Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 april 2021 , nr. WJZ/ 20328658 , houdende een erkenningensystematiek van laboratoria op veterinair terrein (Regeling erkenning veterinaire laboratoria)
- BWB-id
- BWBR0045052
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045052
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-erkenning-veterinaire-laboratoria
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-erkenning-veterinaire-laboratoria/2026-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045052&g=2026-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045052&z=2026-06-06&g=2026-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045052/2026-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-erkenning-veterinaire-laboratoria
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; niet-gereguleerde dierziekte: verordening (EU) nr. 2018/1882 dierziekte die niet voor een soort of groep soorten is opgenomen in de tabel in de bijlage bij; NRL: Nationaal Referentie Laboratorium; OIE: World Organisation for Animal Health; TSE-verordening: verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147); verordening (EG) nr. 2160/2003: verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEG L 325); verordening (EU) nr. 200/2010: Verordening (EG) nr. 2160/2003 verordening (EU) nr. 200/2010 van de Commissie van 10 maart 2010 ter uitvoering vanvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft een doelstelling van de Unie voor het verminderen van de prevalentie van serotypen Salmonella bij volwassen vermeerderingskoppels van Gallus gallus (PbEU L 61); verordening (EU) nr. 517/2011: Verordening (EG) nr. 2160/2003 verordening (EG) nr. 2160/2003 verordening (EU) nr. 517/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 ter uitvoering vanvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft een doelstelling van de Unie voor het verminderen van de prevalentie van bepaalde serotypes van salmonella bij legkippen van Gallus gallus en tot wijziging vanen verordening (EU) nr. 200/2010 van de Commissie (PbEU L 138); verordening (EU) nr. 200/2012: verordening (EG) nr. 2160/2003 verordening (EU) nr. 200/2012 van de Commissie van 8 maart 2012 tot vaststelling van een doelstelling van de Unie voor het terugdringen van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium bij koppels slachtkuikens, als vastgesteld invan het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 71); verordening (EU) nr. 1190/2012: Verordening (EG) nr. 2160/2003 verordening (EU) nr. 1190/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot vaststelling van een doelstelling van de Unie voor het terugdringen van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium bij koppels kalkoenen, als vastgesteld invan het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 340); verordening (EU) nr. 576/2013: Verordening (EG) nr. 998/2003 verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van; verordening (EU) nr. 2015/1375: uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/1375 van de Commissie van 10 augustus 2015 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees (PbEU L 212); verordening (EU) nr. 2016/429: verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84); verordening (EU) nr. 2017/625: Verordeningen (EG) nr. 999/2001 (EG) nr. 396/2005 (EG) nr. 1069/2009 (EG) nr. 1107/2009 nr. 1151/2012 nr. 652/2014 2016/429 2016/2031 (EG) nr. 1/2005 (EG) nr. 1099/2009 98/58/EG 1999/74/EG 2007/43/EG 2008/119/EG 2008/120/EG (EG) nr. 854/2004 (EG) nr. 882/2004 89/608/EEG 89/662/EEG 90/425/EEG 91/496/EEG 96/23/EG 96/93/EG 97/78/EG 92/438/EEG verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de,,,, (EU), (EU), (EU)en (EU)van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningenenvan de Raad en de Richtlijnen,,,envan de Raad, en tot intrekking van de Verordeningenenvan het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen,,,,,envan de Raad en Besluitvan de Raad (verordening officiële controles) (Pb EU L 95); verordening (EU) nr. 2018/1882: uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie van 3 december 2018 betreffende de toepassing, op de categorieën in de lijst opgenomen ziekten, van bepaalde