Gemeenschappelijke regeling Tresoar
- BWB-id
- BWBR0045479
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045479
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/gemeenschappelijke-regeling-tresoar
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/gemeenschappelijke-regeling-tresoar/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045479&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045479&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045479/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/gemeenschappelijke-regeling-tresoar
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: 1. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; 2. de provincie: de provincie Fryslân; 3. de stichting: de stichting Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum; 4. archiefbescheiden: artikel 1, onderdeel c, van de Archiefwet 1995 archiefbescheiden als bedoeld in; 5. collecties: de verzameling historische voorwerpen, boeken en overige schriftelijke en elektronische bescheiden in de meest ruime zin des woords, niet zijnde archiefbescheiden, in eigendom van of beheer bij de minister, de provincie en de stichting voor zover het betreft voorwerpen, boeken of bescheiden bij de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, de voormalige Provinciale en Buma Bibliotheek te Leeuwarden en het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum te Leeuwarden; 6. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie; 7. provinciale staten: provinciale staten van de provincie, en 8. stichtingsbestuur: het bestuur van de stichting. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze regeling wordt getroffen met het doel de belangen van de minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur te behartigen met betrekking tot de collecties en archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, de collectie van de voormalige Provinciale en Buma Bibliotheek en de tot 2002 onder het beheer van de stichting berustende collecties van de stichting 2 De minister, de provincie en de stichting kunnen gezamenlijk algemene aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop Tresoar de belangen, bedoeld in het eerste lid, behartigt. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 Er is een openbaar lichaam genaamd ‘Tresoar’. 2 Tresoar is gevestigd te Leeuwarden. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b 1 Het bestuur van Tresoar voert voor minister de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden uit: a. de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats b. artikelen 15, derde lid 16, tweede lid 17 18 19 20, van de Archiefwet 1995 de taken en bevoegdheden, bedoeld in de,,,,en; c. artikelen 25 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995 de bevoegdheid van de minister om op grond van deende rijksarchivaris in de provincie te benoemen, te schorsen en te ontslaan; 2 artikelen 5 6 7 8 12 13 15, eerste en tweede lid, van de Archiefwet 1995 het adviseren en het doen van voorstellen aan de minister over de taken en bevoegdheden, die door de minister of gedeputeerde staten worden uitgevoerd ingevolge de,,,,,en. 3 Het bestuur van Tresoar voert voor gedeputeerde staten de volgende taken uit: a. het beheer, de uitbreiding en het publiek toegankelijk maken van de collecties van de voormalige Provinciale en Buma Bibliotheek, en b. het bevorderen van de Friese literatuur en de ontwikkeling ervan door het Friese literaire klimaat te verbreden in de meest ruime zin. 4 Het bestuur van Tresoar voert voor het stichtingsbestuur de volgende taken uit: het beheer, de uitbreiding en het publiek toegankelijk maken van de collecties van de stichting. 5 artikel 2 Aan het bestuur van Tresoar kunnen door de minister, gedeputeerde staten en de stichting andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in, worden opgedragen. 6 De taken als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid worden uitgevoerd met inachtneming van de door of ten behoeve van de minister, de provincie en de stichting vastgestelde beleidskaders, beleidsregels en overige instructies. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 14 18, zesde lid, van de Archiefwet 1995 artikel 19, van de Archiefwet 1995 Het algemeen bestuur stelt de regels omtrent de kosten, bedoeld inen, vast bij unanimiteit en volgt daarbij zoveel mogelijk de regels die de minister op grond vanheeft vastgesteld voor de archiefbescheiden van het Rijk. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Het algemeen bestuur stelt de regels omtrent het gebruik van de Friese taal in en door Tresoar en zijn medewerkers vast in een Taalstatuut. Dit gebeurt bij unanimiteit. 2 Het bij de oprichting van Letterhoeke (Tresoar) vastgestelde Taalstatút is meteen na de vaststelling van de nieuwe regeling geldend, en kan door het bestuur van Tresoar later zonodig worden gewijzigd, mits met unanimiteit. Ook een eventueel gewijzigd Taalstatuut bevat afspraken die het gebruik van het Fries en het Nederlands door Tresoar en zijn medewerkers voorschrijven en mogelijk maken. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het algemeen bestuur bestaat uit zeven leden. 2 De minister wijst drie leden aan. 3 Gedeputeerde staten wijzen drie leden aan uit hun midden. 4 Het stichtingsbestuur wijst één lid aan uit zijn midden. 5 De minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur kunnen voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid, voor gedeputeerde staten en de stichting uit zijn midden, aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt. 6 Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege op het tijdstip waarop de zittingsperiode van gedeputeerde staten afloopt. Het lidmaatschap eindigt voorts indien men ophoudt lid of voorzitter te zijn van gedeputeerde staten. 