Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 10 februari 2021, nr. WJZ/18085049, houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot plantgezondheid (Regeling plantgezondheid)
- BWB-id
- BWBR0044863
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-11-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044863
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-plantgezondheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-plantgezondheid/2025-11-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044863&g=2025-11-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044863&z=2026-06-06&g=2025-11-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044863/2025-11-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-plantgezondheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 – aardappel: Solanum tuberosum een plant of plantaardig product van het geslachtL.; – aardappelopslag: aardappelplanten gegroeid uit op een terrein of perceel achtergebleven aardappelknollen of zaad; – bacterievuur: Erwinia amylovora de ziekte veroorzaakt door de bacterie(Burrill) Winslow et al; – bedrijfsmatige teelt: de teelt van planten in de uitoefening van een bedrijf; – besluit: Besluit plantgezondheid ; bijlage II van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 boomkwekerijgewassen en vaste planten: winterharde en half-winterharde houtgewassen, vaste planten en vaste planten en wortelstokken, uitgezonderd de gewassen die gerekend worden tot de bloembollensector, en als zodanig worden genoemd in; – bietenopslag: bladvorming aan of bietenplanten gegroeid uit resten of zaad van een voorgaande suiker-, voeder- of rode bietenteelt die op een productielocatie zijn achtergebleven; – een door een schadelijk organisme aangetaste partij: een partij waarop of waarin op enigerlei wijze een schadelijk organisme voorkomt; – dezelfde onderneming: 1°. bijlage 11 het geheel van terreinen of percelen voor de teelt van zetmeelaardappelen dat de ondernemer in het inaangewezen gebied beheert en voor eigen rekening en risico exploiteert, 2°. het geheel van terreinen of percelen voor de teelt van consumptieaardappelen dat de ondernemer op Nederlands grondgebied beheert en voor eigen rekening en risico exploiteert; – goedgekeurde pootaardappelen: artikel 63, eerste lid, van de Regeling verhandeling teeltmateriaal pootaardappelen die zijn goedgekeurd overeenkomstig; – in het verkeer brengen: voor het vrije verkeer ter beschikking of in voorraad houden, verkopen, te koop aanbieden of afleveren alsmede in- en uitvoeren van en naar lidstaten; – knolcyperus: Cyperus esculentus planten behorende tot de soortL.; – koprot: Botrytis alii de schimmelziekte veroorzaakt door; – minister: de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; – NAK: de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen; – opplant: iedere handeling betreffende het plaatsen van planten ten einde hun verdere groei of vermeerdering te bewerkstelligen; – partij: hoeveelheid planten of plantaardige producten, al dan niet met aanhangende grond of andere cultuurmedia, of resten daarvan of afval van deze planten of plantaardige producten; – plantuien: uien, kennelijk bestemd voor wederuitplant; – pootaardappelen: aardappelen die kennelijk bestemd zijn of gebruikt worden voor wederuitplant; – pootaardappelen voor eigen gebruik: pootaardappelen, afkomstig van en bestemd voor de teelt binnen de eigen onderneming; – pootgoedhandelingen: het telen, oogsten, opslaan, bewaren, sorteren en het transport van pootaardappelen; – productielocatie: terrein, perceel of deel hiervan, waarop wordt geteeld of fytosanitaire maatregelen, voorschriften of beperkingen van toepassing zijn; – uien: Allium cepa Allium ascalonicum en; – uitvoeringsverordening 2019/2072: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 Verordening (EU) 2016/2031 Verordening (EG) nr. 690/2008 Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie van 28 november 2019 tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering vanvan het EuropeesParlement en de Raad, wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking vanvan de Commissie en tot wijziging vanvan de Commissie (PbEU 2019, L 319); – valse meeldauw: Peronospora destructor de schimmelziekte veroorzaakt door; – werktuigen: machines, installaties, transportmiddelen, gereedschappen materialen of apparatuur die met grond in aanraking komen; – wet: Plantgezondheidswet ; – zetmeelaardappelen: aardappelen bestemd om te worden verwerkt tot zetmeel met GN-code 11081300. 