Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 september 2020, Kenmerk 1743502-210034-J, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering voor activiteiten ten behoeve van de vastgoedtransitie van de gesloten jeugdhulp (Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020)
- BWB-id
- BWBR0044113
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2021-04-20 t/m 2021-10-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044113
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-specifieke-uitkering-vastgoedtransitie-gesloten-jeu
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-specifieke-uitkering-vastgoedtransitie-gesloten-jeu/2021-04-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044113&g=2021-04-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044113&z=2026-06-06&g=2021-04-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044113/2021-04-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-specifieke-uitkering-vastgoedtransitie-gesloten-jeu
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: – accommodaties gesloten jeugdhulp: Stcrt. accommodaties van instellingen voor gesloten jeugdhulp die opgenomen zijn in het Bekendmakingsbesluit geregistreerde jeugdhulpaanbieders van 17 december 2019 (2019, 68547), – activiteiten vastgoedtransitie: het opvangen van de financiële gevolgen van leegstand of een sluiting als gevolg van de vastgoedtransitie en het doen van investeringen ten behoeve van de huidige en vervangende accommodaties om gesloten jeugdhulp om te vormen tot meer kleinschalige woonvormen, – bovenregionaal gebied: bijlage 1 een cluster van jeugdregio’s zoals gedefinieerd in, – bovenregionaal plan: het document waarin de jeugdhulpregio’s het toekomstperspectief voor de gesloten jeugdhulpinstelling die werkzaam zijn in het bovenregionale gebied hebben uitgewerkt, – coördinerende gemeente: artikel 3 bijlage 1 de gemeente, genoemd inen, die is aangewezen voor het aanvragen van de specifieke uitkering en voor het opstellen en afstemmen van het bovenregionale plan gesloten jeugdhulp, – instemmingsverklaring: een schriftelijke verklaring van de betreffende gesloten jeugdhulpinstelling waaruit blijkt dat deze aanspraak wenst te maken op de door de coördinerende gemeente aangevraagde gelden en dat deze de aanvraag ondersteunt, – jeugdregio: een regionaal samenwerkingsverband waarin gemeenten samenwerken voor het organiseren van de specialistische zorg voor jeugdigen die de schaal van een individuele gemeente te boven gaat, – projectleider vastgoedtransitie: de persoon die door een coördinerende gemeente wordt aangesteld voor het in goede banen leiden van de vastgoedtransitie binnen het desbetreffende bovenregionale gebied, – minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, – SiSa: derde lid van artikel 17a Financiële-verhoudingswet, Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole. SiSa is de manier waarop gemeenten zich per jaar verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen als bedoeld in het – strategisch vastgoedplan: het document dat inzicht geeft in de wijze waarop de aanbieder voor gesloten jeugdhulp vanuit de context van de bestaande accommodaties de vastgoedtransitie wenst vorm te geven op basis van het bovenregionaal plan. – uitgangspuntennotitie: het gezamenlijke document waarin Jeugdzorg Nederland, VNG en VWS de leidende uitgangspunten hebben beschreven van de vastgoedtransitie (te vinden op www.vng.nl en www.jeugdzorgnederland.nl), – vastgoedtransitie: de overgang van de huidige accommodaties gesloten jeugdhulp door sluiting of verbouwing naar meer kleinschalige woonvormen voor jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdhulp – VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten. 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt#
Artikel 2 Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt 1 De minister kan op aanvraag in 2020 eenmalig een specifieke uitkering verstrekken aan een coördinerende gemeente voor activiteiten die in vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2023’ nodig zijn voor de vastgoedtransitie. 2 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten of zijn ondersteunend aan: a. het aantrekken van een projectleider en ondersteunend personeel; b. het opstellen van een bovenregionaal plan voor de accommodaties gesloten jeugdhulp werkzaam in het bovenregionaal gebied; c. het opstellen van een strategisch vastgoedplan voor in ieder geval accommodaties gesloten jeugdhulp; d. het afstoten van een accommodatie gesloten jeugdhulp als gevolg van de vastgoedtransitie; e. het verbouwen van een accommodatie gesloten jeugdhulp als gevolg van de vastgoedtransitie; f. vervangende nieuwbouw als gevolg van vastgoedtransitie. 3 artikel 3, tweede lid De kosten gemoeid met de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onder a en b, mogen gezamenlijk maximaal 5% bedragen van de uitkering voor de desbetreffende coördinerende gemeente, bedoeld in. 4 Het bedrag voor de kosten gemoeid met de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onder c, bedraagt ten hoogste € 15.000 voor een instelling met één accommodatie, te vermeerderen met 5.000 voor elke extra accommodatie gesloten jeugdhulp die de desbetreffende instelling in exploitatie heeft. 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond#
