Regeling van de Minister van Financiën van 11 november 2021 (nr. 2021-024089) houdende regels voor de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten voor verlening van hulp aan gedupeerde rechthebbenden op kinderopvangtoeslag (Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021)
- BWB-id
- BWBR0045864
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045864
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-specifieke-uitkering-gemeentelijke-hulp-aan-gedupee
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-specifieke-uitkering-gemeentelijke-hulp-aan-gedupee/2026-01-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045864&g=2026-01-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045864&z=2026-06-06&g=2026-01-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045864/2026-01-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-specifieke-uitkering-gemeentelijke-hulp-aan-gedupee
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: − College: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente; − Directoraat-Generaal Toeslagen: het Directoraat-Generaal Toeslagen van het Ministerie van Financiën, daaronder begrepen de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen; − Driegesprek: een gesprek tussen een gemeente, de (potentieel) gedupeerde(n), en de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen, of in de plaats daarvan: met een door de Minister aangewezen derde, dat is gericht op het nemen van maatregelen ter bevordering van het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel van die (potentieel) gedupeerde(n); − Gedupeerden: personen, inclusief hun gezin, die zich bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen hebben gemeld en door die Uitvoeringsorganisatie zijn erkend als gedupeerde(n) van het kinderopvangtoeslagenstelsel; − Gegevens: gegevens van personen die de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen uitsluitend met gemeenten deelt en waarmee gemeenten in staat zijn om vast te kunnen stellen welke personen zij in aanmerking kunnen brengen voor hulp op grond van deze regeling en gedurende welke periode; − Minister: de Minister van Financiën; − Niet-gedupeerden: personen, inclusief hun gezin, die zich bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen als gedupeerden hebben gemeld, maar die zichzelf vervolgens hebben afgemeld bij die Uitvoeringsorganisatie of van wie de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen na een integrale beoordeling heeft vastgesteld dat zij niet als gedupeerden kunnen worden erkend; − Potentieel gedupeerden: personen, inclusief hun gezin, die zich bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen als gedupeerden hebben gemeld, maar van wie de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen nog niet heeft vastgesteld dat zij als gedupeerden kunnen worden erkend; − Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen: het dienstonderdeel van het Directoraat-Generaal Toeslagen dat is belast met de uitvoering van het herstelproces van de kinderopvangtoeslagproblematiek; − Wht: Wet hersteloperatie toeslagen de; − Woonplaats: artikel 40 van de Participatiewet woonplaats als bedoeld in. 2024 32169 04-10-2024 08-09-2024 2024 32169 04-10-2024 08-09-2024 05-10-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2.21 Wht De Minister verstrekt aan het college een specifieke uitkering met het oog op ondersteuning van potentieel gedupeerden en de personen, genoemd in. 2 Het totale uitkeringsplafond voor deze regeling bedraagt € 662 miljoen inclusief btw. 2026 600 14-01-2026 07-12-2025 2025-548169 2026 600 14-01-2026 07-12-2025 2025-548169 15-01-2026 01-10-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Bekostigde activiteiten#
Artikel 3 Bekostigde activiteiten 1 artikel 2.21 Wht De Minister verstrekt de specifieke uitkering aan het college uitsluitend ter bekostiging van de uitvoering van één of meer van de volgende activiteiten gericht op ondersteuning van potentieel gedupeerden en personen, genoemd in: a. het eerste contact, de registratie en de inventarisatie van hulpvragen; b. het bespreken, onderling overeenkomen en opstellen van een plan van aanpak; c. artikel 2.21, eerste lid, onder b, van de Wht de inkoop en de uitvoering van trajectzorg op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg inclusief de sanering van schulden van de personen bedoeld in; d. de nazorg; e. de inrichtings- en coördinatiekosten; f. het voeren van een driegesprek. 2 Onder de in het eerste lid bedoelde activiteiten worden mede verstaan activiteiten voor (potentieel) gedupeerden, voor zover deze ná 1 januari 2020 worden uitgevoerd maar waartoe reeds voorafgaand aan 1 januari 2020 is besloten. 3 Het aanbod tot het saneren van schulden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is eenmalig en wordt opgenomen en beschreven in het plan van aanpak. 4 artikel 2.10 2.11 2.11a 2.11b Wht De persoon die in aanmerking komt voor sanering van schulden op grond van het eerste lid, kan daartoe aan het college een verzoek doen tot uiterlijk achttien maanden na dagtekening van de beschikking waarbij de tegemoetkoming als bedoeld in,,ofis toegekend, dan wel tot 1 november 2025 indien de persoon de tegemoetkoming voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling heeft ontvangen. 