regels voor de preventie en bestrijding van ziekten en tot vaststelling van een lijst van soorten en groepen soorten die een aanzienlijk risico vormen in verband met de verspreiding van die ziekten (PbEU 2018, L 308); verordening (EU) nr. 2019/2035: gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314); verordening (EU) nr. 2020/686: gedelegeerde verordening (EU) 2020/686 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de erkenning van inrichtingen voor levende producten en de traceerbaarheids- en diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van levende producten van bepaalde gehouden landdieren (PbEU 2020, L 174); verordening (EU) nr. 2020/688: gedelegeerde verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (PbEU 2020, L 174); verordening (EU) nr. 2020/689: gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten (PbEU 2020, L 174); ziekte van categorie E: verordening (EU) nr. 2018/1882 ziekte als bedoeld in artikel 1, onderdeel 5, van, voor zover de ziekte voor een soort of groep soorten is opgenomen in de tabel in de bijlage bij deze verordening. 2 artikel 1.59, tweede en derde lid, van het Besluit houders van dieren artikel 1a.1, tweede en derde lid, van het Besluit dierlijke producten Deze regeling berust mede open. 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 01-04-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Aanwijzing NRL#
Artikel 2 Aanwijzing NRL De minister is bevoegd tot aanwijzing van nationale referentielaboratoria als bedoeld in artikel 100, eerste lid, eerste zin, van verordening (EU) nr. 2017/625, ten aanzien van onderwerpen die diergezondheid betreffen. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Erkend laboratorium nationaal en intracommunautair#
Artikel 3 Erkend laboratorium nationaal en intracommunautair 1 bijlage 1 De onderzoeken, bedoeld in, worden uitgevoerd met de in die bijlage opgenomen testmethodes voor het desbetreffende onderzoek, door een daartoe door de minister ingevolge artikel 37 van verordening (EU) nr. 2017/625 erkend laboratorium. 2 bijlage 1 De minister verleent een erkenning aan een laboratorium voor een of meer inopgenomen testmethodes, indien is voldaan aan artikel 37 van verordening (EU) nr. 2017/625 en artikel 7, derde lid. 3 artikelen 14 tot en met 16 artikel 18 In aanvulling op de artikelen 37, vierde lid, en 38 van verordening (EU) nr. 2017/625 voldoet een erkend laboratorium als bedoeld in het eerste lid, aan deen. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Erkend laboratorium derde landen voor onderzoeken specifieke dierziekten#
Artikel 4 Erkend laboratorium derde landen voor onderzoeken specifieke dierziekten 1 bijlage 2 artikel 1.59, tweede lid, van het Besluit houders van dieren artikel 1a.1, tweede lid, van het Besluit dierlijke producten De onderzoeken, bedoeld in, worden uitgevoerd met de in die bijlage opgenomen testmethodes voor het desbetreffende onderzoek door een daartoe door de minister ingevolge deze regeling erkend laboratorium wanneer het onderzoek onder toepassing vanofplaatsvindt ten behoeve van uitvoer naar een land, niet zijnde een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag. 2 bijlage 2 paragraaf 2 De minister verleent een erkenning aan een laboratorium voor een of meer inopgenomen testmethodes, indien is voldaan aan. 3 paragraaf 4 Een erkend laboratorium als bedoeld in het eerste lid voldoet aan. 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 01-04-2024
Artikel 4a — Artikel 4a Erkend laboratorium derde landen voor onderzoeken overige dierziekten#
Artikel 4a Erkend laboratorium derde landen voor onderzoeken overige dierziekten 1 artikel 1.59, tweede lid, van het Besluit houders van dieren artikel 1a.1, tweede lid, van het Besluit dierlijke producten Onderzoeken bij dieren of daarvan afkomstige dierlijke producten naar een niet-gereguleerde dierziekte voor die desbetreffende soort of groep soorten of een ziekte van categorie E voor die desbetreffende soort of groep soorten worden uitgevoerd door een daartoe door de minister ingevolge deze regeling erkend laboratorium wanneer het onderzoek onder toepassing vanofplaatsvindt ten behoeve van uitvoer naar een land, niet zijnde