Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 20 mei 2020, KO/24488749, houdende regels voor subsidieverstrekking voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om leerlingen en deelnemers extra ondersteuning te bieden vanwege leer- en ontwikkelachterstanden of studievertraging, veroorzaakt door de sluiting van scholen of instellingen als gevolg van de uitbraak van COVID-19 (Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021)
- BWB-id
- BWBR0043564
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2021-07-16 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043564
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/subsidieregeling-inhaal-en-ondersteuningsprogramma-s-onderwi
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/subsidieregeling-inhaal-en-ondersteuningsprogramma-s-onderwi/2021-07-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043564&g=2021-07-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043564&z=2026-06-06&g=2021-07-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043564/2021-07-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/subsidieregeling-inhaal-en-ondersteuningsprogramma-s-onderwi
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aoc: artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in; deelnemer: Wet educatie en beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs BES deelnemer als bedoeld in deen de; DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; inhaal- en ondersteuningsprogramma: facultatief onderwijsaanbod, aansluitend op maar buiten het reguliere onderwijsprogramma, met als doel leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers extra ondersteuning te bieden vanwege leer- en ontwikkelachterstanden of studievertraging, veroorzaakt door de geheel of gedeeltelijke sluiting van scholen of instellingen als gevolg van de uitbraak van COVID-19; instelling: a. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs instelling als bedoeld in, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen en opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgt; b. Scholengemeenschap Bonaire, voor zover die uit ’s Rijks bekostigde beroepsopleidingen verzorgt; of c. artikel 1.4.a1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES instelling als bedoeld inof, die een opleiding overige educatie verzorgt; leerling: leerling aan een school of een leerling in het voorbereidend beroepsonderwijs binnen een aoc; Kaderregeling: kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media; opleiding overige educatie: artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 1.4.a1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES opleiding overige educatie als bedoeld inof, verzorgd door een instelling als bedoeld inrespectievelijk; school: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs BES artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in,,,; of b. Scholengemeenschap Bonaire, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigd voortgezet onderwijs verzorgt en Saba Comprehensive School en Gwendoline van Putten School, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigd CXC-onderwijs verzorgen; student: artikel 1.1.1, onder n2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES bekostigde student als bedoeld inof; subsidieontvanger: bevoegd gezag dat ten behoeve van een of meerdere van zijn scholen of instellingen subsidie ontvangt; vavo-student: artikel 1.1.1, onder n4, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES bekostigde vavo-student als bedoeld inof. 2020 60912 24-11-2020 16-11-2020 26008797 2020 60912 24-11-2020 16-11-2020 26008797 25-11-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling Deis van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt. 2020 28472 25-05-2020 20-05-2020 KO/24488749 2020 28472 25-05-2020 20-05-2020 KO/24488749 26-05-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten 1 De minister verstrekt subsidie aan een bevoegd gezag dat in 2020 en 2021 een inhaal- en ondersteuningsprogramma organiseert voor: a. leerlingen in een kwetsbare positie met een onderwijsachterstand of een vergroot risico op leer- en ontwikkelachterstanden, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van scholen als gevolg van de uitbraak van COVID-19; b. studenten in een kwetsbare positie met studievertraging of een vergroot risico op studievertraging, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs als gevolg van de uitbraak van COVID-19; c. artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs studenten met studievertraging in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs als gevolg van de uitbraak van COVID-19; d. vavo-studenten met studievertraging, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen als gevolg van de uitbraak van COVID-19, aan een uit ’s Rijks kas bekostigde opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs; e. artikel 1.4a.