Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 8 oktober 2020 , nr. IENW/BSK-2020/186487, houdende regels in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht (Loodsplichtregeling 2021)
- BWB-id
- BWBR0044210
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-03-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044210
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/loodsplichtregeling-2021
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/loodsplichtregeling-2021/2026-03-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044210&g=2026-03-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044210&z=2026-06-06&g=2026-03-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044210/2026-03-27
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/loodsplichtregeling-2021
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: – algemene PEC: PEC A, -B, -C of –D; – besluit: Loodsplichtbesluit 2021 ; – breedte: grootste breedte van een zeeschip; – diepgang: grootste diepgang van een zeeschip; – klein zeeschip: zeeschip met een lengte over alles van minder dan 115 meter, met een afstand van de kiel tot het hoogste vaste punt van het schip van ten hoogste 18 meter en welk schip gebruikt wordt of gebruikt zal worden in een beperkt vaargebied op zee tot ten hoogste 200 mijl uit de kust; – lengte over alles: lengte over alles volgens Lloyd’s Register of Ships; – LNG: Liquefied Natural Gas; – LNG-brandstof: LNG dat wordt gebruikt als brandstof voor de voortstuwing of hulpbedrijf van een schip; – LNG-bunkeren: aan boord van een schip brengen van LNG-brandstof of aardgas brandstof voor eigen gebruik door dat schip; – LNG-bunkerschip: tankschip gebruikt voor het LNG-bunkeren; – module 1, 2, 3, 4 of 5: artikel 5, tweede lid, van het besluit module 1, 2, 3, 4 of 5 als bedoeld in. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 2 — Artikel 2 Aanwijzen regionale autoriteiten#
Artikel 2 Aanwijzen regionale autoriteiten Als regionale autoriteit wordt aangewezen voor de zeehavenregio: a. Noord-Nederland: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat; b. Amsterdam-IJmond: de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied; c. Rotterdam-Rijnmond-Scheveningen: de havenmeester van Rotterdam, werkzaam bij Havenbedrijf Rotterdam N.V.; d. Scheldemonden: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 3 — Artikel 3 Te onderscheiden algemene PEC’s en daarbij behorende modules#
Artikel 3 Te onderscheiden algemene PEC’s en daarbij behorende modules 1 Om voor een van de op grond van deze regeling genoemde algemene PEC in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan: a. PEC A: modules 1, 2 en 3 en praktische en theoretische kennis van de door de bevoegde autoriteit aangegeven lokale scheepvaartbegeleidingsprocedures; en b. PEC B, C en D: modules 1, 2, 3, 4 en 5. 2 De bevoegde autoriteit kan aan de persoon die als gevolg van een afgeronde opleiding die is genoten voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling voldoende kennis heeft van de voor het betreffende zeehavengebied voor module 1 of 4 op grond van deze regeling vastgestelde eisen, ontheffing van deze modules verlenen. 3 De bevoegde autoriteit kan aan de persoon die op andere wijze dan via een opleiding voldoende actieve of passieve kennis van de voor het betreffende zeehavengebied voor module 2 op grond van deze regeling aangeduide relevante talen heeft, ontheffing van deze module verlenen. 4 Indien de aanvrager een ander zeeschip of traject wil toevoegen aan zijn PEC, verleent de bevoegde autoriteit hem ontheffing van de modules waarover hij al beschikt. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in het geval de aanvrager een PEC aanvraagt voor een ander zeehavengebied. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 4 — Artikel 4 Frequentie-eis algemene PEC’s#
Artikel 4 Frequentie-eis algemene PEC’s 1 artikel 4, vijfde lid, van het besluit Om de kundigheid en ervaring, bedoeld in, voor de algemene PEC’s te behouden, geldt de volgende frequentie-eis bij: a. PEC A: 3 calls of 6 enkele reizen per jaar; b. PEC B: 6 calls of 12 enkele reizen per jaar; c. PEC C: 12 calls of 24 enkele reizen per jaar; en d. PEC D: 18 calls of 36 enkele reizen per jaar. 2 Op verzoek van de houder van een PEC kan de bevoegde autoriteit ook instemmen met een andere dan de in het eerste lid bedoelde combinatie van calls of enkele reizen. 3 In afwijking van het eerste lid geldt in het geval een kapitein of eerste stuurman voor twee of meer schepen in het bezit van een PEC is voor een zelfde traject, slechts eenmaal de hoogste frequentie-eis onafhankelijk van het zeeschip waarmee het traject wordt afgelegd. 4 Indien een kapitein of eerste stuurman voor een traject niet aan de frequentie-eis voldoet maar wel ten minste aan de helft van de frequentie-eis, kan de bevoegde autoriteit hem onder voorschriften en beperkingen ontheffing van de frequentie-eis verlenen. De bevoegde autoriteit kan daarbij bepalen dat een aantal reizen als bedoeld in module 3 of 5 wordt afgelegd. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 5 — Artikel 5 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen#
Artikel 5 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen Het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens: a. aanloopgebied Westereems: het gebied vanaf de vuurtoren Borkum (53°35’.33 N 006°39’.72 E), vandaar naar de boei Riffgat (53°38’.89 N 006°27’.04 E), vandaar naar boei Westerems (53°36’.949 N 006°17’.736 E), vandaar naar boei H1 (53°34’.86 N 006°17’.96 E), vandaar naar boei H2 (53°34’.73 N 006°22’.01 E), vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog (53°32’.48 N 006°34’.54 E), vandaar naar punt 53°33’.05 N 006°35’.43 E, vandaar naar punt 53°34’.21 N 006°37’.75, vandaar naar punt 53°31’.91 N 006°42’.79 E, vandaar naar punt 53°32’.56 N 006°43’.70 E, vandaar naar punt 53°34’.76 N 006°38’.79 E, vandaar naar de vuurtoren Borkum (53°35’.33 N 006°39’.72 E). b. Borkum - Delfzijl: het gebied tussen Borkum en Delfzijl dat wordt begrensd door het punt 53°33’.05 N 006°35’.43 E, vandaar naar punt 53°34’.21 N 006°37’.75, vandaar naar punt 53°31’.91 N 006°42’.79 E, vandaar naar punt 53°32’.56 N 006°43’.70 E, vandaar naar de Duitse kust nabij Campen (53°24’.25 N 007°00’.87 E), de kust zuidwaarts volgend naar Knock (53°20’.31 N 007°02’.59 E), vandaar naar Termunten (53°17’.89 N 007°002’.78 E), tot en met de havens van Delfzijl, inclusief de zeesluis en de scheepvaartweg vanaf de zeesluis via het Oosterhornkanaal tot en met de Oosterhornhaven, vandaar de Groningse kustlijn volgend tot en met de Eemshaven, vandaar van het westelijk havenhoofd Eemshaven (53°27’.74 N 006°50’.08 E), vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog (53°32’.48 N 006°34’.54 E). 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 6 — Artikel 6 Aanwijzing bevoegde autoriteiten#
Artikel 6 Aanwijzing bevoegde autoriteiten Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven zijn: a. voor scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur - Generaal Rijkswaterstaat; b. voor scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de persoon die door het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 7 — Artikel 7 Categorale vrijstelling van de loodsplicht#
Artikel 7 Categorale vrijstelling van de loodsplicht 1 artikel 3, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip op: a. het traject haven Delfzijl - Eemshaven, inclusief de Oosterhornhaven in Delfzijl met een zeeschip met een lengte over alles tot en met 95 meter en een breedte tot en met 13 meter en een diepgang tot en met 6 meter; b. het traject haven Delfzijl - Borkum, inclusief de Oosterhornhaven in Delfzijl met een zeeschip met een lengte over alles tot en met 95 meter en een breedte tot en met 13 meter en een diepgang tot en met 6 meter; c. het traject Eemshaven - Borkum, met een zeeschip met een lengte over alles tot en met 95 meter en een breedte tot en met 13 meter en een diepgang tot en met 7 meter; d. het traject Borkum - Westereems, met een zeeschip met een lengte over alles tot en met 155 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 7 meter. 2 artikel 3, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip, ongeacht de lengte van het zeeschip, indien het schip binnen de grenzen van de in het vaarwater gelegen ankerplaatsen voor anker gaat. 3 artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip indien het schip: a. met een lengte over alles tot en met 95 meter een verplaatsing maakt binnen een havenbekken in de haven van Delfzijl, zonder daarbij de hoofdvaarweg te bevaren; b. met een lengte over alles tot en met 130 meter een verplaatsing maakt binnen een havenbekken in de Eemshaven, zonder daarbij de hoofdvaarweg te bevaren. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 8 — Artikel 8 Vrijstelling voor werkschepen#