een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag. 2 Met een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt het volgende gelijkgesteld: a. verordening (EU) nr. 2017/625 een aanwijzing van een referentielaboratorium van de Europese Unie als bedoeld in artikel 93, eerste lid, van; en b. verordening (EU) nr. 2017/625 een aanwijzing van een nationaal referentielaboratorium als bedoeld in artikel 100, eerste lid, vandat is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie; en c. een accreditatie conform EN-ISO/IEC 17025 van een in een lidstaat van de Europese Unie gevestigd laboratorium voor de uitvoering van het desbetreffende onderzoek, voor de bij de dierziekte behorende testmethode, diersoort en de matrix, voor zover het desbetreffende onderzoek conform die accreditatie is uitgevoerd. 3 verordening (EU) nr. 2018/1882 Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is een ziekte van categorie E een ziekte die in de tabel in de bijlage bijuitsluitend als ziekte van categorie E is aangewezen. 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op onderzoeken naar Q-koorts (Coxiella burnetii). 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 01-04-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Gelijkstelling#
Artikel 5 Gelijkstelling 1 bijlage 2 artikel 4 Voor het verrichten van één of meer inopgenomen testmethoden kan de minister op aanvraag een laboratorium, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, gelijkstellen met een op grond vanerkend laboratorium. 2 bijlage 2 Een besluit tot gelijkstelling als bedoeld in het eerste lid wordt genomen indien het laboratorium door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of staat is erkend voor het verrichten van de inopgenomen testmethode, op basis van criteria waardoor een gelijkwaardig kwaliteits- en betrouwbaarheidsniveau wordt bereikt als op basis van de eisen in onderhavige regeling. 3 Bij een aanvraag tot gelijkstelling als bedoeld in het eerste lid worden documenten overgelegd waaruit blijkt dat het laboratorium voldoet aan het bepaalde in het tweede lid. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Nederlands grondgebied#
Artikel 6 Nederlands grondgebied Het laboratorium is gelegen op Nederlands grondgebied. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Accreditatie#
Artikel 7 Accreditatie 1 Het laboratorium is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd, conform NEN-EN-ISO/IEC 17025, voor de testmethode waarvoor de erkenning wordt aangevraagd. 2 bijlage 2 Indien het laboratorium een erkenning aanvraagt voor een testmethode als bedoeld in, uitgezonderd de testmethodes, genoemd in die bijlage, onder 3, 4, 6, 8 of 15, is mede uit een audit, uitgevoerd door het bevoegde NRL, gebleken dat de testmethode overeenkomstig de door het laboratorium in het kader van de accreditatie, bedoeld in het eerste lid, opgestelde documentatie en analysevoorschriften wordt uitgevoerd. 3 bijlage 1 Indien het laboratorium een erkenning aanvraagt voor een testmethode als bedoeld in, uitgezonderd de testmethodes, genoemd in die bijlage onder 4, 5, 7, 12, 14, 18, 19 of 20, is mede uit een audit, uitgevoerd door het bevoegde NRL, gebleken dat de testmethode overeenkomstig de door het laboratorium in het kader van de accreditatie, bedoeld in artikel 37, vierde lid, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 2017/625, opgestelde documentatie en analysevoorschriften wordt uitgevoerd. 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 01-04-2024
Artikel 8 — Artikel 8 Uitzondering accreditatie#
Artikel 8 Uitzondering accreditatie artikel 7, eerste lid Indien het laboratorium niet beschikt over de accreditatie, bedoeld in, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de aanvraag voor de accreditatie is ingediend bij de Raad voor Accreditatie, en b. bijlage 2 mede uit een audit, uitgevoerd door het bevoegde NRL, is gebleken dat de testmethode, bedoeld in, uitgezonderd de testmethodes, genoemd in de bijlage onder 3, 4, 6, 8 of 15, overeenkomstig de door het laboratorium in het kader van die accreditatie opgestelde documentatie en analysevoorschriften wordt uitgevoerd. 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 01-04-2024