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs deelnemers aan een opleiding overige educatie met studievertraging, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen als bedoeld inals gevolg van de uitbraak van COVID-19; of f. alle leerlingen, studenten, vavo-studenten en deelnemers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die onderwijs volgen aan een school of instelling. 2 De minister verstrekt subsidie met als doel dat de leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers die het inhaal- en ondersteuningsprogramma volgen, een reëel perspectief hebben op het wegwerken dan wel inhalen van de opgelopen onderwijsachterstanden, leer- en ontwikkelachterstanden dan wel studievertraging. 3 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor: a. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; b. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt; c. activiteiten tijdens het reguliere onderwijsprogramma; of d. artikel 1.7, tweede lid, van de Kaderregeling kosten voor de aanschaf van elektronische apparaten, niet zijnde afschrijvingskosten als bedoeld in. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieaanvraag#
Artikel 4 Subsidieaanvraag 1 In 2020 kan een subsidieaanvraag in de volgende tijdvakken worden ingediend: a. van 2 juni 2020 tot en met 21 juni 2020; b. van 18 augustus 2020 tot en met 18 september 2020; of c. artikel 5 indien na het aanvraagtijdvak, bedoeld onder b, het subsidieplafond, bedoeld in, nog niet is bereikt, van 19 oktober 2020 tot en met 1 november 2020. 2 In 2021 kan een subsidieaanvraag in de volgende tijdvakken worden ingediend: a. van 15 april 2021 tot en met 2 mei 2021; of b. artikel 5a, eerste lid indien na het aanvraagtijdvak, bedoeld onder a, het subsidieplafond, bedoeld in, nog niet is bereikt, van 1 juni 2021 tot en met 13 juni 2021. 3 Aanvragen die na de einddatum van het desbetreffende aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen. 4 Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is te vinden op de website www.dus-i.nl. 5 artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling In afwijking van debevat de aanvraag: a. een vermelding van de scholen of instellingen, die het inhaal- en ondersteuningsprogramma, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zullen aanbieden; b. een prognose van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers per school of instelling dat zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma; c. een beschrijving van de wijze waarop het inhaal- en ondersteuningsprogramma wordt vormgegeven; d. een prognose van het aantal klokuren dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma omvat per groep leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers; e. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van derde partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking; en f. indien van toepassing de naam van de gemeente waarmee wordt samengewerkt. 6 Een bevoegd gezag kan per aanvraagtijdvak ten hoogste één aanvraag indienen. Deze aanvraag kan evenwel op meerdere inhaal- en ondersteuningsprogramma’s en meerdere scholen of instellingen van het bevoegd gezag betrekking hebben. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieplafonds 2020#
Artikel 5 Subsidieplafonds 2020 1 artikel 4, eerste lid, onder a Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in, in 2020 ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs BES voor uit ’s Rijks kas bekostigde scholen als bedoeld in,en: € 51.000.000,–; b. artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor uit ’s Rijks kas bekostigde scholen als bedoeld in, het voorbereidend beroepsonderwijs binnen een aoc, het voortgezet onderwijs aan Scholengemeenschap Bonaire en het CXC-onderwijs aan de Saba Comprehensive School en Gwendoline van Putten School: 43.204.500,00; c. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor instellingen als bedoeld inen de Scholengemeenschap Bonaire, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen verzorgen: € 64.050.000,–; d. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor instellingen als bedoeld in, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgen: € 1.075.000,–; e. artikel 1.4.a1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES voor instellingen als bedoeld inen, die een opleiding overige educatie verzorgen: 1.367.100,00. 2 artikel 4, eerste lid, onder b Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in, in 2020 ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs BES voor uit ’s Rijks kas bekostigde scholen als bedoeld in,en: € 88.099.200,–; b. artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor uit ’s Rijks kas bekostigde scholen als bedoeld in, het voorbereidend beroepsonderwijs binnen een aoc, het voortgezet onderwijs aan Scholengemeenschap Bonaire en het CXC-onderwijs aan de Saba Comprehensive School en Gwendoline van Putten School: € 50.953.500,–; c. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor instellingen als bedoeld inen de Scholengemeenschap Bonaire, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen verzorgen: € 41.853.600,–; d. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor instellingen als bedoeld in, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgen: € 1.075.000,–; e. artikel 1.4.a1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES voor instellingen als bedoeld inen, die een opleiding overige educatie verzorgen: € 1.814.400,–. 3 Indien één van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor de desbetreffende sector of onderwijssoort, bedoeld in het tweede lid. 4 artikel 4, eerste lid, onder c Indien één of meer van de bedragen, bedoeld in het tweede lid, al dan niet vermeerderd met een bedrag als bedoeld in het derde lid, niet volledig wordt benut, is het resterende bedrag voor de desbetreffende sector of onderwijssoort beschikbaar voor subsidieverstrekking voor het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in. 5 artikel 4, eerste lid, onder c artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs Na toepassing van het derde en vierde lid is voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in, voor instellingen als bedoeld in, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgen € 323.000,– beschikbaar. 6 Indien een subsidieaanvraag op meerdere sectoren of onderwijssoorten betrekking heeft, zijn meerdere subsidieplafonds van toepassing. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 5a — Artikel 5a Subsidieplafonds 2021#
Artikel 5a Subsidieplafonds 2021 1 artikel 4, tweede lid, onder a Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in, in 2021 ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs BES voor uit ’s Rijks kas bekostigde scholen als bedoeld in,en: € 116.000.000,-; b. artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor uit ’s Rijks kas bekostigde scholen als bedoeld in, het voorbereidend beroepsonderwijs binnen een aoc, het voortgezet onderwijs aan Scholengemeenschap Bonaire en het CXC-onderwijs aan de Saba Comprehensive School en Gwendoline van Putten School: € 94.000.000,-; c. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor instellingen als bedoeld inen de Scholengemeenschap Bonaire, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen verzorgen: € 32.300.000,- d. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor instellingen als bedoeld in, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgen: € 1.100.000,-; e. artikel 1.4.a1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES voor instellingen als bedoeld inen, die een opleiding overige educatie verzorgen: € 1.600.000,-. 2 artikel 4, tweede lid, onder b Indien één of meer van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, niet volledig wordt benut, is het resterende bedrag voor de desbetreffende sector of onderwijssoort beschikbaar voor subsidieverstrekking voor het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in. 3 artikel 4, tweede lid, onder b Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in, in 2021 ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra voor uit ’s Rijks kas bekostigde scholen als bedoeld in,en artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs BES: € 66.849.200,–; b. artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor uit ’s Rijks kas bekostigde scholen als bedoeld in, het voorbereidend beroepsonderwijs binnen een aoc, het voortgezet onderwijs aan Scholengemeenschap Bonaire en het CXC-onderwijs aan de Saba Comprehensive School en Gwendoline van Putten School: € 38.720.200,–; c. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor instellingen als bedoeld inen de Scholengemeenschap Bonaire, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen verzorgen: € 1.363.400,–; d. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor instellingen als bedoeld in, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgen: € 81.000,–; e. artikel 1.4.a1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES voor instellingen als bedoeld inen, die een opleiding overige educatie verzorgen: € 763.900,–. 4 Indien een subsidieaanvraag op meerdere sectoren of onderwijssoorten betrekking heeft, zijn meerdere subsidieplafonds van toepassing. 2021 35418 15-07-2021 06-07-2021 MBO/28590574 2021 35418 15-07-2021 06-07-2021 MBO/28590574 16-07-2021 01-06-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidiebedrag#
Artikel 6 Subsidiebedrag 1 artikel 4, vijfde lid, onder b artikel 7 Het subsidiebedrag wordt berekend door het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers dat volgens de prognose, bedoeld in, naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma, te vermenigvuldigen met € 900,–, met dien verstande dat het resulterende subsidiebedrag wordt verlaagd voor zover dat bedrag een maximumbedrag als bedoeld inoverschrijdt. 2 Voor subsidieontvangers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt het in het eerste lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Maximumbedrag per school en instelling 2020#
