Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 juni 2020, 2020-0000085008, tot vaststelling van de tweede tranche van een tijdelijke subsidieregeling tot tegemoetkoming in de loonkosten teneinde de werkgelegenheid onder buitengewone omstandigheden te behouden (Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid)
- BWB-id
- BWBR0043709
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2022-02-12 t/m 2022-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043709
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tweede-tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-behoud-van
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tweede-tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-behoud-van/2022-02-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043709&g=2022-02-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043709&z=2026-06-06&g=2022-02-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043709/2022-02-12
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2020/tweede-tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-behoud-van
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling 1 In deze regeling wordt verstaan onder: andere vertegenwoordiging van werknemers: artikel 35b, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of de vergadering als bedoeld in; eerste tranche subsidieregeling: Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid ; extra periode salaris: extra loon dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald naar aanleiding van afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, en dat niet afhankelijk is van bedrijfsresultaten of kwalitatieve of kwantitatieve prestaties van de werknemer; loon: artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen het loon, bedoeld in, voor zover het betreft loon uit tegenwoordige dienstbetrekking; loonsom: het loon van alle werknemers, behorende tot een loonheffingennummer; loonheffingennummer: artikel 1a.1, tweede lid, onderdeel b, onder 1, van de Regeling gegevensuitvraag loonaangifte het nummer, genoemd in; Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; omzetdaling: artikel 6, eerste lid een daling van de omzet als bedoeld in; omzetperiode: artikel 4, tweede lid de aaneengesloten periode van vier kalendermaanden binnen de periode van 1 juni tot en met 30 november 2020 die de werkgever bij de subsidieaanvraag kiest, of indien, van toepassing is, de periode bedoeld in dat lid; referentie-omzet: artikel 6, tweede lid de omzet, bedoeld in, waarmee wordt vergeleken om de omzetdaling, bedoeld in artikel 6, eerste lid, te berekenen; UWV: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; werkgever: artikel 1, onderdeel q of r, van de Wet financiering sociale verzekeringen een werkgever als bedoeld in; werknemer: artikel 1, onderdeel o of p, van de Wet financiering sociale verzekeringen een werknemer als bedoeld in. 2 artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Wet inkomstenbelasting 2001 eerste tranche subsidieregeling Onder omzet wordt in deze regeling verstaan de netto-omzet zoals gedefinieerd ingecorrigeerd voor de in de winst-en-verliesrekening verantwoorde wijziging in onderhanden projecten en bepaald op basis van grondslagen en detailtoepassingen die consistent zijn met de grondslagen en detailtoepassingen zoals deze door de werkgever zijn gehanteerd in de laatste voor 1 juni 2020 vastgestelde jaarrekening, mits deze conform de wet- en regelgeving is opgesteld. Voor natuurlijke personen is dit de omzetbepaling die de basis is geweest voor de laatst vastgestelde aangifte voor de, mits deze conform de wet- en regelgeving is opgesteld. Alle baten die voortkomen uit de uitvoering van normale activiteiten van een organisatie, ook als deze gewoonlijk met een andere term dan omzet worden aangeduid, vallen onder omzet in de zin van deze regeling. Onder omzet wordt in deze regeling niet verstaan de subsidie die de werkgever ontvangt op grond van de. 2020 50202 30-09-2020 25-09-2020 2020-0000127109 2020 50202 30-09-2020 25-09-2020 2020-0000127109 01-10-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Inleidende bepaling#
Artikel 2 Inleidende bepaling 1 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Op subsidies verleend op grond van deze regeling is deniet van toepassing. 2 Formulieren waarnaar in deze regeling wordt verwezen, worden door de Minister beschikbaar gesteld op www.uwv.nl. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Doel van de subsidie#
Artikel 3 Doel van de subsidie Het doel van deze regeling is om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van de loonkosten, indien sprake is van een acute terugval in de omzet met ten minste 20% gedurende een periode van vier maanden, vanwege een vermindering in bedrijvigheid door buitengewone omstandigheden die in redelijkheid niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend, voor zover geen winst of bonussen worden uitgekeerd of eigen aandelen worden aangekocht, zodat werkgevers zoveel mogelijk werknemers in dienst kunnen houden voor de uren die zij werkten voordat sprake was van deze terugval. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Voorwaarden voor subsidieverlening#