Artikel 8 Vrijstelling voor werkschepen artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een werkschip: a. met een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter op het traject haven Delfzijl-Eemshaven, vanaf de zeesluis in de haven van Delfzijl, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter geldt; b. met een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter op het traject haven Delfzijl - Borkum, vanaf de zeesluis in de haven van Delfzijl; c. met een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 8 meter op het traject Eemshaven-Borkum, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 8 meter geldt; d. met een lengte over alles tot en met 170 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 8 meter op het traject Borkum - Westereems. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 9 — Artikel 9 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC A, B of C#
Artikel 9 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC A, B of C artikel 4, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een: a. op het traject haven Delfzijl-Eemshaven vanaf de zeesluis in de haven van Delfzijl: 1°. PEC A voor zeeschepen met een lengte over alles van meer 95 meter tot en met 115 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter; 2°. PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles van meer dan 115 tot en met 125 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter geldt; 3°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 125 meter tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles van meer dan 125 tot en met 140 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter geldt; b. op het traject haven Delfzijl-Borkum vanaf de zeesluis in de haven van Delfzijl: 1°. PEC A voor zeeschepen met een lengte over alles van meer 95 meter tot en met 115 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter; 2°. PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter; 3°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 125 meter tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter; c. op het traject Eemshaven - Borkum: 1°. PEC A voor zeeschepen met een lengte over alles van meer 95 meter tot en met 115 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 7 meter; 2°. PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 8 meter, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles van meer dan 115 tot en met 125 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 8 meter geldt; 3°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 125 meter tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 8 meter, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles van meer dan 125 tot en met 140 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 8 meter geldt; d. op het traject Borkum-Westereems: 1°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 155 meter tot en met 170 meter en een breedte tot en met 25 meter en diepgang tot en met 8 meter; 2°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 170 meter, een breedte tot en met 40 meter en diepgang tot en met 8 meter, voor zover het betreft een roll-on-roll-offschip dat in een vaste veerverbinding vaart, waarbij door het betreffende zeeschip ten minste een maal per week een vaste aanmeerplek in het zeehavengebied wordt aangedaan. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024 Abusievelijk is in onderdeel a onder 3° ’tot en met 25 meter en
een diepgang tot en met 6 meter’ gepubliceerd waar ’een breedte tot
en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter’ is bedoeld. Abusievelijk is voor onderdeel b, onder 1º, een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 10 — Artikel 10 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen#
Artikel 10 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen 1 artikel 4, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen. 2 In afwijking van het eerste lid, is het PEC kleine zeeschepen niet van toepassing: a. op het traject haven Delfzijl – Eemshaven, de Oosterhornhaven inclusief toeleiding via het Oosterhornkanaal en de zeesluis in de haven van Delfzijl, indien het kleine zeeschip een lengte over alles van meer dan 95 meter of een breedte van meer dan 13 meter of een diepgang van meer dan 6 meter heeft; b. op het traject haven Delfzijl - Eemshaven indien het kleine zeeschip een breedte van meer dan 18 meter of een diepgang van meer dan 6 meter heeft; c. op het traject haven Delfzijl - Borkum indien het kleine zeeschip een breedte van meer dan 18 meter of een diepgang van meer dan 6 meter heeft; d. op het traject Eemshaven - Borkum indien het kleine zeeschip een breedte van meer dan 18 meter of een diepgang van meer dan 7 meter heeft; e. op het traject Borkum - Westereems indien het kleine zeeschip een breedte van meer dan 25 meter of een diepgang van meer dan 8 meter heeft. 3 Om voor een PEC kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2. 4 artikel 4, vijfde lid, van het besluit Voor een PEC kleine zeeschepen geldt geen frequentie eis als bedoeld in. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC#
Artikel 11 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven: a. Scheepvaartreglement territoriale zee Binnenvaartpolitiereglement Scheepvaartreglement Eemsmonding wordt bij module 1 kennis verlangd van het, heten het; b. wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal en passieve kennis van de Duitse taal verlangd; c. wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen; d. worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 12 — Artikel 12 Nadere duiding van vrijstellings- en PEC-trajecten#
Artikel 12 Nadere duiding van vrijstellings- en PEC-trajecten artikel 7 tot en met 10 Inwordt verstaan onder: a. het traject haven Delfzijl – Eemshaven: artikel 5, onderdeel b de haven van Delfzijl, zijnde de bevaarbare scheepvaartwegen met inbegrip van de Oosterhornhaven, inclusief toeleiding via het Oosterhornkanaal via de zeesluis in de haven van Delfzijl, vandaar via de Damsterhaven, de Handelshaven en het Zeehavenkanaal via Gaatjebocht, Oostfriesche Gaatje en Doekegat naar de Eemshaven, inclusief de daaraan gelegen ankerplaatsen in het gebied, zoals omschreven in; b. het traject haven Delfzijl – Borkum: artikel 5, onderdeel b de haven van Delfzijl, zijnde de bevaarbare scheepvaartwegen met inbegrip van de Oosterhornhaven, inclusief toeleiding via het Oosterhornkanaal via de zeesluis in de haven van Delfzijl, vandaar via de Damsterhaven, de Handelshaven en het Zeehavenkanaal via Gaatjebocht, Oostfriesche Gaatje, Doekegat, Randzelgat of Oude Westereems naar Borkum, inclusief de daaraan gelegen ankerplaatsen in het gebied, zoals omschreven in; c. het traject Eemshaven – Borkum: artikel 5, onderdeel b de Eemshaven zijnde de Wilhelminahaven, de Emmahaven, de Julianahaven en de Beatrixhaven via het Doekegatkanaal, Doekegat, Randzelgat of Oude Westereems naar Borkum, inclusief de daaraan gelegen ankerplaatsen in het gebied, zoals omschreven in; d. het traject Borkum – Westereems: artikel 5, onderdeel a de bevaarbare scheepvaartwegen van Borkum via Westereems, Huibertgat of Riffgat, inclusief Borkum Reede, gelegen in het aanloopgebied Westereems, zoals omschreven in. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 13 — Artikel 13 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen#
Artikel 13 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen Het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling, omvat de hieronder genoemde gebieden met inbegrip van de daaraan gelegen havens: a. aanloopgebied Den Helder en Rede: het gedeelte van de Noordzee en de Waddenzee dat ligt binnen het gebied begrensd door de vuurtoren Grote Kaap (52°52’.86 N 004°42’.88 E), vandaar naar boei SG (52°52’.90 N 004°37’.90 E), vandaar naar boei ZH (52°54’.65 N 004°34’.71 E), vandaar naar boei MR (52°56’.77 N 004°33’.80 E), vandaar naar boei NH (53°00’.23 N 004°35’.36 E), vandaar naar (53°03’.88 N 004°40’.18 E) en vandaar naar paal 15 op Texel (53°03’.75 N 004°43’.33 E) en aan de oostzijde begrensd door de lijn over het oostelijk havenlicht van de haven van Den Helder (52°57’.77 N 004°47’.40 E) en vandaar naar boei T11 (52°59’.90 N 004°49’.10 E), van daar naar boei T13 (53°00’.74 N 004°50’.59 E), van daar naar boei T10 (53°01’.65 N 004°50’.57 E), van daar naar het zuidelijk havenlicht van de Haven NIOZ (53°00’.34 N 004°47’.83 E) en aan de zuidzijde begrensd door de havens van Den Helder tot de Koopvaardersschutsluis en de Zeedoksluis; b. aanloopgebied Brandaris: het gedeelte van de Noordzee en de Waddenzee dat ligt binnen het gebied begrensd door boei Drawa W (53°17’.36 N 004°59’.02 E), vandaar naar boei ZS (53°18’.28 N 004°56’.23 E), vandaar naar boei TG (53°24’.13 N 005°02’.32 E), vandaar naar boei Stolzenfels (53°26’.17 N 005°09’.70 E), vandaar naar een punt op Terschelling (53°23’.30 N 005°11’.30 E), vandaar naar vuurtoren Brandaris (53°21’.62 N 005°12’.85 E) op Terschelling, vandaar naar boei SM-KB2 (53°20’.00 N 005°08’.29 E), vandaar via boei VL2-SG1 (53°19’.56 N 005°08’.87 E) zuidoostwaarts langs de rode tonnenlijn tot boei NM4-S21 (53°19’.08 N 005°15’.37 E), vandaar naar boei ZM-WNB (53°18’.05 N 005°16’.80 E), vandaar naar boei VL10 (53°16’.32 N 005°10’.29 E), vandaar naar boei VL11 (53°16’.37 N 005°09’.61 E), vandaar noordwaarts langs de groene tonnenlijn tot aan boei ZS11-VS2 (53°18’.65 N 005°05’.96 E), vandaar naar vuurtoren Vuurduin (53°17’.74 N 005°03’.49 E) op Vlieland; c. westelijke Waddenzee: het gebied begrensd door het aanloopgebied Brandaris, vanaf de vuurtoren Brandaris (53°21’.62 N 005°12’.85 E) op Terschelling naar de noordzijde van de Nieuwe Industriehaven in Harlingen, de havens van Harlingen, via de kust van Friesland naar de Lorentzsluizen van Kornwerderzand, vandaar via de Afsluitdijk naar de Stevinsluizen bij Den Oever, vandaar via de kust van Noord-Holland naar het oostelijk havenlicht van de haven van Den Helder (52°57’.77 N 004°47’.40 E) en vandaar naar boei T11 (52°59’.90 N 004°49’.10 E), van daar naar boei T13 (53°00’.74 N 004°50’.59 E), van daar naar boei T10 (53°01’.65 N 004°50’.57 E), van daar naar het zuidelijk havenlicht van de Haven NIOZ (53°00’.34 N 004°47’.83 E), vandaar via de kust van Texel naar de vuurtoren Eierland (53°10’.94 N 004°51’.31 E), vandaar naar het reddingshuisje (53°13’.40 N 004°53’.12 E) op Vlieland, vandaar via de kust van Vlieland naar het aanloopgebied Brandaris. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Aanwijzing bevoegde autoriteiten#
Artikel 14 Aanwijzing bevoegde autoriteiten Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Den Helder- Harlingen-Terschelling zijn: a. artikel 13, onderdeel a voor het VTS gebied Den Helder te weten het gebied bedoeld inmaar dan aan de oostzijde begrensd door lijn vanaf een punt op Texel (53°01’.45 N004°48’.72 E), vandaar naar boei T8 (53°01’.07 N 004°49’.65 E), vandaar naar boei T13 (53°00’.74N 004°50’.59 E), vandaar naar boei M10 (52°59’.69 N 004°52’.51 E), vandaar naar boei M11 (52°59’.37N 004°52’.64 E), vandaar naar boei M9 (52°59’.04 N 004°51’.74 E), vandaar naar boei M7 (52°58’.75 N 004-50’.91 E), vandaar naar boei M5 (52°58’.39 N 004°49’.85 E), vandaar naar boei M3 (52°58’.25 N 004°49’.16 E) en vandaar naar het hoekpunt van Den Helder (52°57’.85 N 004°48’.07 E): een door de Minister van Defensie aan te wijzen functionaris van de Koninklijke Marine; b. voor de overige scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat; c. voor zover het betreft scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de persoon die door het bestuur van de betreffende gemeente is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer in de haven van Den Helder, Den Oever, Harlingen, Terschelling, Vlieland of Oudeschild. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 15 — Artikel 15 Categorale vrijstelling van de loodsplicht#
Artikel 15 Categorale vrijstelling van de loodsplicht 1 artikel 3, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip, op: a. het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Den Oever: met een lengte over alles tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter; b. het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Kornwerderzand: met een lengte over alles tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 4 meter; c. het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: met een lengte over alles tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 3 meter; d. het traject haven Harlingen - Aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 6 meter; e. het traject Slenk – haven Terschelling: met een lengte over alles tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 4,5 meter; f. het traject Schulpengat - Rede: met een lengte over alles tot en met 150 meter en een diepgang tot en met 7 meter; g. het traject Schulpengat - haven Den Helder: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 7 meter met het Nieuwe Diep als bestemming en vertrekpunt en met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 5 meter voor zeeschepen met bestemming of vertrekpunt tussen Moormanbrug en Koopvaardersschutsluis; h. het traject aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 140 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter; i. de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: met een lengte over alles tot en met 65 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter. 2 In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht de kapitein van een zeeschip, voor zover het geen zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die van de in het vaarwater gelegen ankerplaatsen gebruik maakt om te ankeren. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 16 — Artikel 16 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen#
Artikel 16 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een werkschip dat werkzaamheden verricht: a. in de haven Den Helder: met een lengte over alles tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 7 meter tot aan de Moormanbrug met het Nieuwe Diep als bestemming en vertrekpunt en met een lengte over alles tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 5 meter voor zeeschepen met bestemming of vertrekpunt tussen Moormanbrug en Koopvaardersschutsluis; b. op het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Den Oever: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter; c. op het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Kornwerderzand: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 4 meter; d. op het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 3 meter; e. op het traject haven Harlingen - aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 125 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter; f. op het traject Slenk – haven Terschelling: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 4,5 meter; g. op het traject Schulpengat - Rede: met een lengte over alles tot en met 150 meter en een diepgang tot en met 7 meter; h. op het traject aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 140 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter; i. op de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 17 — Artikel 17 Vrijstelling van de loodsplicht met PEC A, B, of C#
Artikel 17 Vrijstelling van de loodsplicht met PEC A, B, of C artikel 4, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, op: a. het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Den Oever: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter; b. het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Kornwerderzand: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 4 meter; c. het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 3 meter; d. het traject haven Harlingen - aanloopgebied Brandaris: 1°. met een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 6 meter; 2°. met een PEC B met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 95 meter tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter; 3°. met een PEC C met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter; e. het traject Slenk – haven Terschelling: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 4,5 meter; f. het traject Schulpengat - haven Den Helder: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 95 meter tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 7 meter met het Nieuwe Diep als bestemming of vertrekpunt en met een lengte over alles tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 5 meter voor zeeschepen met bestemming of vertrekpunt tussen Moormanbrug en Koopvaardersschutsluis; g. de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 18 — Artikel 18 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen#
