Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 maart 2021, nr. 2020-0000687420, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten in het belang van de verbetering van de woonkwaliteit en de leefomgeving in kwetsbare gebieden (Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting)
- BWB-id
- BWBR0044932
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2021-05-07 t/m 2023-06-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044932
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-specifieke-uitkering-herstructurering-volkshuisvest
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-specifieke-uitkering-herstructurering-volkshuisvest/2021-05-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044932&g=2021-05-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044932&z=2026-06-06&g=2021-05-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044932/2021-05-07
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-specifieke-uitkering-herstructurering-volkshuisvest
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: – college: college van burgemeester en wethouders; – deelgebied: één of meerdere zones op postcode-4-niveau in een kwetsbaar gebied van de gemeente waarbinnen fysieke maatregelen gepland zijn, waarbij een zone slechts in één deelgebied wordt opgenomen; – deelplan: zelfstandig onderdeel binnen een programma met fysieke maatregelen binnen een deelgebied, inclusief plan van aanpak voor de herstructurering van dat deelgebied; – financieel tekort: negatief saldo van kosten en opbrengsten van fysieke maatregelen in een deelplan, gedurende de looptijd van het programma; – fysieke maatregel: op geld waardeerbare concrete maatregel die gericht is op het aanbrengen van een wijziging in een fysiek object en handelingen die daarmee samenhangen; – herstructurering: bouwactiviteiten die bestaan uit ten minste één van de volgende onderdelen: a. renovatie: activiteiten waarbij de energieprestatie van het gebouw met ten minste 3 energielabelstappen verbetert, of waarbij de energieprestatie tot ten minste label B wordt verbeterd, en die ook kunnen zijn gericht op: 1°. het aanpakken van achterstallig onderhoud; of 2°. het aanpakken van schimmelproblematiek; b. transformatie : renovatie waarbij de gebruiksfunctie van een gebouw of van een onderdeel van een gebouw wijzigt in een woonfunctie; of c. Sloop-nieuwbouw : slopen van een gebouw en vervolgens binnen hetzelfde deelgebied bouwen van een nieuw gebouw met een woonfunctie of een gebouw met onderdelen met een woonfunctie; – inponding: het aankopen of verwerven van een woning door een persoon of rechtspersoon ten behoeve van de herstructurering van deze woning, waaronder uitsluitend: a. verwerving; b. advies; c. participatie; en d. artikel 220 lid 6 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek compensatie van de minimumbijdrage in de verhuiskosten, bedoeld in; – kwetsbaar gebied: wijk of buurt binnen een gemeente die binnen die gemeente op grond van landelijke data ondergemiddeld scoort op de indicator woonkenmerken en ten minste één van de volgende indicatoren: 1°. Veiligheid; 2°. Werk en inkomen, of; 3°. Opleiding en jeugdhulp; – minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; – programma: artikel 2, eerste lid programma bestaande uit één of meerdere deelplannen gericht op het doel, bedoeld in; – woningcorporatie: artikel 19 van de Woningwet toegelaten instelling als bedoeld in. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt#
Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt 1 De minister kan op aanvraag van een college een eenmalige specifieke uitkering verstrekken aan de gemeente voor bijdragen aan fysieke maatregelen in een of meer deelplannen ter uitvoering van een programma in kwetsbare gebieden die de herstructurering van kwalitatief slechte woningen tot doel hebben, in het bijzonder particuliere woningen, in het belang van de woonkwaliteit en de leefomgeving in de betreffende gebieden. 2 De eenmalige specifieke uitkering kan tevens worden verstrekt ten behoeve van: a. de inponding van woningen, of woningen met hoofdzakelijk een woonfunctie, om te herstructureren; b. activiteiten gericht op de inrichting van de openbare ruimte indien deze noodzakelijk zijn voor de herstructurering; en c. de voor de uitvoering van het programma door de gemeente te maken noodzakelijke projectkosten, niet zijnde de gebruikelijke kosten van het ambtelijke apparaat, voor ten hoogste 10 procent van de aangevraagde uitkering. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Toelatingscriteria#