Artikel 4 Voorwaarden voor subsidieverlening 1 De Minister kan aan een werkgever, die gedurende een aaneengesloten periode van vier kalendermaanden in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 november 2020 verwacht te worden geconfronteerd met een daling van de omzet van ten minste 20%, per loonheffingennummer een subsidie verlenen over de loonsom in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020. 2 eerste tranche subsidieregeling artikel 8, vierde lid, onderdeel c, van de eerste tranche subsidieregeling artikel 10 Als aan een werkgever subsidie op grond van deis verleend, dan sluit de omzetperiode aan op de periode, bedoeld in, tenzij de werkgever voorafgaand aan de subsidieaanvraag, bedoeld in, verzocht heeft de beschikking tot subsidieverlening op grond van de eerste tranche subsidieregeling in te trekken. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Weigeringsgronden#
Artikel 5 Weigeringsgronden artikel 4:35, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwordt de subsidieverlening geweigerd, indien of voor zover: a. niet of onvoldoende aannemelijk is dat de omzetdaling van de betreffende werkgever ten minste 20% zal zijn; b. het rekeningnummer dat bij de aanvraag is opgegeven niet correspondeert met het in de aanvraag opgegeven loonheffingennummer en de daaraan verbonden rekeninggegevens; c. artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 8, tweede tot en met vierde lid geen loongegevens beschikbaar zijn in de polisadministratie, bedoeld in, over de aangiftetijdvakken, bedoeld in; of d. de aanvraag anderszins niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Omzetdaling#
Artikel 6 Omzetdaling 1 De omzetdaling wordt vastgesteld door het verschil tussen de referentie-omzet en de omzet in de omzetperiode te delen door de referentie-omzet. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in hele procenten en naar boven afgerond. 2 De referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, is de omzet over het kalenderjaar 2019, gedeeld door drie. 3 Als de werkgever de bedrijfsuitoefening na 1 januari 2019 is aangevangen, dan is de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet over de periode vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met vier. 4 artikel 7:662 van het Burgerlijk Wetboek Als de werkgever na 1 januari 2019 een economische eenheid heeft overgenomen in de zin van, of middels een aandelentransactie zeggenschap heeft verkregen over een rechtspersoon of vennootschap die onderdeel is geworden van een groep als bedoeld in het zevende lid, dan wordt de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, berekend door de omzet over de periode vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de overgang tot en met 29 februari 2020, te delen door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, en te vermenigvuldigen met vier. Dit lid wordt toegepast, indien de werkgever daar bij de subsidieaanvraag om verzoekt. 5 Als een werkgever in de periode van 2 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 een onderdeel of activiteit heeft afgestoten, dan is de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de afstoting van het onderdeel of de activiteit tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met vier. Als in de periode van 2 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 meerdere onderdelen of activiteiten zijn afgestoten, wordt gerekend vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de afstoting van het laatste onderdeel of de laatste activiteit. 6 Voor de omzetdaling wordt uitgegaan van de omzetdaling van de natuurlijke of rechtspersoon. 7 artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de rechtspersoon of vennootschap onderdeel is van een groep als bedoeld in, wordt, in afwijking van het zesde lid, uitgegaan van de omzetdaling van de groep zoals deze op 1 juni 2020 bestond. Indien de rechtspersoon een dochtermaatschappij is van een ander als bedoeld in, worden de dochtermaatschappij en de rechtspersoon voor de werking van deze regeling behandeld als waren zij een groep. Voor de bepaling van de omzetdaling als bedoeld in de eerste zin worden de Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen in aanmerking genomen, alsmede buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met loon in Nederland. 8 Subsidies en baten die betrekking hebben op een langere periode dan de omzetperiode en de periode, bedoeld in het tweede lid, worden naar rato aan de betreffende perioden toegerekend voor de bepaling van de omzetdaling, bedoeld in het eerste lid. 2022 4032 11-02-2022 08-02-2022 2022-0000005023 2022 4032 11-02-2022 08-02-2022 2022-0000005023 12-02-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Afwijking van bepalen omzetdaling op niveau concern of groep#