Artikel 9 — Artikel 9 Ringtest#
Artikel 9 Ringtest Het laboratorium heeft deelgenomen aan een ringtest, georganiseerd door het bevoegde NRL, waaruit is gebleken dat het laboratorium de testmethode voldoende nauwkeurig uitvoert. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Rabiës#
Artikel 10 Rabiës bijlage 1 Een laboratorium dat een erkenning voor de testmethode, bedoeld in, onder 10, aanvraagt, is met gunstig resultaat beoordeeld door laboratorium Laboratoire d’études sur la rage et la pathologie des animaux sauvages, te Nancy van de Agence française de sécurité sanitaire des aliments Nancy (AFSSA Nancy). 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 11 — Artikel 11 Aanvraag#
Artikel 11 Aanvraag 1 artikel 3 4 4a, eerste lid De aanvraag voor een erkenning als bedoeld in,of, wordt gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld middel. 2 Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens overgelegd: a. artikel 3 verordening nr. 2017/625 bij een aanvraag als bedoeld in: het bewijs van accreditatie, bedoeld in artikel 37, vierde lid, onderdeel e, van; b. artikel 4 bij een aanvraag als bedoeld in: 1° artikel 7, eerste lid artikel 8, onderdeel a het bewijs van accreditatie, bedoeld in, of een kopie van de aanvraag voor een accreditatie, bedoeld in, en 2° artikel 8 indienvan toepassing is, de door het laboratorium in het kader van de accreditatie, opgestelde documentatie en analysevoorschriften; c. artikel 4a, eerste lid bij een aanvraag voor een erkenning als bedoeld in: het bewijs van accreditatie, bedoeld in artikel 4a, tweede lid, onderdeel c. 3 bijlage 1 artikel 18, onderdeel c Bij een aanvraag voor een erkenning voor een testmethode als bedoeld in, onder 1, wordt tevens een technische omschrijving van het elektronisch in- en uitslagregister, bedoeld in, overgelegd. 4 bijlage 1 artikel 10 Bij een aanvraag voor een erkenning voor de testmethode, bedoeld in, onder 10, worden tevens documenten overgelegd waaruit blijkt dat het laboratorium voldoet aan het bepaalde in. 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 01-04-2024
Artikel 12 — Artikel 12 Accreditatie na erkenning#
Artikel 12 Accreditatie na erkenning artikel 4 artikel 7, eerste lid Indien de erkenning, bedoeld inis verleend terwijl het laboratorium niet beschikt over de accreditatie, bedoeld in, dient het laboratorium binnen zes maanden na de datum waarop de erkenning, bedoeld in artikel 4 is verleend, geaccrediteerd te zijn overeenkomstig artikel 7, eerste lid. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 13 — Artikel 13 Testmethode#
Artikel 13 Testmethode 1 bijlage 2 Het laboratorium verricht een onderzoek als bedoeld in, met de testmethode waarvoor het laboratorium erkend is. 2 Het laboratorium voert de testmethodes uit met reagentia of testkits waarvan de uitgangswaarden voldoen aan de Europese regelgeving of goede laboratoriumpraktijken, zoals gecontroleerd door het bevoegde NRL. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 14 — Artikel 14 Niet-negatieve testresultaten#
Artikel 14 Niet-negatieve testresultaten 1 artikelen 2.1 2.2 Regeling diergezondheid Het laboratorium meldt niet-negatieve testresultaten, voor zover de testresultaten betrekking hebben op een aangewezen besmettelijke dierziekte als bedoeld in deen, voor zover het gaat om een infectie met Sars-Cov-2, van de, onmiddellijk telefonisch en elektronisch aan de minister en stuurt de monsters direct naar het bevoegde NRL voor bevestigingsonderzoek. 2 bijlage 1 bijlage 2 In afwijking van het eerste lid, stuurt het laboratorium monsters die niet-negatieve testresultaten geven van het onderzoek, bedoeld in, onder 8, en, onder 7, enkel aan het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, indien het testresultaat een uitslag van een test uitgevoerd volgens de gE-Elisa testmethode betreft. Het laboratorium meldt daarnaast niet-negatieve testresultaten van het onderzoek, bedoeld in bijlage 1, onder 8, en bijlage 2, onder 7, eveneens in afwijking van het eerste lid, enkel aan de minister, indien het testresultaat een uitslag van een test uitgevoerd volgens de gE-Elisa testmethode betreft. 