Artikel 18 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen 1 artikel 4, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling, heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen. 2 In afwijking van het eerste lid is het PEC kleine zeeschepen niet van toepassing op: a. het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Den Oever: indien het kleine zeeschip een lengte over alles heeft van meer dan 95 meter of een diepgang van meer dan 2,5 meter; b. het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Kornwerderzand: indien het kleine zeeschip een lengte over alles heeft van meer dan 95 meter of een diepgang van meer dan 4 meter; c. het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: indien het kleine zeeschip een lengte over alles heeft van meer dan 95 meter of een diepgang van meer dan 3 meter; d. het traject haven Harlingen - aanloopgebied Brandaris: indien het kleine zeeschip een diepgang heeft van meer dan 6,5 meter; e. op het traject Slenk – haven Terschelling: indien het kleine zeeschip een lengte over alles heeft van meer dan 95 meter of een diepgang van meer dan 4,5 meter; f. het traject Schulpengat - Rede: indien het kleine zeeschip een diepgang heeft van meer dan 7 meter; g. het traject Schulpengat - haven Den Helder: indien het kleine zeeschip een diepgang heeft van meer dan 7 meter met het Nieuwe Diep als bestemming en vertrekpunt en met een diepgang van meer dan 5 meter met bestemming of vertrekpunt tussen Moormanbrug en Koopvaardersschutsluis; h. het traject aanloopgebied Brandaris: indien het kleine zeeschip een diepgang heeft van meer dan 6,5 meter; i. de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: indien het kleine zeeschip een lengte over alles van meer dan 95 meter of een diepgang van meer dan 2,5 meter. 3 Om voor een PEC-kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2. 4 artikel 4, vijfde lid, van het besluit Voor een PEC-kleine zeeschepen geldt geen frequentie-eis als bedoeld in. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 19 — Artikel 19 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC#
Artikel 19 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling: a. Scheepvaartreglement territoriale zee Binnenvaartpolitiereglement wordt bij module 1 kennis verlangd van heten het; b. wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal verlangd; c. wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen; d. worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 20 — Artikel 20 Nadere duiding van vrijstellings- en PEC-trajecten#
Artikel 20 Nadere duiding van vrijstellings- en PEC-trajecten artikelen 15 tot en met 18 In dewordt verstaan onder: a. het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Den Oever: de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee vanuit het aanloopgebied Den Helder via het Malzwin, het Visjagersgaatje of de Wierbalg naar Den Oever; b. het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Kornwerderzand: de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee vanuit het aanloopgebied Den Helder via de Texelstroom, de Doove Balg en de Boontjes naar Kornwerderzand; c. het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: de bevaarbare scheepvaartwegen van Kornwerderzand over de Boontjes naar Harlingen, inclusief de Haven van Harlingen; d. het traject haven Harlingen - aanloopgebied Brandaris: de haven Harlingen te weten de havens ten westen van de primaire zeewering van Harlingen zijnde de Voorhaven, de Nieuwe Willemshaven, de Vluchthaven, het Dok, de Nieuwe Voorhaven tot de Tjerk Hiddessluizen, de Vissershaven, de Industriehaven en de Nieuwe Industriehaven en de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee via de Vaargeul langs de Pollendam, de Blauwe Slenk en de Vliestroom; e. het traject Slenk – haven Terschelling: vanaf de oostelijke begrenzing van het aanloopgebied Brandaris in de Noord Meep, via de Slenk naar Terschelling, met inbegrip van de haven van West-Terschelling; f. het traject Schulpengat - Rede: artikel 13, onderdeel a de bevaarbare scheepvaartwegen op de Noordzee en Waddenzee van Schulpengat en Molengat naar Marsdiep en Texelstroom en daar gelegen ankerligplaatsen binnen het aanloopgebied Den Helder en Rede zoals beschreven in, tot aan de haven van Den Helder; g. het traject Schulpengat - haven Den Helder: artikel 13, onderdeel a de haven van Den Helder te weten de Marinehaven Willemsoord en de Rijkshaven Het Nieuwe Diep tot aan de Koopvaardersschutsluis en de Zeedoksluis en de bevaarbare scheepvaartwegen gelegen in het gebied aanloopgebied Den Helder en Rede zoals beschreven in; h. het traject aanloopgebied Brandaris: artikel 13, onderdeel b de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee en Noordzee en de in de Waddenzee en Noordzee gelegen ankerplaatsen binnen het gebied Aanloopgebied Brandaris, bedoeld in; i. de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: artikel 13, onderdeel c de bevaarbare scheepvaartwegen op de westelijke Waddenzee, bedoeld in. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 21 — Artikel 21 Ontheffing voor zeeschepen met beperkte hoeveelheid gevaarlijke lading#
Artikel 21 Ontheffing voor zeeschepen met beperkte hoeveelheid gevaarlijke lading 1 artikel 14, eerste lid, van het besluit Op het traject Schulpengat – haven Den Helder kan aan een kapitein of eerste stuurman van een zeeschip met gevaarlijke lading dat voldoet aan het tweede lid, met een lengte over alles van tot en met 85 meter, ontheffing van de loodsplicht, bedoeld inworden verleend. 2 De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend voor een zeeschip met gevaarlijke lading, dat voldoet aan de bij resolutie A.1122 (30) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties aangenomen Internationale Maritieme Code voor het vervoer van gevaarlijke lading in bulk op offshore support vessels (Code for the transport and handling of hazardous and noxious liquid substances in bulk on offshore support vessels) en dat die lading van en naar olie- en gasplatforms op de Noordzee vervoert. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 22 — Artikel 22 Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht#
Artikel 22 Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht 1 artikel 2, derde lid, van het besluit Als loodsplichtige scheepvaartwegen als bedoeld inworden aangewezen: a. het Friesche Zeegat: het gebied begrensd door een lijn die loopt van de vuurtoren van Schiermonnikoog (53°29’.21 N 006°08’.79 E), vandaar naar 53°33’.00 N 006°08’.79 E, vandaar naar 53°33’.00 N 005°56’.77 E, vandaar naar 53°27’.85 N 005°56’.77 E, alsmede het bevaarbare traject vanuit dit gebied over de Waddenzee naar Lauwersoog, alsmede de haven van Lauwersoog; b. het Amelander Zeegat of Borndiep: het gebied begrensd door een lijn die loopt van de vuurtoren van Ameland (53°26’.95 N 005°37’.54 E) naar 53°31’.30 N 005°37’.54 E, vandaar naar 53°30’.50 N 005°26’.00 E, vandaar naar 53°26’.00 N 005°28’.00 E alsmede de bevaarbare trajecten vanuit dit gebied over de Waddenzee naar Holwerd en Nes. 2 Bevoegde autoriteit voor de in het eerste lid genoemde scheepvaartwegen is de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 23 — Artikel 23 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen#
Artikel 23 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen Het zeehavengebied Amsterdam-IJmond omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens: a. aanloop Noordzeekanaal: het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door het deel van de zeewaarts gerichte boog met een straal van 5 zeemijlen gerekend vanuit het havenlicht op de zuidpier van IJmuiden (52°27’.82 N 004°31’.94 E) vanaf de kust aan de zuidzijde (52°22’.83 N 004°31’.52 E) tot de kust aan de noordzijde (52°32’.20 N 004°35’.86 E); b. buitenhaven IJmuiden: het gebied vanaf aanloop Noordzeekanaal begrensd door de havenlichten van IJmuiden tot de sluizen van IJmuiden; c. het Noordzeekanaal; d. de volgende zijkanalen van het Noordzeekanaal: 1°. zijkanaal A; 2°. zijkanaal G tot de Wilhelminasluis; e. het IJ tot aan de Oranjesluizen en de Amsterdamsebrug in het Amsterdam-Rijnkanaal, inclusief de voorhaven van het Noordhollandsch kanaal. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 24 — Artikel 24 Aanwijzing bevoegde autoriteiten#