Artikel 7 Afwijking van bepalen omzetdaling op niveau concern of groep 1 artikel 6, zevende lid In afwijking van, kan aan de werkgever die deel uitmaakt van een groep als bedoeld in dat lid, en die daar bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie om verzoekt, subsidie worden verstrekt waarbij de omzetdaling wordt bepaald op basis van de omzetdaling van die rechtspersoon of vennootschap afzonderlijk, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de rechtspersoon of vennootschap heeft geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten; b. artikel 3, derde lid, van de Wet melding collectief ontslag de werkgever handelt in overeenstemming met een van dagtekening voorziene overeenkomst over werkbehoud, die door hem voorafgaand aan de aanvraag van de vaststelling van de subsidie wordt aangegaan met ten minste één belanghebbende vereniging van werknemers, bedoeld in, en bij gebreke daarvan, of indien de werkmaatschappij minder dan 20 werknemers heeft, een andere vertegenwoordiging van werknemers; c. artikel 6, zevende lid de andere rechtspersonen of vennootschappen binnen een groep als bedoeld in, voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de rechtspersoon of vennootschap waarvoor de omzetdaling met toepassing van dit artikel wordt bepaald; en d. artikel 6, zevende lid de omzetdaling van de groep, bedoeld in, bedraagt minder dan 20% in de omzetperiode. 2 Indien en voor zover werknemers van de rechtspersoon of vennootschap, waarvan de omzet met toepassing van het eerste lid wordt vastgesteld, in de omzetperiode werkzaamheden verrichten bij een andere rechtspersoon of vennootschap, wordt de omzet van de rechtspersoon of vennootschap naar boven bijgesteld. Voor de berekening van de verhoging wordt de omzet over 2019 afgezet tegen de loonkosten over 2019. Deze verdeling wordt toegepast op de loonkosten zoals deze zijn ingezet bij de andere rechtspersoon of vennootschap en toegerekend aan de omzet over de omzetperiode. 3 Bij toepassing van het eerste lid worden bij de berekening van de omzet: a. dezelfde verrekenprijsregels en grondslagen van waardering en resultaatbepaling gehanteerd als in de laatste voor 1 juni 2020 vastgestelde jaarrekening; en b. mutaties in de voorraden gereed product toegerekend aan de omzet. 4 artikel 405, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Bij toepassing van dit artikel kan een groepsdeel als bedoeld inbestaande uit een tussenholding en haar groepsmaatschappijen worden behandeld als waren zij één rechtspersoon. 5 Indien in strijd wordt gehandeld met het eerste lid, onderdeel c, of het tweede lid, wordt voor de toepassing van dit artikel de omzet bijgesteld naar de situatie waarin niet in strijd met die artikelen zou zijn gehandeld. 2021 5591 02-02-2021 29-01-2021 2021-0000003918 2021 5591 02-02-2021 29-01-2021 2021-0000003918 03-02-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Hoogte van de subsidie#
Artikel 8 Hoogte van de subsidie 1 De hoogte van de subsidie is de uitkomst van: A x B x 4 x 1,4 x 0,9 Hierbij staat: A voor het percentage van de omzetdaling; B voor de loonsom waarbij wordt uitgegaan van de totale loonsom van werknemers waarvoor de werkgever het loon heeft uitbetaald in het tijdvak, bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, met dien verstande dat: a. artikel 5, derde lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen de uitbetaling van vakantiebijslag in het gehanteerde aangiftetijdvak niet wordt meegenomen bij de vaststelling van de loonsom, met uitzondering van de uitbetaling van vakantiebijslag door de werkgever die geen vakantiebijslag voor de werknemer reserveert, als bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 2021; b. artikel 5, derde lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen de loonsom wordt vermenigvuldigd met 0,926, indien de werkgever geen vakantiebijslag voor de werknemer reserveert, als bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 2021; c. de loonsom wordt verminderd met een extra periode salaris dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald in het tijdvak, bedoeld in het tweede, derde of vierde lid; en d. het in aanmerking te nemen loon per werknemer niet meer bedraagt dan € 9.538 per tijdvak van een maand, berekend na toepassing van de onderdelen a tot en met c. 2 Voor de loonsom, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het loon over het derde aangiftetijdvak van het jaar 2020, met dien verstande dat indien er sprake is van een aangiftetijdvak van vier weken, de loonsom in dat aangiftetijdvak wordt verhoogd met 8,33 procent. 3 Indien er geen loongegevens zijn over het tijdvak, bedoeld in het tweede lid, wordt uitgegaan van het loon over de maand november van het jaar 2019. Indien er sprake is van een aangiftetijdvak van vier weken, wordt uitgegaan van het loon over het twaalfde aangiftetijdvak van het jaar 2019, waarbij de loonsom in dat aangiftetijdvak wordt verhoogd met 8,33 procent. 4 Indien er geen sprake is van een aangiftetijdvak van een maand of vier weken, wordt het loon per werknemer herleid naar een loon per aangiftetijdvak van een maand. 5 Indien de loonsom bedoeld onder de letter C lager is dan viermaal de loonsom als bedoeld in het eerste lid, onder de letter B, wordt de subsidie verlaagd met: (B x 4 – C) x 1,4 x 0,9 Hierbij staat: B voor de loonsom, zoals berekend op grond van het eerste lid tot en met vierde lid; C voor de loonsom over de periode 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020, met dien verstande dat het eerste lid tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing is, waarbij de gehanteerde aangiftetijdvakken het zesde tot en met het negende aangiftetijdvak van het jaar 2020 zijn. 6 Indien er sprake is van een werkgever die per vier weken aangifte doet voor de loonheffingen, wordt de loonsom, bedoeld in het vijfde lid, onder de letter C, verhoogd met 8,33 procent. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing. 7 De in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever ten behoeve van de bepaling van de letter B, bedoeld in het eerste lid, worden beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 15 mei 2020 is ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden. 8 De in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever ten behoeve van de bepaling van de letter C, bedoeld in het vijfde lid, worden beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 16 november 2020 is ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden. Indien de loonaangifte na laatstgenoemde datum naar beneden wordt bijgesteld, kan de Minister besluiten de gewijzigde loonaangifte in aanmerking te nemen voor de vaststelling van de loonsom, bedoeld in het vijfde lid, onder de letter C. 9 artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien de werkgever in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 een verzoek om toestemming heeft gedaan om de arbeidsovereenkomst van één of meer werknemers op te zeggen op grond van, wordt de subsidie verlaagd met: D x 3 x 1,4 x 0,9 Hierbij staat D voor het loon dat de werknemers, bedoeld in de eerste zin, hebben ontvangen, berekend overeenkomstig het eerste tot en met het vierde lid. 10 Het negende lid is niet van toepassing indien de werkgever het verzoek om toestemming heeft ingetrokken binnen vijf werkdagen nadat het verzoek is ingediend. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 01-01-2022
Artikel 9 — Artikel 9 Verlaging van de subsidie#
Artikel 9 Verlaging van de subsidie 1 artikel 8 Het subsidiebedrag wordt na toepassing vanverlaagd met 5%, indien de werkgever: a. artikel 3, eerste lid, van de Wet melding collectief ontslag in de periode van 30 mei 2020 tot en met 30 september 2020 een melding doet als bedoeld in; en b. Wet melding collectief ontslag artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 verzoeken om toestemming heeft gedaan om de arbeidsovereenkomst van twintig of meer werknemers per werkgebied in de zin van deop te zeggen op grond van. 2 artikel 3, derde lid, van de Wet melding collectief ontslag Het subsidiebedrag wordt niet verlaagd, indien de werkgever na het doen van een melding als bedoeld het eerste lid, onderdeel a, met de belanghebbende verenigingen van werknemers als bedoeld in, of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers over iedere melding: a. overeenstemming heeft bereikt over de noodzaak van het aantal te vervallen arbeidsplaatsen; of b. indien geen overeenstemming is bereikt als bedoeld in onderdeel a, gezamenlijk de Stichting van de Arbeid verzocht heeft te beoordelen of het voorgestelde aantal te vervallen arbeidsplaatsen noodzakelijk is en de werkgever het verzoek niet heeft ingetrokken. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Aanvraag van de subsidieverlening#
Artikel 10 Aanvraag van de subsidieverlening 1 De werkgever dient een subsidieaanvraag in door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier. 2 Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 6 juli 2020 tot en met 31 augustus 2020. 3 De werkgever kan eenmaal per loonheffingennummer een subsidieaanvraag indienen. 4 In de subsidieaanvraag wordt in ieder geval vermeld: a. de verwachte omzetdaling; b. artikel 4, tweede lid de omzetperiode, tenzij, van toepassing is; c. het loonheffingennummer; d. Handelsregisterwet 2007 het door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer als bedoeld in de, indien de werkgever daarover beschikt; e. het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt; en f. artikel 6, vierde lid of een verzoek als bedoeld in, wordt gedaan. 5 In de subsidieaanvraag verklaart de werkgever: a. artikel 15, onderdeel c dat voldaan zal worden aan de verplichting, bedoeld in; en b. artikel 17 artikel 7 artikel 406, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dat voldaan zal worden aan de verplichting, bedoeld inen dat indienwordt toegepast, het groepshoofd, bedoeld inen de moedermaatschappij, bedoeld in, daarmee instemmen. 6 artikel 6, zevende lid artikel 7 Indien de werkgever onderdeel is van een groep als bedoeld in, of indien de werkgever meerdere loonheffingennummers heeft, wordt hetzelfde percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, alsook dezelfde omzetperiode, voor alle rechtspersonen en vennootschappen binnen de groep respectievelijk de loonheffingennummers gehanteerd. In afwijking van de eerste zin hoeft voor de werkgever die onderdeel is van een groep als bedoeld in artikel 6, zevende lid, niet hetzelfde percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a te worden gehanteerd als het percentage dat voor de groep wordt gehanteerd, als de werkgever bij de aanvraag tot vaststelling verzoekttoe te passen. 7 De subsidieaanvraag wordt elektronisch gedaan, tenzij op www.uwv.nl kenbaar wordt gemaakt dat een schriftelijke subsidieaanvraag ook mogelijk is. 8 Indien het rekeningnummer, bedoeld in het vierde lid, onderdeel e, geen rekeningnummer betreft uit een land dat valt onder de EU-Verordening/260/2012, vult de werkgever op verzoek van de Minister de aanvraag aan met een rekeningnummer uit een land dat valt onder die EU-verordening. 9 Door het indienen van een aanvraag stemt de werkgever ermee in dat de volgende gegevens uit het subsidiedossier openbaar gemaakt kunnen worden: a. de naam en de vestigingsplaats van werkgever; b. het verstrekte voorschot; en c. de vastgestelde subsidie. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Verlening van de subsidie#