Artikel 3 Toelatingscriteria 1 Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen, indien de gemeente eerder een toekennende uitkeringsbeschikking heeft gekregen op grond van deze regeling. 2 Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen, indien uit de bij de aanvraag ingediende gegevens en bescheiden blijkt dat het programma waarvoor een uitkering wordt gevraagd: a. een totale omvang heeft van ten minste € 7.500.000 of ten minste 200 woningen herstructureert; b. artikel 2, eerste lid enkel fysieke maatregelen bevat als bedoeld in; c. enkel fysieke maatregelen bevat waarbij sprake is van een financieel tekort; d. een fysieke maatregel bevat waarvan de uitvoering binnen twee jaar na toekenning van de uitkering opgestart kan worden; e. enkel fysieke maatregelen bevat waarvan de uitvoering binnen tien jaar na toekenning van de uitkering afgerond kan worden; en f. door de gemeente en andere medeoverheden van een financiële bijdrage wordt voorzien van ten minste 30 procent van het totale financiële tekort van het programma en van elk deelplan. 3 De minister kan op verzoek van het college de in het tweede lid, onderdeel e, genoemde termijn, telkens met ten hoogste één jaar verlengen, indien sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan het aannemelijk is dat het deelplan niet binnen die termijn kan worden afgerond. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Uitkeringsplafond#
Artikel 4 Uitkeringsplafond 1 In totaal is ten hoogste € 385.000.000 beschikbaar voor specifieke uitkeringen. 2 artikel 2, eerste lid Wet op het BTW-compensatiefonds Wet op de omzetbelasting 1968 Specifieke uitkeringen worden niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van programma’s, bedoeld in, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van deof voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 5 — Artikel 5 De aanvraag#
Artikel 5 De aanvraag 1 Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend met ingang van 3 mei 2021 om 9:00 uur tot en met 19 mei 2021 tot 17.00 uur. 2 Een aanvraag bevat ten minste: a. artikel 3, tweede lid een omschrijving van het programma, en de fysieke maatregelen waarin wordt ingegaan op de wijze waarop deze voldoen aan de voorwaarden, gesteld in; b. artikel 2, eerste lid een omschrijving van de mate waarin de fysieke maatregelen voldoen aan het doel van deze regeling zoals beschreven in; c. indien de aanvraag fysieke maatregelen bevat die gericht zijn op activiteiten gericht op de inrichting van de openbare ruimte: een onderbouwing van de mate van toerekenbaarheid, profijt en proportionaliteit conform de PTP-methodiek; d. een plan van aanpak voor de uitvoering van het programma en per deelplan de fysieke maatregelen, inclusief fasering van de uitvoering van de fysieke maatregelen; e. een begroting van de fysieke maatregelen met kosten en opbrengsten per deelplan gedurende de looptijd van het programma, en de projectkosten voor de gemeente; f. een toelichting waarin wordt aangetoond dat het programma en het deelplan of de deelplannen onderdeel uitmaken van een bredere aanpak gericht op het verbeteren van de leefbaarheid in het kwetsbare gebied; en g. de verwachte begin- en einddatum van de fysieke maatregelen. 3 artikel 9, eerste lid De minister beslist binnen 13 weken na het sluiten van het aanvraagtijdvak, bedoeld in het eerste lid, over de toekenning van een specifieke uitkering. De minister beslist niet eerder op een aanvraag, dan nadat advies is ingewonnen van de commissie, bedoeld in. 4 Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 2021 23517 06-05-2021 30-04-2021 2021-0000220562 2021 23517 06-05-2021 30-04-2021 2021-0000220562 07-05-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Wijze van betaling en uitkeringsbeschikking#
Artikel 6 Wijze van betaling en uitkeringsbeschikking 1 De minister betaalt in het geval van een toekennend uitkeringsbeschikking, de uitkering in één keer uit. De minister kan daarbij een voorschot van 100% verlenen als: a. De gemeente uiterlijk 30 juni van het daaropvolgende jaar een overeenkomst sluit met de andere bij de uitvoering van het programma betrokken partijen ter uitvoering van de fysieke maatregelen waarvoor de uitkering is toegekend; of b. De gemeente uiterlijk 30 juni van het daaropvolgende jaar voorbereidende werkzaamheden verricht voor de uitvoering van de fysieke maatregelen. 2 De uitkeringsbeschikking vermeldt in elk geval: a. welke fysieke maatregelen worden uitgevoerd en hoeveel woningen daarmee worden geherstructureerd; b. het bedrag van de uitkering; c. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering; d. de periode waarbinnen de fysieke maatregelen moeten zijn uitgevoerd; en e. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de fysieke maatregelen zijn uitgevoerd. 3 Aan een uitkering kunnen in de uitkeringsbeschikking nadere verplichtingen worden verbonden. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 7 — Artikel 7 De beoordeling van de aanvragen#