7 Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het zesde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen. 8 Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de minister, gedeputeerde staten of het stichtingsbestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 9 De minister, de provincie of de stichting kunnen het lidmaatschap van een door hen aangewezen lid beëindigen, indien dat niet meer hun vertrouwen geniet. 10 Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt. 2 De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Indien de voorzitter dan wel een vijfde gedeelte van de aanwezige leden het nodig oordeelt, dient het algemeen bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren. 3 Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. 4 De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. 5 artikel 23, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de inbedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. 6 De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is en tevens elke deelnemer tegenwoordig is. 7 Indien ingevolge het zesde lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 8 Op de vergadering, bedoeld in het zevende lid, is het zesde lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het zesde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is en tevens elke deelnemer tegenwoordig is. 9 Andere personen kunnen worden uitgenodigd om als adviseur een bepaalde vergadering van het algemeen bestuur bij te wonen. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem. 2 Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger in een andere hoedanigheid eveneens betrokken is en waarbij belangenspanning speelt of de integriteitsvraag aan de orde zou kunnen zijn. 3 Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. 4 Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 5 Het vierde lid is niet van toepassing: a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; b. voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld. 6 Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, voor zover de regeling niet anders bepaalt. 7 Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering van de aan Tresoar toegekende taken alle bevoegdheden die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. 2 artikel 29 Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld in, tot rijksarchivaris in de provincie benoemen, schorsen en ontslaan. 3 artikel 44 van de Wet gemeenschappelijke regelingen artikel 18 18a 19 Aan de bevoegdheden van het algemeen bestuur worden geen beperkingen opgelegd ingevolge, mits het totaal van de aangegane verplichtingen binnen de goedgekeurde begroting valt. Voor het aangaan van verplichtingen door het algemeen bestuur buiten de goedgekeurde begroting geldt de procedure van,en. 4 Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij unanimiteit. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur de door hen gevraagde inlichtingen. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Een lid van het algemeen bestuur dat door de minister is aangewezen verstrekt aan de minister zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door de minister gevraagde inlichtingen. 2 Een lid van het algemeen bestuur dat door gedeputeerde staten is aangewezen verstrekt aan gedeputeerde staten en provinciale staten zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen de termijn genoemd in het reglement van orde van provinciale staten, de door één of meer leden gevraagde inlichtingen. 3 Een lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het stichtingsbestuur verstrekt aan het stichtingsbestuur zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden gevraagde inlichtingen. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer geniet, ontslaan. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen leden, zodanig dat zowel een lid aangewezen door de minister, een lid aangewezen door gedeputeerde staten als een lid aangewezen door het stichtingsbestuur als lid van het dagelijks bestuur worden aangewezen. 2 Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. 3 Artikel 4, achtste lid , is van overeenkomstige toepassing. 4 Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. Besluitvorming vindt plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen, voor zover niet anders bepaald in de regeling. 5 In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien alle zitting hebbende leden tegenwoordig zijn. 6 Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met: a. het voeren van het dagelijks bestuur van Tresoar; b. beslissingen van het algemeen bestuur voorbereiden en uitvoeren; c. regels vaststellen over de ambtelijke organisatie van Tresoar; d. ambtenaren benoemen, schorsen en ontslaan; e. artikel 6, vierde lid besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van Tresoar, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in; f. besluiten namens Tresoar, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit; h. het beheer van de activa en passiva van Tresoar, en i. de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van Tresoar. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. 2 artikel 10, eerste lid Uit de overige leden van het dagelijks bestuur, bedoeld in, worden een of meer plaatsvervangend voorzitters aangewezen. 3 De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 4 De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, tenzij hij aan de directeur het tekenen van bepaalde stukken heeft opgedragen. 