Artikel 3 Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond 1 Het totale bedrag beschikbaar voor de specifieke uitkering bedraagt € 33.500.000 2 artikel 2, eerste lid De specifieke uitkering bestaat uit de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in, en bedraagt per coördinerende gemeente maximaal: Coördinerende gemeente Uitkering a. Groningen € 2.359.155 b. Leeuwarden € 1.078.470 c. Castricum € 943.662 d. Velsen € 2.291.751 e. Ermelo € 539.235 f. Amsterdam € 2.156.942 g. Utrecht € 4.752.012 h. Arnhem € 3.437.626 i. Rotterdam € 10.245.473 j. Roosendaal € 2.123.239 k. Roermond € 3.572.435 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraag tot verlening#
Artikel 4 Aanvraag tot verlening 1 De aanvraag voor een specifieke uitkering dient door de coördinerende gemeente uiterlijk 15 oktober 2020 door de minister ontvangen te zijn. 2 artikel 4:5, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht In geval van een incomplete aanvraag wordt de coördinerende gemeente in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen twee weken aan te vullen, krachtens. 3 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. 4 In de aanvraag committeert de coördinerende gemeente zich aan de uitgangspunten in de Uitgangspuntennotitie. 5 De aanvraag gaat vergezeld van een instemmingsverklaring van het bestuur van de instelling voor gesloten jeugdhulp waarvoor de gemeente de coördinerende rol vervult. 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Verlening en bevoorschotting#
Artikel 5 Verlening en bevoorschotting 1 artikel 4, eerste lid De minister beslist binnen 9 weken na afloop van de periode, bedoeld in. 2 artikel 4, tweede lid De minister neemt de aanvraag niet in behandeling indien de aanvraag incompleet is, met inachtneming van. 3 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt. 4 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald. 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Verplichtingen#
Artikel 6 Verplichtingen 1 De coördinerende gemeente informeert de minister op verzoek over de voortgang van de vastgoedtransitie en de activiteiten die hiervoor ondernomen worden. 2 De coördinerende gemeente meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien aannemelijk is dat het te realiseren resultaat van de specifieke uitkering, de vastgoedtransitie, niet, niet tijdig of niet geheel wordt verricht. 3 bijlage 1 De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat uiterlijk op 1 april 2021 een plan van aanpak vastgesteld is ten aanzien van de jeugdregio’s en de accommodaties gesloten jeugdhulp waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in, met in ieder geval de volgende elementen: a. een beschrijving van de staat van het vastgoed van de accommodaties gesloten jeugdhulp en het aantal plaatsen; b. een analyse van de herkomst van cliënten van accommodaties gesloten jeugdhulp; c. een beschrijving van de uitgangspunten en doelstellingen van de vastgoedtransitie in de jeugdregio’s; d. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de jeugdregio’s, betrekt bij het bovenregionale plan, alsmede hoe de afstemming plaatsvindt met andere jeugdregio’s die gebruik maken van de capaciteit van de accommodaties gesloten jeugdhulp; e. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de landelijke coördinatie van de Vereniging Nederlands Gemeentenen betrekt bij de vorming van het bovenregionale plan; f. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de accommodaties gesloten jeugdhulp betrekt; g. een beschrijving van de planning van de coördinerende gemeente, gericht op het einddoel dat de aan de coördinerende gemeente verleende specifieke uitkering uiterlijk 31 december 2023 besteed is, waaronder in ieder geval: 1°. de datum van de vaststelling van het bovenregionaal plan; 2°. de datum dat de accommodaties gesloten jeugdhulp het strategisch vastgoedplan hebben vastgesteld, dat past binnen het bovenregionaal plan. 4 bijlage 1 De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat de accommodaties gesloten jeugdhulp waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in, uiterlijk op de in het plan van aanpak genoemde datum, bedoeld in het derde lid, beschikt over een strategisch vastgoedplan. 5 De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat uiterlijk op de in het plan van aanpak genoemde datum, bedoeld in het derde lid, een bovenregionaal plan is vastgesteld. 2021 19028 19-04-2021 09-04-2021 1852078-220375-J 2021 19028 19-04-2021 09-04-2021 1852078-220375-J 20-04-2021 01-04-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Verantwoording#
Artikel 7 Verantwoording 1 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De ontvanger van een specifieke uitkering legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in. 2 artikel 17a, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet Daar waar sprake is van overdracht van middelen van een medeoverheid naar een andere medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing, conform. 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Vaststelling en terugvordering#
Artikel 8 Vaststelling en terugvordering 1 artikel 7 Indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt, blijkens de verantwoording, bedoeld in, zijn verricht of hadden moeten zijn verricht, besluit de minister binnen 37 weken over de vaststelling. 2 Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag. 3 Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering op een lager bedrag vast, aan de hand van de gegevens die tot het moment van de vaststelling beschikbaar zijn gesteld. 4 Artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Hardheidsclausule#
Artikel 9 Hardheidsclausule De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 10 Inwerkingtreding en vervaldatum Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 april 2025. 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020. 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 2020 49409 25-09-2020 16-09-2020 1743502-210034-J 26-09-2020