5 In afwijking van het vierde lid kan de persoon die de tegemoetkoming voor de datum waarop deze regeling in werking treedt heeft ontvangen, zich tot 1 november 2024 melden bij de gemeente om van het aanvullend aanbod gebruik te maken. 6 artikel 2.21, eerste lid, Wht Zodra komt vast te staan dat het college voor ondersteuning van potentieel gedupeerden en de personen, genoemd in, geen rechten aan deze regeling kan ontlenen, beëindigt het de bekostiging op grond van deze regeling van een lopende activiteit, met eerbiediging van de einddatum van de betreffende verplichting. 7 artikel 2.21, eerste lid, Wht Voor nieuwe kosten voor ondersteuning aan personen die niet worden erkend als gedupeerden als bedoeld in, kan het college tot 30 dagen nadat aan hem is meegedeeld dat de betreffende personen niet worden erkend als gedupeerden, een beroep doen op deze regeling. 2025 23064 08-07-2025 20-06-2025 2025-0000176731 2025 23064 08-07-2025 20-06-2025 2025-0000176731 09-07-2025 01-05-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Uitkering en besteding van de uitkering#
Artikel 4 Uitkering en besteding van de uitkering 1 artikel 5 De specifieke uitkering wordt, behoudens een eenmalig voorschot als bedoeld in, voor de eerste maal in het verantwoordingsjaar 2021 en voorts gedurende de looptijd van deze regeling in ieder kalenderjaar op basis van de gemeentelijke verantwoordingsgegevens, aan gemeenten verstrekt. 2 Het college waaraan de uitkering ten behoeve van de brede ondersteuning is gedaan, kan hiervoor tot 1 januari 2027 nieuwe verplichtingen aangaan. 2024 32169 04-10-2024 08-09-2024 2024 32169 04-10-2024 08-09-2024 05-10-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Voorschot#
Artikel 5 Voorschot 1 bijlage artikel 9 De Minister verstrekt en betaalt in 2021 aan gemeenten een voorschot van in totaal € 12 miljoen inclusief btw overeenkomstig de bij deze regeling behorende. Op het in 2020 verstrekte en betaalde voorschot van € 11 miljoen is het overgangsrecht vanvan toepassing. 2 De hoogte van het voorschot per gemeente is gebaseerd op de in de gemeente woonplaats hebbende aantallen van (potentieel) gedupeerden naar de stand van 7 oktober 2021. 3 Het college kan een aanvraag voor een aanvullend voorschot indienen bij de Minister. 2022 28784 04-11-2022 19-10-2022 2022 434 04-11-2022 02-11-2022 05-11-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hersteloperatie
toeslagen in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6 Verantwoording#
Artikel 6 Verantwoording 1 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet Het college legt aan de Minister verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze zoals is bepaald in. Het college kan deze verantwoording tot 1 januari 2030 bij de Minister doen. 2 artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, b, d en f Bij de verantwoording van de activiteiten, genoemd in, kan het college de daadwerkelijke kosten of de daarvoor gestelde normbedragen verantwoorden. De normbedragen, met uitzondering van het normbedrag, genoemd in het vierde lid, onder d van dit artikel, worden eenmalig opgegeven voor de looptijd van deze regeling. 3 artikel 3, eerste lid De wijze van verantwoorden van het college als bedoeld in het tweede lid is onherroepelijk en geldt voor de gehele looptijd van deze regeling, met dien verstande dat het college dat heeft gekozen voor verantwoording via de systematiek van normbedragen, eenmalig de mogelijkheid heeft om dit te wijzigen naar de systematiek van werkelijke kosten. Deze wijziging geldt alsdan voor alle activiteiten genoemd in, met uitzondering van het bepaalde in onderdeel c van dat artikel. 4 artikel 3, eerste lid Voor de activiteiten, bedoeld in, worden de volgende normbedragen gehanteerd: a. artikel 3, eerste lid, onder a voor het eerste contact, registratie en inventarisatie van hulpvragen als bedoeld in: € 402,– per gezin; b. artikel 3, eerste lid, onder b artikel 2.21 Wht voor het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in: € 3.673,– per potentieel gedupeerde of persoon, genoemd in; c. artikel 3, eerste lid, onder d voor de nazorg, bedoeld in: € 1.901,– per plan van aanpak; d. artikel 3, eerste lid, onder f voor een driegesprek als bedoeld in: € 424,– per gesprek. 5 De normbedragen genoemd in het vierde lid en in het zevende lid, worden jaarlijks verhoogd met de loon- en prijsbijstelling conform de begrotingssystematiek van de Rijksbegroting. 6 artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c artikel 3, eerste lid onder c Bij de verantwoording van de activiteiten genoemd in, voeren de gemeenten de daadwerkelijk gemaakte kosten op voor de financiële verantwoording met dien verstande dat de kosten voor de sanering van schulden als bedoeld in, niet meer bedragen dan € 10.000,–. Het college kan besluiten een hoger bedrag dan € 10.000 te verantwoorden. 