Artikel 24 Aanwijzing bevoegde autoriteiten Bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Amsterdam-IJmond zijn: a. voor de onderstaande scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer: 1°. artikel 23, onderdeel a het aanloopgebied Noordzeekanaal, zoals omschreven in; 2°. de buitenhaven IJmuiden vanaf de koppen van de havenhoofden tot aan het sluizencomplex van IJmuiden, inclusief Hoogovenhaven en Buitenspuikanaal, exclusief Seaport Marina IJmuiden, IJmondhaven, Haringhaven en Vissershaven; 3° het sluizencomplex van IJmuiden, exclusief het gemaal en de Spuisluizen; 4° de binnentoeleidingskanalen voor het sluizencomplex IJmuiden, met uitzondering van de loswallen 2 tot en met 7; 5°. de 1e, 2e, 3e Rijksbinnenhaven, het Binnenkanaal tot aan het eerste kunstwerk, alsmede het Binnenspuikanaal tot aan de pijlers van de voormalige baileybrug te IJmuiden; 6°. de zijkanalen, van het Noordzeekanaal tot de volgende begrenzing: i. zijkanaal A, de vaarwegbegrenzing; ii. zijkanaal C, de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn; iii. zijkanaal D, de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn; iv. zijkanaal E, de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn; v. zijkanaal G tot aan de Dr. J.M. den Uyl brug; vi. zijkanaal H tot 100 meter achter de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn; 7° het Noordzeekanaal vanaf de sluizen van IJmuiden, inclusief Kruithaven (bij zijkanaal B) en het Afgesloten IJ tot aan de Oranjesluizen bij Schellingwoude en tot aan de ingang van het Amsterdam-Rijn kanaal; b. voor de overige scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 25 — Artikel 25 Categorale vrijstelling van de loodsplicht#
Artikel 25 Categorale vrijstelling van de loodsplicht 1 artikel 3, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip met een lengte over alles tot en met 75 meter. 2 artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip indien het schip met een lengte over alles tot en met 130 meter een verplaatsing maakt binnen een havenbekken in dat zeehavengebied, zonder daarbij de hoofdvaarweg binnen het havengebied te bevaren. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 26 — Artikel 26 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen#
Artikel 26 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een werkschepen met een lengte over alles tot en met 150 meter. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 27 — Artikel 27 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B, C of D#
Artikel 27 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B, C of D 1 In het zeehavengebied Amsterdam – IJmond worden de volgende PEC-trajecten onderscheiden: a. aanloop Noordzeekanaal – buitenhaven IJmuiden (gebied ten westen van sluizencomplex); b. aanloop Noordzeekanaal – havens van Velsen en Beverwijk (gebied ten oosten van sluizencomplex tot aan kilometerpaal 8); c. aanloop Noordzeekanaal – Afrikahaven tot aan kilometerpaal 12; d. aanloop Noordzeekanaal – Amerikahaven tot aan kilometerpaal 15; e. aanloop Noordzeekanaal – Westhaven tot aan kilometerpaal 17; f. aanloop Noordzeekanaal – Carel Reiniershaven tot aan kilometerpaal 19; g. aanloop Noordzeekanaal – Coen- en Mercuriushaven tot aan kilometerpaal 22; en h. aanloop Noordzeekanaal – het afgesloten IJ tot aan de Oranjesluizen en de Amsterdamse Brug in het Amsterdam-Rijnkanaal. 2 In de trajecten als bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met h, zijn de tussengelegen havenbekkens geen onderdeel van het traject. 3 artikel 4, eerste lid, van het besluit Voor alle in het eerste lid genoemde PEC-trajecten heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, en die in het bezit is van een: a. PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 75 tot en met 115 meter; b. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 tot en met 150 meter; c. PEC D voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 150 meter. 4 In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond wordt geen PEC verstrekt voor trajecten via: a. de vaarwegen ten westen van de Noordzeesluizen in IJmuiden, met inbegrip van de daaraan gelegen havens, voor een zeeschip met een lengte over alles van 180 meter of meer dan wel met een diepgang van 10 meter of meer, met uitzondering van zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 150 meter die in een vaste veerverbinding varen naar en van een ligplaats ten westen van de Noordzeesluizen in IJmuiden met een minimale aanloopfrequentie van een maal per week en die daarbij gebruik kunnen maken van het Zuiderbuitenkanaal met inbegrip van de daaraan gelegen havens; b. het Noordzeekanaal of in één van de zijkanalen daarvan, met inbegrip van de daaraan gelegen havens en het Afgesloten IJ tot en met de oostzijde van de ingang van de Mercuriushaven, en met uitzondering van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Den Uylbrug, met inbegrip van de daaraan gelegen havens voor een zeeschip met een lengte over alles van 180 meter of meer dan wel met een diepgang van 10 meter of meer; c. de Voorzaan noordwaarts tot aan de Den Uylbrug, met inbegrip van de daaraan gelegen havens, voor een zeeschip met een lengte over alles van 150 meter of meer dan wel met een diepgang van 8 meter of meer; of d. het Afgesloten IJ vanaf de oostzijde van de ingang van de Mercuriushaven in oostelijke richting, met inbegrip van de daaraan gelegen havens, voor een zeeschip met een lengte over alles van 150 meter of meer dan wel met een diepgang van 6 meter of meer. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 28 — Artikel 28 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC-kleine zeeschepen#
Artikel 28 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC-kleine zeeschepen 1 artikel 4, eerste lid, van het besluit Voor het zeehavengebied Amsterdam-IJmond heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC-kleine zeeschepen. 2 Om voor een PEC-kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2. 3 artikel 4, vijfde lid, van het besluit Voor een PEC-kleine zeeschepen geldt geen frequentie-eis als bedoeld in. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 29 — Artikel 29 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC#
Artikel 29 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond: a. Scheepvaartreglement territoriale zee Binnenvaartpolitiereglement wordt bij module 1 kennis verlangd van heten het; b. wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal verlangd en passieve kennis van de Nederlandse taal; c. wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen; d. worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande reizen en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 30 — Artikel 30 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen#
Artikel 30 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen Het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens: a. het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van het licht zuiderpier 51°59.14' N; 004°02.49' E, vandaar de kustlijn volgend naar 51°58.11' N; 003°57.86' E, vandaar naar 51°57.10' N; 003°40.05' E, vandaar naar 51°56.88' N; 003°38.86' E, vandaar naar 51°58.92’ N;57' N; 003°38.2940' E, en vandaar de 12 mijlsgrens volgend naar 52°02.08' N; 003°39.21' E; vandaar naar 52°03.79' N; 003°40.65' E, en vandaar naar 52°05.84' N; 003°42.43' E; vandaar naar 52°07.13' N; 003°44.66' E, vandaar naar 52°07.18' N; 003°55.95' E, en vandaar naar 52°07.19' N; 004°00.08' E; vandaar naar 51°59.67' N; 004°02.84' E, en vandaar naar 51°59.14' N; 004°02.49' E (terug bij de zuiderpier); b. de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, het Breeddiep, het Beerkanaal, het Yangtzekanaal en het Calandkanaal; c. het Hartelkanaal; d. de Nieuwe Maas, de Koningshaven, het Zuiddiepje; e. Het Scheur; f. de Noord, de Rietbaan; g. de Oude Maas, het Spui en de Beningen; h. de Hollandse IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel; i. de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam en het Wantij; j. de Dordtsche Kil, de Krabbegeul en het Mallegat; k. het Hollandsch Diep ten westen van de Moerdijkbrug inclusief Zuid-Holland Diep; l. het Haringvliet en het Vuile Gat; m. de Krammer benoorden de Krammersluizen, de Zuid-Vlije en het Volkerak Zoommeer. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 31 — Artikel 31 Aanwijzing bevoegde autoriteiten#
Artikel 31 Aanwijzing bevoegde autoriteiten Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland zijn: a. de havenmeester van Rotterdam, werkzaam bij Havenbedrijf Rotterdam N.V., voor zover het betreft de scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk benedenstrooms van kilometerraai 991,7 van de Nieuwe Maas en benedenstrooms van kilometerraai 998 van de Oude Maas; b. voor de overige scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat; en c. voor zover het betreft scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de persoon die door het bestuur van de gemeente is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 32 — Artikel 32 Categorale vrijstelling van de loodsplicht#
Artikel 32 Categorale vrijstelling van de loodsplicht 1 artikel 3, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip, met een lengte over alles tot en met 75 meter. 2 artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip die met het zeeschip een verplaatsing maakt binnen een havenbekken in dat zeehavengebied, zonder daarbij de hoofdvaarweg binnen het zeehavengebied te bevaren. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 33 — Artikel 33 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen#
Artikel 33 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een werkschip: a. met een lengte over alles tot en met 300 meter in de Maasmond, Calandkanaal, Beerkanaal en Yangtzekanaal, met inbegrip van de aan deze scheepvaartwegen gelegen havens; b. met een lengte over alles tot en met 200 meter van kilometerraai 1033 Nieuwe Waterweg tot bovenstrooms kilometerraai 991.7 van de Nieuwe Maas en kilometerraai 998 van de Oude Maas, met inbegrip van de hieraan gelegen havens; c. in de Oude Maas vanaf kilometerraai 998 met inbegrip van de daaraan gelegen havens: met een lengte over alles tot 135 meter of een diepgang tot 7 meter; d. in de Dordtsche Kil of de daarop aansluitende vaarweg naar de havens van het Havenbedrijf Moerdijk, met inbegrip van de daaraan gelegen havens: met een lengte over alles tot 135 meter of een diepgang tot 5,5 meter. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a artikel 11.02 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn artikel 25, eerste lid, van de Binnenvaartwet De kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip met als vertrekpunt respectievelijk bestemming een locatie bovenstrooms Nieuwe Maas kilometerraai 1004 of een locatie bovenstrooms Oude Maas kilometerraai 982, die in het bezit is van een geldig Rijnpatent als bedoeld inof geldig vaarbewijs voor de binnenvaart als bedoeld in, is vrijgesteld van de loodsplicht indien de haven van bestemming respectievelijk vertrek is gelegen aan een scheepvaartweg waar de loodsplicht niet van toepassing is. De vorige volzin is tevens van toepassing indien een derde aan boord is die, in plaats van de kapitein of eerste stuurman zijn diensten verleent. 2026 9441 26-03-2026 17-03-2026 IENW/BSK-2026/46522 2026 9441 26-03-2026 17-03-2026 IENW/BSK-2026/46522 27-03-2026
Artikel 34 — Artikel 34 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B, C of D#
Artikel 34 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B, C of D 1 In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland worden de volgende PEC-trajecten onderscheiden: a. aanloopgebied Rotterdam - havens Maasvlakte; b. aanloopgebied Rotterdam - Brittanniëhaven; c. aanloopgebied Rotterdam - Beneluxhaven; d. aanloopgebied Rotterdam - Hoek van Holland; e. aanloopgebied Rotterdam - havens Botlek; f. aanloopgebied Rotterdam - havens Vlaardingen; g. aanloopgebied Rotterdam - havens Schiedam; h. aanloopgebied Rotterdam - Waal en Eemhavencomplex; i. aanloopgebied Rotterdam - Merwehaven; j. aanloopgebied Rotterdam - havens van Drechtsteden; k. aanloopgebied Rotterdam - havens Moerdijk. 2 artikel 4, eerste lid, van het besluit Voor de in het eerste lid genoemde PEC-trajecten, heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een: a. PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 75 tot en met 115 meter; b. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 tot en met 160 meter; c. PEC D voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 160 tot en met 200 meter, en voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 200 meter, voor zover het betreft een roll-on-roll-offschip dat in een vaste veerverbinding vaart, waarbij door het betreffende zeeschip ten minste een maal per week een vaste aanmeerplek in het zeehavengebied wordt aangedaan. 3 In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland wordt geen PEC verstrekt voor trajecten via: a. de Oude Maas, vanaf kilometerraai 998 met inbegrip van de daaraan gelegen havens, indien het zeeschip een lengte over alles heeft van 135 meter of meer, dan wel met een diepgang van 7 meter of meer; b. de Dordtsche Kil of de daarop aansluitende vaarweg naar de havens van het Havenbedrijf Moerdijk, met inbegrip van de daaraan gelegen havens, indien het zeeschip een lengte over alles heeft van 135 meter of meer dan wel met een diepgang van 5,5 meter of meer. 4 Onder door de bevoegde autoriteit vast te stellen voorschriften en beperkingen kan, in afwijking van het derde lid, toch een PEC worden verstrekt voor de in dat lid genoemde trajecten. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 35 — Artikel 35 Afwijkende bepalingen voor enkele PEC-trajecten#
Artikel 35 Afwijkende bepalingen voor enkele PEC-trajecten 1 artikel 34, tweede lid In afwijking van, is de kapitein of eerste stuurman, die in het bezit is van een PEC D, alleen vrijgesteld van de loodsplicht indien hij tevens in het bezit is van een geldig sleepboot coördinatie-certificaat voor: a. het traject aanloopgebied Rotterdam - Brittaniëhaven, indien het zeeschip een lengte over alles heeft van meer dan 160 meter; en b. het traject aanloopgebied Rotterdam- Havens Vlaardingen met bestemming Vulcaanhaven, indien het zeeschip een lengte over alles heeft van meer dan 160 meter. 2 De bevoegde autoriteit kan aan de kapitein of eerste stuurman ontheffing verlenen van de plicht om in het bezit te zijn van een geldig sleepboot coördinatie-certificaat. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 36 — Artikel 36 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen#
Artikel 36 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen 1 artikel 4, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen. 2 In afwijking van het eerste lid is het PEC kleine zeeschepen niet van toepassing op: a. de Oude Maas vanaf kilometerraai 998 met inbegrip van de daaraan gelegen havens, indien het zeeschip een diepgang van 7 meter of meer heeft; en b. de Dordtsche Kil of de daarop aansluitende vaarweg naar de havens van het Havenbedrijf Moerdijk, met inbegrip van de daaraan gelegen havens, indien het zeeschip een diepgang van 5,5 meter of meer heeft. 3 artikel 38, onderdeel b Om voor een PEC-kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2, waarbij in afwijking van, voor de toepassing van module 2 actieve kennis van de Engelse taal en passieve kennis van de Nederlandse taal wordt verlangd. 4 artikel 4, vijfde lid, van het besluit Voor een PEC-kleine zeeschepen geldt geen frequentie-eis als bedoeld in. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 37 — Artikel 37 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC LNG-bunkerschepen#