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 22, eerste lid, van de wet wet Verkrijgen de inbedoelde ambtenaren of personen de wetenschap of het vermoeden van de aanwezigheid van schadelijke organismen dan kan de minister, in afwachting van bij of krachtens devoor te schrijven maatregelen, in individuele gevallen maximaal twee werkdagen of zoveel langer als naar het oordeel van de minister nodig is het vervoeren of verplaatsen van de schadelijke organismen, van planten, plantaardige producten of ander materiaal, verbieden of daaromtrent voorschriften geven of deze planten, plantaardige producten of ander materiaal kenmerken of onder verzegeling brengen waarbij het anderen dan de in artikel 22, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren of personen verboden is de kenmerken en zegels te verwijderen, behoudens met toestemming van de minister. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 verordening 2016/2031 verordening 2016/2031 De minister kan fytosanitaire maatregelen treffen in een situatie als bedoeld in artikel 10, derde alinea, vanmet inachtneming van bijlage II vanten aanzien van: a. een EU-quarantaineorganisme indien dat organisme mogelijk aanwezig is in een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt; b. verordening 2016/2031 een schadelijk organisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, eerste lid, vanvastgestelde maatregelen indien dat organisme mogelijk aanwezig is in een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt; c. verordening 2016/2031 een EU gereguleerd niet-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 36 van, of d. verordening 2016/2031 een ZP-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van. 2 verordening 2016/2031 De minister kan fytosanitaire maatregelen treffen indien een partij planten, plantaardige producten of andere materialen verdacht wordt door een schadelijk organisme te zijn aangetast maar dat niet officieel bevestigd is, met inachtneming van bijlage II, van. 3 verordening 2016/2031 verordening 2016/2031 De minister kan fytosanitaire maatregelen treffen als bedoeld in bijlage II vanin een situatie als bedoeld in artikel 17 vanten aanzien van: a. een EU-quarantaineorganisme indien dat organisme aanwezig is in Nederland of een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt; b. verordening 2016/2031 een schadelijk organisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, eerste lid, vanvastgestelde maatregelen indien dat organisme aanwezig is in een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt; c. verordening 2016/2031 een EU gereguleerd niet-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 36 van, of d. verordening 2016/2031 een ZP-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van. 4 De fytosanitaire maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen, indien zij een besluit zijn, voor één of meer afzonderlijke gevallen worden genomen. 5 Aan deze besluiten kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 verordening 2016/2031 De kennisgeving, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, vanis niet vereist voor de volgende schadelijke organismen: a. Globodera pallida (Stone) Behrens b. Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens c. Meloidogyne chitwoodi et al Golden d. Meloidogyne fallax Karssen. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 verordening 2016/2031 Er is sprake van de situatie, bedoeld in artikel 82, eerste alinea, vanindien de bedrijfsruimten van een geregistreerde marktdeelnemer en de locatie van de door hem gebruikte percelen zich in Nederland bevinden. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij de minister kan, met een door de minister ter beschikking gesteld middel, worden ingediend een aanvraag tot erkenning als: a. inspectiecentrum als bedoeld in artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1014 van de Commissie van 12 juni 2019 tot vaststelling van nadere regels betreffende minimumvoorschriften voor grenscontroleposten, met inbegrip van inspectiecentra, en voor de vorm, de categorieën en afkortingen voor het opstellen van lijsten van grenscontroleposten en controlepunten (PbEU 2019, L 165); of b. verordening 2017/625 controlepunt als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onder a, van. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een professionele marktdeelnemer kan een aanvraag tot erkenning voor de export naar derde landen waar bilaterale afspraken mee zijn gemaakt op grond waarvan fytosanitaire voorwaarden van toepassing zijn, bij de minister indienen met een door de minister ter beschikking gesteld middel. 2 De minister kan professionele marktdeelnemers erkennen voor deelname aan exportinspectie-vervangend systeemtoezicht ten behoeve van de afgifte van fytosanitaire certificaten. 3 verordening 2016/2031 Een bedrijfslaboratorium kan bij de minister een aanvraag tot erkenning indienen voor het nemen van monsters en het uitvoeren van tests als bedoeld in artikel 100, tweede lid, onderdeel a, vanmet gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel. 4 Aan een door de minister te verlenen erkenning als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 01-01-2025
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: – besmet of waarschijnlijk besmet oppervlaktewater: oppervlaktewater waarin de bruinrotbacterie op grond van door de NVWA verrichte onderzoeken is aangetoond of waarvan wordt vermoed dat de bruinrot bacterie zich daarin bevindt; – bronwater: water dat met gebruikmaking van een pomp aan de bodem wordt onttrokken; – bruinrot: Ralstonia solanacearum et al. et al. Ralstonia pseudosolanacearum et al., de ziekte veroorzaakt door de bacterie(Smith 1896) Yabuuchi, 1996 emend. Safni, 2014 ofSafni2014; – bruinrot veilige afwateringssloot: een met bronwater of kwelwater gevulde kavelsloot die vrij is van bruinrotwaardplanten alsmede van de afvalresten hiervan en die door zijn ligging het gehele jaar is gevrijwaard van de instroom van oppervlaktewater; – bruinrot veilige infiltratiesloot: een met bronwater gevulde kavelsloot, die vrij is van bruinrotwaardplanten en afvalresten hiervan en die op het moment van vullen met bronwater vrij was van oppervlaktewater en vanaf dat moment waterdicht afgesloten is geweest van in andere watergangen aanwezig oppervlaktewater; – bruinrotwaardplanten: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1193 nader omschreven planten en tot de nachtschadefamilie behorende waardplanten als bedoeld in artikel 2 van; – kwelwater: water dat op natuurlijke wijze onder druk door de ondergrond wordt geperst en op bepaalde plaatsen uit de bodem treedt; – oppervlaktewater: een watermassa die in direct contact staat met het aardoppervlak en met de open lucht alsmede een watermassa die bij een eerdere opslag geheel of gedeeltelijk in direct contact heeft gestaan met het aardoppervlak; – productieplaats: een gedeelte van een bedrijf waar pootgoedhandelingen plaats hebben; – ringrot: Clavibacter sepedonicus et al., de ziekte veroorzaakt door de bacterie(Spieckermann & Kotthoff 1914) Li2018; – snijden: het verdelen van een knol van een pootaardappel in meerdere delen; uitvoeringsverordening 2022/1193: Ralstonia solanacearum Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1193 van de Commissie van 11 juli 2022 tot vaststelling van maatregelen om(Smith 1896) Yabuuchi et al. 1996 emend. Safni et al. 2014 uit te roeien en de verspreiding ervan te voorkomen (Pb EU 2022, L 185); uitvoeringsverordening 2022/1194: Clavibacter sepedonicus Nouioui et al Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1194 van de Commissie van 11 juli 2022 tot vaststelling van maatregelen om(Spieckermann & Kotthoff 1914). 2018 uit te roeien en de verspreiding ervan te voorkomen (Pb EU 2022, L 185). 2 De minister wijst op kaarten met topografische achtergrond de gebieden aan waar besmet of vermoedelijk besmet oppervlaktewater voorkomt. 3 bijlage 1 De gebieden, bedoeld in het tweede lid, zijn opgenomen in. 2024 11694 12-04-2024 08-04-2024 WJZ/46189549 2024 11694 12-04-2024 08-04-2024 WJZ/46189549 13-04-2024
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het is verboden om oppervlaktewater op zodanige wijze te gebruiken dat dit oppervlaktewater in contact kan komen met pootaardappelen. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in de in bijlage 1 bedoelde gebieden eveneens van toepassing ten aanzien van andere bruinrotwaardplanten dan pootaardappelen. 3 bijlage 1 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor gebruik van water dat is opgeslagen in een bruinrot veilige infiltratiesloot die is gelegen buiten de inbedoelde gebieden. 4 Het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, is niet van toepassing voor gebruik van water dat is opgeslagen in een bruinrot veilige afwateringssloot. 2024 11694 12-04-2024 08-04-2024 WJZ/46189549 2024 11694 12-04-2024 08-04-2024 WJZ/46189549 13-04-2024
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Het is verboden in Nederland geteelde aardappelen als pootaardappelen in het verkeer te brengen of als pootaardappelen te gebruiken. 2 uitvoeringsverordening 2022/1193 uitvoeringsverordening 2022/1194 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien uit het in artikel 3, eerste lid, vanrespectievelijk artikel 3, eerste lid, vanbedoelde onderzoek blijkt dat de partij waartoe de aardappelen behoren vrij is bevonden van: a. Ralstonia solanacearum et al et al. de bacterie(Smith 1896) Yabuuchi., 1996 emend. Safni, 2014; b. Clavibacter sepedonicus et al. de bacterie(Spieckermann & Kotthoff 1914) Li, 2018; en c. Ralstonia pseudosolanacearum et al. de bacterieSafni, 2014. 3 e e artikel 40, tweede of derde lid Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien het een partij prebasispootgoed betreft van de 1of 2generatie (PB1 en PB2) die niet in het handelsverkeer gebracht wordt of een partij aardappelen betreft als bedoeld in. 2025 35012 21-11-2025 19-11-2025 WJZ/98623655 2025 35012 21-11-2025 19-11-2025 WJZ/98623655 22-11-2025
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Op een productieplaats van goedgekeurde pootaardappelen worden geen aardappelen gesneden. 2 Werktuigen en voorzieningen gebruikt op of gevestigd op de productieplaats van goedgekeurde pootaardappelen worden niet ter beschikking gesteld voor het snijden van pootaardappelen of voor pootgoedhandelingen met betrekking tot gesneden pootaardappelen. 3 Werktuigen en voorzieningen die zijn gebruikt voor het snijden van pootaardappelen of voor pootgoedhandelingen met betrekking tot gesneden pootaardappelen, worden niet gebruikt op de productieplaats of als productieplaats van goedgekeurde pootaardappelen. 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 01-01-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Aardappelen worden niet geteeld met gebruikmaking van pootaardappelen die zijn gesneden. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien pootaardappelen zijn bestemd voor de teelt van consumptieaardappelen of zetmeelaardappelen. 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien op een productieplaats goedgekeurde pootaardappelen worden geteeld. 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 01-01-2023
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 bijlage 2 In de inaangewezen beschermde gebieden is het opplanten, bewaren en vervoeren verboden van planten van: a. Cotoneaster floccosus Cotoneaster salicifolius Cotoneaster watereri Photinia davidiana ,enen de daartoe behorende cultivars en van het geslacht(Stranvaesia Hort.); b. Crataegus calycina Crataegus laevigata Crataegus monogyna ,enmet uitzondering van de daartoe behorende cultivars. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de in onderdeel b genoemde planten: a. voor zover de bedoelde handelingen plaatsvinden in het kader van de bedrijfsmatige teelt van boomkwekerijgewassen; b. bijlage 2 voor zover de bedoelde handelingen plaatsvinden in de inapart aangewezen gebieden waarin de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt. 2021 30695 18-06-2021 11-06-2021 WJZ/21086784 2021 30695 18-06-2021 11-06-2021 WJZ/21086784 19-06-2021
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 bijlage 2 De minister kan gebruiksgerechtigden van terreinen gelegen in de inbedoelde gebieden, verplichten onderhoudsmaatregelen ter voorkoming en bestrijding van bacterievuur te treffen ten aanzien van zich daarop bevindende planten van door hem aangewezen geslachten en soorten op de voorgeschreven wijze. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: – aardappel: de gehele aardappelplant of delen daarvan; – schimmel: de schimmel Synchytrium endobioticum (Schilb.) Percival; – uitvoeringsverordening 2022/1195: Synchytrium endobioticum Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1195 van de Commissie van 11 juli 2022 tot vaststelling van maatregelen om(Schilbersky) Percival uit te roeien en de verspreiding ervan te voorkomen; – wratziekte: de aantasting van aardappelen door de schimmel Synchytrium endobioticum (Schilb.) Percival. 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 01-01-2023
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 8 van de wet Het is verboden op terreinen, waar wratziekte dreigt op te treden en die door de minister op basis vanals zodanig zijn aangewezen, aardappelen te telen. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor aardappelen behorende tot resistente rassen, voor zover de minister die rassen voor de bedoelde terreinen heeft aangewezen. 3 uitvoeringsverordening 2022/1195 De minister wijst voor de in het eerste lid bedoelde terreinen overeenkomstig artikel 7, eerste en tweede lid, vanresistente aardappelrassen aan. 4 Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt gepubliceerd in de Staatscourant. 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 01-01-2023
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De teelt van aardappelen in tuinen kan door de minister worden beperkt tot resistente aardappelrassen die bij besluit door de minister worden aangewezen. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder tuin: een stuk grond in gebruik, anders dan ter uitoefening van de land- of tuinbouw als bedrijf, bij één persoon of bij meer personen die de teelt gezamenlijk uitoefenen. 3 Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt gepubliceerd in de Staatscourant. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 bijlage 3a bijlage 3b Op een productielocatie, in een inaangewezen gebied, worden geen aardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in. 2 bijlage 4a bijlage 4c1 bijlage 4c2 Op een productielocatie, in een inaangewezen gebied, worden geen aardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in. Voor de teelt van pootaardappelen is het telen van de invermelde rassen toegestaan. 3 bijlage 4b bijlage 4c1 Op een productielocatie, in een inaangewezen gebied, worden geen zetmeelaardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in. 4 bijlage 5a bijlage 5 Op een productielocatie, in een inaangewezen gebied, worden geen aardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in. 2024 19645 24-06-2024 17-06-2024 WJZ/59124311 2024 19645 24-06-2024 17-06-2024 WJZ/59124311 01-07-2024