Artikel 7 Maximumbedrag per school en instelling 2020 1 artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO Per school als bedoeld inofkan in 2020 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. Indien die school een positieve achterstandsscore heeft in het kader van de bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding, blijkend uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis vanop 6 februari 2020 aan de minister verstrekte gegevens, mag per school voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. 2 artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs Regeling leerplusarrangement vo Per school als bedoeld inkan in 2020 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. Indien die school in 2020 in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging uit de, kan per school voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. 3 artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 4, eerste lid, onder a Per instelling als bedoeld inkan in 2020 voor de bekostigde studenten voor ten hoogste het aantal bekostigde studenten dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling dat afkomstig is uit een armoedeprobleemcumulatiegebied plus 7,354% van het aantal overige bekostigde studenten dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling, subsidie worden aangevraagd. In het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in, kan voor ten hoogste 50% van het bedrag, wat volgt uit de berekening in de eerste volzin, subsidie worden aangevraagd. 4 artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs Per instelling als bedoeld inkan in 2020 voor ten hoogste 50% van het aantal bekostigde vavo-studenten aan een uit ’s Rijks bekostigde opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling subsidie worden aangevraagd. 5 artikel 1.4.a1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES Voor een instelling als bedoeld inofdie een opleiding overige educatie verzorgt, kan voor alle deelnemers subsidie worden aangevraagd. 6 Voor een school op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en voor de beroepsopleidingen van Scholengemeenschap Bonaire, kan voor alle bekostigde leerlingen, studenten, vavo-studenten en deelnemers die op 1 oktober 2019 stonden ingeschreven subsidie worden aangevraagd. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 7a — Artikel 7a Maximumbedrag per school en instelling 2021#
Artikel 7a Maximumbedrag per school en instelling 2021 1 artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO Per school als bedoeld inofkan in 2021 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. Indien die school een positieve achterstandsscore heeft in het kader van de bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding, blijkend uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis vanop 5 februari 2021 aan de minister verstrekte gegevens, mag per school voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. 2 artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs Regeling leerplusarrangement vo Per school als bedoeld inof afdeling voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc kan in 2021 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven op de school of het aoc subsidie worden aangevraagd. Indien die school of dat aoc in 2021 in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging uit de, kan per school of aoc voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven op de school of het aoc subsidie worden aangevraagd. 3 artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 4, tweede lid, onder a Per instelling als bedoeld inkan in 2021 voor de bekostigde studenten voor ten hoogste het aantal bekostigde studenten dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven aan de instelling dat afkomstig is uit een armoedeprobleemcumulatiegebied plus 5,9305% van het aantal overige bekostigde studenten dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven aan de instelling, subsidie worden aangevraagd. In het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in, kan voor ten hoogste 25% van het bedrag, wat volgt uit de berekening in de eerste volzin, subsidie worden aangevraagd. 4 artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs Per instelling als bedoeld inkan in 2021 voor ten hoogste 25% van het aantal bekostigde vavo-studenten aan een uit ’s Rijks bekostigde opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven aan de instelling subsidie worden aangevraagd. 5 artikel 1.4.a1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES Voor een instelling als bedoeld inofdie een opleiding overige educatie verzorgt, kan in 2021 voor alle deelnemers subsidie worden aangevraagd. 6 Voor een school op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en voor de beroepsopleidingen van Scholengemeenschap Bonaire, kan in 2021 voor alle bekostigde leerlingen, studenten, vavo-studenten en deelnemers die op 1 oktober 2020 stonden ingeschreven subsidie worden aangevraagd. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Verdeling subsidiebedragen funderend onderwijs 2020#
