Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 mei 2020, nr. 2019-0000182892, houdende een tijdelijke regeling ter tegemoetkoming aan inkomenseffecten van de staking van de activiteiten van de Hemwegcentrale voor de werknemers werkzaam in het Westhavengebied (Tijdelijke regeling tegemoetkoming werknemers Westhaven)
- BWB-id
- BWBR0043555
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2020-08-08 t/m 2025-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043555
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tijdelijke-regeling-tegemoetkoming-werknemers-westhaven
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tijdelijke-regeling-tegemoetkoming-werknemers-westhaven/2020-08-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043555&g=2020-08-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043555&z=2026-06-06&g=2020-08-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043555/2020-08-08
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tijdelijke-regeling-tegemoetkoming-werknemers-westhaven
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: – Dienstbetrekking: artikel 5, onderdeel c de dienstbetrekking, bedoeld in; – Eenmalige ontslagvergoeding: artikel 3 de ontslagvergoeding, bedoeld in; – Herplaatsing: artikel 5, onderdeel c herplaatsing als bedoeld in; – Hemwegcentrale: Wet verbod op kolen bij de elektriciteitsproductie artikel 2 tot en met 3a van de Wet verbod op kolen bij de elektriciteitsproductie de productie-installatie, in de zin van de, gevestigd aan de Vlothavenweg 16, te Amsterdam, die als gevolg van het verbod, bedoeld in, zijn productie op 1 januari 2020 moest staken; – MCKW: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het samenwerkingsverband tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in, en de vakbond FNV genaamd ‘Mobiliteitscentrum Kolenketen Westhaven’, dat zich bezighoudt met het aanbieden van activiteiten die bevorderlijk zijn voor de inschakeling in de arbeid aan werknemers in relatie tot het staken van de productie van de Hemwegcentrale; – Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; – Referentie inkomen: artikel 2 het referentie inkomen, bedoeld in; – Toetsingsinkomen: artikel 4 het toetsingsinkomen, bedoeld in; – Werknemer: artikel 5 de werknemer, bedoeld in; – Wfsv: Wet financiering sociale verzekeringen de. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Het referentie inkomen per jaar#
Artikel 2 Het referentie inkomen per jaar artikel 16 van de Wfsv Het referentie inkomen is het loon, bedoeld in, dat de werknemer gedurende de twaalf kalendermaanden voorafgaand aan de beëindiging van de dienstbetrekking of herplaatsing uit de dienstbetrekking heeft genoten, met uitzondering van: a. artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag de minimumvakantiebijslag, bedoeld in; b. eenmalige betalingen die in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking betaald worden, waaronder de eenmalige ontslagvergoeding. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Eenmalige ontslagvergoeding#
Artikel 3 Eenmalige ontslagvergoeding Tot een eenmalige ontslagvergoeding wordt gerekend een eenmalige uitkering die na beëindiging van de dienstbetrekking aan de werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Het toetsingsinkomen#
Artikel 4 Het toetsingsinkomen Tot het toetsingsinkomen wordt gerekend: a. artikel 16 van de Wfsv artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag het loon, bedoeld in, voor zover dit loon voortkomt uit een dienstbetrekking die is aangegaan of een uitkering waarop het recht is ontstaan, na de beëindiging van de dienstbetrekking of herplaatsing met uitzondering van de minimum vakantiebijslag, bedoeld in, en uitkeringen die voortkomen uit een dienstbetrekking die is aangegaan voor de beëindiging van de dienstbetrekking of de herplaatsing; b. Wet op de loonbelasting 1964 hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in de, wordt genoten, voor zover dit uit de dienstbetrekking voortkomt en periodiek wordt uitgekeerd; c. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet een uit een dienstbetrekking voortvloeiende periodieke uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening, dan wel een uitkering die voorafgaat aan die uitkering of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, of een op basis van een wettelijke regeling verstrekte uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Recht op de tegemoetkoming#
