Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 juni 2020, kenmerk 1708646-207188-J, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering voor het opzetten van bovenregionale expertisecentra jeugdhulp (Regeling specifieke uitkering opzet expertisecentra jeugdhulp 2020)
- BWB-id
- BWBR0043782
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2021-02-17 t/m 2023-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043782
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-specifieke-uitkering-opzet-expertisecentra-jeugdhul
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-specifieke-uitkering-opzet-expertisecentra-jeugdhul/2021-02-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043782&g=2021-02-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043782&z=2026-06-06&g=2021-02-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043782/2021-02-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-specifieke-uitkering-opzet-expertisecentra-jeugdhul
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: − bovenregionaal gebied: bijlage 1 een cluster van jeugdzorgregio’s in een bepaald gebied zoals gedefinieerd door Onze Minister en de VNG en opgenomen in; − coördinerende gemeente: bijlage 1 de gemeente, genoemd in, die aangewezen is voor de opzet en realisatie van een expertisecentrum jeugdhulp voor het bovenregionaal gebied; − expertisecentrum jeugdhulp: centrum in een bovenregionaal gebied dat ten doel heeft, aanvullend op het reguliere zorgaanbod, jongeren met complexe en meervoudige problematiek de juiste hulp op de juiste plek te geven door 1) het bieden van consultatie en advies, 2) het organiseren van hulp en 3) het organiseren van een kennisfunctie; − jeugdzorgregio: een regionaal samenwerkingsverband waarin de jeugdzorg wordt georganiseerd; − landelijk projectleider: de persoon die vanuit de VNG en het Ministerie van VWS wordt aangesteld om het lerend netwerk expertisecentra vorm te geven en projectleiders in de bovenregionale gebieden te ondersteunen bij de implementatie; − lerend netwerk expertisecentra: een landelijk lerend netwerk met de projectleiders expertisecentra jeugdhulp onder leiding van en georganiseerd door de landelijke projectleider; − minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; − projectleider expertisecentra jeugdhulp: de persoon die door de coördinerende gemeente wordt aangesteld voor het in goede banen leiden van de opzet van het expertisecentrum jeugdhulp binnen het desbetreffende bovenregionale gebied; − SiSa: Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole. SiSa is de manier waarop provincies, gemeenten, gemeenschappelijke regelingen (hierna: medeoverheden) zich per jaar verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen en/of provinciale middelen; − stuurgroep expertisecentra jeugdhulp: bestuurlijke groep met het Ministerie van VWS, de VNG en acht wethouders van de coördinerende gemeenten die verantwoordelijk zijn voor het Jeugddomein; − VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt#
Artikel 2 Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt 1 1 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/06/17/kamerbrief-stand-van-zaken-expertisecentra-jeugdhulp/kamerbrief-over-stand-van-zaken-expertisecentra-jeugdhulp.pdf De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering aan de coördinerende gemeente verstrekken voor activiteiten die nodig zijn voor de opzet en realisatie van het expertisecentrum jeugdhulp voor het bovenregionale gebied via een lerende aanpak conform de uitgangspunten als bedoeld in de Kamerbrief ‘Stand van zaken expertisecentra jeugdhulp’ d.d. 17 juni 2020. 2 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten of zijn ondersteunend aan: a) het aantrekken van een projectleider expertisecentra jeugdhulp en indien nodig ondersteunend personeel; b) het opzetten van een samenwerkingsstructuur van professionals over de domeinen heen en op bovenregionale schaal, met een gezamenlijke werkwijze voor het bieden van advies en consultatie voor meervoudige complexe casuïstiek; c) het inzichtelijk maken van de vraag van en het aanbod voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek in de jeugdregio’s in het bovenregionale gebied; d) de organisatie van hulp voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek in aanvulling op het bestaande aanbod; e) het organiseren en realiseren van een kennisfunctie waarin kennis van professionals uit diverse domeinen gebundeld wordt; f) de participatie en bijdrage vanuit het bovenregionale gebied in het lerend netwerk expertisecentra en stuurgroep expertisecentra jeugdhulp; g) het uittesten en doorontwikkelen van de elementen zoals beschreven in de onderdelen b, c, d, en e aan de hand van praktijkcasuïstiek. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond#
Artikel 3 Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond De specifieke uitkering bedraagt per bovenregionaal gebied ten hoogste: a. Noord-Holland € 1.430.000,– b. Zuid-Holland € 1.710.000,– c. Brabant en Zeeland € 1.445.000,– d. Limburg € 905.000,– e. Groningen, Friesland en Drenthe € 1.120.000,– f. Utrecht en Flevoland € 1.145.000,– g. Gelderland € 1.265.000,– h. Overijssel € 980.000,– 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraag tot verlening#
Artikel 4 Aanvraag tot verlening 1 De aanvraag voor een specifieke uitkering kan door de coördinerende gemeente worden ingediend van 3 juli tot en met 20 juli 2020. 2 De aanvraag wordt ingediend bij het Ministerie van VWS door middel van een aanvraagformulier dat wordt verstrekt aan de coördinerende gemeente. 3 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid. 4 In de aanvraag committeert de coördinerende gemeente zich aan de uitgangspunten van het expertisecentrum jeugdhulp zoals vastgesteld in de VNG Commissie Zorg Jeugd en Onderwijs op 23 april 2020. 5 De aanvraag wordt ondertekend door het bevoegd gezag van de coördinerende gemeente. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Verlening#