Artikel 8 Verdeling subsidiebedragen funderend onderwijs 2020 1 artikel 5, eerste lid, onder a of b, of tweede lid, onder a of b artikel 7, eerste lid Regeling leerplusarrangement vo Indien de middelen als bedoeld in, ontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt voor de desbetreffende sector voorrang verleend aan scholen die een positieve achterstandsscore hebben, bedoeld in, scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc die in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging uit deen scholen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba. 2 Indien de middelen, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend zijn om alle aanvragen van de scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc met voorrang toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt. 3 artikel 6, eerste lid, artikel 7 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld ineen overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het tweede lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per school, bedoeld in, onverkort in acht worden genomen. 4 Indien na toepassing van het eerste lid binnen het desbetreffende subsidieplafond nog middelen resteren, worden de aanvragen voor de overige scholen door middel van loting gerangschikt. 5 artikel 6, eerste lid artikel 7 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld in, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het vierde lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per school, bedoeld in, onverkort in acht worden genomen. 6 artikel 4, eerste lid, onder c artikel 5, vierde lid Indien voor een sector of onderwijssoort sprake is van een derde aanvraagtijdvak, bedoeld in, en, worden de aanvragen voor de desbetreffende sector of onderwijssoort op volgorde van binnenkomst gerangschikt. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 8a — Artikel 8a Verdeling subsidiebedragen funderend onderwijs 2021#
Artikel 8a Verdeling subsidiebedragen funderend onderwijs 2021 1 artikel 5a, eerste lid, onder a of b Indien de middelen, bedoeld in, ontoereikend zijn om alle aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen op de volgende wijze gerangschikt: a. eerst wordt voorrang verleend aan de aanvragen van scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc waaraan in 2020 geen subsidie op grond van deze regeling is verstrekt; b. artikel 7a, eerste lid Regeling leerplusarrangement vo vervolgens wordt voorrang verleend aan de aanvragen van scholen die een positieve achterstandsscore hebben als bedoeld in, scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc die in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging uit de, en scholen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba; c. ten slotte wordt beslist op de aanvragen van overige scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc die niet vallen onder een categorie als bedoeld onder a of b. 2 artikel 5a, eerste lid, onder a of b Indien de middelen als bedoeld in, ontoereikend zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt. 3 artikel 5a, eerste lid, onder a of b Indien er voldoende middelen als bedoeld in, zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, toe te wijzen, maar die middelen vervolgens ontoereikend zijn om tevens alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, toe te wijzen, worden de aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, door middel van loting gerangschikt. 4 artikel 5a, eerste lid, onder a of b Indien er voldoende middelen als bedoeld in, zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, toe te wijzen, maar die middelen vervolgens ontoereikend zijn om tevens alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder c, toe te wijzen, worden de aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder c, door middel van loting gerangschikt. 5 artikel 6, eerste lid Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld in, een loting als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid zou voorkomen, laat de minister die loting achterwege. In dat geval wordt aan de betreffende scholen of afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen is aangevraagd de subsidie toegekend. 6 artikel 4, tweede lid onder b artikel 5a, tweede lid Indien voor een sector sprake is van een tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in, en, worden de aanvragen voor de desbetreffende sector op volgorde van binnenkomst gerangschikt. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Verdeling subsidiebedragen mbo#