Artikel 5 Recht op de tegemoetkoming De werknemer heeft recht op de tegemoetkoming, indien: a. hij op 30 september 2019 in een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd werkzaam was bij: 1°. de exploitant van de Hemwegcentrale; of 2°. een werkgever die in zijn gewoonlijke bedrijfsactiviteiten dienstig is aan het productieproces van de Hemwegcentrale; b. hij zijn werkzaamheden in Nederland verrichtte; c. artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek hij zijn dienstbetrekking, bedoeld in onderdeel a, tussen 1 oktober 2019 en 1 juli 2021 rechtsgeldig op grond vanis beëindigd, of hij in het kader van artikel 669, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek herplaatst is, en het eindigen van de dienstbetrekking of de herplaatsing redelijkerwijs in verband gebracht kan worden met het staken van de productieactiviteiten van de Hemwegcentrale; d. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld innog niet bereikt heeft; e. hij aannemelijk maakt dat hij als gevolg van het eindigen van het dienstverband of herplaatsing, in het navolgende jaar inkomensverlies lijdt; en f. hij zich tijdig, in ieder geval op het moment dat het hem redelijkerwijs duidelijk was of moest zijn dat er sprake zou zijn van de in onderdeel c en e bedoelde omstandigheden en uiterlijk voor 1 september 2020, heeft laten begeleiden door het MCKW en aantoonbaar heeft meegewerkt, voor zover dit van hem gevergd kan worden, aan activiteiten aangeboden door het MCKW die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid. 2020 41820 07-08-2020 30-07-2020 2020-0000100586 2020 41820 07-08-2020 30-07-2020 2020-0000100586 08-08-2020 01-08-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Uitbreiding recht op de tegemoetkoming bij onbillijkheid van overwegende aard#
Artikel 6 Uitbreiding recht op de tegemoetkoming bij onbillijkheid van overwegende aard artikel 5, onderdelen a, c, en f De Minister kan, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing, gelet op het belang van het bieden van een tegemoetkoming aan werknemers met een structurele en aan arbeid gerelateerde binding aan het productieproces van de Hemwegcentrale die als gevolg van het staken van de activiteiten van de Hemwegcentrale inkomensverlies lijden, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Hoogte tegemoetkoming per tijdvak#
Artikel 7 Hoogte tegemoetkoming per tijdvak 1 De tegemoetkoming wordt toegekend voor zes opeenvolgende tijdvakken van zes maanden. Het eerste tijdvak vangt aan op de dag volgend op het eindigen van de dienstbetrekking of de herplaatsing. De berekening van de hoogte van de tegemoetkoming op grond van het tweede en derde lid geschiedt bij de aanvang van het tijdvak. 2 artikel 8, eerste lid De tegemoetkoming voor het eerste tijdvak, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het referentie inkomen, berekend over zes maanden, minus het verwachte toetsingsinkomen gedurende het eerste tijdvak vermeerderd met 1/6 deel van de eenmalige ontslagvergoeding, met dien verstande dat de tegemoetkoming niet meer bedraagt dan het maximum, bedoeld in. 3 artikel 8, eerste en tweede lid De tegemoetkoming voor de navolgende tijdvakken, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per tijdvak het referentie inkomen, berekend over zes maanden, minus het toetsingsinkomen gedurende het voorafgaande tijdvak vermeerderd met 1/6 deel van de eenmalige ontslagvergoeding, met dien verstande dat de tegemoetkoming niet meer bedraagt dan het maximum en de vermeerdering, bedoeld in. 4 Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, negatief is, wordt de tegemoetkoming voor het tijdvak op nihil gesteld. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Maximale hoogte van de tegemoetkoming#
Artikel 8 Maximale hoogte van de tegemoetkoming 1 artikel 7, eerste lid Per tijdvak, bedoeld in, bedraagt de tegemoetkoming maximaal 5,83% van het referentie inkomen per jaar. 2 artikel 7 Indien bij de toepassing vanvoor enig tijdvak het maximaal uit te betalen bedrag per tijdvak, bedoeld in het eerste lid, niet of deels niet wordt uitbetaald, wordt het maximaal uit te betalen percentage voor de navolgende tijdvakken met het aantal procentpunt van het referentie inkomen per jaar, dat niet uitbetaald is, vermeerderd. De vermeerdering, bedoeld in de vorige zin, vervalt nadat deze is uitbetaald. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Verlies van recht bij afwezigheid inkomensverlies na een jaar en bereiken AOW-leeftijd#
Artikel 9 Verlies van recht bij afwezigheid inkomensverlies na een jaar en bereiken AOW-leeftijd 1 Het recht op een tegemoetkoming vervalt voor de navolgende tijdvakken indien het referentie inkomen minus het toetsingsinkomen gedurende de eerste twee tijdvakken nihil of negatief is. 2 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Indien de werknemer gedurende het tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt vastgesteld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, bereikt, wordt de hoogte van de tegemoetkoming verminderd met 1/6 deel per kalendermaand, gelegen in het tijdvak, waarin hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Voor de navolgende tijdvakken vervalt het recht op de tegemoetkoming. 3 artikel 11, vierde lid Indien toepassing is gegeven aan, wordt bij de toepassing van het eerste lid het verschil tussen het referentie inkomen en het toetsingsinkomen voor dat tijdvak geacht nihil te zijn. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Aanvraag tegemoetkoming#