Artikel 7 De beoordeling van de aanvragen 1 artikel 2, eerste lid De minister stelt een rangschikking op van de aanvragen op basis van een beoordeling van de mate waarin de deelplannen voldoen aan het doel zoals beschreven in. De rangschikking wordt bepaald op grond van de behaalde eindscores van de deelplannen bij een gezamenlijke weging van de volgende criteria: a. effectiviteit; b. doelmatigheid; c. hardheid; d. urgentie; en e. prioriteit. 2 bijlage I De scores en de weging van de criteria, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald conform. 3 artikel 4, eerste lid Indien meerdere aanvragen gelijk scoren bij de weging, en de toekenning van uitkeringen zou leiden tot overschrijding van het in, vastgestelde bedrag, worden de aanvragen onderling gerangschikt op grond van de behaalde score van de deelplannen bij het criterium effectiviteit. Indien daarna nog steeds meerdere aanvragen gelijk scoren worden de aanvragen onderling gerangschikt op grond van de behaalde score bij het criterium prioriteit. 4 artikel 2, eerste lid De minister kan een rangschikking opstellen die afwijkt van de rangschikking, bedoeld in het eerste en derde lid, indien dat in het belang is van het bereiken van het doel van deze regeling zoals beschreven in. 5 Specifieke uitkeringen worden toegekend op volgorde van de rangschikking, bedoeld in het eerste en derde lid, of, indien de minister gebruik maakt van de mogelijkheid in het vierde lid, op volgorde van de rangschikking, bedoeld in dat lid. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Afwijzingsgronden#
Artikel 8 Afwijzingsgronden 1 De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering geheel of gedeeltelijk af voor zover: a. artikel 7, eerste lid het deelplan of de deelplannen een onvoldoende score behaalt of behalen bij de weging, bedoeld in; of b. artikel 7, eerste lid artikel 4, eerste lid het bedrag van de aangevraagde uitkering bij de toekenning ervan bij de rangschikking, bedoeld in, of, indien de minister gebruik maakt van de in artikel 7, vierde lid, geregelde mogelijkheid, de rangschikking bedoeld in dat lid, leidt tot een overschrijding van het in, genoemde bedrag. 2 artikel 3, tweede lid, onder a Indien de minister een aanvraag gedeeltelijk afwijst, kan de minister voorwaarden opnemen in de beschikking die afwijken van de voorwaarden in. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Instelling en taak commissie#
Artikel 9 Instelling en taak commissie 1 Er is een Toetsingscommissie herstructurering volkshuisvesting. 2 artikel 7, eerste lid De commissie adviseert de minister over de toepassing van. 2 artikel 5, eerste lid De commissie brengt advies uit binnen 8 weken na het sluiten van het in, bedoelde aanvraagtijdvak. 3 De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 4 De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Leden van de commissie#
Artikel 10 Leden van de commissie 1 artikel 9, eerste lid De commissie, genoemd in, bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier andere leden. 2 artikel 4, eerste lid De minister benoemt de leden voor de duur van vier jaar of tot uiterlijk zoveel eerder dat het uitkeringsplafond, genoemd in, is uitgeput, en bepaalt de vergoeding van de leden. 3 De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. 4 De voorzitter en de leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 11 — Artikel 11 Ondersteuning van de commissie#
Artikel 11 Ondersteuning van de commissie 1 artikel 9, eerste lid De commissie, genoemd in, wordt ondersteund door een secretariaat. 2 In het secretariaat wordt voorzien door de minister. 3 Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Toetsing door de commissie#
Artikel 12 Toetsing door de commissie 1 artikel 9, eerste lid De commissie, genoemd in, stelt haar eigen werkwijze vast. Dit omvat in ieder geval een protocol omtrent de wijze waarop de commissie voorgelegde aanvragen toetst en weegt. Het protocol wordt opgesteld in overleg met de minister. 2 artikel 2, eerste lid artikel 5, tweede lid De commissie kan de indiener van de aanvraag om een specifieke uitkering als bedoeld in, om nadere informatie verzoeken omtrent de in, bedoelde gegevens. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 13 — Artikel 13 Informatievoorziening na uitkering#
Artikel 13 Informatievoorziening na uitkering 1 Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is toegekend. 2 Het college verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 14 — Artikel 14 Verantwoording en terugvordering#
Artikel 14 Verantwoording en terugvordering 1 Artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet is van toepassing. 2 Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding#
Artikel 15 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 16 — Artikel 16 Citeertitel#
Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting. 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 2021 12579 12-03-2021 11-03-2021 2020-0000687420 13-03-2021
Artikel 7#
artikel 7, derde lid
Artikel 7#
artikel 7, eerste lid
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 7#
artikel 7, eerste lid, onderdelen a, b en c
Artikel 7#
artikel 7, eerste lid