Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 november 2021, kenmerk 3276389-1019021-DMO, houdende de instelling van de Commissie Versterking kennis geschiedenis voormalig Nederlands-Indië (Instellingsbesluit Commissie Versterking kennis geschiedenis voormalig Nederlands-Indië)
- BWB-id
- BWBR0045867
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-11-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045867
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/instellingsbesluit-commissie-versterking-kennis-geschiedenis
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/instellingsbesluit-commissie-versterking-kennis-geschiedenis/2021-11-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045867&g=2021-11-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045867&z=2026-06-06&g=2021-11-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045867/2021-11-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/instellingsbesluit-commissie-versterking-kennis-geschiedenis
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. staatssecretaris: Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. commissie: artikel 2, eerste lid commissie, bedoeld in. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling en taak#
Artikel 2 Instelling en taak 1 Er is een Commissie Versterking kennis geschiedenis voormalig Nederlands-Indië. 2 De commissie heeft tot taak een advies uit te brengen over hoe de kennis over de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië duurzaam kan worden verankerd in de Nederlandse samenleving. Daartoe gelden de volgende deelopdrachten: 2.1. Als startpunt voor het werk van de commissie is een inventarisatie uitgevoerd naar het huidige aanbod op het gebied van educatie over de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië (zowel binnen het reguliere onderwijssysteem als daarbuiten). Op basis van deze inventarisatie identificeert de commissie de leemtes in het aanbod en betrekt daarbij de vraag / behoeften in het veld. Vervolgens adviseert de commissie over de te nemen maatregelen om het gebruik van het huidige educatieve aanbod binnen en buiten het reguliere onderwijs te verbeteren. Daarbij richt de commissie zich ook op de vraag hoe dit aanbod op een aantrekkelijke en slimme manier toegankelijk kan worden gemaakt voor docenten en instellingen die zich bezighouden met onderwijs, culturele en museale activiteiten. 2.2. De commissie adviseert over eventueel aanvullende maatregelen die de kennis over, het inzicht in en het begrip over de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië kunnen vergroten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen maatregelen gericht op educatie binnen het reguliere onderwijs (waarbij rekenschap wordt gegeven van de huidige curriculumbijstelling in het funderend onderwijs) en op educatie op andere manieren. Een belangrijk uitgangspunt is dat deze maatregelen een duurzaam karakter hebben en verschillende perspectieven waarborgen. 2.3. De commissie adviseert bij de voorgestelde maatregelen onder 2.1 en 2.2 over de wijze van implementatie, zoals het proces, de activiteiten, planning, het budget, de stakeholders, mogelijke risico’s en kansen en haalbaarheid van de maatregelen op korte en lange termijn. Tevens adviseert de commissie over de wijze van monitoring van de uitvoering. 2.4. De commissie brengt op basis van bovenstaande een adviesrapport uit voor de staatssecretaris. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Samenstelling, benoeming, ontslag#
Artikel 3 Samenstelling, benoeming, ontslag 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en zes andere leden. 2 De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. 3 De voorzitter en de andere leden worden door de staatssecretaris benoemd. 4 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie. 5 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de staatssecretaris op voordracht van de voorzitter onderscheidenlijk de resterende leden een ander lid dan wel een andere voorzitter benoemen. 6 De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de staatssecretaris. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Leden#
Artikel 4 Leden Tot leden van de commissie worden benoemd: a. mevrouw prof. dr. M. Bussemaker te Amsterdam, tevens voorzitter; b. mevrouw R.O.A. Candotti, MA, te Amsterdam; c. mevrouw dr. E.S.J. Captain, te Harmelen; d. de heer drs. A. A. Pormes, te Breukelen; e. de heer prof. dr. G.I.J. Steijlen, te Amsterdam; f. mevrouw dr. J.I.G.M. Tuithof, te Utrecht; g. de heer J. Waerts M.Phil, te Utrecht. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Instellingsduur#
Artikel 5 Instellingsduur 1 De commissie wordt ingesteld met ingang van 25 oktober 2021. 2 De commissie brengt voor 1 juli 2022 haar eerste adviesrapport aan de staatssecretaris uit en brengt voor 1 januari 2023 haar laatste adviesrapport aan de staatssecretaris uit. De staatssecretaris kan deze termijn verlengen. 3 Na het uitbrengen van het laatste adviesrapport is de commissie opgeheven. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021 De in het tweede lid genoemde termijn voor het uitbrengen voor
het laatste adviesrapport aan de Staatssecretaris, wordt op
grond van Stcrt. 2022/32424 verlengd tot 1 april 2023.
Artikel 6 — Artikel 6 Secretariaat#
Artikel 6 Secretariaat 1 De commissie wordt ondersteund door een secretaris. 2 In de secretaris wordt voorzien door de staatssecretaris. 3 De secretaris is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie. 4 De secretaris is geen lid van de commissie. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Werkwijze#
Artikel 7 Werkwijze 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. 2 De commissie verstrekt aan de staatssecretaris desgevraagd de door hem voor de uitoefening van zijn taak gewenste inlichtingen. 3 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Vergoeding#
Artikel 8 Vergoeding 1 artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies De voorzitter en de andere leden ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering vanen hiermee niet het inbedoelde maximumbedrag overschrijden. 2 De vergoeding per vergadering van de leden bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. 3 De vergoeding per vergadering van de voorzitter bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding die aan de andere leden van de commissie is toegekend. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Kosten van de commissie#
Artikel 9 Kosten van de commissie 1 De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde raming, voor rekening van de staatssecretaris. Onder kosten worden in ieder geval verstaan: a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en c. de kosten voor oplevering van het rapport. 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een raming aan de staatssecretaris aan. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Archiefbescheiden#
Artikel 10 Archiefbescheiden De commissie draagt zo snel mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Maatschappelijke Ondersteuning van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 25 oktober 2021. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Versterking kennis geschiedenis voormalig Nederlands-Indië. 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 2021 46800 19-11-2021 11-11-2021 3276389-1019021-DMO 20-11-2021 25-10-2021