Artikel 10 Aanvraag tegemoetkoming 1 De Minister stelt op aanvraag vast of recht op de tegemoetkoming bestaat. 2 artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdis de werknemer verplicht bij de aanvraag te verstrekken: a. bewijsstukken die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van het referentie inkomen en de eenmalige ontslagvergoeding; b. artikel 5, onderdeel c en f een getekend document verstrekt door het MCKW waaruit blijkt dat aan, is voldaan; c. overige inlichtingen en bewijsstukken, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. 3 Een aanvraag kan worden ingediend vanaf de dag van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 1 september 2021. 4 Een aanvraag die na 1 september 2021 wordt ontvangen, wordt afgewezen. 5 Voor de aanvraag wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt. 2020 41820 07-08-2020 30-07-2020 2020-0000100586 2020 41820 07-08-2020 30-07-2020 2020-0000100586 08-08-2020 01-08-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Vaststelling hoogte van tegemoetkoming#
Artikel 11 Vaststelling hoogte van tegemoetkoming 1 artikel 10 artikel 7 Bij besluit op de aanvraag, bedoeld in, stelt de Minister de hoogte van de tegemoetkoming vast voor het eerste tijdvak, bedoeld in. 2 artikel 7, derde lid De Minister stelt ambtshalve de hoogte van de tegemoetkoming vast voor een tijdvak, bedoeld in, binnen acht weken na aanvang van het tijdvak. 3 artikel 7, derde lid De werknemer verstrekt de Minister, op door de Minister vast te stellen wijze, binnen vier weken na aanvang van het tijdvak, bedoeld in, uit eigen beweging de inlichtingen en bewijsstukken die noodzakelijk zijn ter vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming voor het desbetreffende tijdvak. 4 Indien de termijn, bedoeld in het vorige lid, verstrijkt, stelt de Minister, onder opschorting van de termijn, bedoeld in het tweede lid, een redelijke termijn waarin de werknemer de inlichtingen en bewijsstukken alsnog kan verstrekken. Indien de werknemer na het verstrijken van de gestelde redelijke termijn in gebreke blijft, wordt de hoogte van de tegemoetkoming voor het desbetreffende tijdvak op nihil gesteld. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Advisering#
Artikel 12 Advisering 1 De Minister vraagt advies aan het MCKW over het recht op de tegemoetkoming en de hoogte van de tegemoetkoming voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is. 2 De Minister stelt de eisen vast waaraan het advies voldoet en stelt een termijn binnen welke het advies wordt gegeven. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Controle#
Artikel 13 Controle 1 De Minister is bevoegd controlevoorschriften vast te stellen. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze regeling. 2 De werknemer is verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan de Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze regeling. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Intrekking, herziening en terugvordering#
Artikel 14 Intrekking, herziening en terugvordering 1 artikelen 10, tweede lid 11, derde lid De Minister herziet een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming, alsmede de vaststelling van de hoogte daarvan, indien de werknemer de verplichtingen, bedoeld in de,, niet of niet behoorlijk is nagekomen en dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag toekennen van de tegemoetkoming. 2 artikel 13, tweede lid De Minister trekt het besluit tot toekenning van de tegemoetkoming in, indien de werknemer niet of in onvoldoende mate zijn verplichting bedoeld in, nakomt. 3 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Minister besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien. 4 De tegemoetkoming die als gevolg van een besluit als bedoeld in het eerste lid ten onrechte of tot een te hoog bedrag is toegekend, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt van de werknemer aan wie de tegemoetkoming is toegekend teruggevorderd. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 15 — Artikel 15 Uitbetaling#
Artikel 15 Uitbetaling 1 artikel 7, tweede lid De tegemoetkoming voor het tijdvak, bedoeld in, wordt binnen zes weken na de toekenning uitbetaald. 2 artikel 7, derde lid artikel 11, tweede lid De tegemoetkoming voor het tijdvak, bedoeld in, wordt binnen zes weken na het vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming op grond van, uitbetaald. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en vervalt met ingang van 1 juli 2025. 2020 41820 07-08-2020 30-07-2020 2020-0000100586 2020 41820 07-08-2020 30-07-2020 2020-0000100586 08-08-2020 01-08-2020
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling tegemoetkoming werknemers Westhaven. 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 2020 27737 20-05-2020 15-05-2020 2019-0000182892 21-05-2020