5 De voorzitter vertegenwoordigt Tresoar in en buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem aan te wijzen gevolmachtigde. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het algemeen bestuur kan besluiten dat de leden van het algemeen of dagelijks bestuur, voor zover zij niet de functie vervullen van gedeputeerde, commissaris van de Koning, of als ambtenaar in dienst van het Rijk of de provincie werkzaam zijn, een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden ten behoeve van Tresoar. 2 De leden van de besturen, bedoeld in het eerste lid, ontvangen een tegemoetkoming in de kosten, waartoe worden gerekend reis- en verblijfkosten ten behoeve van het bijwonen van de vergaderingen van het algemeen bestuur. 3 De in de voorgaande leden bedoelde vergoeding en tegemoetkoming worden door het algemeen bestuur vastgesteld en opgenomen in de jaarlijkse begroting. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de minister en de provincie, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van de begroting. 2 De minister en gedeputeerde staten dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. 3 De bijdrage van de minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De provincie volgt in deze de minister in de aanpassing van zijn bijdrage. 4 Het algemeen bestuur van Tresoar kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het vast te stellen percentage als bedoeld in het derde lid. 5 vierde lid van artikel 2b Indien de minister of de provincie een bijzondere taak opdraagt als bedoeld in hetwaarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de minister of de provincie in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald. 6 Indien het toetreden tot deze regeling van andere bestuursorganen of het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met derden, er toe leidt dat een deel van de lasten voortvloeiende uit de investeringen als bedoeld in de investerings- en exploitatiebegroting, door deze bestuursorganen en/ of derden worden gedragen, kunnen de financiële voordelen die daardoor ontstaan op door de minister en de provincie verschuldigde jaarlijkse bijdrage naar rato in mindering worden gebracht. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan en een meerjarenraming op. 2 Het vierjarig beleidsplan bevat een schets van de beleids- en trendmatige ontwikkelingen op het terrein van het collectie- en archiefbeheer in ruime zin, het ontsluiten van het daarin opgenomen erfgoed en het (Friestalige) literaire klimaat in Fryslân. 3 artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Een periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in. 4 Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan en de ontwerpmeerjarenraming aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt ze vast. Uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaand aan de periode waarop het vierjarig beleidsplan en de meerjarenraming betrekking hebben, worden deze toegezonden aan de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur. 2 artikel 18a, eerste lid Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste acht weken voor de in, bedoelde vaststelling, de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur, een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van Tresoar en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 3 artikel 2, derde lid artikel 17 Bij het opstellen van het ontwerp voor de begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het dagelijks bestuur de door of ten behoeve van de minister, de provincie en de stichting vastgestelde beleidskaders en overige instructies in acht, evenals de algemene aanwijzingen, bedoeld inen daarnaast het vierjarig beleidsplan, bedoeld in. 4 In de toelichting op de ontwerpbegroting worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten Tresoar met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd. 5 De ontwerpbegroting wordt door de zorg van gedeputeerde staten en de minister voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. De terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt bij openbare kennisgeving. 6 De minister en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2 Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de minister en provinciale staten die ter zake bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 3 Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. 2 artikelen 18 18a, eerste en tweede lid artikel 16, eerste lid Deen, zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen, bedoeld in. 3 Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging binnen vier weken na de vaststelling aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De minister en de provincie voldoen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot in twaalf maandelijkse termijnen. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen de minister, de provincie en de stichting de bijdragen bij wijze van voorschot voldoen in nader te bepalen termijnen. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in. 3 Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de minister, de provincie in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden. 4 Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks aan de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur voor 15 april een inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. 