7 artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e Bij de verantwoording van de activiteiten genoemd in., heeft het college de keuze om hetzij de daadwerkelijke kosten dan wel het daarvoor gestelde normbedrag te verantwoorden. Het college geeft het normbedrag jaarlijks op. Deze opgave is, behoudens de eenmalige wijziging als bedoeld in het derde lid, onherroepelijk en geldt voor de gehele looptijd van deze regeling. De volgende normbedragen worden gehanteerd, afhankelijk van het aantal (potentieel) gedupeerden, dat een gemeente heeft en bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen bekend is voor het jaar waarin de gemeente het normbedrag opvoert: tot 50 (potentieel) gedupeerden: € 12.707,–; vanaf 50 tot 100 (potentieel) gedupeerden: € 50.829,–; vanaf 100 tot 1.000 (potentieel) gedupeerden: € 127.073,–; vanaf 1.000 (potentieel) gedupeerden: € 264.736,–. 8 artikel 2.12 van de Wht In afwijking van het zevende lid mag het college de daadwerkelijke inrichtings- en coördinatiekosten verantwoorden indien deze het aantoonbaar gevolg zijn van het onder de werking van deze regeling brengen van kinderen, pleegkinderen of voormalig pleegkinderen die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming als bedoeld in. 9 artikel 2.14g, eerste en tweede lid, Wht De in het zevende lid genoemde aantallen (potentieel) gedupeerden kunnen eenmalig opwaarts worden bijgesteld voor ex-partners als bedoeld in. 10 Indien de verantwoording, zoals bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de Minister onvoldoende informatie bevat over de ondernomen activiteiten en de daarvoor gedane uitgaven, stelt de Minister binnen acht weken na de ontvangst van die verantwoording gemeenten binnen een door hem gestelde termijn in de gelegenheid die verantwoording aan te vullen. 11 artikel 2.21 Wht De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt het college op jaarlijkse basis gegevens van potentieel gedupeerden, niet-gedupeerden en van de personen, genoemd in, zodat het college in staat is om de financiële verantwoording, bedoeld in dit artikel, te verrichten. 2026 600 14-01-2026 07-12-2025 2025-548169 2026 600 14-01-2026 07-12-2025 2025-548169 15-01-2026 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Vaststelling en terugvordering#
Artikel 7 Vaststelling en terugvordering 1 artikel 4 artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet De Minister stelt de uitkering, bedoeld in, vast binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in. 2 artikel 6 artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet De kosten, genoemd in, worden bij de vaststelling buiten aanmerking gelaten indien deze kosten blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in, dat deel uitmaakt van de informatie, bedoeld in, als fout of onzeker worden aangemerkt. 3 Indien de toepassing van het tweede lid naar het oordeel van de Minister leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kan de Minister de kosten die als fout of onzeker worden aangemerkt, in afwijking van het tweede lid, geheel of gedeeltelijk bij de vaststelling buiten aanmerking laten. 4 artikel 4 Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft door de Minister is ontvangen, stelt de Minister de uitkering, bedoeld in, ambtshalve vast. 5 Bij de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van de gegevens waarvan de Minister kennis heeft op 30 september van het jaar, volgend op het verantwoordingsjaar, met dien verstande dat gegevens die de gemeente op verzoek van de Minister op een latere datum verstrekt mede in aanmerking worden genomen. 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 23-11-2021 01-01-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Monitoring en evaluatie#
Artikel 8 Monitoring en evaluatie De Minister kan gemeenten verzoeken medewerking te verlenen aan monitoring en evaluatie van de regeling. 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 23-11-2021 01-01-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Overgangsrecht#
Artikel 9 Overgangsrecht 1 Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Stcrt. De besteding, de verantwoording, de vaststelling en de terugvordering van aan gemeenten ingevolge de(2020, nr. 62609) verstrekte uitkeringen geschiedt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling overeenkomstig het bij deze regeling bepaalde. 2 Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Stcrt. Deze regeling laat de in het jaar 2020 ingevolge de(2020, nr. 62609 gedane bestedingen en opgestelde verantwoording daarover, onverlet. 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 23-11-2021 01-01-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Wijziging van de#
Artikel 10 Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Wijziging van de Wijzigt de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek. 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 23-11-2021 01-01-2021
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Vervallen 2023 20376 20-07-2023 27-06-2023 2023 265 14-07-2023 12-07-2023 15-07-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet aanvullende
regelingen hersteloperatie toeslagen in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding en terugwerkende kracht#
Artikel 11 Inwerkingtreding en terugwerkende kracht Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021. 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 23-11-2021 01-01-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021. 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 2021 46972 22-11-2021 11-11-2021 2021-024089 23-11-2021 01-01-2021
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid