Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 7 juli 2021, nr. WJZ/ 21133744, houdende de aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energie en klimaattransitie in 2021 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021)
- BWB-id
- BWBR0045389
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045389
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045389&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045389&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045389/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; allesvergisting: 3 biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van de nummers 400, 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom ten minste 25 Nmaardgasequivalent per ton bedraagt; beschermingszone: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 beschermingszone als bedoeld in appendix B bij; besluit: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; Besluit SDE: Besluit stimulering duurzame energieproductie , zoals dit luidde op 31 oktober 2020; biosyngas: mengsel van gassen dat is geproduceerd door vergassing van biomassa en dat geen nadere bewerking tot methaan heeft ondergaan; COP-waarde: coëfficiënt van prestatie uitgedrukt in de hoeveelheid afgegeven warmte aan de condensorzijde per hoeveelheid opgenomen elektriciteit; doublet: combinatie van naast elkaar liggende diepboringen die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput; geavanceerde hernieuwbare brandstof: richtlijn (EU) 2018/2001 biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) en geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij die richtlijn; gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, niet zijnde een bouwwerk dat bedoeld is om voor een periode van ten hoogste vijftien jaar op een bepaalde plaats aanwezig te zijn; ketel: installatie waarin brandstof wordt verstookt waarbij de verbrandingswarmte met een warmtewisselaar wordt overgedragen aan een vloeistof; monomestvergisting: biologische afbraakreacties van uitsluitend vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren; minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie moet zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%; nominaal elektrisch rendement: uitkomst van de deling van het nominaal elektrisch vermogen en; a. de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor; en b. het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus; nominaal vermogen: maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte of hernieuwbaar gas en dat door de leverancier wordt gegarandeerd bij continu gebruik, waarbij in het geval van geothermische productie-installaties het nominaal vermogen moet zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%; NTA 8003:2017: Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 30 november 2017; nuttig aangewende warmte: artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong nuttig aangewende warmte als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide: artikel 1 van de algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte: artikel 1 van de algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte als bedoeld in; primaire waterkering: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 primaire waterkering als bedoeld in appendix B bij; restwarmte: onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in de bedrijfsvoering van een onderneming wordt opgewekt en die zonder nuttige aanwending ongebruikt terecht zou komen in lucht of water en die op het moment van indienen van de aanvraag niet nuttig wordt aangewend; richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn nr. (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328); SBI-code: code, opgenomen in de Standaard Bedrijfs Indeling 2008, Versie 2018, Update 2021; stadsverwarming: artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet warmtelevering aan een warmtenet als bedoeld in, waarbij door een producent de warmte voor ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen van gebouwen wordt geleverd; thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: omzetting van vaste of vloeibare biomassa door: a. verbranding; b. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder a in het geval de producten daarvan vervolgens worden verbrand; of c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door waterkracht waarbij het nominaal vermogen wordt benut; verwarming van gebouwde omgeving: stadsverwarming of ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen in een gebouw, niet zijnde een kas, waarbij de producent de warmte rechtstreeks levert aan dat gebouw; voorliggende waterkering: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 voorliggende waterkeringen als genoemd in de paragrafen 5.2.4 tot en met 5.7.4 van; waterstaatswerk: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 waterstaatswerk als bedoeld in appendix B bij; zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2: harde zeewering en zachte zeewering van Maasvlakte 2 als bedoeld in bijlage 1 bij de concessie aan het Havenbedrijf Rotterdam N.V. te Rotterdam, bij Koninklijk Besluit van 23 mei 2008, nr. 08.001524. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000.000 voor het verlenen van subsidies die worden aangevraagd in de periode van 5 oktober 2021, 09:00 uur, tot 11 november 2021, 17:00 uur, voor: a. artikel 11 13 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van,,,,,, of; b. artikel 25 27 29, eerste lid 31 33 de productie van hernieuwbaar gas op grond van,,,of; c. artikel 35, eerste lid 37 39 41, eerste lid 43 45, eerste lid 47, eerste lid 49, eerste lid 51, eerste lid 53, eerste lid 55 57, eerste lid 59, eerste lid 61 de productie van hernieuwbare warmte of al dan niet gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van,,,,,,,,,,,,, of; of d. artikel 63 65 67, eerste lid 69, eerste lid 71, eerste lid 73, eerste lid 75, eerste lid 77, eerste lid 79, eerste lid 81, eerste lid 83, eerste lid 85, eerste lid de vermindering van broeikasgas op grond van,,,,,,,,,,, of. 2 De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van ontvangst van de aanvragen. 3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 83, eerste lid artikel 2, eerste lid De maximale vermindering van broeikasgas in kg die in aanmerking komt voor subsidies voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide op grond van, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in, bedraagt, gerekend voor de hele looptijd van die subsidies: a. 70.500.000.000 kg voor de koolstofdioxide afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 35.2, 35.3 of 38: en b. 45.000.000.000 kg voor de koolstofdioxide afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 35.1 of afkomstig van economische activiteiten met SBI-code 35.1 die vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 35.2, 35.3 of 38. 2 Indien bij een subsidie als bedoeld in het eerste lid de koolstofdioxide deels afkomstig is als bijproduct van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en deels van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt alle koolstofdioxide toegerekend: a. aan de maximale vermindering van broeikasgas in kg, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; en vervolgens b. aan de maximale vermindering van broeikasgas, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 3 artikel 81, eerste lid artikel 2, eerste lid De maximale vermindering van broeikasgas die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof op grond van, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in, komt overeen met 7.400.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien: a. artikel 2, vijfde lid 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie en geen gedoogplichtbeschikking op grond van, ofvoor de beoogde locatie kan worden overgelegd voor het plaatsen van de productie-installatie op de beoogde locatie; b. artikel 3.42, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 de subsidieaanvrager voor de investering in de productie-installatie beschikt over een verklaring van de minister dat sprake is van energie-investeringen op grond van; of c. Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking voor dezelfde productie-installatie reeds subsidie is verstrekt op grond van de. 2 Bij het overleggen van de toestemming van de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 83, eerste lid, onderdelen e tot met n 85, eerste lid, onderdelen a, b, c, en f tot en met m Een subsidie als bedoeld in de, en, of een subsidie van meer dan € 400.000.000,- wordt verleend onder de volgende opschortende voorwaarden: a. binnen twee weken na afgifte van de betreffende beschikking tot subsidieverlening is een uitvoeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger; b. artikel 2, eerste lid de subsidieontvanger heeft binnen vier weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven. 2 bijlage 1 Voor het opstellen van de uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van het inopgenomen model. 3 artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 4 artikel 48, eerste lid, van het besluit Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het eerste lid bij elkaar opgeteld de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld inof het Besluit SDE, van die beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, nog niet is aangevangen. 5 artikelen 83, tweede of derde lid 85, tweede of derde lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van een combinatie van twee subsidies als bedoeld in de, en, waardoor in totaal meer dan € 400.000.000,– aan subsidie wordt verleend. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het besluit artikel 11, onderdeel c Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in. 2 artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Als productie-installaties die als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikel 39 productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; en c. artikelen 43 57, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in deen. 3 artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van het besluit Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; en b. artikel 39 productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in. 4 artikel 3, vierde lid, van het besluit Als productie-installaties waarvoor subsidie wordt verstrekt indien deze geheel of deels bestaat uit gebruikte materialen als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 25 27 29, eerste lid 31 33 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,en; b. artikelen 37 39 41, eerste lid 43 45, eerste lid 47, eerste lid 49, eerste lid 51 eerste lid 53, eerste lid 55 57, eerste lid 61, onderdeel f productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,,en; c. artikel 77, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in; d. artikel 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in; en e. artikel 85, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 15, derde en vierde lid, van het besluit artikelen 11 13 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,, en. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 2 artikel 15, derde en vierde lid, van het besluit artikel 23, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. Bij de benutting van de opgetelde kWh, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt de productie verdeeld in een deel netlevering en een deel niet-netlevering op basis van de verhouding tussen de geproduceerde energie die aan het net geleverd is en de energie die niet aan het net geleverd is in het voorgaande jaar. 3 artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit artikelen 25 27 29, eerste lid 31 33 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,en. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit artikelen 35, eerste lid 37 39 41, eerste lid 43 45, eerste lid 47, eerste lid 49, eerste lid 51, eerste lid 53, eerste lid 55 57, eerste lid 59, eerste lid 61 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,,,,, en. 5 artikel 48, vierde lid, van het besluit Voor de productie-installaties, bedoeld in het vierde lid, wordt het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 6 artikel 55j, derde en vierde lid, van het besluit Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 63 65 67, eerste lid 69, eerste lid 71, eerste lid 75, eerste lid 77, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,, en; b. artikel 81, eerste lid productie-installaties waarmee geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt geproduceerd als bedoeld in; c. artikel 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in; en d. artikel 85, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 7 artikel 55j, vierde lid, van het besluit Voor de productie-installatie, bedoeld in het zesde lid, wordt het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 8 artikel 55j, derde lid, van het besluit Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 73, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in; en b. artikel 79, eerste lid productie-installaties waarmee waterstof wordt geproduceerd als bedoeld in. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 32, zesde lid, van het besluit artikelen 25 27 29, eerste lid 31 33 Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,en. 2 artikel 32, zevende lid, van het besluit artikelen 37 39 41, eerste lid Als productie-installaties waarvoor de producent kan aantonen dat hij hernieuwbaar gas heeft geproduceerd waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,en. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 15, zesde lid, van het besluit artikelen 11 13 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt als bedoeld in de,,,,,, en. 2 artikel 48, zevende lid van het besluit artikelen 37, onderdelen b, d en f 39, onderdelen b en d 41, eerste lid, onderdeel b 43 45, eerste lid 47, eerste lid 49, eerste lid 51, eerste lid 53, eerste lid 55 57, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,en. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 56, tweede lid, van het besluit Als productie-installaties waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,,, en; b. artikelen 25 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in deen; c. artikelen 37 39 productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in deen; d. artikel 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in; en e. artikel 85, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële of kinetische energie van stromend water dat niet specifiek voor de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: a. in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter; b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter; of c. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie: a. artikelen 17 19 21 voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in de,en; b. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en c. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie: a. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie; b. met een tiphoogte kleiner dan of gelijk aan 150 meter; c. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en d. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Op de locatie van de productie-installatie is sprake van een hoogterestrictie bij of krachtens landelijke wet- en regelgeving in verband met de aanwezigheid van een luchthaven in de omgeving waardoor de windturbine een tiphoogte heeft van kleiner dan of gelijk aan 150 meter. 4 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van een aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 17, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie: a. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie; b. die is opgericht binnen het waterstaatswerk of een beschermingszone van een voorliggende waterkering, dan wel binnen het waterstaatswerk of de zeewaartsgerichte beschermingszone van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, dan wel in de harde zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2; c. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en d. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie: a. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie; b. waarvan de fundering volledig in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat, waarbij het hart van de fundering op een afstand van ten minste 25 meter van de waterkant staat; en c. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A. 2 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A: a. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht; b. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen, niet met een gebouw verbonden, op land staan of op water drijven; c. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht; d. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen, niet met een gebouw verbonden, op land staan; e. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen op water drijven; f. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen, niet met een gebouw verbonden, op land staan, en automatisch met de stand van de zon meebewegen door middel van een zonvolgsysteem; of g. met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen op water drijven en automatisch met de stand van de zon meebewegen door middel van een zonvolgsysteem. 2 Voor de werking van dit artikel wordt onder gebouw tevens verstaan een aan de grond gebonden overkapping ten behoeve van het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 23, eerste lid, onderdelen a en b De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 23, eerste lid, onderdeel c De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 artikel 23, eerste lid, onderdelen d, e, f en g De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 5 Artikel 3, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling artikel 23, eerste lid, onderdelen a en b is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een productie-installatie met een vermogen groter dan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 25 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in, van de. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee: a. Besluit SDE uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met een productie-installatie waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt als productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; b. Besluit SDE uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt als productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; c. Besluit SDE uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt als productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; of d. Besluit SDE uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt als productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 Een subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in, van de. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib: a. waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering; en b. waarbij ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie van biogas nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 29, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer hij minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in, van de. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 31 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in, van de. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit: a. biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017; of b. biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van B-Hout als bedoeld in nummers 100, 150, 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 33 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte overige biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in, van de. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die uitsluitend voorziet in de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, en waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren waarbij de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van kassen of fotovoltaïsche zonnepanelen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector, met een totaal thermisch vermogen: a. groter dan of gelijk aan 140 kWth en kleiner dan 1 MWth; of b. groter dan of gelijk aan 1 MWth. 2 Het vermogen in kWth van de productie-installatie wordt berekend door de apertuuroppervlakte in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7. 3 artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies De subsidie wordt niet verstrekt indien reeds op basis vansubsidie is verstrekt. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 35, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of f. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 37 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in, van de. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee: a. Besluit SDE uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; b. Besluit SDE uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; c. Besluit SDE uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; of d. Besluit SDE uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 39 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering: a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn; of b. waarmee hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 41, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 5 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in, van de. 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 2021 46072 09-12-2021 07-12-2021 WJZ/21054508 01-01-2022