Artikel 11 Verlening van de subsidie 1 De Minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidieverlening. 2 De subsidiebeschikking vermeldt in ieder geval: a. de periode waarvoor de subsidie wordt verleend; b. de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening en het voorschot; c. artikel 15 16 17 de verplichtingen, bedoeld in,en, waaraan de werkgever moet voldoen; en d. de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd. 3 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt niet het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Berekening van de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening#
Artikel 12 Berekening van de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is de uitkomst van: A* x B x 4 x 1,4 x 0,9 Hierbij staat: A* voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling; artikel 8, eerste tot en met vierde lid B voor de loonsom, zoals berekend op grond van. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Voorschot#
Artikel 13 Voorschot 1 De Minister verstrekt de werkgever bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot. 2 artikel 12 De hoogte van het voorschot bedraagt 80% van het bedrag van de verlening, bedoeld in. 3 Het voorschot wordt betaald in ten hoogste twee termijnen. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Opschorting van de betaling#
Artikel 14 Opschorting van de betaling artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 13 Onverminderd, schort de Minister de betaling van een voorschot als bedoeld inop, indien: a. artikel 15, onderdelen a, d, e en g tot en met k artikel 16 artikel 17 sprake is van een ernstig vermoeden dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden of de verplichtingen, bedoeld in,en, die zijn verbonden aan de subsidie; of b. indien een melding van de werkgever daartoe aanleiding geeft. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 15 — Artikel 15 Verplichtingen#
Artikel 15 Verplichtingen Aan de werkgever aan wie subsidie wordt verleend, worden de volgende verplichtingen opgelegd: a. de werkgever is verplicht de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden; b. artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek de werkgever doet in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 geen verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van, gedurende het tijdvak waarover de subsidie is verleend; c. artikel 3, eerste lid, van de Wet melding collectief ontslag de werkgever is verplicht om, indien hij in de periode van 30 mei 2020 tot en met 30 september 2020 een melding doet als bedoeld in: 1°. over het voorgenomen collectief ontslag op overeenstemming gericht overleg te voeren met de belanghebbende verenigingen van werknemersverenigingen, of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers; en 2°. artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet eerder dan vier weken na de melding verzoeken om toestemming te doen om arbeidsovereenkomsten in het kader van het collectief ontslag op te zeggen op grond van; d. de werkgever is verplicht de subsidie uitsluitend aan te wenden voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, met dien verstande de subsidie in ieder geval wordt aangewend voor de betaling van loonkosten; e. Wet op de ondernemingsraden de werkgever is verplicht de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, bedoeld in de, of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening; f. de werkgever is verplicht zich in te spannen om werknemers te stimuleren om deel te nemen aan een ontwikkeladvies of aan scholing; g. de werkgever voert een zodanig controleerbare administratie dat alle voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan en verleent desgevraagd tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie inzage in deze administratie; h. Wet op de loonbelasting 1964 de werkgever doet de loonaangifte op grond van deop de voorgeschreven momenten; i. de werkgever meldt onverwijld en schriftelijk aan de Minister indien zich omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie; j. de werkgever overlegt na afloop van de periode waarover subsidie is verleend een definitieve opgave van de omzetdaling in de omzetperiode; en k. de werkgever werkt tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie, de vaststelling van de rechtmatigheid daarvan, of de ontwikkeling van het beleid van de Minister. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Verplichting overleggen accountantsverklaring#