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Na 1 april van een jaar worden niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen, tenzij bestemd om te worden uitgeplant, zodanig afgedekt dat reeds zichtbare of nog te vormen stengels met blad niet boven deze afdekking kunnen voorkomen. 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 01-01-2025
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Van niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen mag men zich niet ontdoen, tenzij zodanige maatregelen zijn getroffen dat zich aan deze niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen geen stengels met blad kunnen ontwikkelen. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Phytophthora infestans Het is degene die een productielocatie in gebruik heeft, verboden een aantasting vante hebben, die als volgt omschreven is: a. P. infestans P. infestans 2 een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar dooraangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20m, minimaal 1.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale, of b. 2 P. infestans verspreid aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100m, minimaal 2.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale. 2 P. infestans Ingeval van stengelphytophthora telt elke stengel met vitalevoor 5 blaadjes. 3 Degene die een productielocatie in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid bedoelde aantasting. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Het is na 15 juni van een kalenderjaar aan degene die een productielocatie in gebruik heeft verboden om aardappelopslag te hebben, indien: a. 2 op dat perceel of terrein of een deel daarvan zich gemiddeld meer dan 1 aardappelplant per mbevindt, en b. de opslag voorkomt op minimaal 0,3 hectare. 2 Degene die een productielocatie in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid bedoelde opslag. 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 01-01-2025
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het is na 15 april van een kalenderjaar aan degene die een productielocatie in gebruik heeft verboden om bietenopslag te hebben. 2 Degene die een productielocatie in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid bedoelde bietenopslag. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Een eigenaar of houder van planten van suikerbieten, voederbieten of rode bieten, geteeld voor zaadwinning, waarop zich bladluizen bevinden, bestrijdt deze bladluizen op zodanige wijze dat dit geen gevaar oplevert voor de gezondheid van de suikerbieten, voederbieten en rode bieten in de omgeving. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Suikerbieten, voederbieten, rode bieten en afval van suikerbieten, voederbieten of rode bieten, voor zover daaraan bladvorming voorkomt, zijn niet voorhanden of in voorraad na 15 maart van een kalenderjaar. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op suikerbieten, voederbieten en rode bieten, die kennelijk bestemd zijn voor zaadwinning. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Het is verboden na 15 april van enig jaar niet-uitgeplante uien of afval van uien aanwezig te hebben, tenzij op deze uien een afdekking is aangebracht of zodanige maatregelen zijn getroffen zonder welke niet-uitgeplante uien of afval van uien een bron kunnen zijn voor het verspreiden van valse meeldauw en koprot. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Het is verboden zich te ontdoen van niet-uitgeplante uien of afval van uien, tenzij zodanige maatregelen zijn getroffen zonder welke zich aan deze niet-uitgeplante uien of afval van uien groene delen kunnen ontwikkelen en zonder welke deze niet-uitgeplante uien of afval van uien een bron kunnen zijn voor het verspreiden van koprot. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Het is degene die een productielocatie in gebruik heeft verboden een aantasting van valse meeldauw te hebben, die als volgt omschreven is: a. 2 een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door valse meeldauw aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20 m, minimaal 1.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw of b. 2 verspreid aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100 m, minimaal 2.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw. 2 Degene die een productielocatie in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde aantasting. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 19 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 Het is degene die een productielocatie in gebruik heeft verboden uien vanuit plantuien te telen indien hij niet beschikt over een beoordelingsrapport over het te gebruiken dan wel gebruikte uitgangsmateriaal, afgegeven door een keuringsinstelling die op basis vanis aangewezen, waaruit blijkt dat bij visuele keuring van het uitgangsmateriaal te velde, vlak voor de oogst, geen valse meeldauw is geconstateerd of waaruit bij nacontrole van het uitgangsmateriaal blijkt dat het uitgangsmateriaal vrij is van valse meeldauw. 2 Het beoordelingsrapport wordt bewaard gedurende twee jaar na afgifte. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Het is degene die een productielocatie in gebruik heeft verboden akker- en tuinbouwgewassen te telen op de productielocatie of het gedeelte daarvan waar de aanwezigheid van knolcyperus door de minister is vastgesteld. 2 De minister maakt het teeltverbod, bedoeld in het eerste lid, met ingangsdatum, productielocatie of gedeelte daarvan, en termijn bekend. 3 In aanvulling op het teeltverbod kunnen door de minister maatregelen worden opgelegd met betrekking tot teelt, oogst, transport, opslag, schonen en bewaring van het geoogste product, het vernietigen en het ongeschikt maken voor gebruik als uitgangsmateriaal, alsmede opslag, bewaring, transport en vernietiging van afvalstromen, zoals grond- en gewasresten. 4 In een spoedeisende situatie kan de bekendmaking van het teeltverbod en de maatregelen aan de ondernemer mondeling geschieden. Een mondelinge bekendmaking wordt binnen een redelijke termijn bevestigd door een schriftelijke bekendmaking. 5 In afwijking van het eerste lid is het teeltverbod niet van toepassing gedurende de teelt van planten die is aangevangen voor vaststelling van de aanwezigheid van knolcyperus totdat deze teelt is beëindigd. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Degene aan wie een teeltverbod is opgelegd is verplicht de knolcyperus te verwijderen en te vernietigen voordat aan de knolcyperus vier of meer bladeren zichtbaar zijn of zich ondergrondse knollen hebben ontwikkeld. 2 Degene aan wie een teeltverbod is opgelegd en degene die werktuigen heeft gebruikt op de productielocatie of het gedeelte daarvan waar het teeltverbod betrekking op heeft, is verplicht direct na dit gebruik de werktuigen zodanig vrij te maken van aanhangende grond en van planten, dat geen verspreiding van knolcyperus kan plaatsvinden. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Degene aan wie een teeltverbod is opgelegd, is verplicht bij wijzigingen met betrekking tot de eigendom of het gebruik van de productielocatie of het gedeelte daarvan waar het verbod betrekking op heeft: a. het teeltverbod en de maatregelen onverwijld aan de nieuwe eigenaar of gebruiker te melden en b. de wijziging onverwijld aan de minister te melden. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Het teeltverbod wordt door de minister opgeheven nadat is vastgesteld dat gedurende drie opeenvolgende jaren de productielocatie of het gedeelte daarvan waar het verbod betrekking op heeft, vrij is bevonden van knolcyperus dan wel is omgezet of afgegraven en fytosanitair verantwoord is afgevoerd. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 In deze paragraaf wordt verstaan onder: – aardappelcysteaaltje: Globodera pallida Globodera rostochiensis (Stone) Behrens (Europese populaties) of(Wollenweber) Behrens (Europese populaties); – uitvoeringsverordening 2022/1192: Globodera pallida Globodera rostochiensis Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1192 van de Commissie van 11 juli 2022 tot vaststelling van maatregelen om(Stone) Behrens en(Wollenweber) Behrens uit te roeien en de verspreiding ervan te voorkomen (PbEU 2022, L 185). 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 01-01-2023
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 uitvoeringsverordening 2022/1192 uitvoeringsverordening 2022/1192 Het is verboden de planten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van, te telen, op te slaan of te bewaren, indien uit een officieel detectieonderzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, vanniet is gebleken dat de productielocatie vrij is bevonden van het aardappelcysteaaltje. 2 uitvoeringsverordening 2022/1192 Het eerste lid is niet van toepassing op een productielocatie als bedoeld in de artikelen 3, derde lid, en 4, derde lid, van. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 uitvoeringsverordening 2022/1192 uitvoeringsverordening 2022/1192 uitvoeringsverordening 2022/1192 Ten behoeve van het opleggen van fytosanitaire maatregelen met betrekking tot telen, opslaan of bewaren als bedoeld in de artikelen 8 en 9 vanstelt de minister ieder jaar op basis van overeenkomstig bijlage V, punt 2, vanuitgevoerd onderzoek een lijst aardappelrassen met het bijbehorende resistentieniveau als bedoeld in bijlage V, punt 1, van, vast. 2 De lijst aardappelrassen met bijbehorend resistentieniveau wordt gepubliceerd in de Staatscourant. 3 Verzoeken tot opname in de lijst worden ingediend bij de minister. 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 2022 34489 28-12-2022 16-12-2022 WJZ/22464846 01-01-2023