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003: 2017, met een brander in een ketel. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 43 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in, van de. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en kleiner dan 5 MWth waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2 Een productie-installatie met een vermogen kleiner dan 1 MWth stoot per normaal kubieke meter minder dan 15 milligram stof, minder dan 275 milligram stikstofoxiden en minder dan 60 milligram zwaveldioxiden uit. 3 Een productie-installatie met een vermogen groter dan of gelijk aan 1 MWth stoot per normaal kubieke meter minder dan 5 milligram stof, minder dan 145 milligram stikstofoxiden, minder dan 60 milligram zwaveldioxiden en minder dan 5 milligram ammoniak bij toepassing van selectieve katalytische reductie of minder dan 10 milligram ammoniak bij toepassing van selectieve niet-katalytische reductie uit. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 45, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt; d. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt; e. ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt; f. ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt; g. ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt; h. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of i. ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2 De productie-installatie stoot per normaal kubieke meter minder dan 5 milligram stof, minder dan 100 milligram stikstofoxiden, minder dan 60 milligram zwaveldioxiden en minder dan 5 milligram ammoniak uit. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 47, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van biomassa als bedoeld in NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2 De productie-installatie stoot per normaal kubieke meter minder dan 5 milligram stof, minder dan 100 milligram stikstofoxiden, minder dan 60 milligram zwaveldioxiden en minder dan 5 milligram ammoniak uit. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 49, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 artikel 29, eerste lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 10 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2 De productie-installatiestoot per normaal kubieke meter minder dan 5 milligram stof, minder dan 100 milligram stikstofoxiden, minder dan 60 milligram zwaveldioxiden en minder dan 5 milligram ammoniak uit. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 51, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 5 De subsidieontvanger levert de warmte uitsluitend ten behoeve van de verwarming van gebouwde omgeving. 6 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 7 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de stoomketel nieuw is waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2 De productie-installatiestoot per normaal kubieke meter minder dan 5 milligram stof, minder dan 100 milligram stikstofoxiden, minder dan 60 milligram zwaveldioxiden en minder dan 5 milligram ammoniak uit. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 53, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 5 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, door middel van verbranding van houtpellets, met een brander in een ketel, een oven of een fornuis met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MWth waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 55 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 Besluit SDE De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 57, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 5 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte die vrijkomt bij het composteren van uitsluitend biomassa als bedoeld in nummer 256 van de NTA 8003: 2017 in een gesloten ruimte onder geconditioneerde omstandigheden, met een vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 59, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie met een vermogen tot 20 MW, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter; b. een productie-installatie met een vermogen van ten minste 20 MW, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter; c. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor verwarming van gebouwde omgeving; d. een productie-installatie met een vermogen tot 20 MW, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput met een diepte van ten minste 1.500 meter; e. een productie-installatie met een vermogen van ten minste 20 MW, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput met een diepte van tenminste 1.500 meter; f. besluit een productie-installatie als bedoeld in de onderdelen a, b, d of e, waarvoor op het moment van aanvragen reeds een subsidie is verleend op grond van hetof het Besluit SDE, die wordt uitgebreid met ten minste één aanvullende put met een diepte van ten minste 1.500 meter; of g. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 4.000 meter. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 61 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth; of b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 63 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit drinkwater of oppervlaktewater die niet wordt gebruikt voor koudelevering, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, met een seizoensopslag van warmte en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt en de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; b. ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt en de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; of c. ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 65 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit afvalwater door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, levert uitsluitend warmte aan gebouwde omgeving en wordt niet gebruikt voor koudelevering. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 67, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie die integraal onderdeel uitmaakt van een nieuwe tuinbouwkas. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid: a. maakt gebruik van een optisch en zonvolgend systeem waarbij zonlicht wordt geconcentreerd op collectorbuizen met een thermisch vermogen dat ten minste vier keer het nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp bedraagt; b. heeft een seizoensopslag van warmte; c. wordt niet gebruikt voor koudelevering; en d. maakt gebruik van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 5,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 69, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie die voorziet in de productie van warmte uit zonne-energie en buitenluchtwarmte door middel van zonnecollectoren die warmte en stroom produceren, waarbij de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving. 2 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, maakt gebruik van een water-water-warmtepomp van minimaal 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0, waarbij de oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen minimaal 1,2 mper kWth aan vermogen van de warmtepomp bedraagt. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 artikel 71, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van elektriciteit in een ketel. 2 De productie-installatie heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth, waarbij de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 3 Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het vermogen van de elektroboiler. 4 Het vermogen van de elektroboiler is niet groter dan het thermisch vermogen van de op de locatie aanwezige boilers die gestookt worden op fossiele brandstoffen en het maximale thermische vermogen dat zij gelijktijdig kunnen leveren. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 73, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van: a. een gesloten warmtepomp of compressiewarmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth; of b. een open warmtepomp of mechanische damprecompressie-installatie met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 12,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing en levert geen koude. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikel 75, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth en naar een andere locatie wordt getransporteerd waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, waarbij transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding: a. met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van ≥ 0,20 en < 0,30; b. met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van ≥ 0,30 en < 0,40; c. met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van ≥ 0,40 en < 0,50; d. met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van ≥ 0,50; of e. waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0. 2 De levering van stoom wordt uitgesloten van subsidie. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikel 77, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van waterstof geproduceerd door een productie-installatie die waterstof produceert met behulp van elektrolyse met een nominale capaciteit van ten minste 500 kW. 2 De productie-installatie is in staat om, terwijl deze gereed is voor gebruik, minder dan 1% elektriciteit te verbruiken van het maximale vermogen van de productie-installatie. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 79, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof, die in Nederland worden geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie vervoer, bedoeld in, en die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017; b. bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting; c. bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of d. diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit gehydrogeneerde pyrolyse-olie uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en d, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 artikel 81, eerste lid, onderdelen a en d De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 81, eerste lid, onderdelen b en c De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 3 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 artikel 16.5 van de Wet milieubeheer De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld in, in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide waarbij: a. titel 16.2 van de Wet milieubeheer het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, waarbij de producent valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld inen ten minste de compressor nieuw is; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de compressor nieuw is; c. titel 16.2 van de Wet milieubeheer het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide en waarbij de producent valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in; d. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; e. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; f. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. titel 16.2 van de Wet milieubeheer de afvang van koolstofdioxide die ontstaat bij een op het moment van indienen bestaand verbrandingsproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, waarbij de producent valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld inen ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; h. titel 16.2 van de Wet milieubeheer de afvang van koolstofdioxide die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, waarbij de producent niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld inen ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; i. titel 16.2 van de Wet milieubeheer de afvang van koolstofdioxide die ontstaat door een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide, waarbij de producent valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld inen ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; j. titel 16.2 van de Wet milieubeheer de afvang van koolstofdioxide die ontstaat door een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide, waarbij de producent niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld inen ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; k. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een nieuw productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; l. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een nieuw productieproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; m. de afvang van koolstofdioxide die ontstaat door een nieuw verbrandingsproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; n. de afvang van koolstofdioxide die ontstaat door een nieuw verbrandingsproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; o. titel 16.2 van de Wet milieubeheer het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, waarbij de producent niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld inen ten minste de compressor nieuw is; of p. titel 16.2 van de Wet milieubeheer het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide, waarbij de producent niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 2 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, i, j, k, l of m Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a of o, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 3 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g, j of m Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c of p, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 83, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide en: a. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; b. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; c. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide, de compressor en de transportleiding nieuw zijn; d. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; e. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de compressor en de transportleiding nieuw zijn; f. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een nieuw productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; g. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een nieuw productieproces, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; h. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een nieuw productieproces, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide, de compressor en de transportleiding nieuw zijn; i. de afvang van koolstofdioxide die ontstaat door een verbrandingsproces in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; j. de afvang van koolstofdioxide die ontstaat door een verbrandingsproces in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; k. de afvang van koolstofdioxide die ontstaat door een verbrandingsproces in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide, de compressor en de transportleiding nieuw zijn; l. de afvang van koolstofdioxide die ontstaat door een verbrandingsproces gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie, gebruik wordt gemaakt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide nieuw is; of m. de afvang van koolstofdioxide die ontstaat door een verbrandingsproces gebeurt in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie, gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 83, aanhef en onderdeel a of o Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, i, j, k, l of m, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 3 artikel 83, aanhef en onderdeel c of p Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, g, j of m, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 artikel 85, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Voor de fase, genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel, wordt: a. de periode waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn, vastgesteld van de datum, genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum, genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase; de vierde fase sluit op 11 november 2021, 17:00 uur; b. artikelen 10, eerste lid 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,,, en, per respectieve fase vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 fase periode openstelling fasebedrag in euro/1.000 kg broeikasgas 1 Van 5 oktober 2021, 9:00 uur tot 11 oktober 2021, 17:00 uur 60 2 Van 11 oktober 2021, 17:00 uur tot 25 oktober 2021, 17:00 uur 80 3 Van 25 oktober 2021, 17:00 uur tot 8 november 2021, 17:00 uur 115 4 Van 8 november 2021, 17:00 uur tot 11 november 2021, 17.00 uur 300 2 artikelen 10, eerste lid artikel 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het besluit Voor de fase 1 tot en met 4, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,, enen, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde en zesde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Fasebedrag in euro/kWh Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Artikel 11, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0579 0,0622 0,0697 0,1097 Artikel 11, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0579 0,0622 0,0697 0,1097 Artikel 11, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0579 0,0622 0,0697 0,0975 Artikel 13 Osmose 0,0579 0,0622 0,0697 0,1097 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1⁰ Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0390 0,0390 0,0390 0,0390 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2⁰ Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0406 0,0406 0,0406 0,0406 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3⁰ Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0435 0,0435 0,0435 0,0435 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4⁰ Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0439 0,0475 0,0475 0,0475 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5⁰ Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0439 0,0482 0,0501 0,0501 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6⁰ Wind op land, < 6,75 m/s 0,0439 0,0482 0,0543 0,0543 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1⁰ Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0439 0,0444 0,0444 0,0444 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2⁰ Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0439 0,0467 0,0467 0,0467 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3⁰ Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0439 0,0482 0,0505 0,0505 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 4⁰ Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0439 0,0482 0,0550 0,0550 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5⁰ Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0439 0,0482 0,0557 0,0583 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 6⁰ Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0439 0,0482 0,0557 0,0627 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1⁰ Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0424 0,0424 0,0424 0,0424 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2⁰ Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0439 0,0442 0,0442 0,0442 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3⁰ Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0439 0,0472 0,0472 0,0472 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 4⁰ Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0439 0,0482 0,0514 0,0514 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5⁰ Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0439 