per kWh Voorlopige correctie ETS 2020 in euro per kWh Artikel 54, eerste lid , Thermische energie uit oppervlaktewater 0,090 3.500 0,030 0,035 0,005 Artikel 56, eerste lid Thermische energie uit drink- of afvalwater 0,077 6.000 0,030 0,035 0,005 Artikel 58, eerste lid Daglichtkas 0,077 3.850 0,016 0,020 0,005 Artikel 60, eerste lid Elektroboiler 0,072 2000 0,016 0,020 0,005 Artikel 62, eerste lid, onderdeel a Industriële warmtepomp (gesloten) 0,038 8.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 62, eerste lid, onderdeel b Industriële warmtepomp (open) 0,037 8.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 64, eerste lid, onderdeel a Restwarmtebenutting (zonder warmtepomp) 0,033 6.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 64, eerste lid, onderdeel b Restwarmtebenutting (met warmtepomp) 0,044 6.000 0,016 0,020 0,005 Artikel 66 Waterstof uit elektrolyse 0,103 2.000 0,027 0,032 0,000 Artikel 32, onderdeel a Ondiepe geothermie, basislast 0,060 6.000 0,023 0,028 0,005 Artikel 32, onderdeel b Ondiepe geothermie voor verwarming gebouwde omgeving 0,081 3.500 0,023 0,028 0,005 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas Vollasturen Basisbroeikasgasbedragin euro per 1.000 kg broeikasgas Voorlopige correctie productprijs 2020 in euro per 1.000 kg broeikasgas Voorlopige correctie ETS 2020 in euro per 1.000 kg broeikasgas Artikel 68, onderdeel a Afvang en permanente opslag koolstofdioxide (ten hoogste 4.000 vollasturen) 86,964 4.000 25,264 0 25,264 Artikel 68, onderdeel b Afvang en permanente opslag koolstofdioxide (ten hoogste 8.000 vollasturen) 62,476 8.000 25,264 0 25,264 Artikel 68, onderdeel c Afvang en permanente opslag koolstofdioxide (bestaand proces, nieuwe installatie) 100,331 8.000 25,264 0 25,264 Artikel 68, onderdeel d Afvang en permanente opslag koolstofdioxide (nieuw proces, nieuwe installatie) 92,304 8.000 25,264 0 25,264 2 artikelen, 60, eerste lid 66 De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in de, en, die in aanmerking komt voor subsidie bedraagt in de kalenderjaren 2021 tot en met 2026 ten hoogste de productie bij het respectievelijke aantal vollasturen, bedoeld in de onderstaande tabel. Jaar Vollasturen elektroboiler Vollasturen waterstof uit elektrolyse 2021 1.490 0 2022 1.670 0 2023 1.790 1.490 2024 1.860 1.590 2025 1.820 2026 2.330 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 2020 60457 16-11-2020 13-11-2020 WJZ/20269996 17-11-2020 01-11-2020
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2020. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020. 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 2020 48292 22-09-2020 17-09-2020 WJZ/20210006 01-11-2020
Artikel 2#
artikel 2, zesde lid
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 10#
10
Artikel 12#
12