Artikel 9 Verdeling subsidiebedragen mbo 1 artikel 5, tweede lid, onder c artikel 4, eerste lid, onder a Indien de middelen als bedoeld in, ontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt voorrang verleend aan instellingen die geen aanvraag hebben ingediend in het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in. 2 Indien de middelen, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend zijn om alle aanvragen van de instellingen met voorrang toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt. 3 artikel 6, eerste lid artikel 7 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal studenten, bedoeld in, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het tweede lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal studenten waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per instelling, bedoeld in, onverkort in acht worden genomen. 4 Indien na toepassing van het eerste lid binnen het desbetreffende subsidieplafond nog middelen resteren, worden de aanvragen voor de overige instellingen door middel van loting gerangschikt. 5 artikel 6, eerste lid artikel 7 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal studenten, bedoeld in, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het vierde lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal studenten waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per instelling, bedoeld in, onverkort in acht worden genomen. 6 artikel 4, eerste lid, onder c artikel 5, vierde lid artikel 5a, tweede lid Indien sprake is van een derde aanvraagtijdvak, bedoeld in, en, of een tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b, en, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst gerangschikt. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Verdeling subsidiebedragen vavo en overige educatie#
Artikel 10 Verdeling subsidiebedragen vavo en overige educatie 1 artikel 5, eerste lid, onder d of e, of tweede lid, onder d of e artikel 5a, eerste lid, onder d of e Indien de middelen als bedoeld in, of, ontoereikend zijn om alle aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen door middel van loting gerangschikt. 2 artikel 6, eerste lid artikel 7 7a Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal vavo-studenten of deelnemers, bedoeld in, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het eerste lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per instelling, bedoeld inen, onverkort in acht worden genomen. 3 artikel 4, eerste lid, onder c artikel 5, vierde lid artikel 5a, tweede lid Indien voor een sector of onderwijssoort sprake is van een derde aanvraagtijdvak, bedoeld in, en, of een tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b, en, worden de aanvragen voor de desbetreffende sector of onderwijssoort op volgorde van binnenkomst gerangschikt. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 11 — Artikel 11 Verdeling derde aanvraagtijdvak#
Artikel 11 Verdeling derde aanvraagtijdvak Vervallen 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Subsidieverplichtingen#
Artikel 12 Subsidieverplichtingen 1 Voor deelname aan een inhaal- en ondersteuningsprogramma wordt aan de deelnemende leerlingen, studenten, vavo-studenten, deelnemers of ouders of verzorgers geen vergoeding gevraagd. 2 hoofdstuk 5 van de Kaderregeling Onverminderd de verplichtingen, genoemd in, voert de subsidieontvanger een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden afgeleid hoeveel leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma hebben deelgenomen en hoeveel leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers het programma hebben afgerond. 3 artikel 5.4 van de Kaderregeling Indien de activiteiten geheel of gedeeltelijk door een derde partij worden uitgevoerd, bedingt de subsidieontvanger bij deze partij dat zij meewerkt aan een mogelijke evaluatie als bedoeld in. 4 De inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor in 2021 subsidie is verstrekt, omvatten per school of instelling gemiddeld minimaal 25 uur per programma. 5 Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor subsidie is verstrekt in 2020 worden uitgevoerd in de volgende periode: a. artikel 4, eerste lid, onder a voor subsidieaanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in: van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2021; b. artikel 4, eerste lid, onder b voor subsidieaanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in: van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021; c. artikel 4, eerste lid, onder c voor subsidieaanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in: van 1 december 2020 tot en met 31 december 2021. 6 Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor subsidie is verstrekt in 2021 worden uitgevoerd in de volgende periode: a. artikel 4, tweede lid, onder a voor subsidieaanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in: van 14 juni 2021 tot en met 31 december 2021; b. artikel 4, tweede lid, onder b voor subsidieaanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in: van 26 juli 2021 tot en met 31 december 2021. 7 Na afronding van de periode, bedoeld in het vijfde of zesde lid, meldt de subsidieontvanger binnen twee maanden het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond aan de minister. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 13 — Artikel 13 Subsidievaststelling, betaling en verantwoording voor bekostigde onderwijsinstellingen#