5 Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur. 6 Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste en derde lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Een batig saldo kan worden bestemd voor vorming van of toevoeging aan de reserve, of kan worden uitbetaald. De hoogte van deze reserve wordt bepaald door het algemeen bestuur, gehoord de minister en provinciale staten. Voor zover een batig saldo niet wordt aangewend voor de reserve wordt het saldo naar rato van de jaarlijkse bijdrage uitgekeerd aan de minister en de provincie. 2 De algemene reserve in enig jaar bedraagt niet meer dan tien procent van de totale bijdrage van de deelnemers aan de regeling van dat jaar. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Bij de jaarrekening stelt het algemeen bestuur de definitieve bijdragen van de minister en de provincie vast. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer en de boekhouding van Tresoar. Bij deze regels wordt bepaald welke ambtenaren van Tresoar met het doen van ontvangsten en betalingen worden belast. 2 Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de financiële administratie en het kasbeheer. 3 Het algemeen bestuur neemt de besluiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De minister en de provincie kunnen, binnen het kader van de onderhavige regeling, gezamenlijk nadere regels stellen over het financieel en materieel beheer, over de inrichting van de begroting, het financieel verslag, jaarverslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Archiefwet 1995 Overeenkomstig door het algemeen bestuur met inachtneming van devast te stellen regels, die aan gedeputeerde staten van de provincie worden medegedeeld, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van de gemeenschappelijke regeling Tresoar. 2 Archiefwet 1995 De archiefbescheiden van de gemeenschappelijke regeling Tresoar die op grond van demoeten worden overgebracht, komen te berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Het bestuur van Tresoar verstrekt desgevraagd aan de minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. De minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. 2 Archiefwet 1995 Het bestuur van Tresoar stelt de minister te allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of krachtens deten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 2 De minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur doen het dagelijks bestuur mededeling van de bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen, bedoeld in, voor Tresoar van belang zijn. 2 De minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur kunnen bij de in het eerste lid bedoelde mededeling, het gevoelen vragen van het dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het dagelijks bestuur zijn zienswijze daaromtrent aan de minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur kenbaar maken. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van Tresoar 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast. 2 Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergadering van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem. 2 artikel 14, vierde lid Met inachtneming van, worden alle stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan door de directeur mede ondertekend. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de totstandkoming van de arbeidsvoorwaarden. 2 Het dagelijks bestuur volgt zoveel mogelijk de arbeidsvoorwaarden van de provincie. 3 Een regeling die afwijkt van de in het tweede lid bedoelde regeling, behoeft de instemming van de regionale vakbondsbestuurders. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Toetreding tot de regeling geschiedt bij daartoe strekkende besluiten van de minister, gedeputeerde staten na verkregen toestemming van provinciale staten, en het stichtingsbestuur, alsmede de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van een daartoe strekkend besluit van de minister, gedeputeerde staten of het stichtingsbestuur. Gedeputeerde staten overleggen daarbij ook het besluit tot toestemming van provinciale staten. 2 Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding. De uittreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgend op dat waarin door de zorg van het dagelijks bestuur de bekendmaking van de uittreding in de Nederlandse Staatscourant is geschied. 3 De kosten van uittreding komen bij uittreding van de minister, gedeputeerde staten of het stichtingsbestuur voor rekening van de Staat, de provincie, respectievelijk de stichting. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Deze regeling kan worden gewijzigd bij gezamenlijk besluit van de minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur. 2 Gedeputeerde staten hebben voor het besluit tot wijziging van de regeling de toestemming van de provinciale staten nodig. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Deze regeling kan worden opgeheven bij besluit van de minister, gedeputeerde staten en het stichtingsbestuur. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de Staat, de provincie en de stichting om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de Staat, de provincie en de stichting te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgend op de bekendmaking in de Staatscourant door de minister. 2 Gedeputeerde staten zenden de regeling aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Tresoar. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 gemeenschappelijke regeling Letterhoeke De, gepubliceerd als bijlage bij het besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 4 juni 2002 (Staatscourant 2002, 163) wordt ingetrokken. 2 Regeling Letterhoeke De rechten en verplichtingen van de, zoals die bestonden op het moment vóór de inwerkingtreding van deze regeling blijven in stand na de inwerkingtreding van deze regeling. 2021 32234 25-06-2021 2021 32234 25-06-2021 01-07-2021