Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 3 april 2020, 1654379-202509-S, houdende een specifieke uitkering voor lokale Sportakkoorden (Regeling Sportakkoord 2020–2022)
- BWB-id
- BWBR0043381
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2022-07-20 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043381
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-sportakkoord-en-leefstijlinterventies-2020-2022
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-sportakkoord-en-leefstijlinterventies-2020-2022/2022-07-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043381&g=2022-07-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043381&z=2026-06-06&g=2022-07-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043381/2022-07-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/regeling-sportakkoord-en-leefstijlinterventies-2020-2022
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: clubkadercoach: functionaris met de opdracht om een pedagogisch sportklimaat te stimuleren bij een sport- en beweegaanbieder; functionaris: iemand die een dienstverband heeft bij een organisatie in het kader van sport en bewegen; living lab: (een) door lokale partijen vastgestelde plaats(en) in wijken, gemeenschappen, instellingen of organisaties waar lokale partijen innovatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen bedenken en testen. lokaal sportakkoord: akkoord waarin door ten minste vier lokale partijen, waaronder ten minste één gemeente en drie sportaanbieders, afspraken zijn gemaakt over het beleid op het gebied van sport en beweging en dat is gebaseerd op het Nationale Sportakkoord; lokale partijen: actoren in het lokale speelveld die een bijdrage leveren aan het lokale sport- en beweegbeleid zoals gemeenten, niet-commerciële sportaanbieders zoals sportverenigingen, commerciële sportaanbieders zoals fitnesscentra, zorgaanbieders zoals fysiotherapeuten en toeleveranciers van sport en beweegmaterialen; minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport; Nationaal Sportakkoord: Nationaal Sportakkoord van 26 juni 2018, Stcrt. 2018, 57536; sportformateur: een door lokale partijen in gezamenlijkheid aangesteld onafhankelijk persoon die het proces om te komen tot een lokaal sportakkoord faciliteert; sportparkmanager: functionaris met als opdracht om de gemeenschappelijke wens van meerdere sport- en beweegaanbieders op een sportpark te coördineren en het organiseren van gezamenlijke activiteiten ten behoeve van het binden van nieuwe doelgroepen, het versterken van sport- en beweegaanbieders en het vergroten van de toeloop op en rond het sportveld; uitkering: artikel 15a in de Financiële-verhoudingswet een specifieke uitkering als bedoeld in verenigingsmanager: functionaris met opdracht om bij een sport- en beweegaanbieder de bedrijfsvoering goed te laten verlopen en het bestuur en commissies procesmatig te ondersteunen; versterken van sport- en beweegaanbieders: verbeteren van de kwaliteit van de organisatie en het sportaanbod, de veiligheid en de toegankelijkheid van de sport- of beweegaanbieder. 2022 16156 22-06-2022 14-06-2022 3378133-1029122-S 2022 16156 22-06-2022 14-06-2022 3378133-1029122-S 23-06-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten die in aanmerking komen voor een uitkering#
Artikel 2 Activiteiten die in aanmerking komen voor een uitkering 1 De minister kan aan een gemeente jaarlijks een uitkering verstrekken voor de kosten van de uitvoering van een lokaal sportakkoord, de uitvoering van een living lab of de inzet van een clubkadercoach, sportparkmanager of verenigingsmanager voor het versterken van sport- en beweegaanbieders. 2 artikel 9 Indien er sprake is van een aanvraag als bedoeld inkan de minister uitsluitend voor het jaar 2020 ook een uitkering verstrekken voor het aanstellen van een sportformateur. 3 Bijlage V De minister verstrekt aan de gemeenten, genoemd in, in 2021 en 2022 ambtshalve een uitkering voor activiteiten op het gebied van gezonde leefstijlinterventies. Het gaat hierbij om de uitvoering van extra interventies, naast het al bestaande aanbod in de gemeente, gericht op de bevordering van een gezonde leefstijl. 2022 16156 22-06-2022 14-06-2022 3378133-1029122-S 2022 16156 22-06-2022 14-06-2022 3378133-1029122-S 23-06-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Kaderregeling Awb Toepasselijkheiden#
Artikel 3 Kaderregeling Awb Toepasselijkheiden 1 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS hoofdstuk 5 Op deze regeling is deniet van toepassing, met uitzondering van. 2 artikelen 4:35 4:48 tot en met 4:50 4:56 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht Op deze regeling zijn de,,envan overeenkomstige toepassing. 2020 20587 14-04-2020 03-04-2020 1654379-202509-S 2020 20587 14-04-2020 03-04-2020 1654379-202509-S 15-04-2020 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte van de uitkering#
Artikel 4 Hoogte van de uitkering Bijlage IV De maximale hoogte van de uitkering per gemeente is de hoogte zoals vastgesteld in. 2020 20587 14-04-2020 03-04-2020 1654379-202509-S 2020 20587 14-04-2020 03-04-2020 1654379-202509-S 15-04-2020 01-01-2020
Artikel 4a — Artikel 4a Hoogte van de uitkering voor leefstijlinterventies#
Artikel 4a Hoogte van de uitkering voor leefstijlinterventies artikel 2, derde lid Bijlage V De maximale hoogte van de uitkering, bedoeld in, per gemeente is de hoogte zoals vastgesteld in. 2021 26470 28-05-2021 18-05-2021 210510-1007317-S 2021 26470 28-05-2021 18-05-2021 210510-1007317-S 29-05-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraag tot verlening#