Artikel 13 Subsidievaststelling, betaling en verantwoording voor bekostigde onderwijsinstellingen 1 Een subsidie wordt direct vastgesteld op uiterlijk: a. artikel 4, eerste lid, onder a 3 juli 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in; b. artikel 4, eerste lid, onder b 16 oktober 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in; c. artikel 4, eerste lid, onder c 1 december 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in; d. artikel 4, tweede lid, onder a 14 juni 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in; of e. artikel 4, tweede lid, onder b 26 juli 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in. 2 De minister betaalt het subsidiebedrag in een keer. 3 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES De verantwoording van de subsidie geschiedt overeenkomstig deofin de jaarverslaggeving met model G, onderdeel 1. 4 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht; b. minimaal 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond; en c. is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. 5 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 6 De activiteiten worden aangemerkt als zijnde volledig uitgevoerd indien ten minste 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond. 7 De subsidieontvanger maakt er bij de minister melding van indien het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond, minder is dan 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt. In dat geval stelt de minister de subsidie naar evenredigheid lager vast. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 14 — Artikel 14 Subsidieverlening, betaling en verantwoording vanaf € 125.000 voor bekostigde onderwijsinstellingen#
Artikel 14 Subsidieverlening, betaling en verantwoording vanaf € 125.000 voor bekostigde onderwijsinstellingen Vervallen 2021 12435 15-03-2021 11-03-2021 MBO/27228346 2021 12435 15-03-2021 11-03-2021 MBO/27228346 16-03-2021 26-05-2020
Artikel 15 — Artikel 15 Subsidieverstrekking, betaling en verantwoording voor niet-bekostigde onderwijsinstellingen#
Artikel 15 Subsidieverstrekking, betaling en verantwoording voor niet-bekostigde onderwijsinstellingen 1 artikel 13 1.4a.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES In afwijking vanwordt een subsidie aan een instelling als bedoeld inof, die een opleiding overige educatie verzorgt, verleend op uiterlijk: a. artikel 4, eerste lid, onder a 3 juli 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in; b. artikel 4, eerste lid, onder b 16 oktober 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in; c. artikel 4, eerste lid, onder c 1 december 2020, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in; d. artikel 4, tweede lid, onder a 14 juni 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in; of e. artikel 4, tweede lid, onder b 26 juli 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in. 2 De minister verleent een voorschot van 100% en betaalt het subsidiebedrag in een keer. 3 artikel 7.4 van de Kaderregeling Artikel 13, vierde, zesde en zevende lid Voor een subsidie tot € 25.000,– isvan toepassing.zijn van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 7.6 van de Kaderregeling Artikel 13, vierde, zesde en zevende lid Voor een subsidie van € 25.000,– tot € 125.000,– isvan toepassing.zijn van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 7.8, met uitzondering van het derde lid, van de Kaderregeling Voor een subsidie vanaf € 125.000,– isvan toepassing. 6 Een subsidie als bedoeld in het vijfde lid wordt lager vastgesteld voor zover: a. de totale kosten lager zijn dan het verleende subsidiebedrag van € 900,– per deelnemer; b. de subsidie niet is besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend; of c. minder dan 85% van het aantal deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond. 7 De ontvanger van een subsidie als bedoeld in het vijfde lid maakt er bij de minister melding van indien het aantal deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond, minder is dan 85% van het aantal deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt. 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 2021 19015 14-04-2021 13-04-2021 MBO/27454500 15-04-2021
Artikel 16 — Artikel 16 Evaluatie#
Artikel 16 Evaluatie De minister evalueert de subsidieregeling uiterlijk in 2022. 2021 12435 15-03-2021 11-03-2021 MBO/27228346 2021 12435 15-03-2021 11-03-2021 MBO/27228346 16-03-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 17 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022. 2020 28472 25-05-2020 20-05-2020 KO/24488749 2020 28472 25-05-2020 20-05-2020 KO/24488749 26-05-2020
Artikel 17a — Artikel 17a Overgangsbepaling aanpassing verantwoordingsregime#
Artikel 17a Overgangsbepaling aanpassing verantwoordingsregime artikel 14 artikel 13 De minister neemt voor de subsidies die zijn verleend op grond van, zoals dat luidde op het moment van subsidieverlening, uiterlijk op 1 april 2021 een beschikking tot directe subsidievaststelling onder toepassing van. Deze beschikking tot vaststelling treedt daarbij in de plaats van de eerdere beschikking tot subsidieverlening. 2021 12435 15-03-2021 11-03-2021 MBO/27228346 2021 12435 15-03-2021 11-03-2021 MBO/27228346 16-03-2021
Artikel 18 — Artikel 18 Citeertitel#
Artikel 18 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021. 2020 28472 25-05-2020 20-05-2020 KO/24488749 2020 28472 25-05-2020 20-05-2020 KO/24488749 26-05-2020