Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 1 oktober 2020, nr. IENW/BSK-2020/181458, houdende tijdelijke regels voor toekenning van specifieke uitkeringen ter stimulering van het nemen van maatregelen ten behoeve van veiliger, doelmatiger en duurzamer gebruik van verkeersinfrastructuur 2020 (Tijdelijke stimuleringsregeling veilig, doelmatig en duurzaam gebruik verkeersinfrastructuur 2020)
- BWB-id
- BWBR0044170
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-10-03
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044170
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tijdelijke-stimuleringsregeling-veilig-doelmatig-en-duurzaam
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tijdelijke-stimuleringsregeling-veilig-doelmatig-en-duurzaam/2020-10-03
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044170&g=2020-10-03
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044170&z=2026-06-06&g=2020-10-03
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044170/2020-10-03
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tijdelijke-stimuleringsregeling-veilig-doelmatig-en-duurzaam
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Bestuurlijke Overleggen MIRT 2018 en 2019: Bestuurlijke overleggen MIRT Noord-Nederland, Oost-Nederland, Zuid-Nederland, Zuidwest-Nederland, Noordwest-Nederland en goederenvervoercorridors die hebben plaatsgevonden op 21 en 22 november 2018 respectievelijk 20 en 21 november 2019; minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; specifieke uitkering: artikel 3 uitkering als bedoeld in; 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de regeling#
Artikel 2 Doel van de regeling Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van het nemen van maatregelen die veiliger, doelmatiger en duurzamer gebruik van verkeersinfrastructuur beogen te bevorderen. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden aangevraagd#
Artikel 3 Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden aangevraagd artikel 2 Tot het ingenoemde doel kan de minister overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2018 en 2019 op aanvraag van een provincie of gemeente een specifieke uitkering verstrekken voor: a. proeven met maatregelen waarmee wordt beoogd dat kinderen en jongeren veilig per fiets naar school kunnen gaan; b. organisatorische inbedding van levering van actuele en betrouwbare data voor digitale mobiliteitsdiensten en het data-gedreven uitvoeren van overheidstaken in het mobiliteitsdomein; c. aanschaf, installatie van intelligente verkeersregelinstallaties of onderdelen hiervan en aansluiting op een landelijk datanetwerk van intelligente verkeersregelinstallaties; d. onderzoek naar mogelijkheden om gebruik van het openbaar vervoer door studenten beter te spreiden en het aantal reisbewegingen te verminderen; e. ondersteuning bij kennisuitwisseling en planvorming door werkgevers en advisering aan werkgevers ten behoeve van verduurzaming van woon-werkverkeer; f. stimulering door werkgevers van gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer en zakelijk verkeer; of g. 2 advies en ondersteuning bij het opstellen van een regionaal plan van aanpak voor verkeer en vervoer van goederen gericht op verbetering van de bereikbaarheid en vermindering van CO-emissie. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Kosten die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering#
Artikel 4 Kosten die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering 1 Voor een specifieke uitkering komen in aanmerking: a. maximaal 5% van de voorbereidingskosten, niet zijnde kosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; b. uitvoeringskosten. 2 Voor een specifieke uitkering komen niet in aanmerking: a. kosten van personeel van de eigen organisatie en inhuur van personeel ten behoeve van de voorbereiding van de uitvoering; b. Wet op het BTW-compensatiefonds omzetbelasting over kosten als bedoeld in het eerste lid, die in aanmerking komt voor compensatie op grond van deof verrekend kan worden; en c. kosten waarvoor reeds op basis van deze regeling of langs andere weg een bijdrage is of wordt verstrekt, dan wel kosten die niet voortvloeien uit afspraken die zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2018 en 2019. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Percentage van de kosten dat ten hoogste in aanmerking komt voor een specifieke uitkering#
Artikel 5 Percentage van de kosten dat ten hoogste in aanmerking komt voor een specifieke uitkering artikel 4, eerste lid Het percentage van de kosten, bedoeld in, dat ten hoogste in aanmerking komt voor een specifieke uitkering, wordt vastgesteld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2018 en 2019. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Hoogte specifieke uitkering#
Artikel 6 Hoogte specifieke uitkering 1 artikel 3 De hoogte van het budget dat voor de activiteiten, bedoeld in, beschikbaar is en de wijze van verdeling daarvan worden vastgesteld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2018 en 2019. 2 artikel 4, eerste lid Wet op het BTW-compensatiefonds Een specifieke uitkering bedraagt niet meer dan het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bedrag verminderd met de omzetbelasting over de kosten, bedoeld in, die in aanmerking komt voor compensatie op grond van de. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag voor verlening specifieke uitkering#
Artikel 7 Aanvraag voor verlening specifieke uitkering 1 Een aanvraag van een specifieke uitkering wordt uiterlijk op 31 oktober 2020 ingediend. 2 Een aanvraag gaat vergezeld van: a. een overzicht van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd; b. artikel 2 een beschrijving van de wijze waarop en de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelen, bedoeld in; c. een specificatie en raming van de kosten van de activiteiten; d. een beschrijving van de wijze waarop niet onder de aangevraagde specifieke uitkering vallende kosten, worden gedekt; e. een tijdsplanning van de activiteiten. 3 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Verlening specifieke uitkering#
Artikel 8 Verlening specifieke uitkering 1 Op de aanvraag van een specifieke uitkering beslist de minister binnen acht weken na ontvangst. 2 Een besluit tot verlening vermeldt in ieder geval: a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verstrekt; en b. het bedrag van de specifieke uitkering. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Voorschotverlening#
Artikel 9 Voorschotverlening artikel 8 De minister verstrekt bij een besluit tot verlening als bedoeld ineen voorschot van 100% van het verleende bedrag. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Verplichtingen ontvanger#
Artikel 10 Verplichtingen ontvanger 1 De activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verleend, zijn voor uiterlijk 1 januari 2024 gerealiseerd. 2 artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht De ontvanger van een specifieke uitkering werkt mee aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek ten behoeve van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk als bedoeld in. 3 artikel 8 Bij een besluit tot verlening als bedoeld inkan de minister ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de specifieke uitkering. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Verantwoording#
Artikel 11 Verantwoording artikel 17a Financiële-verhoudingswet Verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering vindt plaats op de wijze die is bepaald in. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Vaststelling specifieke uitkering#
Artikel 12 Vaststelling specifieke uitkering 1 artikel 10 De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend, volledig zijn uitgevoerd en volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in, ambtshalve vast. 2 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding en verval#
Artikel 13 Inwerkingtreding en verval Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling veilig, doelmatig en duurzaam gebruik verkeersinfrastructuur 2020. 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 2020 50437 02-10-2020 01-10-2020 IENW/BSK-2020/181458 03-10-2020