3 Bij het melden van een niet-negatieve uitslag aan de minister, als bedoeld in het eerste lid, vermeldt het laboratorium telkens: a. het met het desbetreffende monster corresponderende unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, of het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035 dat aan de inrichting waarop de dieren worden gehouden, is toegekend, indien het monster afkomstig is van een dier dat zich in Nederland bevindt, dan wel b. het land van herkomst van het desbetreffende monster en de naam en het adres van het bedrijf waar het dier waar het monster van afkomstig is gehouden wordt, indien het monster afkomstig is van een dier dat zich buiten Nederland bevindt. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 15 — Artikel 15 Rapportage#
Artikel 15 Rapportage bijlage 1 2 Het laboratorium rapporteert elk kwartaal aan de minister elektronisch over de in dat kwartaal uitgevoerde onderzoeken, bedoeld inen, alsmede over de uitslagen van die onderzoeken, overeenkomstig een door de minister opgesteld format. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 16 — Artikel 16 Monitoring#
Artikel 16 Monitoring 1 Het laboratorium verleent medewerking aan periodieke monitoring, uitgevoerd door het NRL. 2 De in het eerste lid bedoelde monitoring bestaat in ieder geval per erkenning uit: a. ten minste 2 ringtesten per jaar, dan wel ten minste 1 ringtest per jaar indien het laboratorium de ringtesten in de voorgaande 3 jaren steeds met goed gevolg heeft afgelegd en effectieve monitoring door het bevoegde NRL gewaarborgd blijft; b. een controle inzake de nauwkeurigheid van de testmethode en de betrouwbaarheid van testuitslagen. 3 In aanvulling op het tweede lid bestaat de in het eerste lid bedoelde monitoring uit: a. bijlage 1 bijlage 2 ten minste één keer per jaar een audit voor een testmethode als bedoeld in, onder 1 tot en met 3, 6, 8 tot en met 11, 13, 15 tot en met 17, 21 tot en met 27 en, onder 1, 2, 5, 7, 9 tot en met 11, 17, 20, 21, 23 en 25; b. bijlage 1 bijlage 2 het uitvoeren van controletesten op monsters met een negatieve testuitslag, die zijn onderzocht met een testmethode als bedoeld in, onder 2, 3, 8, 13, 15 en 21 tot en met 27 en, onder 1, 2, 7, 9 tot en met 11, 17, 20, 21, 23 en 25. 4 Indien een laboratorium beschikt over meer dan één erkenning, worden de audits, bedoeld in het derde lid, onder a, gecombineerd uitgevoerd. 5 bijlage 1 bijlage 2 Het laboratorium dat is erkend voor een testmethode als bedoeld in, onder 2, 3, 8, 13, 15 en 21 tot en met 27 en, onder 1, 2, 7, 9 tot en met 11, 17, 20, 21, 23 en 25 zendt jaarlijks 10% van de onderzochte monsters met een negatieve testuitslag, tot een maximum van 250 monsters per testmethode, aan het bevoegde NRL, tenzij het door het bevoegde NRL in kennis is gesteld van het feit dat in het betrokken kalenderjaar reeds 250 of meer monsters, onderzocht met de desbetreffende testmethode, zijn ontvangen. 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 01-04-2024
Artikel 17 — Artikel 17 Verstrekken resultaten#
Artikel 17 Verstrekken resultaten artikel 16, eerste lid Het NRL, bedoeld in, verstrekt de resultaten van: uitsluitend aan de minister en het desbetreffende laboratorium. a. artikel 7, tweede lid de audit, bedoeld in; b. artikel 9 de ringtest, bedoeld in; en c. artikel 16 de monitoring, bedoeld in, 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 18 — Artikel 18 Erkend laboratorium BSE#
Artikel 18 Erkend laboratorium BSE bijlage 1 In aanvulling op de voorgaande artikelen, voldoet een laboratorium dat erkend is voor een testmethode als bedoeld in, onder 1, aan de volgende vereisten: a. artikel 6, derde lid, van de TSE-verordening; b. artikel 7, eerste lid het verleent geen inzage in en doet geen mededelingen over resultaten van de onderzoeken, anders dan aan de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van deze regeling, aan medewerkers van Wageningen Bioveterinary Research, te Lelystad, die werkzaamheden verrichten in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in bijlage X, hoofdstukken A en C, van de TSE-verordening, alsmede aan medewerkers van de Raad voor Accreditatie, die werkzaamheden verrichten in het kader van het verlenen van de accreditatie, bedoeld