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 bijlage 8 Aardappelen worden niet geteeld in de volle grond op een productielocatie, gelegen in een inaangewezen gebied. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Aardappelen worden niet geteeld op een productielocatie, waarop in een van de twee voorafgaande kalenderjaren aardappelen zijn geteeld. 2 bijlage 9 Het eerste lid is niet van toepassing op de teelt van aardappelen op een productielocatie die is gelegen in een inaangewezen gebied, mits voldaan wordt aan de in die bijlage gestelde regels. 3 uitvoeringsverordening 2022/1192 Het eerste lid is niet van toepassing wanneer twee aaneengesloten jaren aardappelen worden geteeld op een productielocatie waar in de voorafgaande acht kalenderjaren geen aardappelen of in bijlage I, onderdeel 1, vanvermelde planten, zijn geteeld. 4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op goedgekeurde pootaardappelen. 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 41389-n1 17-12-2024 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 01-01-2025
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Het is de producent van teeltmateriaal van boomkwekerijgewassen en vaste planten verboden deze gewassen in de volle grond te telen en de geteelde gewassen in het verkeer te brengen, tenzij voor de teelt teeltmateriaal wordt gebruikt dat vrij is van besmetting met het aardappelcysteaaltje en er geteeld wordt op een productielocatie: a. uitvoeringsverordening 2022/1192 waarvoor uit een officieel detectieonderzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, vanblijkt dat de productielocatie vrij is bevonden van het aardappelcysteaaltje; b. uitvoeringsverordening 2022/1192 waarop de laatste twaalf jaar geen aardappelen of andere, in bijlage I vanvermelde planten, zijn geteeld; of c. bijlage 8 dat gelegen is in een inaangewezen gebied. 2 Gedurende twaalf maanden nadat de boomkwekerijgewassen en vaste planten op de productielocatie zijn geoogst moet aantoonbaar zijn, dat is voldaan aan de eisen gesteld in het eerste lid. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Aardappelen worden uitsluitend geteeld met gebruikmaking van goedgekeurde pootaardappelen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die: a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van zetmeelaardappelen en zijn voorzien van een schriftelijke verklaring van Stichting TBM; b. bijlage 10 behoren tot ingenoemde aardappelrassen, en c. bijlage 11 afkomstig zijn van en geteeld worden op een productielocatie dat is gelegen in een inaangewezen gebied. 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien binnen dezelfde onderneming in het voorgaande jaar geen goedgekeurde pootaardappelen zijn geteeld en het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die: a. zijn voorzien van een schriftelijke verklaring van de NAK; b. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van consumptieaardappelen; c. artikel 61 van de Regeling verhandeling teeltmateriaal uitvoeringsverordening 2022/1192 voldoen aan de eisen als bedoeld inmet uitzondering van de eis van een officieel detectieonderzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, vanvoor de productielocatie waarop ze zijn geteeld en met uitzondering van het verbod tot vermeerderen met gebruikmaking van klasse B pootgoed, en d. afkomstig zijn van een productielocatie, gelegen binnen een straal van 25 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler en die geteeld worden op een productielocatie, gelegen binnen een straal van 50 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler. 4 Het certificaat of de schriftelijke verklaring voor de pootaardappelen wordt bewaard tot de maand mei, volgend op het jaar waarin de pootaardappelen voor de teelt van aardappelen zijn gebruikt. 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 2023 9607 28-03-2023 22-03-2023 WJZ/26096430 29-03-2023
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 hoofdstuk 3 De minister kan van het inbepaalde vrijstelling of ontheffing verlenen, die geheel of gedeeltelijk kan worden ingetrokken. 2 Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 verordening 2016/2031 verordening 2017/625 verordening 2019/2072 uitvoeringsverordening 2022/1192 uitvoeringsverordening 2022/1193 uitvoeringsverordening 2022/1194 uitvoeringsverordening 2022/1195 Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 5, eerste lid, 9, derde lid, 14, eerste, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, 15, eerste lid, 15, derde lid, 17, 28, artikel 30, eerste lid, tweede alinea, 32, tweede lid, 33, eerste lid, 33, tweede lid, 37, eerste lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, 42, tweede lid, 43, eerste lid, 47, eerste lid, 49, 53, eerste lid, 54, eerste lid, 55, 57, 59, 61, eerste lid, 62, 63, tweede lid, 64, eerste en tweede lid, 66, eerste en vijfde lid, 69, eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid, 70, 74, eerste lid, 79, eerste lid, 80, eerste lid, 83, eerste, tweede en vijfde lid, 84, eerste lid, 84, derde lid, 85, 87, eerste lid, 88, 90, 93, eerste, derde en vijfde lid, 95, eerste, derde en vierde lid, 96, eerste lid, en 97, eerste lid, 102, vierde lid vanen de artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 47, vijfde lid, 50, eerste en derde lid, 56, eerste en vierde lid, 57, eerste lid en 69, eerste lid, van, artikel 11, derde lid, van, alsmede de artikelen 8, eerste en tweede lid, 9, eerste lid, en 10, eerste lid van, de artikelen 4, tweede lid, onder a, 6, eerste, tweede, derde en vierde lid van, de artikelen 4, tweede lid, onder a, 6 eerste, tweede, derde en vierde lid, en 8, eerste lid, vanen de artikelen 6, eerste, tweede, derde en vierde lid en 8, eerste lid vanzijn overtredingen. 2 artikelen 8, derde lid 9 13, tweede lid 15, vierde lid 20, tweede lid 24, derde lid 25 van de wet Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de,,,,,, en, en de voorschriften genoemd in het eerste lid, kunnen worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie. 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 2024 41389 17-12-2024 15-12-2024 WJZ/89139848 01-01-2025
Artikel 43 — Artikel 43 Bestuurlijke boete#
Artikel 43 Bestuurlijke boete 1 artikel 8 van het besluit bijlage 12 De hoogte van de bestuurlijke boete, bedoeld in, wordt vastgesteld overeenkomstig de bedragen die horen bij de boetecategorieën die invoor desbetreffende overtredingen zijn vastgelegd. 2 bijlage 12 De rechtspersoon of vennootschap die binnen vijf jaren nadat een eerste overtreding is geconstateerd voor de tweede of derde keer een overtreding van hetzelfde artikel of hetzelfde artikellid begaat, kan een bestuurlijke boete opgelegd krijgen overeenkomstig de bedragen die horen bij één respectievelijk twee boetecategorieën hoger dan die invoor de desbetreffende overtreding is vastgelegd. 3 bijlage 12 De natuurlijke persoon die binnen vijf jaren nadat een eerste overtreding is geconstateerd voor de tweede of derde keer een overtreding van het zelfde artikel of hetzelfde artikellid begaat, kan een bestuurlijke boete opgelegd krijgen overeenkomstig de bedragen die horen bij één respectievelijk twee boetecategorieën hoger dan die invoor de desbetreffende overtreding is vastgelegd, met een maximum van een boete van de derde categorie. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Plantgezondheidswet Regeling bestrijding schadelijke organismen Voor besluiten die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dezijn genomen op basis van de, blijft het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Plantgezondheidswet. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 De volgende regelingen en het volgende besluit worden ingetrokken: a. Regeling aanwijzing schadelijke organismen ; b. Regeling bestrijding schadelijke organismen ; c. Regeling bruin- en ringrot 2000 ; d. Besluit aanwijzing Bloembollenkeuringsdienst . 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2021. 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 2021 9651 26-02-2021 10-02-2021 WJZ/18085049 01-03-2021
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 9#
9
Artikel 13#
Artikelen 13
Artikel 14#
14
Artikel 18#
artikel 18, eerste lid
Artikel 18#
artikel 18, eerste lid
Artikel 18#
artikel 18, tweede lid
Artikel 18#
artikel 18, derde lid
Artikel 18#
artikel 18, tweede en derde lid
Artikel 18#
artikel 18, tweede lid
Artikel 18#
artikel 18, vierde lid
Artikel 18#
artikel 18, vierde lid
Artikel 37#
artikelen 37
Artikel 39#
39
Artikel 38#
artikel 38, leden 2 en 3
Artikel 40#
artikel 40, tweede lid
Artikel 40#
artikel 40
Artikel 43#
Artikel 43
Artikel 2#
Artikel 2
Artikel 3#
Artikel 3, eerste lid
Artikel 3#
Artikel 3, tweede lid
Artikel 3#
Artikel 3, derde lid
Artikel 9#
Artikel 9, eerste lid
Artikel 9#
Artikel 9, tweede lid
Artikel 10#
Artikel 10, eerste lid
Artikel 11#
Artikel 11, eerste lid
Artikel 11#
Artikel 11, tweede lid
Artikel 11#
Artikel 11, derde lid
Artikel 12#
Artikel 12, eerste lid
Artikel 13#
Artikel 13, eerste lid
Artikel 14#
Artikel 14
Artikel 17#
Artikel 17, eerste lid
Artikel 18#
Artikel 18, eerste lid
Artikel 18#
Artikel 18, tweede lid
Artikel 18#
Artikel 18, derde lid
Artikel 18#
Artikel 18, vierde lid
Artikel 19#
Artikel 19
Artikel 20#
Artikel 20
Artikel 21#
Artikel 21, eerste lid
Artikel 21#
Artikel 21, derde lid
Artikel 22#
Artikel 22, eerste lid
Artikel 22#
Artikel 22, tweede lid
Artikel 23#
Artikel 23, eerste lid
Artikel 23#
Artikel 23, tweede lid
Artikel 24#
Artikel 24
Artikel 25#
Artikel 25, eerste lid
Artikel 26#
Artikel 26
Artikel 27#
Artikel 27
Artikel 28#
Artikel 28, eerste lid
Artikel 28#
Artikel 28, tweede lid
Artikel 29#
Artikel 29, eerste lid
Artikel 29#
Artikel 29, tweede lid
Artikel 30#
Artikel 30, eerste lid
Artikel 30#
Artikel 30, derde lid
Artikel 31#
Artikel 31, eerste lid
Artikel 31#
Artikel 31, tweede lid
Artikel 32#
Artikel 32, aanhef en onderdeel a
Artikel 32#
Artikel 32, aanhef en onderdeel b
Artikel 35#
Artikel 35, eerste lid
Artikel 37#
Artikel 37
Artikel 38#
Artikel 38, eerste lid
Artikel 39#
Artikel 39, eerste lid
Artikel 40#
Artikel 40, eerste lid
Artikel 40#
Artikel 40, vierde lid