Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 21 december 2021, nr. WJZ/ 21181501, houdende eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van de gerichte opkoop van veehouderijen ter vermindering van de stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden)
- BWB-id
- BWBR0046077
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Geldigheid
- 2022-09-09 t/m 2022-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046077
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-provinciale-aankoop-veehouderijen-nabij-natuurgebie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-provinciale-aankoop-veehouderijen-nabij-natuurgebie/2022-09-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046077&g=2022-09-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046077&z=2026-06-06&g=2022-09-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046077/2022-09-09
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-provinciale-aankoop-veehouderijen-nabij-natuurgebie
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: aankoop: artikel 3 aankoop in de zin van, met inbegrip van de levering van bedrijfsmiddelen, bedrijfsgebouwen of landbouwgrond; Aankoop-Calculator: https://aankoopcalculator.aerius.nl/ rekeninstrument voor het bepalen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied, beschikbaar op; bedrijfsgebouwen: gebouwen, uitgezonderd een bedrijfswoning, en bouwwerken die deel uitmaken van een veehouderij, waaronder dierenverblijven, mest- en voersilo’s en mestkelders; bedrijfsmiddelen: roerende zaken die worden gebruikt door een veehouderij, zoals trekkers en andere werktuigen; grondruil: artikel 12, eerste lid maatregel waarbij de provincie na de aankoop van landbouwgrond deze grond voorafgaand aan de in, bedoelde verantwoording geheel of gedeeltelijk verkoopt ter verwerving van andere grond met een landbouwbestemming in de directe omgeving van het Natura 2000-gebied in de nabijheid waarvan de aangekochte veehouderij is gelegen, zonder dat voor die verwerving extra financiële middelen benodigd zijn; landbouwgrond: bij een vestiging van een veehouderij behorende grond met een landbouwbestemming die wordt gebruikt voor de veehouderij, met uitzondering van de grond onder en rond de bedrijfswoning; minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; proceskosten: artikel 3 indirecte kosten die worden gemaakt in het kader van de aankoop, bedoeld in, zoals kosten van planvorming, adviseurs, taxateurs, notarissen en kadaster; omgevingsrechtelijke melding en vergunning: Activiteitenbesluit milieubeheer Omgevingswet artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht melding op grond van hetof, na de inwerkingtreding van de, melding als bedoeld in, vergunning als bedoeld in, vergunning verleend krachtens artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan wel, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, vergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in die wet; productierecht: artikel 1, eerste lid, onderdeel aa, van de Meststoffenwet productierecht als bedoeld in; restwaarde: artikel 6 economische waarde die de bij de aankoop door de provincie verkregen vermogensbestanddelen hebben na uitvoering van de inbedoelde maatregelen, zoals bepaald door een onafhankelijke taxateur; stikstofgevoelig Natura 2000-gebied: artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming Omgevingswet Natura 2000-gebied als bedoeld in, dan wel, na inwerkingtreding van de, als bedoeld in die wet, met een voor stikstof gevoelige habitat met een te hoge stikstofbelasting, dat deel uitmaakte van het programma aanpak stikstof 2015–2021 als vastgesteld door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat; veehouderij: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt door het houden van landbouwhuisdieren; veehouderij met productierecht: artikel 1, eerste lid, onderdeel kk, van de Meststoffenwet veehouderij voor het houden van melkvee, als bedoeld in, of van kippen, kalkoenen of varkens; veehouderij zonder productierecht: artikel 1, eerste lid, onderdeel kk, van de Meststoffenwet veehouderij voor het houden van vleeskalveren of andere runderen, bestemd voor de productie van vlees, voor zover geen sprake is van melkvee, als bedoeld in, of melkgeiten; vermogensvorming: opbrengsten van de bij de aankoop door de provincie verkregen vermogensbestanddelen en restwaarde van die vermogensbestanddelen; vestiging: gebouw of complex van gebouwen waar door een veehouderij duurzaam vee wordt gehouden. 2 De stikstofdepositie van een veehouderijvestiging wordt bepaald met gebruikmaking van de Aankoop-Calculator en uitgedrukt in het aantal mol stikstof per hectare per jaar. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 2 — Artikel 2 Specifieke uitkering#