Artikel 37 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC LNG-bunkerschepen 1 artikel 4, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft op de door de bevoegde autoriteit te bepalen loodsplichtige scheepvaartwegen, vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een LNG-bunkerschip die in het bezit is van een PEC LNG-bunkerschepen. 2 artikel 38 Om voor een PEC LNG-bunkerschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1, 2, 3, 4 en 5, zoals die voor het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland innader zijn vastgesteld, met dien verstande dat: a. voor de toepassing van module 2 actieve en passieve kennis van de Engelse taal en passieve kennis van de Nederlandse taal wordt verlangd en voor het traject Dordtsche Kil - havens Moerdijk, actieve kennis van de Engelse en Nederlandse taal wordt verlangd; b. voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen vaartraject dan wel aantal vaaruren, waarvan tenminste 8, vastgesteld; en c. voor de toepassing van module 5 een door de bevoegde autoriteit te bepalen vaartraject dan wel aantal vaaruren, waarvan tenminste 8, vastgesteld. 3 Artikel 4, derde en vierde lid Om de kennis en vaardigheden voor het PEC LNG-bunkerschepen te behouden, maakt de houder ervan het door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal vaaruren per jaar op de scheepvaartwegen waarop zijn PEC van toepassing is., is van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 9, eerste lid, van het besluit is niet van toepassing op het PEC LNG-bunkerschepen. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 38 — Artikel 38 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC#
Artikel 38 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland: a. Scheepvaartreglement territoriale zee Binnenvaartpolitiereglement wordt bij module 1 kennis verlangd van heten het; b. wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal en passieve kennis van de Nederlandse taal en voor het PEC-traject aanloopgebied Rotterdam - havens Moerdijk, actieve kennis van de Engelse en actieve kennis van de Nederlandse taal verlangd; c. wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen; d. worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande reizen en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 39 — Artikel 39 Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht#
Artikel 39 Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht 1 artikel 2, derde lid, van het besluit In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland worden als loodsplichtige scheepvaartwegen als bedoeld inaangewezen: a. het Slijkgat: het gebied, begrensd door een lijn die loopt van de vuurtoren Westhoofd (51°48’.79 N 003°51’.85 E), langs de noordkust van Goeree via de Haringvlietsluizen en langs de kust van Voorne naar 51°53’.40 N 004°01’.90 E, vandaar naar lichtboei Hinder (51°54’.55 N 003°55’.42 E), vandaar naar lichtboei SG (51°51’.95 N 003°51’.42 E) en vandaar naar vuurtoren Westhoofd, alsmede de haven van Stellendam; b. Schelde-Rijnkanaal voor zuidgaande schepen: de scheepvaartweg begrensd door de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije en het Volkerak en aan de zuidzijde begrensd door de Kreekraksluizen. 2 Bevoegde autoriteit voor de in het eerste lid genoemde scheepvaartwegen, is de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 40 — Artikel 40 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen#
Artikel 40 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen Het zeehavengebied Scheveningen omvat de loodsplichtige scheepvaartwegen die de aanloop naar de haven van Scheveningen vormen, begrensd door een lijn die loopt van 52°06’.18 N 004°15’.93 E, vandaar naar het zuidelijk hoekpunt van het ankergebied Scheveningen (52°07’.37 N 004°14’.9 E), vandaar naar het westelijke hoekpunt van het ankergebied Scheveningen (52°07’.90 N 004°14’.52 E), vandaar naar 52°07’.65 N 004°13’.72 E, vandaar naar 52°07’.15 N 004°12’.72 E, en vandaar naar 52°05’.56 N 004°15’.02 E, met inbegrip van de havens van Scheveningen. 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 2023 30845 16-11-2023 03-11-2023 IENW/BSK-2023/294929 01-01-2024
Artikel 41 — Artikel 41 Aanwijzing bevoegde autoriteit#
Artikel 41 Aanwijzing bevoegde autoriteit Bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Scheveningen is de persoon die door het bestuur van de gemeente Den Haag is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer in de haven van Scheveningen. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 42 — Artikel 42 Categorale vrijstelling van de loodsplicht#
Artikel 42 Categorale vrijstelling van de loodsplicht 1 artikel 3, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip, met een lengte over alles tot en met 100 meter. 2 artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip, die met het zeeschip een verplaatsing maakt binnen een havenbekken, in dat zeehavengebied, zonder daarbij de hoofdvaarweg binnen het zeehavengebied te bevaren. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 43 — Artikel 43 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen#
Artikel 43 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen artikel 3, derde lid, onderdeel f In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een werkschip met een lengte over alles tot en met 100 meter. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 44 — Artikel 44 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B#
Artikel 44 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B 1 artikel 4, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC B voor zeeschepen groter dan 100 meter. 2 In het zeehavengebied Scheveningen wordt geen PEC B verstrekt voor een zeeschip dat een diepgang heeft van 7 meter of meer. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 45 — Artikel 45 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen#
Artikel 45 Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen 1 artikel 4, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen. 2 Om voor een PEC-kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2. 3 artikel 4, vijfde lid, van het besluit Voor een PEC-kleine zeeschepen geldt geen frequentie-eis als bedoeld in. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 46 — Artikel 46 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC#
Artikel 46 Nadere bepaling opleidingsmodules PEC In het zeehavengebied Scheveningen: a. Scheepvaartreglement territoriale zee Binnenvaartpolitiereglement wordt bij module 1 kennis verlangd van heten het; b. wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal en passieve kennis van de Nederlandse taal verlangd; c. wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt, doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen; d. worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande reizen en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 47 — Artikel 47 Experimenteerbepaling#
Artikel 47 Experimenteerbepaling 1 artikel 41 artikel 18 van het besluit hoofdstuk 2 3 van het besluit De bevoegde autoriteit, bedoeld in, kan ten behoeve van een experiment als bedoeld in, in afwijking vanenen de daarop gebaseerde bepalingen, aan een kapitein of eerste stuurman van een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 100 meter, omwille van een experiment als bedoeld in dit artikel ontheffing van de loodplicht verlenen. 2 artikel 40 De ontheffing wordt verleend tot uiterlijk 31 december 2021 om te onderzoeken of het varen met zeeschepen op de scheepvaartwegen, bedoeld in, zonder op deze scheepvaartwegen gebruik te maken van de diensten van een loods, nautisch verantwoord is. 3 artikel 41 De bevoegde autoriteit, bedoeld in, bepaalt welke schepen voor het experiment in aanmerking kunnen komen. Hieraan worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze kunnen betrekking hebben op de daarvoor benodigde kennis, vaardigheden en ervaring van de kapitein of eerste stuurman van een deelnemend schip, de bemanning van het schip en frequentie waarin het schip het betreffende traject dient af te leggen. 4 artikel 41 Ten behoeve van de evaluatie van het experiment bepaalt de bevoegde autoriteit, bedoeld in, op welke wijze het experiment gemonitord zal worden. 5 artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet artikel 41 Indien voor het einde van de periode waarop het experiment betrekking heeft, duidelijk is dat het gelet op de veilige en vlotte scheepvaart als bedoeld inonverantwoord is het experiment nog langer voort te zetten, wordt het experiment door de bevoegde autoriteit, bedoeld in, voortijdig beëindigd. 6 Ten behoeve van de beoordeling of het experiment aanleiding geeft tot het aanpassen van regelgeving, ontvangt de minister uiterlijk op 1 augustus 2022, de resultaten van de evaluatie van het experiment tot dan toe. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 48 — Artikel 48 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen#