Artikel 16 Verplichting overleggen accountantsverklaring 1 artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep bijlage De werkgever aan wie subsidie wordt verleend is verplicht bij de aanvraag van de vaststelling van de subsidie een verklaring over de naleving van de subsidievoorwaarden, afgegeven door een accountant als bedoeld in, te overleggen. Deze verklaring voldoet aan standaarden die door de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants zijn vastgesteld, met inachtneming van het in debij deze regeling opgenomen Accountantsprotocol. 2 artikel 6, zevende lid artikel 7 Van de verplichting om een verklaring van een accountant over te leggen is de werkgever vrijgesteld, indien het totale voorschot dat is verstrekt aan die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in, minder is dan € 100.000,–. In afwijking van de vorige zin geldt de vrijstelling van de verplichting om een verklaring van een accountant over te leggen niet indien de totale subsidie voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in artikel 6, zevende lid, wordt vastgesteld op een bedrag van € 125.000,– of meer, of indien de werkgever heeft verzocht om toepassing van. 3 bijlage De werkgever die op grond van het tweede lid is vrijgesteld van de verplichting om een verklaring van een accountant over te leggen, overlegt ten behoeve van de vaststelling van de subsidie het in debij deze regeling opgenomen formulier met een verklaring van een deskundige derde waarmee de omzetdaling wordt bevestigd. De Minister wijst aan welke deskundige derden een verklaring kunnen afgeven. 4 artikel 6, zevende lid Van de verplichting om een verklaring van een deskundige derde te overleggen is de werkgever vrijgesteld, indien het totale voorschot voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in, dat verstrekt is minder dan € 20.000,– bedraagt. In afwijking van de vorige zin geldt de vrijstelling van de verplichting om een verklaring van een deskundige derde te overleggen niet indien de totale subsidie voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in artikel 6, zevende lid, wordt vastgesteld op een bedrag van € 25.000,– of meer. 2021 12565 12-03-2021 08-03-2021 2021-0000034896 2021 12565 12-03-2021 08-03-2021 2021-0000034896 13-03-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Verplichting niet uitkeren dividenden en bonussen#
Artikel 17 Verplichting niet uitkeren dividenden en bonussen 1 De werkgever of rechtspersoon keert over 2020 geen dividenden uit aan aandeelhouders of bonussen aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap, waaronder mede begrepen winstdelingen, en kopen geen eigen aandelen in. Met dividend worden andere winstuitkeringen aan derden gelijkgesteld. 2 artikel 6, zevende lid Het eerste lid is niet van toepassing, indien het totale voorschot dat is verstrekt aan die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in, minder is dan € 100.000,–. In afwijking van de vorige zin is het eerste lid wel van toepassing, indien de totale subsidie voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in artikel 6, zevende lid, wordt vastgesteld op een bedrag van € 125.000,– of meer. 3 artikel 7 artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indienwordt toegepast, keert de werkgever of rechtspersoon, de groep, en de moedermaatschappij, bedoeld in, over 2020 geen dividenden uit aan aandeelhouders of bonussen aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap waarop artikel 7 wordt toegepast, waaronder mede begrepen winstdelingen, en kopen de rechtspersonen binnen de groep geen eigen aandelen in. Met dividend worden andere winstuitkeringen aan derden gelijkgesteld. 4 Indien de werkgever, rechtspersoon, natuurlijke persoon of groep verplicht is op grond van een vaststellingsverklaring met de Belastingdienst of een wettelijke plicht om dividend uit te keren dan blijft dit toegestaan voor het gedeelte waarover de plicht, bedoeld in het eerste en derde lid, geldt. 5 artikel 7 artikel 406, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indienwordt toegepast, beschikt de werkgever of de rechtspersoon over een voorafgaand aan de aanvraag van de vaststelling van de subsidie verstrekte schriftelijke verklaring van het groepshoofd, bedoeld in, en de moedermaatschappij, bedoeld in, waaruit blijkt dat gehandeld zal worden overeenkomstig het derde lid. 6 artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de werkgever of rechtspersoon een boekjaar heeft aangewezen dat niet op een kalenderjaar is gebaseerd, dan geldt de verplichting in het eerste lid voor het boekjaar of de boekjaren waarin in de periode 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 valt. De vorige zin is van overeenkomstige toepassing op het derde lid, met dien verstande dat dit geldt voor de groep of moedermaatschappij, bedoeld in. 2020 50202 30-09-2020 25-09-2020 2020-0000127109 2020 50202 30-09-2020 25-09-2020 2020-0000127109 01-10-2020 Abusievelijk is voor het zesde lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 18 — Artikel 18 Subsidievaststelling#