Artikel 2 Specifieke uitkering artikelen 3 tot en met 7 De minister kan een provincie op aanvraag een eenmalige specifieke uitkering verstrekken die onder de voorwaarden, vermeld in de, wordt aangewend voor het aankopen van veehouderijen met het oog op een blijvende vermindering van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Veehouderijen#
Artikel 3 Veehouderijen De uitkering wordt door de provincie aangewend voor de aankoop van veehouderijen met productierecht of veehouderijen zonder productierecht voor zover het een vestiging betreft die is gelegen op het grondgebied van de provincie en waarvan de stikstofdepositie op stikstofgevoelig Natura 2000-gebied voor zover gelegen binnen een straal van 10 km vanaf de vestiging van de veehouderij, in het afgelopen jaar meer bedraagt dan 2 mol stikstof per hectare per jaar en waarvoor, voor zover het veehouderijen met productierecht betreft, het benodigde productierecht voor ten minste 80% zonder beperking ter beschikking staat aan de veehouderij. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Financiering aankoop#
Artikel 4 Financiering aankoop 1 In dit artikel wordt verstaan onder: a. voorfinanciering Rijk: artikel 5, eerste lid artikel 12, eerste lid financiering van een aankoop waarbij de in, bedoelde subsidiabele kosten van de aankoop worden gedekt uit de uitkering onder de verplichting uiterlijk ten tijde van de in, bedoelde verantwoording een vergoeding van 100% van de vermogensvorming aan de minister te verstrekken; b. financiering provincie: artikel 5, eerste lid financiering van een aankoop waarbij de in, bedoelde subsidiabele kosten van de aankoop na aftrek van de restwaarde, zoals geraamd ten tijde van de aankoop, worden gedekt uit de uitkering; c. deel A en deel B van de uitkering: artikel 9, zesde lid deel A, respectievelijk deel B van de uitkering, als bedoeld in. 2 Voor zover deel A van de uitkering toereikend is voor de financiering van de aankoop, vindt die aankoop plaats met toepassing van voorfinanciering Rijk. 3 Het tweede lid is mede van toepassing op een aankoop die voor ten minste 50% met deel A van de uitkering kan worden gefinancierd. 4 Indien geen aankopen meer kunnen worden gedaan met aanwending van deel A van de uitkering, worden, onder de voorwaarde dat provinciale staten van de provincie die het aangaat, hiermee hebben ingestemd, aankopen gedaan met aanwending van deel B van de uitkering, op welke aankopen financiering provincie van toepassing is. 5 Indien provinciale staten van een provincie die het aangaat, hebben besloten dat aankopen kunnen worden gedaan met financiering provincie ongeacht of hiervoor deel A of deel B van de uitkering wordt aangewend, worden aankopen waarvoor de overeenkomst wordt gesloten na het besluit van provinciale staten gedaan met financiering provincie. 6 artikel 9, vijfde lid Aankopen gedaan met aanwending van het deel, gebaseerd op het bedrag, bedoeld in, worden gedaan met financiering provincie. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidiabele kosten#
Artikel 5 Subsidiabele kosten 1 De uitkering kan slechts worden aangewend voor de financiering van kosten in verband met de aankoop van een vestiging van een veehouderij die betrekking hebben op: behalve voor zover het proceskosten betreft en met inachtneming van het vijfde lid. a. het laten vervallen van productierecht; b. de verkrijging van bedrijfsmiddelen en bedrijfsgebouwen; c. de verkrijging van landbouwgrond; d. de sloop van bedrijfsgebouwen, 2 artikel 4 In geval van grondruil wordt, voor de toepassing van, de vermogensvorming dan wel de restwaarde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, bepaald voor de grond die de provincie bij de grondruil heeft verworven respectievelijk zal verwerven. 3 De uitkering wordt zodanig aangewend dat geen sprake is van ongeoorloofde verlening van staatssteun. 4 De koopsom is gebaseerd op de marktwaarde van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen. 5 De provincie wendt, indien in het kader van de aankoop omzetbelasting aan de provincie in rekening wordt gebracht, de uitkering niet aan voor de financiering daarvan indien: a. Wet op het BTW-compensatiefonds de provincie voor compensatie hiervan in aanmerking komt op grond van de; b. Wet op de omzetbelasting 1968 de provincie in verband met de aankoop als ondernemer wordt aangemerkt in de zin van de. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Blijvende reductie#