Artikel 48 Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen Het zeehavengebied Scheldemonden omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen: a. het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt over de kerktorens van Aagtekerke en Domburg tot de positie 51°36’.98 N 003°27’.15 E, vandaar naar de vuurtoren West Schouwen (51°42’.53 N 003°41’.49 E) met inbegrip van de hieraan gelegen havens; b. de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan de Westerschelde en aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen; c. de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer bezuiden de Krammersluizen met inbegrip van de hieraan gelegen havens; d. het Kanaal door Walcheren, met inbegrip van het Verbrede Arnekanaal tot de spoorbrug met inbegrip van de hieraan gelegen havens; e. het Kanaal door Zuid-Beveland met inbegrip van de hieraan gelegen havens; f. het Veerse Meer met inbegrip van de hieraan gelegen havens. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 49 — Artikel 49 Aanwijzing bevoegde autoriteiten#
Artikel 49 Aanwijzing bevoegde autoriteiten Bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Scheldemonden zijn: a. voor scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat; b. voor scheepvaartwegen in beheer bij de provincie Zeeland: de persoon die door de provincie Zeeland is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer; c. voor scheepvaartwegen binnen het beheersgebied van North Sea Ports Netherlands N.V.: de persoon die door het bestuur van de betreffende gemeente is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer; en d. voor scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de persoon die door het bestuur van de gemeente waarin de scheepvaartweg is gelegen, is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 50 — Artikel 50 Categorale vrijstelling van de loodsplicht#
Artikel 50 Categorale vrijstelling van de loodsplicht 1 artikel 3, eerste lid, van het besluit In het zeehavengebied Scheldemonden heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip op: a. artikel 48 de scheepvaartwegen, genoemd in, indien zij voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling van de loodsplicht krachtens artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van het Scheldereglement; b. artikel 48 de scheepvaartwegen, genoemd in, met een lengte over alles tot en met 80 meter. 2 artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit In het zeehavengebied Scheldemonden heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een zeeschip, indien het schip met een lengte tot en met 180 meter een verplaatsing maakt zonder daarbij de hoofdvaarweg binnen het zeehavengebied te bevaren, binnen de volgende havenbekkens in dat zeehavengebied: a. in de haven van Vlissingen-Oost: – Bijleveldhaven; – Westhofhaven; – Scaldiahaven; – Kaloothaven; – Van Cittershaven; b. aan de Westerschelde: – Braakmanhaven; – Buitenhaven; c. voor het kanaal van Gent naar Terneuzen: – Noorderkanaalhaven; – Zuiderkanaalhaven; – Massagoedhaven; – Zevenaarhaven; – Axelsevlaktehaven; – Autrichehaven; – in de zijkanalen A, B, C, D, E en H. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 51 — Artikel 51 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen#
Artikel 51 Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit artikel 48 In het zeehavengebied Scheldemonden heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein van een werkschip op de scheepvaartwegen, genoemd in, indien zij voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling van de loodsplicht krachtens artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van het Scheldereglement. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 52 — Artikel 52 Vrijstelling van de loodsplicht met PEC A, B, C of D#
Artikel 52 Vrijstelling van de loodsplicht met PEC A, B, C of D 1 artikel 48 artikel 4, eerste lid, van het besluit Op de scheepvaartwegen, genoemd in, heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, indien die scheepvaartwegen de start- of eindbestemming vormen van een PEC-traject op basis van het Scheldereglement, indien hij in het bezit is van een op basis van het Scheldereglement geldige PEC of een PEC die aan dezelfde eisen en voorwaarden voldoet, zoals die gelden voor de PEC-trajecten op grond van het Scheldereglement. 2 artikel 3, eerste lid artikel 48 In afwijking van, gelden voor de PEC’s op de scheepvaartwegen, genoemd in, de modules zoals vastgesteld op basis van het Scheldereglement. 3 artikel 4 In afwijking vangeldt voor de in het eerste lid bedoelde PEC-trajecten dezelfde frequentie-eis als die geldt voor het PEC-traject op grond van het Scheldereglement. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 53 — Artikel 53 Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht#
Artikel 53 Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht 1 artikel 2, derde lid, van het besluit In het zeehavengebied Scheldemonden wordt als loodsplichtige scheepvaartwegen als bedoeld inaangewezen het Schelde-Rijnkanaal voor noordgaande schepen: de scheepvaartweg begrensd door de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije en het Volkerak en aan de zuidzijde begrensd door de Kreekraksluizen. 2 Bevoegde autoriteit voor de in het eerste lid genoemde scheepvaartwegen is de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 54 — Artikel 54 Kosten verbonden aan de afgifte PEC door de bevoegde autoriteit#
Artikel 54 Kosten verbonden aan de afgifte PEC door de bevoegde autoriteit Voor de aanvraag van een PEC is de aanvrager een vergoeding verschuldigd van €300,-. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 55 — Artikel 55 Regeling meldingen en communicatie scheepvaart Wijziging van de#
Artikel 55 Regeling meldingen en communicatie scheepvaart Wijziging van de Wijzigt de Regeling meldingen en communicatie scheepvaart. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 56 — Artikel 56 Regeling markttoezicht registerloodsen Wijziging#
Artikel 56 Regeling markttoezicht registerloodsen Wijziging Wijzigt de Regeling markttoezicht registerloodsen. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 57 — Artikel 57 Intrekken van regelingen#
Artikel 57 Intrekken van regelingen De volgende regelingen worden ingetrokken: a. Aanwijzing loodsplichtige scheepvaartwegen (Stcrt. 1999, 168); b. Regeling bevoegde en regionale autoriteiten Loodsplichtbesluit 1995 ; c. Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 18 augustus 1988, S/J31.408/88, houdende kapiteinsverplichtingen bij loodsen op afstand (Stcrt 1988, 168); d. Regeling vaststelling model controle-certificaat verklaringhouders Scheepvaartverkeerswet . 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 58 — Artikel 58 Inwerkingtreding#
Artikel 58 Inwerkingtreding 1 artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van het besluit Deze regeling treedt voor de zeehavengebieden, genoemd inin werking met ingang van 1 januari 2021. 2 Scheepvaartverkeerswet In afwijking van het eerste lid, treedt deze regeling voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de wijziging van deen enige andere wetten in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is. 3 Aanwijzing loodsplichtige scheepvaartwegen Regeling bevoegde en regionale autoriteiten Loodsplichtbesluit 1995 Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 18 augustus 1988, S/J31.408/88, houdende kapiteinsverplichtingen bij loodsen op afstand Regeling vaststelling model controle-certificaat verklaringhouders Scheepvaartverkeerswet Voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, blijven de(Stcrt. 1999, 168), de, de(Stcrt 1988, 168), enzoals deze luidden op 31 december 2020 van toepassing, tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.
Artikel 59 — Artikel 59 Citeertitel#
Artikel 59 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Loodsplichtregeling 2021. 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 2020 50998 14-10-2020 08-10-2020 IENW/BSK-2020/186487 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den
Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond,
Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in
werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk
III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de
wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in
verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het
Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied
Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement
daarop niet van toepassing is.