Artikel 18 Subsidievaststelling 1 Artikel 10, zevende lid De werkgever vraagt de vaststelling van de subsidie aan na 14 maart 2021 en uiterlijk op 31 maart 2022, door middel van een door de Minister vast te stellen formulier., is van overeenkomstige toepassing. 2 Bij de aanvraag van de vaststelling worden in ieder geval meegezonden: a. de definitieve gegevens over de omzetdaling in de omzetperiode, alsmede informatie waaruit dit blijkt; b. artikel 6, vijfde lid een verklaring waaruit blijkt of in de periode, bedoeld in, onderdelen of activiteiten zijn afgestoten; c. artikel 16, eerste en derde lid de verklaring van een accountant of een derde, bedoeld in; en d. artikel 15, onderdelen a, d, e en g tot en met k artikel 17 een verklaring dat voldaan is aan de in, engenoemde verplichtingen; 3 artikel 7 De werkgever die bij de aanvraag van de vaststelling verzoekt om toepassing vanverklaart dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 7 en zendt een verklaring van een accountant mee waaruit dat blijkt. 4 artikel 6, zevende lid artikel 16, eerste lid Indien een natuurlijke persoon of rechtspersoon of groep als bedoeld in, verplicht is een verklaring van een accountant op grond van, of een verklaring van een deskundige derde op grond van artikel 16, derde lid, te overleggen vult de werkgever, die geen verklaring van een accountant, respectievelijk verklaring van een deskundige derde heeft meegezonden, op verzoek van de minister de aanvraag binnen 14 weken aan met de benodigde verklaring. 5 Bij de aanvraag van de vaststelling maakt de werkgever kenbaar: a. artikel 9, eerste lid of voldaan is aan de voorwaarden voor verlaging op grond van; en b. artikel 9, tweede lid indien dat het geval is, of aan de voorwaarden voor het niet toepassen van de verlaging op grond van, is voldaan, voorzien van de stukken waaruit dat blijkt. 6 artikel 8 De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval op nihil wordt vastgesteld, indien: a. de omzetdaling in de omzetperiode minder dan 20% bedraagt; b. artikel 16, eerste lid de werkgever geen verklaring van een accountant, als bedoeld in, of een verklaring van een deskundige derde als bedoeld in artikel 16, derde lid, verstrekt, tenzij hij daarvan op grond van artikel 16, tweede en vierde lid, is vrijgesteld; of c. artikel 7 de werkgever die verzocht heeft om toepassing van, niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 7; of d. artikel 17 indien in strijd is gehandeld met een verplichting, als bedoeld in. 7 De Minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. 2021 44383 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000158433 2021 44383 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000158433 26-10-2021
Artikel 19 — Artikel 19 Terugvordering#
Artikel 19 Terugvordering artikel 4:95, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 15 16 17 Onverminderdkan het verstrekte voorschot geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de subsidieontvanger, indien dit ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt of indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in,of, is voldaan. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 20 — Artikel 20 Wijziging subsidievaststelling#
Artikel 20 Wijziging subsidievaststelling artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3 Onverminderdkan de Minister de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de werkgever wijzigen, indien de werkgever door zijn handelen of nalaten tijdens of na de periode waarover hij subsidie heeft ontvangen geacht wordt niet te hebben voldaan aan het doel van deze regeling, bedoeld in. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 21 — Artikel 21 Mandaat, volmacht en machtiging UWV en Nederlandse Arbeidsinspectie#
Artikel 21 Mandaat, volmacht en machtiging UWV en Nederlandse Arbeidsinspectie 1 De Minister verleent aan de Raad van Bestuur van het UWV mandaat, volmacht en machtiging om, in het kader van de uitvoering van deze regeling: a. besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn; b. te beslissen op bezwaarschriften, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg; en c. in rechte op te treden en tegen rechterlijke uitspraken hoger beroep of cassatie in te stellen, dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie. 2 De Raad van Bestuur van het UWV is in het kader van de uitvoering van deze regeling bevoegd tot het verlenen van ondermandaat of het doorverlenen van zijn andere vertegenwoordigingsbevoegdheden aan bij het UWV werkzame functionarissen. 3 Hoofdstuk 4 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 is van toepassing op de uitoefening van bevoegdheden op grond van deze regeling en tevens op de uitoefening van bevoegdheden die krachtens ondermandaat respectievelijk doorverlening van volmacht en machtiging worden uitgeoefend. 4 artikel 15 16 17 Onverminderd het eerste tot en met derde lid worden door de voorzitter van de raad van bestuur van het UWV onder hem ressorterende functionarissen, werkzaam bij het UWV, aangewezen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen, bedoeld in,en. 5 artikel 15 16 17 Onverminderd het eerste tot en met derde lid kunnen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen, bedoeld in,en, worden aangewezen: a. de door de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onder hem ressorterende functionarissen, van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. de door de Directeur Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering aangewezen functionarissen werkzaam bij de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2021 48293 03-12-2021 25-11-2021 2021-0000193512 2021 48293 03-12-2021 25-11-2021 2021-0000193512 01-01-2022