0,0482 0,0548 0,0548 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 6⁰ Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0439 0,0482 0,0557 0,0592 Artikel 21, eerste lid 2 Wind in meer, water ≥ 1 km 0,0439 0,0482 0,0557 0,0590 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 0,0704 0,0724 0,0724 0,0724 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land of drijvend op water 0,0660 0,0685 0,0685 0,0685 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0588 0,0631 0,0655 0,0655 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d Zon-PV ≥ 1 MWp, op land 0,0503 0,0546 0,0590 0,0590 Artikel 23, eerste lid, onderdeel e Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0503 0,0546 0,0621 0,0693 Artikel 23, eerste lid, onderdeel f Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op land 0,0503 0,0546 0,0590 0,0590 Artikel 23, eerste lid, onderdeel g Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0503 0,0546 0,0621 0,0693 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0313 0,0349 0,0413 0,0661 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0404 0,0472 0,0589 0,0722 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,0404 0,0472 0,0589 0,0930 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0313 0,0349 0,0413 0,0575 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0313 0,0349 0,0413 0,0543 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0404 0,0472 0,0589 0,0794 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas 0,0404 0,0472 0,0589 0,0722 Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0313 0,0349 0,0413 0,0752 Artikel 31 RWZI bestaande slibgisting (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0313 0,0319 0,0319 0,0319 Artikel 33, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0313 0,0349 0,0413 0,0680 Artikel 33, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0313 0,0349 0,0413 0,0752 Artikel 35, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0495 0,0540 0,0619 0,0938 Artikel 35, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0443 0,0488 0,0567 0,0800 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0443 0,0488 0,0567 0,0624 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0508 0,0552 0,0629 0,0696 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0534 0,0610 0,0674 0,0674 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0602 0,0677 0,0789 0,0789 Artikel 37, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,0534 0,0610 0,0743 0,1061 Artikel 37, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0833 0,0908 0,1039 0,1310 Artikel 39, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0443 0,0488 0,0534 0,0534 Artikel 39, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0508 0,0552 0,0589 0,0589 Artikel 39, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 400 kW 0,0534 0,0610 0,0743 0,0764 Artikel 39, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0833 0,0908 0,0959 0,0959 Artikel 41, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0443 0,0488 0,0567 0,0682 Artikel 41, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0545 0,0589 0,0666 0,0932 Artikel 43 Ketel op vloeibare biomassa 0,0443 0,0488 0,0567 0,0665 Artikel 45, eerste lid Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0443 0,0488 0,0567 0,0586 Artikel 47, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0339 0,0384 0,0463 0,0508 Artikel 47, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0339 0,0384 0,0463 0,0499 Artikel 47, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0339 0,0384 0,0463 0,0491 Artikel 47, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0339 0,0384 0,0463 0,0484 Artikel 47, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0339 0,0384 0,0463 0,0478 Artikel 47, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0339 0,0384 0,0463 0,0473 Artikel 47, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0339 0,0384 0,0463 0,0469 Artikel 47, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0339 0,0384 0,0463 0,0465 Artikel 47, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0339 0,0384 0,0462 0,0462 Artikel 49, eerste lid Grote ketel op B-hout 0,0277 0,0277 0,0277 0,0277 Artikel 51, eerste lid Grote ketel op houtpellets voor gebouwde omgeving 0,0339 0,0384 0,0463 0,0687 Artikel 53, eerste lid Grote stoomketel op houtpellets 0,0339 0,0384 0,0463 0,0664 Artikel 55 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0412 0,0457 0,0519 0,0519 Artikel 57, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0339 0,0352 0,0352 0,0352 Artikel 59, eerste lid Composteringsinstallatie champost 0,0443 0,0461 0,0461 0,0461 Artikel 61, onderdelen a en d Diepe geothermie < 20MWth, basislast 0,0333 0,0376 0,0452 0,0518 Artikel 61, onderdelen b en e Diepe geothermie ≥ 20MWth, basislast 0,0332 0,0375 0,0451 0,0455 Artikel 61, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0329 0,0371 0,0445 0,0833 Artikel 61, onderdeel f Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0331 0,0331 0,0331 0,0331 Artikel 61, onderdeel g Ultradiepe geothermie, basislast 0,0333 0,0376 0,0451 0,0694 Artikel 63, onderdeel a Ondiepe geothermie, basislast 0,0408 0,0441 0,0500 0,0705 Artikel 63, onderdeel b Ondiepe geothermie voor verwarming gebouwde omgeving 0,0408 0,0441 0,0500 0,0810 Artikel 65, onderdeel a Thermische energie uit drink- of oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0296 0,0327 0,0381 0,0667 Artikel 65, onderdeel b Thermische energie uit drink- of oppervlaktewater, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0452 0,0483 0,0537 0,0823 Artikel 65, onderdeel c Thermische energie uit drink- of oppervlaktewater, directe toepassing 0,0306 0,0341 0,0401 0,0584 Artikel 67, eerste lid Thermische energie uit afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0301 0,0334 0,0391 0,0678 Artikel 69, eerste lid Daglichtkas 0,0310 0,0346 0,0408 0,0738 Artikel 71, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0442 0,0442 0,0442 0,0442 Artikel 73, eerste lid Elektroboiler 0,0339 0,0384 0,0463 0,0492 Artikel 75, eerste lid, onderdeel a Industriële warmtepomp (gesloten) 0,0302 0,0334 0,0365 0,0365 Artikel 75, eerste lid, onderdeel b Industriële warmtepomp (open) 0,0320 0,0359 0,0360 0,0360 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0188 0,0188 0,0188 0,0188 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0238 0,0238 0,0238 0,0238 Artikel 77, eerste lid, onderdeel c Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,40 en < 0,50 km/MWth 0,0287 0,0287 0,0287 0,0287 Artikel 77, eerste lid, onderdeel d Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,50 km/MWth 0,0322 0,0337 0,0337 0,0337 Artikel 77, eerste lid, onderdeel e Restwarmtebenutting (met warmtepomp) 0,0283 0,0309 0,0356 0,0391 Artikel 79, eerste lid Waterstof uit elektrolyse 0,0463 0,0509 0,0589 0,1013 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0931 0,0991 0,1096 0,1222 Artikel 81 eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,0469 0,0547 0,0683 0,0880 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,0375 0,0421 0,0503 0,0814 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit hydropyrolyse-olie uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,0890 0,0939 0,1027 0,1106 Artikel regeling Categorie 2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, gasvormig transport 98,2454 98,2454 98,2454 98,2454 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gasvormig transport 61,5061 61,5061 61,5061 61,5061 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, vloeibaar transport 71,6077 71,6077 71,6077 71,6077 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, vloeibaar transport 91,7963 91,7963 91,7963 91,7963 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 93,3886 97,7752 97,7752 97,7752 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport 92,9091 110,5785 124,7259 124,7259 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 88,5477 104,7633 130,2545 130,2545 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, niet-ETS-bedrijf 48,6468 64,8624 93,2397 130,2545 Artikel 83, eerste lid, onderdeel i 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport 88,0682 104,1239 132,2215 156,5234 Artikel 83, eerste lid, onderdeel j 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, niet-ETS-bedrijf 48,1673 64,2230 92,3206 156,5234 Artikel 83, eerste lid, onderdeel k 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 89,7870 89,7870 89,7870 89,7870 Artikel 83, eerste lid, onderdeel l 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport 93,2752 111,0667 114,6757 114,6757 Artikel 83, eerste lid, onderdeel m 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 89,4969 106,0289 114,2829 114,2829 Artikel 83, eerste lid, onderdeel n 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport 89,0174 105,3895 134,0408 138,8041 Artikel 83, eerste lid, onderdeel o 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, gasvormig transport, niet-ETS-bedrijf 58,3800 77,8400 98,2454 98,2454 Artikel 83, eerste lid, onderdeel p 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, vloeibaar transport, niet-ETS-bedrijf 57,9005 71,6077 71,6077 71,6077 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, bestaande transportleiding 74,1442 74,1442 74,1442 74,1442 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport 104,8245 122,4961 133,3971 133,3971 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 105,3040 123,1355 127,0015 127,0015 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d 2 CCU – Bijkomende CO-afvang bij bestaande installatie, vloeibaar transport 84,2550 84,2550 84,2550 84,2550 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e 2 CCU – Bijkomende CO-afvang bij bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 63,1832 63,1832 63,1832 63,1832 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, bestaande transportleiding 67,7699 67,7699 67,7699 67,7699 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport 105,1784 122,9680 127,0228 127,0228 Artikel 85, eerste lid, onderdeel h 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 105,6579 120,6271 120,6271 120,6271 Artikel 85, eerste lid, onderdeel i 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij AVI, gasvormig transport, bestaande transportleiding 100,4563 116,6719 142,2112 142,2112 Artikel 85, eerste lid, onderdeel j 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij AVI, vloeibaar transport 99,9768 116,0325 144,1301 201,4640 Artikel 85, eerste lid, onderdeel k 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij AVI, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 100,4563 116,6719 145,0492 195,0684 Artikel 85, eerste lid, onderdeel l 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassa-installatie tuinbouw, gasvormig 62,5419 62,5419 62,5419 62,5419 Artikel 85, eerste lid, onderdeel m 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassa-installatie tuinbouw, vloeibaar 100,1971 104,9962 104,9962 104,9962 3 artikelen 11 13 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid 25 27 29, eerste lid 31 33 35, eerste lid 37 39 41, eerste lid 43 45, eerste lid 47, eerste lid 49, eerste lid 51, eerste lid 53, eerste lid 55 57, eerste lid 59, eerste lid 61 63 65 67, eerste lid 69, eerste lid 71, eerste lid 73, eerste lid 75, eerste lid 77, eerste lid 79, eerste lid 81, eerste lid In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde en zesde kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, het fasebedrag in euro per kWh in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 4 artikelen 83, eerste lid 85, eerste lid In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde of zesde kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in deen, het fasebedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per 1.000 kg broeikasgas lager is dan het fasebedrag, genoemd in de respectievelijke derde, vierde, vijfde of zesde kolom van de tabel in het tweede lid, dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 artikel 58, tweede lid, van het besluit Het rangschikkingsbedrag, bedoeld voor de vergelijking van de fasebedragen op grond van, wordt berekend volgens de formule in het tweede lid en voor de uitdrukking in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas vermenigvuldigd met de factor 1.000 en afgerond op drie decimalen. 2 De formule voor de berekening van het rangschikkingsbedrag luidt: a. voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en de langetermijnenergieprijs als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel; b. voor productie-installaties voor vermindering van broeikasgas: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en het langetermijnbroeikasgasbedrag als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel. 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie Langetermijn energieprijs of langetermijn broeikasgasbedrag in euro/kWh 2 Omrekenfactor in kg CO/kWh Artikel 11, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0449 0,2160 Artikel 11, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0449 0,2160 Artikel 11, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0449 0,2160 Artikel 13 Osmose 0,0449 0,2160 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0309 0,2160 Artikel 21, eerste lid 2 Wind in meer, water ≥ 1 km 0,0309 0,2160 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 0,0574 0,2160 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land of drijvend op water 0,0530 0,2160 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0458 0,2160 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d Zon-PV ≥ 1 MWp, op land 0,0373 0,2160 Artikel 23, eerste lid, onderdeel e Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0373 0,2160 Artikel 23, eerste lid, onderdeel f Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op land 0,0373 0,2160 Artikel 23, eerste lid, onderdeel g Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0373 0,2160 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0203 0,1830 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0203 0,3358 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,0203 0,3358 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0203 0,1830 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0203 0,1830 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0203 0,3358 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas 0,0203 0,3358 Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0203 0,1830 Artikel 31 RWZI bestaande slibgisting (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0203 0,1830 Artikel 33, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0203 0,1830 Artikel 33, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0203 0,1830 Artikel 35, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0359 0,2260 Artikel 35, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0307 0,2260 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0307 0,2260 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0375 0,2212 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0307 0,3788 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0378 0,3738 Artikel 37, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,0307 0,3788 Artikel 37, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0609 0,3738 Artikel 39, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0307 0,2260 Artikel 39, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0375 0,2212 Artikel 39, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 400 kW 0,0307 0,3788 Artikel 39, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0609 0,3738 Artikel 41, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0307 0,2260 Artikel 41, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0413 0,2200 Artikel 43 Ketel op vloeibare biomassa 0,0307 0,2260 Artikel 45, eerste lid Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0307 0,2260 Artikel 47, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0203 0,2260 Artikel 47, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0203 0,2260 Artikel 47, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0203 0,2260 Artikel 47, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0203 0,2260 Artikel 47, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0203 0,2260 Artikel 47, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0203 0,2260 Artikel 47, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0203 0,2260 Artikel 47, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0203 0,2260 Artikel 47, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0203 0,2260 Artikel 49, eerste lid Grote ketel op B-hout 0,0203 0,2260 Artikel 51, eerste lid Grote ketel op houtpellets voor gebouwde omgeving 0,0203 0,2260 Artikel 53, eerste lid Grote stoomketel op houtpellets 0,0203 0,2260 Artikel 55 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0276 0,2260 Artikel 57, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0203 0,2260 Artikel 59, eerste lid Composteringsinstallatie champost 0,0307 0,2260 Artikel 61, onderdelen a en d Diepe geothermie < 20MWth, basislast 0,0203 0,2163 Artikel 61, onderdelen b en e Diepe geothermie ≥ 20MWth, basislast 0,0203 0,2153 Artikel 61, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0203 0,2101 Artikel 61, onderdeel f Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0203 0,2163 Artikel 61, onderdeel g Ultradiepe geothermie, basislast 0,0203 0,2159 Artikel 63, onderdeel a Ondiepe geothermie, basislast 0,0307 0,1676 Artikel 63, onderdeel b Ondiepe geothermie voor verwarming gebouwde omgeving 0,0307 0,1676 Artikel 65, onderdeel a Thermische energie uit drink- of oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0203 0,1545 Artikel 65, onderdeel b Thermische energie uit drink- of oppervlaktewater, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0359 0,1545 Artikel 65, onderdeel c Thermische energie uit drink- of oppervlaktewater, directe toepassing 0,0203 0,1720 Artikel 67, eerste lid Thermische energie uit afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0203 0,1632 Artikel 69, eerste lid Daglichtkas 0,0203 0,1785 Artikel 71, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0359 0,1941 Artikel 73, eerste lid Elektroboiler 0,0203 0,2260 Artikel 75, eerste lid, onderdeel a Industriële warmtepomp (gesloten) 0,0203 0,1643 Artikel 75, eerste lid, onderdeel b Industriële warmtepomp (open) 0,0203 0,1951 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0203 0,2011 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0203 0,2003 Artikel 77, eerste lid, onderdeel c Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,40 en < 0,50 km/MWth 0,0203 0,1995 Artikel 77, eerste lid, onderdeel d Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,50 km/MWth 0,0203 0,1987 Artikel 77, eerste lid, onderdeel e Restwarmtebenutting (met warmtepomp) 0,0203 0,1329 Artikel 79, eerste lid Waterstof uit elektrolyse 0,0326 0,2290 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0750 0,3012 Artikel 81 eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,0235 0,3894 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,0235 0,2328 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit hydropyrolyse-olie uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,0740 0,2493 Artikel regeling Categorie 2 Langetermijn broeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 2 Emissiefactor in kg CO/1.000 kg CO Artikel 83, eerste lid, onderdeel a 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, gasvormig transport 39,9009 973,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gasvormig transport 39,9009 973,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, vloeibaar transport 39,9009 965,0080 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, vloeibaar transport 39,9009 965,0080 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 39,9009 891,4620 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport 39,9009 883,4700 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 39,9009 810,7800 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, niet-ETS-bedrijf 0,0000 810,7800 Artikel 83, eerste lid, onderdeel i 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport 39,9009 802,7880 Artikel 83, eerste lid, onderdeel j 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, niet-ETS-bedrijf 0,0000 802,7880 Artikel 83, eerste lid, onderdeel k 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 39,9009 897,5640 Artikel 83, eerste