Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 3 juni 2020, nr. 24605150, houdende regels voor subsidieverstrekking voor een inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op de voorschoolse educatie om peuters met een indicatie voor voorschoolse educatie extra ondersteuning te bieden vanwege achterstanden, veroorzaakt door de sluiting van kindercentra vanwege COVID-19 (Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie 2020)
- BWB-id
- BWBR0043598
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2021-07-23 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043598
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/subsidieregeling-inhaal-en-ondersteuningsprogramma-aanvullen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/subsidieregeling-inhaal-en-ondersteuningsprogramma-aanvullen/2021-07-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043598&g=2021-07-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043598&z=2026-06-06&g=2021-07-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043598/2021-07-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/subsidieregeling-inhaal-en-ondersteuningsprogramma-aanvullen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; houder van een kindercentrum: artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang houder van een kindercentrum als bedoeld in; inhaal- en ondersteuningsprogramma ve: artikel 3, tweede lid programma als bedoeld in; instelling: artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang kindercentrum als bedoeld in, dat met een aanbod van voorschoolse educatie is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en dat voorschoolse educatie verzorgt aan ve-peuters; Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ; Minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media; subsidieontvanger: houder van een kindercentrum die ten behoeve van zijn instelling subsidie ontvangt; ve-peuter: artikel 3, tweede lid kind, dat een indicatie voor voorschoolse educatie had ten tijde van een sluiting van de instelling door COVID-19 dan wel een indicatie voor voorschoolse educatie heeft ten tijde van de uitvoering van het programma als bedoeld in. 2021 15229 26-03-2021 19-03-2021 PO/27323799 2021 15229 26-03-2021 19-03-2021 PO/27323799 27-03-2021 Artikel II van Stcrt. 2021/15229 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling Deis van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt. 2020 29729 04-06-2020 03-06-2020 24605150 2020 29729 04-06-2020 03-06-2020 24605150 05-06-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten 1 De Minister verstrekt subsidie aan een houder van een kindercentrum om op een instelling een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve te organiseren in de periode vanaf de dag na de ontvangst van de subsidieaanvraag tot en met 9 januari 2022 voor ten minste drie ve-peuters. 2 Een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve is een aanbod waar ve-peuters gebruik van maken vanwege achterstanden als gevolg van de uitbraak van COVID-19: a. van minimaal 1 week, aanvullend op maar buiten het reguliere programma en buiten de reguliere weken van voorschoolse educatie, met als doel om een ve-peuter extra ondersteuning te bieden van ten minste 10 uur en ten hoogste 16 uur per week; of b. aanvullend op maar buiten het reguliere programma, in de reguliere weken van voorschoolse educatie, met als doel om een ve-peuter extra ondersteuning te bieden van ten minste 1 uur per week gedurende meerdere weken, waarbij het maximum totale aanbod van 6 uur per dag niet wordt overschreden. 3 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor activiteiten waarvoor de instelling reeds vanuit het Rijk of een gemeente bekostiging ontvangt. 2021 35919 22-07-2021 08-07-2021 28465274 2021 35919 22-07-2021 08-07-2021 28465274 23-07-2021 Artikel II van de Wijzigingsregeling Subsidieregeling inhaal- en
ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie
2020–2021 (uitbreiding van de aanvraagmogelijkheden voor het tweede
subsidietijdvak) bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond#
Artikel 4 Subsidieplafond Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een subsidiebedrag van ten hoogste € 10.700.000,00 beschikbaar. 2021 15229 26-03-2021 19-03-2021 PO/27323799 2021 15229 26-03-2021 19-03-2021 PO/27323799 27-03-2021 Artikel II van Stcrt. 2021/15229 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidiebedrag#
Artikel 5 Subsidiebedrag Het subsidiebedrag bestaat uit: a. een vast bedrag voor de coördinatie van het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve, ten bedrage van € 500,00 per instelling; en b. artikel 7, vierde lid, onder b een variabel bedrag voor de uitvoering van het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve, dat wordt berekend door het aantal ve-peuters dat naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve, bedoeld in, te vermenigvuldigen met € 12,50 voor elk klokuur per week, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c en dat te vermenigvuldigen met het aantal weken, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder d. 2021 15229 26-03-2021 19-03-2021 PO/27323799 2021 15229 26-03-2021 19-03-2021 PO/27323799 27-03-2021 Artikel II van Stcrt. 2021/15229 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6 Wijze van verdeling beschikbare middelen#
Artikel 6 Wijze van verdeling beschikbare middelen 1 artikel 4 Indien de middelen, bedoeld inontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen door middel van loting gerangschikt. 2 artikel 5 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het subsidiebedrag, bedoeld in, een overschrijding van het subsidieplafond zou voorkomen, laat de Minister de loting, bedoeld in het eerste lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het subsidieplafond voor ten minste 90% van het subsidiebedrag waarvoor subsidie is aangevraagd subsidie toegekend. 2020 29729 04-06-2020 03-06-2020 24605150 2020 29729 04-06-2020 03-06-2020 24605150 05-06-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieaanvraag#
