Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 juni 2020, 2020-0000061136, tot vaststelling van een tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten)
- BWB-id
- BWBR0043628
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2020-07-17 t/m 2020-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043628
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tijdelijke-overbruggingsregeling-voor-flexibele-arbeidskrach
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tijdelijke-overbruggingsregeling-voor-flexibele-arbeidskrach/2020-07-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043628&g=2020-07-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043628&z=2026-06-06&g=2020-07-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043628/2020-07-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tijdelijke-overbruggingsregeling-voor-flexibele-arbeidskrach
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: aangiftetijdvak: artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 het tijdvak van een kalendermaand of vier aaneengesloten weken als bedoeld in; loon: artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen het loon, bedoeld in, voor zover het betreft loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en met uitzondering van loondervingsuitkeringen; loondervingsuitkering: Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Algemene nabestaandenwet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemer Wet inkomensvoorziening oudere werklozen een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de, de, de, de, de, de, de, de, deen de; de Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; pensioengerechtigde leeftijd: artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in; UWV: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; werkgever: artikel 1, onderdeel q, van de Wet financiering sociale verzekeringen een werkgever als bedoeld in; werknemer: artikel 1, onderdeel o, van de Wet financiering sociale verzekeringen een werknemer als bedoeld in. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Het recht op een tegemoetkoming#
Artikel 2 Het recht op een tegemoetkoming Recht op een tegemoetkoming heeft degene die: a. als werknemer in februari 2020 ten minste € 400 aan loon heeft genoten; b. als werknemer in maart 2020 ten minste € 1 aan loon heeft genoten; c. op 1 april 2020 achttien jaar of ouder was, maar de pensioengerechtigde leeftijd nog niet had bereikt; d. in april 2020 ten minste 50% minder loon heeft genoten in vergelijking met het genoten loon in februari 2020, met dien verstande dat het percentage naar boven wordt afgerond op hele procenten; e. in april 2020 ten hoogste € 550 aan loon heeft genoten; f. schriftelijk verklaart als gevolg van geleden inkomensverlies de tegemoetkoming nodig te hebben als bijdrage in de gebruikelijke kosten van het levensonderhoud; en g. hoofdstuk 3 artikel 78f van de Participatiewet schriftelijk verklaart over de periode april 2020 geen loondervingsuitkering of een uitkering op grond vanoftoegekend te hebben gekregen, dan wel een naar aard en strekking vergelijkbare uitkering toegekend te hebben gekregen op grond van een buitenlandse wettelijke regeling. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Vaststelling genoten loon#
Artikel 3 Vaststelling genoten loon 1 artikel 2, onderdelen a, b, d en e Voor de vaststelling van het loon, bedoeld in, wordt de werknemer geacht het loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever van dat loon opgave heeft gedaan. 2 In afwijking van het eerste lid wordt het loon over een aangiftetijdvak van vier weken geacht te zijn genoten in de kalendermaand waarin het aangiftetijdvak van vier weken eindigt. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Uitsluitingsgronden#
Artikel 4 Uitsluitingsgronden 1 Geen recht op een tegemoetkoming heeft degene die: a. hoofdstuk 3 artikel 78f van de Participatiewet in april 2020 op grond vanofeen uitkering over die periode heeft ontvangen of toegekend heeft gekregen; b. in april 2020 een loondervingsuitkering heeft ontvangen; c. over april 2020 op grond van een buitenlandse wettelijke regeling een uitkering toegekend heeft gekregen die naar aard en strekking vergelijkbaar is met een loondervingsuitkering of een uitkering als bedoeld in onderdeel a; d. artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Ziektewet in april 2020 rechtens zijn vrijheid is ontnomen, als bedoeld in; of e. zich in april 2020 heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. 2 Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op het eerste lid, onderdelen a en b. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 5 — Artikel 5 De tegemoetkoming#
Artikel 5 De tegemoetkoming 1 De tegemoetkoming wordt toegekend over de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. 2 De tegemoetkoming bedraagt per kalendermaand bruto € 550. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Weigeringsgronden#
Artikel 6 Weigeringsgronden De tegemoetkoming wordt geweigerd indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen; b. artikel 7, tweede lid de aanvraag niet binnen de in, gestelde termijn is ontvangen; c. de aanvrager reeds op grond van deze regeling een toekenning van de tegemoetkoming heeft ontvangen; of d. artikel 2, onderdelen a en b het loon, bedoeld in, niet kan worden vastgesteld. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag#