lid, onderdeel l 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport 39,9009 889,5720 Artikel 83, eerste lid, onderdeel m 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 39,9009 826,6000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel n 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport 39,9009 818,6080 Artikel 83, eerste lid, onderdeel o 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, gasvormig transport, niet-ETS-bedrijf 0,0000 973,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel p 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, vloeibaar transport, niet-ETS-bedrijf 0,0000 965,0080 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, bestaande transportleiding 51,8095 891,5750 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport 51,8095 883,5830 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 51,8095 891,5750 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d 2 CCU – Bijkomende CO-afvang bij bestaande installatie, vloeibaar transport 51,8095 883,5830 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e 2 CCU – Bijkomende CO-afvang bij bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 51,8095 918,5750 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, bestaande transportleiding 51,8095 897,4736 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport 51,8095 889,4816 Artikel 85, eerste lid, onderdeel h 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 51,8095 897,4736 Artikel 85, eerste lid, onderdeel i 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij AVI, gasvormig transport, bestaande transportleiding 51,8095 810,7800 Artikel 85, eerste lid, onderdeel j 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij AVI, vloeibaar transport 51,8095 802,7880 Artikel 85, eerste lid, onderdeel k 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij AVI, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 51,8095 810,7800 Artikel 85, eerste lid, onderdeel l 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassa-installatie tuinbouw, gasvormig 51,8095 839,9014 Artikel 85, eerste lid, onderdeel m 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassa-installatie tuinbouw, vloeibaar 51,8095 806,4600 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 11, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag; b. artikel 15, vijfde lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen, bedoeld invastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2021 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de elektriciteitsprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom genoemde bedrag; 2°. artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in, het in de zevende kolom genoemde bedrag; en 3° artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van het besluit voor de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteits-prijs in euro/kWh Voorlopige correctie elektriciteitsprijs in 2.021 euro/kWh Voorlopige correctie waarde garanties van oorsprong in 2.021 euro/kWh Artikel 11, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,1097 3700 0,0299 0,0312 0,0000 Artikel 11, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,1097 5700 0,0299 0,0312 0,0000 Artikel 11, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0975 2600 0,0299 0,0312 0,0000 Artikel 13 Osmose 0,1097 8000 0,0299 0,0312 0,0000 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0390 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0406 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0435 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0475 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0501 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 15, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0543 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0444 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0467 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0505 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0550 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0583 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 17, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0627 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0424 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0442 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0472 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0514 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0548 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 19, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0592 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 21, eerste lid 2 Wind in meer, water ≥ 1 km 0,0590 P50 0,0206 0,0284 0,0040 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 0,0724 900 Netlevering: 0,0238 Netlevering: 0,0272 Netlevering: 0,0040 Niet-netlevering: 0,0672 Niet-netlevering: 0,0706 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land of drijvend op water 0,0685 950 Netlevering: 0,0238 Netlevering: 0,0272 Netlevering: 0,0040 Niet-netlevering: 0,0672 Niet-netlevering: 0,0706 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0655 900 Netlevering: 0,0238 Netlevering: 0,0272 Netlevering: 0,0040 Niet-netlevering: 0,0578 Niet-netlevering: 0,0612 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d Zon-PV ≥ 1 MWp, op land 0,0590 950 Netlevering: 0,0238 Netlevering: 0,0272 Netlevering: 0,0040 Niet-netlevering: 0,0578 Niet-netlevering: 0,0612 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel e Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0693 950 Netlevering: 0,0238 Netlevering: 0,0272 Netlevering: 0,0040 Niet-netlevering: 0,0578 Niet-netlevering: 0,0612 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel f Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op land 0,0590 1045 Netlevering: 0,0238 Netlevering: 0,0272 Netlevering: 0,0040 Niet-netlevering: 0,0578 Niet-netlevering: 0,0612 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel g Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0693 1190 Netlevering: 0,0238 Netlevering: 0,0272 Netlevering: 0,0040 Niet-netlevering: 0,0578 Niet-netlevering: 0,0612 Niet-netlevering: 0,0000 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 28, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 32, vijfde lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 29, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbaar gas de basisgasprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2021 vastgesteld op: 1°. artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de energieprijs, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. artikel 31, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit voor de correcties, bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2.021 euro/kWh Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0661 8000 0,0135 0,0147 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0722 8000 0,0135 0,0147 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,0930 8000 0,0135 0,0147 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0575 8000 0,0135 0,0147 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0543 8000 0,0135 0,0147 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0794 8000 0,0135 0,0147 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas 0,0722 8000 0,0135 0,0147 Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0752 8000 0,0135 0,0147 Artikel 31 RWZI bestaande slibgisting (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0319 8000 0,0135 0,0147 Artikel 33, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0680 7500 0,0135 0,0147 Artikel 33, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0752 7500 0,0135 0,0147 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 44, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 48, vijfde lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 45, eerste lid, van het besluit de basisenergieprijs, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2021 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de energie- of elektriciteitsprijs, bedoeld in, of, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 47, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor de correcties, bedoeld in, op € 0 per kWh; en 3°. artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van het besluit voor de correcties, bedoeld in, het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2021 in euro/kWh Andere correctie in 2021 in euro/kWh Artikel 35, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0938 600 0,0275 0,0290 0,0054 Artikel 35, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0800 600 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0624 7000 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0696 7622 0,0260 0,0274 0,0028 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0674 7000 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0789 7353 0,0261 0,0275 0,0027 Artikel 37, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,1061 7000 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 37, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,1310 6374 0,0492 0,0506 0,0027 Artikel 39, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0534 7000 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 39, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0589 7622 0,0260 0,0274 0,0028 Artikel 39, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 400 kW 0,0764 7000 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 39, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0959 6374 0,0492 0,0506 0,0027 Artikel 41, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0682 7000 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 41, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0932 5729 0,0290 0,0303 0,0021 Artikel 43 Ketel op vloeibare biomassa 0,0665 7000 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 45, eerste lid Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0586 3000 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 47, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0508 4500 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 47, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0499 5000 