Artikel 7 Subsidieaanvraag 1 artikel 3, tweede lid, onderdeel a, b Een houder van een kindercentrum kan voor elk van zijn instellingen afzonderlijk een subsidieaanvraag indienen, voor een inhaal- en ondersteuningsprogramma als bedoeld inof beide, van 1 augustus 2021 tot en met 10 september 2021. 2 Aanvragen die na de einddatum van het desbetreffende aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen. 3 Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is te vinden op de website www.dus-i.nl. 4 artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling In afwijking van debevat de aanvraag: a. een vermelding van de instelling, inclusief LRK-nummer, waarvoor subsidie voor het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve wordt aangevraagd; b. een prognose van het aantal ve-peuters dat naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve; c. het aantal klokuren per week dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve omvat; d. het aantal weken per ve-peuter waarin het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve zal worden aangeboden; e. een verklaring: i. dat de geprognosticeerde peuters ve-peuters zijn; ii. artikel 3, tweede lid, onderdeel a indien de aanvraag betrekking heeft op een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve als bedoeld in, dat het programma aanvullend op, maar buiten het reguliere programma en buiten de reguliere weken van voorschoolse educatie wordt aangeboden; iii. artikel 3, tweede lid, onderdeel b indien de aanvraag betrekking heeft op een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve als bedoeld in, dat het programma aanvullend op, maar buiten het reguliere programma van voorschoolse educatie wordt aangeboden; iv. dat geen subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten waarvoor de instelling reeds vanuit het Rijk of een gemeente wordt gefinancierd; en v. dat de gemeente waar de instelling is gevestigd op de hoogte is van het doen van deze aanvraag. 2021 35919 22-07-2021 08-07-2021 28465274 2021 35919 22-07-2021 08-07-2021 28465274 23-07-2021 Artikel II van de Wijzigingsregeling Subsidieregeling inhaal- en
ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie
2020–2021 (uitbreiding van de aanvraagmogelijkheden voor het tweede
subsidietijdvak) bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidieverplichtingen#
Artikel 8 Subsidieverplichtingen 1 Voor deelname aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve wordt aan ouders of verzorgers van de ve-peuters geen vergoeding gevraagd. 2 hoofdstuk 5 van de Kaderregeling Onverminderd de verplichtingen, genoemd in, voert de subsidieontvanger een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden afgeleid hoeveel ve-peuters aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve hebben deelgenomen. 3 Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s ve waarvoor subsidie is aangevraagd kunnen worden uitgevoerd tot en met uiterlijk 9 januari 2022. 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie Besluit kwaliteit kinderopvang De kwaliteitseisen die voortvloeien uit heten hetzijn van overeenkomstige toepassing op de inhaal- en ondersteuningsprogramma’s ve. 5 artikel 3, tweede lid, onderdeel a artikel 4, eerste lid, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie Wet kinderopvang In afwijking van het vierde lid, wordt, voor zover de subsidie is verstrekt voor een inhaal- en ondersteuningsprogramma als bedoeld in, dat wordt gegeven aan een groep ve-peuters die groter is dan acht, ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie als bedoeld iningezet. De andere medewerker is een beroepskracht, beroepskracht ve of beroepskracht in opleiding te zijn in de zin van de. 6 artikel 5.7 van de Kaderregeling Onverminderdmaakt de subsidieontvanger er bij de Minister melding van indien: a. het aantal ve-peuters dat aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve heeft deelgenomen, minder is dan 85% van het aantal ve-peuters waarvoor subsidie is verstrekt; en b. indien het aantal uren dan wel het aantal weken dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve daadwerkelijk is aangeboden minder is dan het aantal waarvoor subsidie is verstrekt. 2021 35919 22-07-2021 08-07-2021 28465274 2021 35919 22-07-2021 08-07-2021 28465274 23-07-2021 Artikel II van de Wijzigingsregeling Subsidieregeling inhaal- en
ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie
2020–2021 (uitbreiding van de aanvraagmogelijkheden voor het tweede
subsidietijdvak) bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidieverstrekking, betaling en verantwoording#
Artikel 9 Subsidieverstrekking, betaling en verantwoording 1 De subsidies worden verleend binnen acht weken na afloop van de aanvraagtermijn. De Minister stelt de subsidie ambtshalve vast binnen 22 weken na 9 januari 2022 of na het verstrijken van de voor het aanleveren van de op grond van het tweede lid opgevraagde gegevens gestelde termijn dan wel binnen 22 weken na ontvangst van de op grond van het tweede lid opgevraagde gegevens. 2 De subsidieontvanger toont op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen. 3 De activiteiten gelden als volledig verricht, indien: a. ten minste 85% van het aantal ve-peuters waarvoor subsidie is verstrekt aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve heeft deelgenomen; en b. het aantal klokuren en weken waarvoor subsidie is verstrekt, volledig is aangeboden. 4 Indien het aantal ve-peuters dat aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve heeft deelgenomen, minder is dan 85% van het aantal ve-peuters waarvoor subsidie is verstrekt stelt de Minister de subsidie naar evenredigheid lager vast. 5 Indien het aantal klokuren dan wel het aantal weken dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve daadwerkelijk is aangeboden minder is dan het aantal waarvoor subsidie is verstrekt stelt de Minister de subsidie naar evenredigheid lager vast indien het bedrag van de lagere vaststelling hoger is dan 10% van het verleende subsidiebedrag. 6 De Minister verstrekt een voorschot van 100%, en betaalt dat voorschot in één keer. 2021 35919 22-07-2021 08-07-2021 28465274 2021 35919 22-07-2021 08-07-2021 28465274 23-07-2021 Artikel II van de Wijzigingsregeling Subsidieregeling inhaal- en
ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie
2020–2021 (uitbreiding van de aanvraagmogelijkheden voor het tweede
subsidietijdvak) bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10 — Artikel 10 Evaluatie#
Artikel 10 Evaluatie De Minister evalueert deze regeling uiterlijk in 2022. 2021 15229 26-03-2021 19-03-2021 PO/27323799 2021 15229 26-03-2021 19-03-2021 PO/27323799 27-03-2021 Artikel II van Stcrt. 2021/15229 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 11 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022. 2020 29729 04-06-2020 03-06-2020 24605150 2020 29729 04-06-2020 03-06-2020 24605150 05-06-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie 2020–2021. 2020 29729 04-06-2020 03-06-2020 24605150 2020 29729 04-06-2020 03-06-2020 24605150 05-06-2020