in; c. het heeft een elektronisch in- en uitslagregister van de monsters operationeel dat is gekoppeld aan een elektronisch register van de minister of van een andere door de minister aangewezen organisatie op een zodanige wijze dat de minister op ieder gewenst moment een koppeling kan leggen tussen de monsters en het individuele rund, waarvan het monster afkomstig is; d. bijlage 1 het rapporteert maandelijks aan de minister over de in die maand uitgevoerde onderzoeken, bedoeld in, onder 1, de uitslagen van die onderzoeken en de leeftijd van de onderzochte dieren, overeenkomstig een door de minister opgesteld format. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 18a — Artikel 18a artikel 4a, tweede lid, onderdeel c Verplichtingen laboratorium#
Artikel 18a artikel 4a, tweede lid, onderdeel c Verplichtingen laboratorium artikel 4a, tweede lid, onderdeel c Een laboratorium waarop, van toepassing is, verstrekt op verzoek van de minister het bewijs van accreditatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, van dat artikel. 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 2024 2902 30-01-2024 24-01-2024 WJZ/44304318 01-04-2024
Artikel 19 — Artikel 19 Schorsing en intrekking erkenning#
Artikel 19 Schorsing en intrekking erkenning 1 artikel 4 paragraaf 2 4 De minister kan de erkenning, bedoeld in, schorsen voor een door hem te bepalen termijn indien het laboratorium niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld inof. 2 artikel 11 In geval van een schorsing van de erkenning als bedoeld in het eerste lid, voert het laboratorium de desbetreffende testmethode niet uit. Indien de erkenning wordt geschorst omdat het laboratorium niet voldoet aan, kan de minister besluiten dat het laboratorium de testmethode mag blijven verrichten. 3 artikel 4 De minister kan de erkenning, bedoeld in, intrekken indien: a. het laboratorium zich niet houdt aan het tweede lid; b. paragraaf 2 4 na afloop van de schorsing, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het laboratorium nog steeds niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld inof; c. paragraaf 2 4 blijkt dat binnen een periode van twaalf maanden na afloop van de schorsingstermijn, bedoeld in het eerste lid, het laboratorium opnieuw niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld inof, of d. paragraaf 2 4 het laboratorium niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld inof, en naar het oordeel van de minister afbreuk is gedaan aan de correctheid en betrouwbaarheid van de resultaten van het onderzoek. 4 paragraaf 2 4 Voordat een besluit tot schorsing of intrekking wordt genomen, wordt het laboratorium in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn alsnog aan de voorwaarden en verplichtingen als bedoeld inofte voldoen. 5 De minister kan de erkenning met onmiddellijke ingang intrekken indien sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel d, en het belang van de dier- en volksgezondheid een intrekking met onmiddellijke ingang vereist. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 20 — Artikel 20 Schorsen en intrekking besluit tot gelijkstelling#
Artikel 20 Schorsen en intrekking besluit tot gelijkstelling 1 artikel 5 De minister kan een besluit tot gelijkstelling als bedoeld inschorsen of intrekken indien het laboratorium niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 5, tweede lid. 2 Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 21 — Artikel 21 Overgangsrecht#
Artikel 21 Overgangsrecht 1 Erkenningen die zijn verleend op grond van de Regeling erkenning laboratoria snelle BSE-testen worden geacht te zijn verleend op grond van deze regeling. 2 Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria Laboratoria die zijn erkend of aangewezen op grond van deworden geacht te zijn erkend op grond van deze regeling. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze regeling treedt in werking met ingang van 21 april 2021. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning veterinaire laboratoria. 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 2021 17798 16-04-2021 12-04-2021 WJZ/20328658 21-04-2021
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 4#
artikel 4