Artikel 5 Verlening 1 De minister beslist binnen 6 weken na sluiting van de aanvraagtermijn op een aanvraag. 2 artikel 4, derde lid Bij toepassing van, beslist de minister binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag. 3 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaats vindt. 4 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Verplichtingen#
Artikel 6 Verplichtingen 1 De coördinerende gemeente informeert de minister op verzoek over de voortgang van het opzetten van het expertisecentrum jeugdhulp en de activiteiten die hiervoor ondernomen worden en over de besteding van de middelen uit de specifieke uitkering. 2 De coördinerende gemeente zorgt ervoor dat de projectleider expertisecentra jeugdhulp de landelijke projectleider informeert via het lerend netwerk expertisecentra over de voortgang van het opzetten van het expertisecentrum, de activiteiten die hiervoor ondernomen worden en over de besteding van de middelen uit de specifieke uitkering. 3 De coördinerende gemeente meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien aannemelijk is dat het te realiseren resultaat van de specifieke uitkering, de opzet van een expertisecentrum, niet, niet tijdig of niet geheel wordt verricht. 4 2 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2020Z11393&did=2020D24497 De coördinerende gemeente zorgt ervoor dat de projectleider expertisecentra jeugdhulp het expertisecentrum opzet conform drie functies: 1) consultatie en, 2) organiseren van zorg en 3) kennisontwikkeling, aansluitend op de bestaande bovenregionale infrastructuur, volgens de uitgangspunten voor de uitwerkingsrichting zoals geformuleerd in de Kamerbrief ‘Stand van zaken expertisecentra jeugdhulp’ d.d. 17 juni 2020. 5 De coördinerende gemeente zorgt ervoor dat de projectleider expertisecentra jeugdhulp participeert in het landelijk lerend netwerk expertisecentra dat tot taak heeft te komen tot kwaliteitscriteria voor de expertisecentra jeugdhulp. 6 De coördinerende gemeente zorgt ervoor dat de wethouder die verantwoordelijk is voor het jeugddomein deelneemt aan de stuurgroep expertisecentra jeugdhulp. 7 De activiteiten voor de opzet van het expertisecentrum jeugdhulp zoals bedoeld in deze regeling, zijn uiterlijk op 1 april 2021 afgerond. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 6a — Artikel 6a Verlenging termijn#
Artikel 6a Verlenging termijn 1 artikel 6, zevende lid De minister kan ontheffing verlenen van de termijn, genoemd in, tot en met 31 december 2021, indien door de coördinerende gemeente vóór 1 maart 2021 een onderbouwd verzoek tot verlenging van de projectperiode wordt ingediend. 2 Een verzoek tot verlenging als bedoeld in het eerste lid omvat in ieder geval: a. de datum tot wanneer verlenging gevraagd wordt; b. een onderbouwde begroting voor de periode van 1 april 2021 tot en met de einddatum van de gevraagde verlenging voor de in die periode te verrichten activiteiten, tenzij de verlenging alleen activiteiten betreft waarvoor de in 2020 verstrekte middelen reeds geheel voor 1 april 2021 zijn ingezet, maar die nog niet voor 1 april 2021 zijn afgerond; en c. een activiteitenplan, bestaande uit: 1°. een overzicht van de te verrichten activiteiten in de periode van 1 april 2021 tot en met de einddatum van de verlenging; 2°. een beschrijving van de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering van de activiteiten, bedoeld onder 1°; en 3°. een beschrijving van de met de activiteiten, bedoeld onder 1°, na te streven doelstellingen, resultaten of producten. 2021 7399 16-02-2021 08-02-2021 1820618-217723-J 2021 7399 16-02-2021 08-02-2021 1820618-217723-J 17-02-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Verantwoording#
Artikel 7 Verantwoording 1 artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001 De ontvanger van een specifieke uitkering verstrekt jaarlijks uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op de verlening van de uitkering de verantwoordingsinformatie overeenkomstig het bepaalde in. 2 artikel 17a, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet Daar waar sprake is van overdracht van middelen naar een medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing conform. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Vaststelling en terugvordering#
Artikel 8 Vaststelling en terugvordering 1 artikel 7 Indien in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, is opgenomen dat de activiteiten zijn afgerond, besluit de minister uiterlijk 25 weken na ontvangst van deze informatie over de vaststelling van de specifieke uitkering. 2 De minister stelt de specifieke uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij: a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel hebben plaatsgevonden, of b. niet is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die zijn verbonden aan de specifieke uitkering. 3 Artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Hardheidsclausule#
Artikel 9 Hardheidsclausule De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 10 Inwerkingtreding en vervaldatum Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2023. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering opzet expertisecentra jeugdhulp 2020. 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 2020 35708 03-07-2020 29-06-2020 1708646-207188-J 04-07-2020