Artikel 7 Aanvraag 1 Het UWV stelt op aanvraag vast of recht op de tegemoetkoming bestaat. 2 Een aanvraag wordt door middel van een door het UWV beschikbaar gesteld formulier ingediend vanaf 22 juni 2020 tot en met 26 juli 2020. 3 In de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens van de aanvrager vermeld: a. het burgerservicenummer; b. de geboortedatum; c. het telefoonnummer; en d. het bankrekeningnummer waarop de tegemoetkoming kan worden uitbetaald, met dien verstande dat indien sprake is van een buitenlands bankrekeningnummer tevens de volgende gegevens worden vermeld: het BIC-nummer, de bankcode, de naam en de vestigingsplaats van de bank. 4 artikel 2, onderdelen f en g In de aanvraag worden tevens de verklaringen opgenomen, bedoeld. 2020 38760 16-07-2020 14-07-2020 2020-0000097726 2020 38760 16-07-2020 14-07-2020 2020-0000097726 17-07-2020 10-07-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Informatieverplichtingen#
Artikel 8 Informatieverplichtingen 1 De aanvrager verleent aan het UWV desgevraagd de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze regeling en verstrekt aan het UWV op verzoek de inlichtingen, gegevens en bescheiden die van belang zijn voor het nemen van een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming. 2 Degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend verleent tot vijf jaar na de datum van toekenning van de tegemoetkoming aan het UWV desgevraagd de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze regeling en verstrekt aan het UWV op verzoek de inlichtingen, gegevens en bescheiden die van belang zijn voor de vaststelling van de rechtmatigheid van de toekenning. 3 Degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend werkt tot vijf jaar na de datum van toekenning van de tegemoetkoming, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de Minister. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Betaling#
Artikel 9 Betaling De tegemoetkoming wordt door het UWV binnen acht weken na de datum van toekenning van de tegemoetkoming uitbetaald aan de rechthebbende. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Besluit intrekken en terugvordering#
Artikel 10 Besluit intrekken en terugvordering 1 Het UWV kan een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming intrekken indien: a. blijkt dat de tegemoetkoming is toegekend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens en inachtneming van de juiste en volledige gegevens tot een afwijzend besluit zou hebben geleid; of b. artikel 8, tweede lid niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in. 2 De tegemoetkoming die als gevolg van een besluit als bedoeld in het eerste lid ten onrechte is toegekend kan worden teruggevorderd van degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Taak UWV#
Artikel 11 Taak UWV Het UWV is belast met de uitvoering van deze regeling. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Financiering#
Artikel 12 Financiering 1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling. 2 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid. 3 In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Opgave lasten en betaling van de rijksbijdrage#
Artikel 13 Opgave lasten en betaling van de rijksbijdrage 1 artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv artikel 12, eerste lid De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in, na overleg met het UWV een voorschot op de rijksbijdrage, bedoeld in, van de door het UWV geraamde tegemoetkomingen en uitvoeringskosten. 2 De Minister kan, na overleg met het UWV, van het in het eerste lid bedoelde bedrag afwijken. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Verslag UWV en afrekening#
Artikel 14 Verslag UWV en afrekening 1 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het UWV brengt aan de minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van deze regeling overeenkomstig. 2 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 13, eerste lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten, alsmede het ontvangen voorschot, bedoeld in, uitgesplitst naar tegemoetkomingen en uitvoeringkosten, met betrekking tot deze regeling opgenomen. 3 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 13, eerste lid Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede het ontvangen voorschot op grond van, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 oktober 2020. 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan 1 september 2020, van toepassing op de afwikkeling van de op grond van deze regeling ingediende aanvragen en op de toegekende tegemoetkomingen. 3 artikel 8, tweede en derde lid In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen, bedoeld in, gedurende de in die leden genoemde periode gelden voor degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend. 2020 38760 16-07-2020 14-07-2020 2020-0000097726 2020 38760 16-07-2020 14-07-2020 2020-0000097726 17-07-2020 10-07-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Citeertitel#
Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten. 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 2020 31395 11-06-2020 08-06-2020 2020-0000061136 12-06-2020