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 47, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0491 5500 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 47, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0484 6000 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 47, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0478 6500 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 47, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0473 7000 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 47, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0469 7500 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 47, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0465 8000 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 47, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0462 8500 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 49, eerste lid Grote ketel op B-hout 0,0277 7500 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 51, eerste lid Grote ketel op houtpellets voor gebouwde omgeving 0,0687 6000 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 53, eerste lid Grote stoomketel op houtpellets 0,0664 8500 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 55 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0519 3000 0,0201 0,0214 0,0054 Artikel 57, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0352 8000 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 59, eerste lid Composteringsinstallatie champost 0,0461 5200 0,0223 0,0238 0,0054 Artikel 61, onderdelen a en d Diepe geothermie < 20MWth, basislast 0,0518 6000 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 61, onderdelen b en e Diepe geothermie ≥ 20MWth, basislast 0,0455 6000 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 61, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0833 3500 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 61, onderdeel f Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0331 6000 0,0135 0,0147 0,0054 Artikel 61, onderdeel g Ultradiepe geothermie, basislast 0,0694 7000 0,0135 0,0147 0,0054 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 55f, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie voor de vermindering van broeikasgas, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 55j, vijfde lid, van het besluit voor de vermindering van broeikasgas het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 55g, eerste lid, van het besluit het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, voor de vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2021 vastgesteld op: 1°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de prijs van het primaire product, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit voor de correcties, bedoeld in, op € 0 per kWh; en 3°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor de correcties, bedoeld in, het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 8 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro/kWh Voorlopige correctie productprijs in 2021 in euro/kWh Voorlopige correctie ETS in 2021 in euro/kWh Voorlopige correctie overige correcties in 2021 in euro/kWh Artikel 63, onderdeel a Ondiepe geothermie, basislast 0,0705 6000 0,0223 0,0238 0,0054 0,0000 Artikel 63, onderdeel b Ondiepe geothermie voor verwarming gebouwde omgeving 0,0810 3500 0,0223 0,0238 0,0054 0,0000 Artikel 65, onderdeel a Thermische energie uit drink- of oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0667 6000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 65, onderdeel b Thermische energie uit drink- of oppervlaktewater, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0823 3500 0,0275 0,0290 0,0054 0,0000 Artikel 65, onderdeel c Thermische energie uit drink- of oppervlaktewater, directe toepassing 0,0584 3500 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 67, eerste lid Thermische energie uit afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0678 6000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 69, eerste lid Daglichtkas 0,0738 3850 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 71, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0442 3500 0,0275 0,0290 0,0054 0,0000 Artikel 73, eerste lid Elektroboiler 0,0492 3000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 75, eerste lid, onderdeel a Industriële warmtepomp (gesloten) 0,0365 8000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 75, eerste lid, onderdeel b Industriële warmtepomp (open) 0,0360 8000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0188 6000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0238 6000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel c Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,40 en < 0,50 km/MWth 0,0287 6000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel d Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,50 km/MWth 0,0337 6000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel e Restwarmtebenutting (met warmtepomp) 0,0391 7000 0,0135 0,0147 0,0054 0,0000 Artikel 79, eerste lid Waterstof uit elektrolyse 0,1013 3000 0,0242 0,0257 0,0000 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1222 8000 0,0500 0,0577 0,0000 0,0936 Artikel 81 eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,0880 8000 0,0167 0,0179 0,0000 0,0936 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,0814 8000 0,0167 0,0179 0,0000 0,0936 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit hydropyrolyse-olie uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1106 7500 0,0493 0,0576 0,0000 0,0936 Artikel regeling Categorie 2 Basisbedrag in euro/1.000 kg CO Vollasturen 2 Basisbroeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie productprijs in 2021 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie ETS in 2021 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie overige correcties in 2021 in euro/1.000 kg CO Artikel 83, eerste lid, onderdeel a 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, gasvormig transport 98,2454 4000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gasvormig transport 61,5061 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, vloeibaar transport 71,6077 4000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, vloeibaar transport 91,7963 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 97,7752 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport 124,7259 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 130,2545 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, niet-ETS-bedrijf 130,2545 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel i 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport 156,5234 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel j 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, niet-ETS-bedrijf 156,5234 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel k 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 89,7870 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel l 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport 114,6757 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel m 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 114,2829 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel n 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport 138,8041 8000 26,6006 0,0000 26,6006 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel o 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, gasvormig transport, niet ETS-bedrijf 98,2454 4000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel p 2 CCS – Bestaande CO-afvang bij bestaande installaties, gedeeltelijke opslag, vloeibaar transport, niet ETS-bedrijf 71,6077 4000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, bestaande transportleiding 74,1442 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport 133,3971 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 127,0015 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d 2 CCU – Bijkomende CO-afvang bij bestaande installatie, vloeibaar transport 84,2550 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e 2 CCU – Bijkomende CO-afvang bij bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 63,1832 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, bestaande transportleiding 67,7699 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport 127,0228 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel h 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 120,6271 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel i 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij AVI, gasvormig transport, bestaande transportleiding 142,2112 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel j 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij AVI, vloeibaar transport 201,4640 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel k 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij AVI, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 195,0684 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel l 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassa-installatie tuinbouw, gasvormig 62,5419 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel m 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassa-installatie tuinbouw, vloeibaar 104,9962 4000 34,5397 38,9761 0,0000 0,0000 2 artikelen 73, eerste lid 79, eerste lid De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in de, en, die in aanmerking komt voor subsidie, bedraagt ten hoogste 5000 vollasturen, tenzij de productie bij het respectievelijke aantal vollasturen, in de onderstaande tabel lager is in een bepaald kalanderjaar, dan geldt dat maximum aantal vollasturen. Jaar Vollasturen elektroboiler Vollasturen waterstof uit elektrolyse 2021 4.000 2.940 2022 4.090 2.530 2023 3.540 2.390 2024 4.910 2025 4.930 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 2021 42143 30-09-2021 28-09-2021 WJZ/21184772 01-10-2021 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2021. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021. 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 2021 35131 09-07-2021 07-07-2021 WJZ/21133744 01-10-2021
Artikel 5#
artikel 5, tweede lid
Artikel 15#
artikelen 15
Artikel 17#
17
Artikel 19#
19