Artikel 6 Blijvende reductie 1 Bij de aanwending van de uitkering voor een aankoop waarborgt de provincie dat de aankoop leidt tot een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de vestiging, onder meer door uitvoering van het tweede, derde en vierde lid. 2 De provincie draagt er zorg voor dat voorafgaand aan de levering van bedrijfsmiddelen, bedrijfsgebouwen en landbouwgrond en binnen een jaar na het sluiten van de koopovereenkomst dan wel binnen de gangbare termijn voor een productieronde van de desbetreffende diersoort indien die termijn langer is dan een jaar: a. de activiteiten van de veehouderij op de vestiging zijn beëindigd en de meststoffen vanaf de vestiging zijn verwijderd; b. het productierecht dat benodigd is voor het houden van vee op de desbetreffende vestiging voor zover dat productierecht zonder beperking aan de veehouderij ter beschikking staat, is komen te vervallen; c. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet milieubeheer Wet natuurbescherming Omgevingswet artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de, deen de, dan wel op grond van de: de omgevingsrechtelijke melding en vergunning en de vergunning als bedoeld in, dan wel, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit voor de vestiging worden ingetrokken of zodanig worden aangepast dat er niet langer veehouderijactiviteiten zijn toegestaan. 3 De provincie draagt er zorg voor dat in het kader van de aankoop wordt overeengekomen met de veehouderij dat deze: a. niet elders in Nederland een veehouderij zal vestigen of overnemen, ook niet via een deelneming van de veehouder in een vennootschap, samenwerkingsverband of anderszins; b. anderszins medewerking zal verlenen aan het realiseren van een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de vestiging. 4 De provincie bewerkstelligt dat: a. de planologische bestemming van de vestiging van de veehouderij zodanig wordt gewijzigd dat op die plaats niet langer veehouderijactiviteiten kunnen plaatsvinden; b. artikel 5, eerste lid, onder c bij aankoop van landbouwgrond waarbij de restwaarde lager is dan de subsidiabele kosten, bedoeld in: i. artikel 12, eerste lid voorafgaand aan de in, bedoelde verantwoording contractueel wordt vastgelegd onder welke voorwaarden die grond gebruikt kan worden; ii. de planologische bestemming van die grond hiermee in overeenstemming wordt gebracht. 5 In geval van grondruil wordt bij de toepassing van het vierde lid, onderdeel b, uitgegaan van de grond en de restwaarde van die grond die de provincie bij de grondruil heeft verworven. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Doelmatigheid aankopen#
Artikel 7 Doelmatigheid aankopen 1 artikel 3 De uitkering wordt zodanig aangewend dat per provincie het totaal van de kosten die worden gemaakt voor de aankoop van veehouderijen met productierecht, uitgezonderd de proceskosten en de kosten voor aankoop van bij de vestiging behorende landbouwgrond, gedeeld door het totaal van de stikstofdeposities, bedoeld in, van de vestigingen van die veehouderijen, niet meer bedraagt dan € 1.000.000 per mol stikstofdepositie per hectare per jaar. 2 artikel 3 De uitkering wordt zodanig aangewend dat per provincie het totaal van de kosten die worden gemaakt voor de aankoop van een of meer veehouderijen zonder productierecht, uitgezonderd de proceskosten en de kosten voor aankoop van bij de vestiging behorende landbouwgrond, gedeeld door het totaal van de stikstofdeposities, bedoeld in, van de vestigingen van die veehouderijen, niet meer bedraagt dan € 250.000 per mol stikstofdepositie per hectare per jaar. 3 artikel 3 De uitkering wordt zodanig aangewend dat per provincie het totaal van de kosten die worden gemaakt voor de aankoop van landbouwgrond die behoort bij de vestiging van een of meer veehouderijen, uitgezonderd de proceskosten, gedeeld door het totaal van de stikstofdeposities, bedoeld in, van die landbouwgrond, niet meer bedraagt dan € 10.000.000 per mol stikstofdepositie per hectare per jaar. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Aanwendingsperiode#
Artikel 8 Aanwendingsperiode De uitkering wordt zodanig aangewend dat de koopovereenkomst uiterlijk wordt gesloten op 30 november 2022. 2022 23984 08-09-2022 02-09-2022 WJZ/22428673 2022 23984 08-09-2022 02-09-2022 WJZ/22428673 09-09-2022 04-09-2022
Artikel 9 — Artikel 9 Plafond, verdeling en aanvragen#
Artikel 9 Plafond, verdeling en aanvragen 1 Het plafond voor de verstrekking van specifieke uitkeringen op grond van deze regeling bedraagt in totaal € 228.300.000, bestaande uit: a. € 95.000.000; en b. € 133.300.000. 2 Bij de verdeling van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt onderscheiden tussen deel A en deel B van het plafond, die elk 50% van het plafond bedragen. 3 bijlage 1 Bij de verdeling van deel A van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel, vermeld in. 4 bijlage 1 Bij de verdeling van deel B van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel, vermeld in. 5 bijlage 2 Het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder b, is onderverdeeld in een maximaal bedrag per provincie zoals vermeld in. 6 De minister kan per provincie één uitkering verstrekken die bestaat uit: a. een deel A, gebaseerd op de verdeling van deel A van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a; b. een deel B, gebaseerd op de verdeling van deel B van het plafond bedoeld in het eerste lid, onder a; en c. bijlage 2 voor een provincie, genoemd in: een deel, gebaseerd op het bedrag, bedoeld in het vijfde lid. 7 De uitkering van de delen A en B bestaat ten hoogste uit het totaal van de bedragen die met toepassing van het derde en vierde lid voor die provincie beschikbaar zijn. 8 Indien de aanvraag van de delen A en B betrekking heeft op een lager bedrag dan het bedrag, bedoeld in het zevende lid, worden de bedragen die met toepassing van het derde en vierde lid voor die provincie beschikbaar zijn, elk naar rato verminderd. 9 Een provincie kan een aanvraag indienen met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 10 bijlage 2 Als het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder b, niet binnen vier maanden na de inwerkingtreding van deze regeling geheel is verdeeld, wordt het resterende deel toegedeeld door het ambtshalve verhogen van de op grond van het zesde lid, onder c, verstrekte uitkeringen, voor zover het uitkeringen betreft voor het maximale bedrag per provincie zoals vermeld in, naar rato van de omvang van die uitkeringen. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Bevoorschotting#
Artikel 10 Bevoorschotting De minister verleent de provincie binnen zes weken na de verlening van de uitkering een voorschot van 100% van het uitkeringsbedrag. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 11 — Artikel 11 Informatieverschaffing en evaluatie#
Artikel 11 Informatieverschaffing en evaluatie 1 Meststoffenwet Wet dieren Landbouwwet artikelen 3 6, tweede lid, onderdelen a en b De minister kan desgevraagd een provincie informatie verschaffen uit registraties op grond van de, deen devoor zover noodzakelijk met het oog op de toepassing van deen. 2 artikel 3 De provincie verschaft desgevraagd de minister informatie over de aanwending van de uitkering, met inbegrip van de borging dat aankopen leiden tot een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de vestiging van de aangekochte veehouderijen, en over de feitelijke ontwikkeling inzake die stikstofemissie en de stikstofdepositie op het inbedoelde Natura 2000-gebied. 3 De provincie werkt mee aan een door de minister ingestelde evaluatie van deze regeling. 4 De in het tweede en derde lid bedoelde verplichtingen gelden tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot vaststelling van de uitkering. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Verantwoording en vaststelling#
Artikel 12 Verantwoording en vaststelling 1 artikel 6, tweede lid artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De provincie legt na afloop van de periode, bedoeld in, verantwoording af over de besteding van de uitkering voor de desbetreffende aankoop op de wijze als bepaald in. 2 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet Nadat de minister de relevante verantwoordingsinformatie, bedoeld in, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, stelt de minister binnen 22 weken na die ontvangst de uitkering vast met inachtneming van die informatie. 3 Meststoffenwet Wet dieren Landbouwwet De minister kan voor een beoordeling van de juistheid van informatie die is verstrekt voor de vaststelling van de uitkering, gebruik maken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in registraties op grond van de, deen de. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 12a — Artikel 12a Overgangsrecht#
Artikel 12a Overgangsrecht Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden Aanvragen die zijn ingediend en uitkeringen en voorschotten die zijn verleend op grond van dezoals zij luidde tot 1 november 2021, worden aangemerkt als aanvragen, uitkeringen en voorschotten op grond van deze regeling. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 2021. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 december 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op voordien ingediende aanvragen. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden. 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 2021 49899 24-12-2021 21-12-2021 WJZ/21181501 25-12-2021 01-11-2021
Artikel 9#
artikel 9, derde en vierde lid
Artikel 9#
artikel 9, derde lid
Artikel 9#
artikel 9, vierde lid
Artikel 9#
artikel 9, vijfde lid