Artikel 5 Aanvraag tot verlening 1 artikel 2, eerste en tweede lid Een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in, wordt op aanvraag verstrekt. 2 Voor de aanvraag tot verlening van de uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. 3 De aanvraag tot verlening van een uitkering voor het jaar 2020 kan worden ingediend tot en met 8 juni 2020. 4 De aanvraag tot verlening van een uitkering voor 2021 kan worden ingediend tot en met 8 november voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt aangevraagd. 5 De aanvraag tot verlening van een uitkering voor het jaar 2022 kan worden ingediend tot en met 31 januari 2022. 6 Bijlage I De aanvraag gaat vergezeld van een ondertekende intentieverklaring volgens het model in. 7 artikel 9 Bijlage II In afwijking van het vijfde lid gaat een aanvraag als bedoeld invergezeld van een ondertekende intentieverklaring volgens het model in. 8 Bijlage III artikel 9 In afwijking van het vijfde en het zesde lid gaat een aanvraag van de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam en Utrecht, vergezeld van een ondertekende intentieverklaring volgens het model uit. Dit model ziet ook op een door deze gemeenten ingediende aanvraag als bedoeld in. 2022 7107 15-03-2022 08-03-2022 3326580-1025317-S 2022 7107 15-03-2022 08-03-2022 3326580-1025317-S 16-03-2022 08-11-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Verlening en bevoorschotting#
Artikel 6 Verlening en bevoorschotting 1 De minister neemt binnen 17 weken na 8 juni 2020 een besluit omtrent de verlening van de uitkering voor het jaar 2020. 2 De Minister neemt in 2021 binnen 17 weken na 8 november van het betreffende jaar een besluit omtrent de verlening van de uitkering. 3 De Minister neemt 9 weken na 31 januari 2022 van het betreffende jaar een besluit omtrent de verlening van de uitkering. 4 artikel 2, derde lid De Minister neemt voor de uitkering, bedoeld in, in 2021 binnen 13 weken na publicatie van deze regeling in de Staatscourant. 5 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke activiteiten de uitkering verleend wordt, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond. 6 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald. 2022 7107 15-03-2022 08-03-2022 3326580-1025317-S 2022 7107 15-03-2022 08-03-2022 3326580-1025317-S 16-03-2022 08-11-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Eindrapportage/verantwoording#
Artikel 7 Eindrapportage/verantwoording 1 artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001 Een ontvanger van een uitkering verstrekt jaarlijks uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op de verlening van de uitkering de verantwoordingsinformatie overeenkomstig het bepaalde in. 2 artikel 8, derde lid artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001 In aanvulling op het eerste lid, wordt, indien toepassing wordt gegeven aan, de verantwoordingsinformatie uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het jaar bedoeld in het eerste lid verstrekt overeenkomstig het bepaalde in. 3 Het college van burgemeester en wethouders neemt de volgende verantwoordingsinformatie op in de bijlage van de jaarrekening over het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt: a. of een sportformateur is aangesteld; b. of uitvoering is gegeven aan de geformuleerde ambities uit het lokale sportakkoord; c. of uitvoering is gegeven aan een living lab; d. of uitvoering is gegeven aan gezonde leefstijlinterventies; e. of een clubkadercoach, sportparkmanager of verenigingsmanager zijn ingezet voor het versterken van sport- en beweegaanbieders. 2022 16156 22-06-2022 14-06-2022 3378133-1029122-S 2022 16156 22-06-2022 14-06-2022 3378133-1029122-S 23-06-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Vaststelling van de uitkering#
Artikel 8 Vaststelling van de uitkering 1 artikel 7 De minister besluit uiterlijk 6 maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, over de vaststelling van de uitkering. 2 Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat is bepaald in de verlening. 3 artikel 2 De minister kan, in overleg met de ontvanger van de uitkering, afzien van terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen in het jaar waar de verlening betrekking op heeft als het restant van de uitkering in het daaropvolgende jaar door de ontvanger kan worden besteed aan activiteiten als bedoeld in. 2021 26470 28-05-2021 18-05-2021 210510-1007317-S 2021 26470 28-05-2021 18-05-2021 210510-1007317-S 29-05-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Overgangsrecht#
Artikel 9 Overgangsrecht artikel 5 Aanvragen voor een decentralisatie-uitkering die reeds zijn ingediend op grond van de Rijksbegroting 2020, XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport, artikel 6, worden aangemerkt als een aanvraag op grond vanvan de onderhavige regeling. 2020 20587 14-04-2020 03-04-2020 1654379-202509-S 2020 20587 14-04-2020 03-04-2020 1654379-202509-S 15-04-2020 01-01-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 10 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van de regeling zijn verleend. 2022 16156 22-06-2022 14-06-2022 3378133-1029122-S 2022 16156 22-06-2022 14-06-2022 3378133-1029122-S 23-06-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Sportakkoord en leefstijlinterventies 2020–2022. 2021 26470 28-05-2021 18-05-2021 210510-1007317-S 2021 26470 28-05-2021 18-05-2021 210510-1007317-S 29-05-2021