Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 28 september 2020, nr. 2020-0000565150, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering ten behoeve van het ontzorgen van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij de verduurzaming van de gebouwde onroerende zaken die zij in eigendom hebben (Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed)
- BWB-id
- BWBR0044146
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2020-10-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044146
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-specifieke-uitkering-ontzorgingsprogramma-maatschap
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-specifieke-uitkering-ontzorgingsprogramma-maatschap/2020-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044146&g=2020-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044146&z=2026-06-06&g=2020-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044146/2020-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-specifieke-uitkering-ontzorgingsprogramma-maatschap
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: gebouwde onroerende zaak: een gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen; kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren: a. gemeenten met minder dan 25.000 inwoners op 1 oktober 2020; b. schoolbesturen van door het Rijk bekostigde scholen in het primair onderwijs met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; c. schoolbesturen van door het Rijk bekostigde scholen in het voortgezet onderwijs met maximaal vijf gebouwde onroerende zaken in eigendom; d. zorgaanbieders in de langdurige zorg, met uitzondering van ziekenhuizen, en eerstelijnszorg met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; e. sportbedrijven die bestuurlijk en financieel verbonden zijn aan een gemeente met maximaal twintig gebouwde onroerende zaken in eigendom; f. culturele algemeen nut beogende instellingen met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; of g. stichtingen, verenigingen of coöperaties ter exploitatie en beheer van gebouwen met een publieksfunctie, zijnde buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum of gemeenschapscentrum, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt#
Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt 1 De minister kan op aanvraag een eenmalige specifieke uitkering verstrekken aan provincies voor activiteiten die tot doel hebben om kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren te ontzorgen bij het verduurzamen van hun maatschappelijk vastgoed. 2 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten: a. het begeleiden van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij het verduurzamen van gebouwde onroerende zaken die zij in eigendom hebben tot aan het moment van aanbesteding van de maatregelen ter verduurzaming van deze gebouwde onroerende zaken; b. het stimuleren van vraagbundeling bij kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij de verduurzaming van gebouwde onroerende zaken die zij in eigendom hebben; c. het delen van opgedane regionale kennis en ervaring met het Kennis- en innovatieplatform verduurzaming maatschappelijk vastgoed. 3 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten niet de bekostiging van maatregelen ter verduurzaming van de gebouwde onroerende zaken in eigendom van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Hoogte van de uitkering en uitkeringsplafond#
Artikel 3 Hoogte van de uitkering en uitkeringsplafond 1 Een specifieke uitkering bedraagt ten hoogste € 2.000.000 per provincie verminderd met het bedrag aan compensabele BTW. 2 De minister kan in totaal ten hoogste € 24.000.000 aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW. 3 Het bedrag aan compensabele BTW stort de minister in het BTW-compensatiefonds. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraagperiode en wijze van indienen#
Artikel 4 Aanvraagperiode en wijze van indienen 1 Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend vanaf 1 oktober tot en met 13 november 2020. 2 Een aanvraag bevat ten minste: a. artikel 2, eerste lid een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het doel van deze regeling, bedoeld in; b. een omschrijving van het provinciaal duurzaamheidsbeleid voor de gebouwde omgeving, waaronder het maatschappelijk vastgoed; c. een omschrijving van regionale netwerken en structuren die benut worden voor de activiteiten; d. een omschrijving van de doelgroepen van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren die ontzorgd worden; e. het beoogde aantal kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren dat begeleid wordt bij het verduurzamen van de gebouwde onroerende zaken in hun eigendom en het aantal gebouwde onroerende zaken dat zij in eigendom hebben; f. een visie op het stimuleren van vraagbundeling bij kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij de verduurzaming van gebouwde onroerende zaken die zij in eigendom hebben; g. een omschrijving van de borging en deling van opgedane regionale kennis en ervaring; h. een begroting, waaronder het bedrag aan BTW-kosten waarop de provincie aanspraak kan maken uit het BTW-compensatiefonds; en i. de verwachte begin- en einddatum van de activiteiten. 3 Per provincie kan maximaal één keer een specifieke uitkering verstrekt worden. 4 Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: www.rvo.nl/ontzorgingsprogrammamv. 5 De minister beslist binnen 8 weken na het sluiten van de aanvraagtermijn op een aanvraag. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 5 — Artikel 5 In aanmerking komende kosten#
Artikel 5 In aanmerking komende kosten 1 De kosten voor levering van goederen of diensten door derden worden door de aanvrager marktconform bepaald. 2 artikel 2, eerste lid Een specifieke uitkering kan worden verstrekt voor alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in, die zijn opgenomen in de aanvraag. 3 Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor: a. artikel 2, eerste lid kosten voor activiteiten als bedoeld in, die uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd; en b. Wet op het BTW-compensatiefonds Wet op de omzetbelasting 1968 BTW voor zover deze kosten in aanmerking komen voor compensatie op grond van deof aftrek op grond van de. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Beoordeling en weigeringsgronden#
Artikel 6 Beoordeling en weigeringsgronden Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt afgewezen, indien: a. artikel 2, eerste lid de activiteiten in de aanvraag niet vallen onder de activiteiten, bedoeld in; b. bijlage I de aanvraag minder dan 60 punten scoort bij de beoordeling op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in; c. niet aannemelijk is dat de activiteiten in de aanvraag voor 1 januari 2024 zijn afgerond; of d. bijlage I de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Verplichtingen ontvanger specifieke uitkering#
Artikel 7 Verplichtingen ontvanger specifieke uitkering 1 De ontvanger van de eenmalige specifieke uitkering is verplicht om: a. artikel 2, eerste lid de activiteiten, bedoeld in, af te ronden voor 1 januari 2024; b. De minister op verzoek te informeren over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt. 2 Indien de uitvoering van de activiteiten voor de datum, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Bestemming niet-gebruikte middelen#
Artikel 8 Bestemming niet-gebruikte middelen 1 De minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2024. 2 artikel 7, tweede lid In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in, het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2025. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Verantwoording en terugvordering#
Artikel 9 Verantwoording en terugvordering 1 artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De bijlage bij de jaarrekening over het jaar waarvoor de specifieke uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld inen. 2 Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020 en vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed. 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 2020 50645 30-09-2020 28-09-2020 2020-0000565150 01-10-2020
Artikel 6#
artikel 6, onderdelen b en d