Artikel 22 — Artikel 22 Financiering#
Artikel 22 Financiering 1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling. 2 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid. 3 In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 4 artikel 5.16, onder b, van de Regeling Wfsv De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in, na overleg met het UWV maandelijks een periodiek voorschot op de rijksbijdrage, bedoeld in het derde lid, van: a. de door het UWV voorafgaand aan iedere maand geraamde subsidielasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand; en b. de door het UWV voorafgaand aan iedere maand geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 5 De Minister kan, na overleg met het UWV, van de in het vierde lid, onder a en b, bedoelde bedragen en data afwijken. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 23 — Artikel 23 Verslag UWV#
Artikel 23 Verslag UWV 1 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het UWV brengt aan de Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van deze regeling overeenkomstig. 2 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 22, vierde lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, uitgesplitst naar subsidielasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot deze regeling. 3 artikel 19 Op de in het tweede lid bedoelde subsidielasten komen in mindering de subsidies die op grond vanzijn teruggevorderd en de bedragen die anderszins zijn terugbetaald. 4 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 22, vierde lid Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten op grond van, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 24 — Artikel 24 eerste tranche wijzigingsregeling Wijziging#
Artikel 24 eerste tranche wijzigingsregeling Wijziging Wijzigt de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 25 — Artikel 25 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 25 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 december 2022. 3 In afwijking van het tweede lid blijft deze regeling, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van de subsidieaanvragen op grond van deze regeling. 4 artikel 15, eerste lid, onderdelen g en k In afwijking van het tweede lid blijven de verplichtingen voor werkgevers aan wie op grond van deze regeling subsidie is verleend, op grond van, gelden na 1 december 2022 gedurende de in die onderdelen genoemde periode. 5 artikel 10, negende lid In afwijking van het tweede lid blijft, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de dag waarop deze regeling vervalt, van toepassing op openbaarmakingen van het subsidiedossier na de dag waarop deze regeling vervalt. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 26 — Artikel 26 Citeertitel#
Artikel 26 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 2020 34308 25-06-2020 22-06-2020 2020-0000085008 26-06-2020
Artikel 16#
artikel 16, eerste lid
Artikel 16#
artikel 16, eerste en tweede lid
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 6#
artikel 6 lid 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 18#
artikel 18 lid 4
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 21#
artikel 21, lid 5
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 18#
artikel 18, eerste lid
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 12#
12
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 6#
artikelen 6
Artikel 7#
7
Artikel 17#
17
Artikel 1#
artikel 1, lid 2
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 6#
artikel 6, achtste lid
Artikel 6#
artikel 6 lid 7
Artikel 6#
artikel 6 lid 7
Artikel 1#
artikel 1, tweede lid,
Artikel 6#
artikel 6, lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 3
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7 lid d
Artikel 7#
artikel 7 lid 2, 3, 4 en 5
Artikel 7#
artikel 7 lid 1 a tot en met c
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 6#
artikel 6 lid 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 6#
artikel 6 lid 7
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 1#
artikel 1, lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 2
Artikel 1#
artikel 1, lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 8
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17 lid 1 en lid 3
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 6#
artikel 6 lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 5
Artikel 1#
artikel 1, lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 2
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 6#
artikel 6, lid 8
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 1#
artikel 1 lid 2)
Artikel 13#
artikel 13, lid a
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17 lid 1 en lid 3
Artikel 7#
ARTIKEL 7
Artikel 7#
artikel 7, lid 1b
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17
Artikel 16#
artikel 16, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5 lid 7
Artikel 16#
artikel 16, derde lid
Artikel 6#
artikel 6 lid 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16 lid 2
Artikel 16#
artikel 16 lid 3
Artikel 6#
artikel 6, lid 7